Abdoel en zijn vrienden

In de buurt van Bojolali leefde eens een kleine jongen, die Abdoel heette. Zijn moeder noemde hem Doel en zo noemden hem ook de andere, mensen uit 't dorp. Doel hielp z'n moeder goed. Ze was niet vlug ter been meer, omdat ze eens bij een aardbeving een groot stuk rotsblok op haar voet had gekregen. Die voet deed nog steeds pijn, wat de doekoen er ook aan deed! De doekoen was een oude vrouw, een soort ,kruidenvrouwtje" zou men kunnen zeggen. Ze beweerde wel honderd jaar te zijn en eigenlijk kon de doekoen alles! Alleen de voet van ma Abdoel beter maken kon ze niet!

Elke morgen zocht Doel houtjes, om 't vuur aan te maken in de kleine aarden oven, zodat ma Abdoel de rijst kon opzetten. Daarna ging Doel water halen uit de put en veegde 't voorerfje aan. Dan ging hij naar 't huis van 't dorpshoofd en wiedde in diens tuin het onkruid. het verhaal van abdoel en zijn vrienden "Je zult zien, uit Si Doel groeit wat goeds, hij zal 't nog eens ver brengen", zei de doekoen vaak, wanneer Doel voor haar de geneeskrachtige kruiden uit 't bos haalde. Op een dag klaagde ma Abdoel weer eens erg over haar pijnlijke voet. "In Midden-java woont een knappe doekoen, maar daarheen te gaan en bij haar de kruiden te halen kost veel geld!" Doel vond dit allemaal erg akelig en hij zei: "Ik ga vandaag op zoek naar werk. Iedereen zal ik vragen of hij niet een kleinen Jongen nodig heeft, die het een en ander voor hem kan opknappen. Tot zelfs naar den rijksbestuurder en naar den sultan zal ik gaan." Zijn moeder schudde 't hoofd, maar ze deed wat rijst in gevlochten zakjes van pandanbladeren en zei: "Deze katoepats zijn zo voedzaam, dat je aan één per dag genoeg hebt." Doel nam zijn kapmes mee, bond de zakjes rijst om z'n middel en ging op weg. Er waren genoeg mensen die wel wilden, dat hij voor hen werkte, maar de een betaalde met een karige maaltijd en de ander gaf voor een hele dag werk slechts twee en een halve eent loon. "Op deze manier krijg ik nooit genoeg geld bij elkaar om mijn moeder te helpen," dacht Doel en hij ging weer verder.

Toen zijn katoepats bijna op waren, kwam hij in de nabijheid van een dorp. Hij zette zich neer onder een jonge rubberboom en begon erover na te denken, hoe hij in de kortst mogelijke tijd rijk kon worden! Plotseling hoorde hij vlak bij zich een zacht gepiep en daar ontdekte hij een klein veldmuisje, dat zenuwachtig heen en weer rende tussen de wortels van de rubberboom. Uit een gat in de grond kroop een slang, die het muisje nazette. 't Monster was zeker van plan 't arme, sidderende diertje op te eten! Doel ving de veldmuis en met 'n welgemikte slag van z'n kapmes doodde hij de slang. "0, dank je wel!" riep 't muisje uit. "Die lelijke slang heeft mijn hele familie al verzwolgen en nu was ik aan de beurt!" "Neem wat van mijn katoepat," zei Doel, "en vertel me eens waar ik werk kan vinden, waarvan ik snel rijk word!" "Dat is lastig," zei de muis met z'n mond vol rijst. "Maar ik wil je reiskameraad zijn. Wie weet, hoe ik je nog van dienst kan zijn!"

Abdoel begon te lachen, maar toch stemde hij toe. Net wilde hij opstaan om verder te gaan, toen een djalak, een zwarte vogel met gele snavel en gele poten, luid tjetterend tussen de wortels van de rubberboom heen en weer hupte. "Ha, daar ligt die lelijke eierendief!" schetterde de vogel. ,Mijn eieren roofde 't monster en mijn vrouwtje verslond het met huid en haar!" Hij pikte nijdig en opgewonden naar de dode slang. "Dengene, die dit harteloze wezen doodde, zal ik voor eeuwig dankbaar zijn!" "Diegene ben ik!" zei Doel. Die djalak zette zich op z'n schouder en vroeg: "Mag ik bij ic in dienst treden, kleine vreemdeling?" "Goed", zei Doel, "maar vertel me eerst eens waar ik werk kan vinden, waarvan ik snel rijk word. Mijn zieke moeder heeft geld nodig." "Tjep, tjelioep," zong de djalak, "ga mee naar de kraton, 't paleis van den sultan. Daar is altijd wel iets te doen!" In de kraton was alles in rep en roer en hierdoor merkten de poortwachters niet dadelijk, dat er een kleine jongen met een djalak op z'n schouder en een grijs veldmuisje, dat achter hem aan trippelde, de tuin van de kraton binnensloop.

De kostbare haarspeld van de prinses was spoorloos verdwenen! Ontroostbaar was de prinses en de slavinnen besprenkelden haar hoofdje met bloemenwater om haar te kalmeren en een oude dienaar wuifde met een grote waaier van witte pauwenveren haar koelte toe. "Wie de haarspeld van mijn dochter vindt, zal ik belonen!" riep de oude sultan uit. Het was een wonderlijke haarspeld. Men kon, wanneer men 't ding in 't haar stak, een wens doen. Wanneer het een goede wens was, ging die altijd in vervulling! Een der stenen was wat los gaan zitten en de goudsmid zou deze steen vast zetten. Maar in plaats van het sieraad terug te brengen, was hij ermee verdwenen!

Abdoel ging naar den sultan toe, boog heel diep, totdat z'n voorhoofd de grond raakte en zei, dat hij de haarspeld zou gaan zoeken. "Wanneer je de speld van de prinses niet terugbrengt, laat ik je onthoofden," zei de sultan bars. "Het is reeds een grote brutaliteit, mijn kamer ongevraagd binnen te komen." Doel vroeg, voor onderweg, een paar katoepats mee, de voedzame rijst in korfjes van gevlochten pandanblad en toog op weg. Buiten de kratonmuur gekomen, ging hij onder een hoge koningspalm zitten. Die djalak vloog tot in 't topje van de palm en riep uit: "lk zie daar iemand in een uitgeholde boomstam de zee oversteken, naar 't land aan de overzijde. "Kom muisje ga mee! We zullen eens kijken waarom die man zo'n haast heeft!" Misschien is 't de goudsmid wel" riep de muis. "Ik heb geen uitgeholde boomstam om over te steken naar 't land aan de overzijde!" zei Doel. Die muis en de djalak gingen nu naar 't strand en onversaagd zwom 't muisje door de branding en tussen de scherpe koraalriffen door, tot het de tot het de overzijde bereikte.

De djalak vloog elk huis binnen en de muis zocht onder de baleh-baleh, de rustbanken van de mensen; knaagde aan kasten en kisten, tot ze eindelijk in een prachtig groot huis kwamen waar de baleh-baleh van ebbenhout waren en de matten op de vloer met goud en zilver doorweven waren. Op een prachtige eetmat stonden kunstig gedreven schalen van goud. In een klein kistje, dat zich weer in 'n grotere kist bevond, ontdekte de muis de haarspeld van de prinses. "Drie steentjes links, drie steentjes rechts en een bloedrode robijn in 't midden," mompelde de veldmuis bij zichzelf, "dat moet die speld van de prinses zijn." "Laat mij de haarspeld dragen!" riep de djalak uit. "Dan wordt 't sieraad niet nat, want ik vlieg en jij moet zwemmem!" "Goed", zei de muis en weer wierp hij zich moedig in de branding. Al gauw was hij midden in zee. Die djalak vloog boven hem. Doch de gulzige vogel had te veel gesnoept uit de gouden en zilveren schalen en hierdoor kreeg hij opeens de hik. Hup, daar viel de speld uit z'n snavel, in zee! De muis zag 't bijtijds. Hij dook de speld na en bracht die toen behouden aan !and. Toen ze beide op het strand stonden, zei de djalak "je ziet er onoogelijk uit. Je haren plakken van 't zeewater aan elkaar.Geef mij de speld! 1k zal die aan onzen jongen meester overhandigen."

"Goed", zei de muis. Die djalak hupte voor 't muisje uit en daar zag hij een heerlijke mangavrucht liggen. Opeens had hij er grote trek in. Hij sperde z'n bek wijd open en meteen viel de speld eruit en gleed ongelukkigwijze in een spleet in de grond. Daar waar de manga lag, was veel vermolmd hout. Klimplanten groeiden door elkaar en bedekten de spleet in de bodem. Het slimme muisje zocht eerst tussen de planten en toen groef het in de aarde en eindelijk vond het 't kleinood! Onderwijl sprong en hupte de djalak in 't rond en schreeuwde: "Zoek goed, mijn vriend; anders is 't jouw schuld, dat onze meester z'n hoofd verliest!"

Na een tijdje kwam de muis gelukkig met de haarspeld te voorschijn. "Maar nu breng ik 't ding aan Abdoel," zei 't diertje en rende meteen weg. Toen Doel met de kostbare haarspeld voor den sultan kwam, was deze, evenals zijn dochter, zeer verheugd. Doel mocht als beloning vragen wat hij wilde. "Geef mij zoveel geld mee, o grote sultan, dat mijn moeder geneesmiddelen kan kopen en haar leven lang niet meer behoeft te werken, want ze heeft een zieke voet." De sultan begon te lachen en zei: "je bent een goede zoon. Abdoel. Ik zal je moeder hierheen laten komen. Zes slaven zullen haar in een draagstoel hierheen dragen. Ze kan bij ons in de kraton komen wonen. Daar ik geen zoon heb, wil ik jou als zoon aannemen." Doel boog driemaal met z'n voorhoofd tot op de grond en zei: "Zo zal het dan zijn, mijn heer en gebieder, o, grote wijze sultan. Doch één ding wilde ik nog vragen. Stuur de poortwachters weg. Zij hebben mij de haarspeld van de prinses willen afnemen. Zij wilden laten voorkomen, dat zij die gevonden hadden. Maar mijn vriend de djalak pikte hen in 't gezicht en mijn trouwe vriend de veldmuis knabbelde aan hun tenen, totdat ze schreeuwend heen en weer sprongen. Hierdoor kon ik ongehinderd de kratonpoort binnengaan."

De sultan liet nu onmiddellijk de poortwachters wegsturen en Doel's moeder had verder een onbekommerde oude dag. Abdoel zelf volgde later den sultan op en trouwde met de prinses. En de djalak en de muis? Nu, de djalak maakte een mooi nest in de nootmuskaatboom die stond in de tuinen van de kraton en de kleine dappere veldmuis maakte zich een gezellig holletje ergens in de paardenstallen van den sultan.

A.L.C.


Bron

geschikt voor Roomse kinderen Tijdschriften speciaal voor de jeugd zijn er al sinds begin van de vorige eeuw. Van mijn vader kreeg ik ooit een set weekbladen genaamd "weekblad voor de Rooms jeugd" uit 1940. De tijdschriften waren gedrukt op het goedkope papier wat men in de tweede wereldoorlog gebruikte en de tijdschriften vielen af en toe bijna uit elkaar. Met een beetje zorg heb ik de bladen wat hersteld en in een ringband map gedaan. Als kind las ik de verhalen van de kabouters Jaap, Joop en Joep en Jan Jokkebrok. Ook stonden er strips in als "12 ambachten, dertien ongelukken" en mooie verhalen uit Nederlands Indië. Sommige verhalen heb ik mijn kinderen zelfs nog voorgelezen maar in die tijd had men nog niet zo'n medelijden met de tere kinderzieltjes en van sommige verhalen konden de kinderen echt niet slapen. Op dit deel van de site wil ik een deel van dit materiaal in digitale vorm opslaan voor de toekomstige generaties. Dit zal ik proberen zoveel mogelijk in de vorm van teksten te doen maar ook zal ik proberen de oorspronkelijke afbeeldingen en zelf de advertenties te scannen en op te slaan. Ik wens u veel leesplezier en hoop dat alles wat ik hier neerzet ondertussen rechtenvrij is. Vriendelijke groet, Hein Pragt

Last update: 05-11-2022


Disclaimer: Hoewel de heer Pragt de informatie beschikbaar op deze site met grote zorg samenstelt, sluit hij alle aansprakelijkheid uit. Op de artikelen van de heer Pragt rust auteursrecht, overname van tekst en afbeeldingen is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming. Heinpragt.com is ingeschreven bij de KvK onder nummer: 73839426 en is gevestigd in Veenendaal.  Lees hier de privacyverklaring van deze site. Voor informatie over adverteren op deze site kunt u contact opnemen met: (heinpragt@outlook.com).