Computer geschiedenis

Op deze pagina staat een overzicht van de geschiedenis van computers en digitale techniek vanaf het begin van de vorige eeuw tot het jaar 2000. De geschiedenis van de computer begint met de geschiedenis van het rekenen, als heel vroeg hebben mensen hulpmiddelen ontwikkeld voor berekeningen die niet gemakkelijk uit het hoofd gemaakt konden worden. Het telraam (abacus) was hier een goed voorbeeld van. Toen de behoefte aan berekeningen steeds complexer werd ontwikkelde men tabellen met getallen als hulp bij het vermenigvuldigen. Ook de rekenliniaal was een uitvinding om meer complexe berekeningen met een beperkte nauwkeurigheid eenvoudiger te maken, deze verdween echter in de jaren 70 met de uitvinding van de zakrekenmachine.

Geschiedenis van de computer in grote lijnen

(C) 2009 Hein Pragt

Charles Babbage, een wiskundige, was erg geïnteresseerd in de astronomie. Een grote kwelling voor een astronoom in die tijd was echter het feit dat in iedere rekentabel onvermijdelijk fouten zaten. Babbage vroeg zich af of de tabellen niet machinaal gegenereerd konden worden en hiervoor bedacht hij in 1822 de differentiemachine die tabellen van veeltermen kon uitschrijven. Hij begon aan de bouw van de machine, maar het bouwen ervan viel niet mee. De machine werkte mechanisch en de tandwieltechniek was nog niet geavanceerd genoeg om tot een goed resultaat te komen. Verder veranderde Babbage steeds het ontwerp van de machine. Een hedendaagse grap is dat dit het eerste automatiseringsproject was dat uit tijd en budget gelopen is, net als (bijna) alle projecten tegenwoordig.

Eind 19e eeuw construeerde Herman Hollerith telmachines die werkten op basis van invoer met ponskaarten maar pas in 1938 werd de eerste computer gebouwd door Konrad Zuse. Ook Zuses machine werkte nog mechanisch, maar Zuse had het zichzelf een stuk eenvoudiger gemaakt door van het binaire stelsel gebruik te maken. Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van computers een snelle vlucht deze werden namelijk gebruikt om berichten te kraken die met de Duitse Lorenz-codeermachine vercijferd waren.

Deze computer was de Colossus en deze werd ontwikkeld door Tommy Flowers en was de eerste elektronische computer, gebruik makend van elektronenbuizen. De eerste computer in Amerika was de ENIAC (Electronic Numerical Integrator And Calculator), die enkele zalen in beslag nam, 18.000 elektronenbuizen, 70.000 weerstanden, 10.000 condensatoren, en 6000 verschillende schakelaars bevatte. De eerste computer in Nederland was de ARRA I bij het Mathematisch Centrum.

De computers werden al een stuk kleiner toen in 1947 de transistor werd uitgevonden, maar IBM beweerde dat er wereldwijd niet meer dan een stuk of 7 computers nodig zouden zijn wat achteraf de beste grap in de historie van de computer is. Het tijdschrift "Popular Mechanics" voorspelde zelfs dat er ooit een computer zou komen die 'maar' 1500 kilo zou wegen. Tegenwoordig zit er meer rekenkracht in een eenvoudige mobiele telefoon dan in de minicomputers van 1500 kilo uit deze jaren.

Met de enorme ontwikkeling van de elektronica en de halfgeleiders, toegepast in transistoren, kon de computer veel kleiner en sneller worden. Later werden de transistors geïntegreerd in een computerchip ook wel geïntegreerde schakeling (integrated circuit, IC) genoemd. De complexiteit van de chips werd in de jaren 70 verbeterd zodat het mogelijk werd om een complete processor (CPU) op een chip te integreren. Het werd daardoor veel goedkoper om computers te bouwen.

Home computers uit de periode 1975-1985 waren o.a. de Apple I, de Apple II, de TRS-80, de Commodore PET, de ZX-81, de Nascom, de Commodore VIC-20, de BBC Micro, de MSX 1 en opvolgers, de Commodore 64 en de Acorn-Atom. Op 12 augustus 1981 presenteerde IBM hun personal computer wat een heel nieuw tijdperk aankondigde. Tegen het einde van 1982 werd op werkdagen al een computer per seconde verkocht. De pc werd steeds goedkoper en gemakkelijker te gebruiken waardoor steeds meer bedrijven en huisgezinnen er een kochten. De ontwikkelingen gaan nog steeds door elk jaar verdubbeld de capaciteit en halveren de prijzen. Zakenmensen gebruiken veelal een laptop om met hun computer op stap te gaan. De steeds verdere miniaturisering leidde er toe dat de kleine Personal Digital Assistant (PDA) met steeds meer mogelijkheden in beeld kwam. Ook veel apparaten zoals wasmachines, videorecorders, digitale camera's en dergelijke bevatten tegenwoordig een computer om allerlei zaken te regelen. Ondertussen ging ook de ontwikkeling van besturingsystemen, opslag media en netwerken gestaag door de laatste vijftig jaar en ook hiervan probeer ik hier een overzicht te geven.

Computer geschiedenis met een overzicht per jaar

1939
Z1

Konrad Zuse studeerde in Berlijn vanaf 1927 werktuigbouwkunde, en haalde zijn diploma in 1935. In 1938 voltooide Zuse de Z1, de eerste programmeerbare rekenmachine ter wereld, deze werkte nog geheel mechanisch, maar wel binair.

1939
Z2

Konrad Zuse voltooide in 1938 de Z1, de eerste programmeerbare rekenmachine ter wereld, deze werkte nog geheel mechanisch, maar wel binair. In 1939 volgde de Z2, een proefmodel dat bestond uit het mechanische geheugen van de Z1, een kaartlezer, en een uit tweehonderd relais opgebouwde processor.

1940 
1941
Z3

In december 1941 was de Z3 gereed, de eerste volledig elektromagnetische computer ter wereld, Konrad Zuse lag hiermee ruim drie jaar voor op de geallieerden. Van de Z3 zou later bewezen worden dat deze Turing-volledig was, wat dit apparaat zou kwalificeren voor het predicaat "eerste computer". Overigens hadden de Z1 en de Z3 logisch gezien in grote lijnen hetzelfde ontwerp, de Z1 heeft echter door precisieproblemen nooit betrouwbaar gewerkt.

1942 
1943
Colossus

colossus De Colossus wordt gezien als de eerste elektronische computer en werd eind 1943 in productie genomen. Daarmee was de topgeheime computer twee jaar eerder in bedrijf dan de publiekelijk bekende ENIAC. Hij werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Britten gebruikt om het Duitse berichtenverkeer te ontcijferen. De Colossus was opgebouwd uit twee grote rekken met ongeveer 1500 elektronenbuizen voor de tellers, schuifregisters en logische bewerkingen. Hij had een systeem om ponsbanden te lezen met de Baudotcode, zoals ook de telexmachines in die tijd gebruikten, maar dan met fotosensors in plaats van mechanische aftasting. Het leessysteem haalde een snelheid van 5000 karakters per seconde. De Colossus kon geprogrammeerd worden via een paneel met schakelaars, stekkers en kabels. De Colossus computers waren zeer succesvol en braken een enorm aantal topgeheime Duitse berichten. Na de oorlog werd Bletchley Park (waar de Colossus computers stonden) gesloten en werden acht Colossus computers vernietigd om veiligheidsredenen en de laatste twee computers verhuisden naar Cheltenham en werden ontmanteld in 1960. De Colossus computers en hun taak tijdens de oorlog waren topgeheim en bleven dat ook voor vele jaren na de oorlog en lange tijd was niemand op de hoogte van de Colossus. Hierdoor kreeg de Amerikaanse ENIAC de onverdiende roem van eerste programmeerbare digitale computer, dit is later hersteld.

1944 
1945 
1946
Eniac

eniac In 1943 bundelden de Moore School of Electrical Engineering (Univ. van Pennsylvania) en het (militaire) Ballistic Research Lab hun krachten om een elektronisch computer te ontwerpen die het bestaande rekentuig verre zou overtreffen. Met een militair budget van $ 150.000 begon men de constructie van de ENIAC, het was een kolos van 30 keer 3 keer 1 meter, dat met 17.468 radio-buizen 140 kilowatt gebruikte en permanente koeling eiste. Getallen van 0 tot 9 werden vanuit een IMB-ponskaartlezer de ENIAC ingevoerd en in verschillende soorten geheugens opgeslagen, in elektromechnische telwielen, en in elektronische geheugens bestaande uit paren vacuümbuizen die flipflop-schakelingen vormden. De ENIAC was in staat om 5000 optellingen en 300 vermenigvuldigingen per seconde te verrichten.

1947
Williams tube

Williams tube De Williams tube won de race voor een praktisch directe toegankelijk geheugen. De heer Frederick Williams van de Universiteit van Manchester wijzigde een kathodestraalbuis door punten en streepjes van fosforescerende electrostatische lading op een scherm te schrijven en zodoende nullen en enen vast te leggen. Een plaat voor het scherm las de electrische lading en gaf dus een een of een nul terug. De lading werd maar een fractie van een seconde vastgehouden en moest dus wel "ververst"worden. Het geheugen had voor die tijd een grote capaciteit van 500 tot 1000 bits.

1948 
1949 
1950
Eerste chip

De eerste chip of integrated circuit werd gemaakt, Jack Kilby van Texas Instruments ziet kans een aantal transistoren op een plaatje halfgeleidermateriaal met elkaar te verbinden, en hij bouwt zo het allereerste geïntegreerde circuit (IC). De microprocessor zal nog tot 1971 op zich laten wachten.

1951
Univac

De eerste computer bedoeld voor algemeen gebruik en met een commercieel oogmerk, was de UNIVAC computer: de Universal Automatic Computer. Remmington Rand een verre voorganger van het huidige UNISYS, verkoopt 's-werelds eerste computer aan het Amerikaanse buro voor volkstelling. Het is de UNIVAC 1. (Universal Automatic Computer). Het apparaat woog een paar duizend kilo, rekende met 5000 electronenbuizen met een snelheid van duizenden berekeningen per seconde. Het geheugen van 256 Kb, was opgebouwd uit ferrietringen. Eén van de beroemdste klusjes van de UNIVAC was het voorspellen van de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1952. Nadat het 'rekenmonster' één procent van de stemmen had geteld wist hij al dat Dwight Eisenhouwer zou winnen en hij kreeg gelijk.

1952
ARRA

Arra De ARRA (Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam) was de eerste computer van het Mathematisch Centrum. De machine werd gemaakt door Carel Scholten en Bram Loopstra en het was een binaire relais computer. De relais hadden een onbetrouwbare schakeltijd van een paar milliseconden en kwamen uit een Engelse oorlogsdump. De machine had een trommelgeheugen met 1024 woorden van 30 bits. De ARRA had zestien verschillende instructies, waaronder vermenigvuldigen met en zonder rest, en delen met en zonder rest. Voor de in- en uitvoer van de machine werd een bandlezer, die papier las, en een telex gebruikt. De ARRA was zo onbetrouwbaar dat de computer praktisch onbruikbaar was. De computer werd eind 1952 uit elkaar gehaald. Er zijn geen overblijfselen van de ARRA meer over.

Testudo

Testudo Testudo, oorspronkelijk bekend onder de naam ARCO (Automatische Relais Calculator voor Optische berekeningen, of Automatic Relay Computer for Optics), is de eerste computer die ontworpen is door Willem van der Poel en daarna ook echt gebouwd is. Hij begon eraan te werken in 1947. Van der Poel heeft de computer zelf niet afgebouwd; dat werd door anderen gedaan. Vanaf 1952 tot 1964 was de Testudo in gebruik bij de Technisch Physische Dienst voor het doorreken van lenzen. Daar kreeg de computer de naam Testudo, het Latijnse woord voor schildpad. Deze computer was dan ook erg traag, maar zeer betrouwbaar. Een optelling of een aftrekking duurden beide 30 seconden en een vermenigvuldiging, deling of worteltrekking duurden elk 45 seconden. Ook de wortel van 1 min een getal in het kwadraat duurde 45 seconden. Deze instructie was handig voor het converteren van een sinus in een cosinus. De testudo deed 's nachts in 16 uur wat een optisch ontwerper in 8 uur zou kunnen doen. 's Middags om 5 uur werd de Testudo gevoerd met gegevens en de volgende morgen gaf de machine het resultaat terug.

IBM 701

IBM 701 In 1952 produceert IBM de 701, de eerste machine waarin de elektromechanische schakelingen zijn vervangen door elektronenbuizen. Een veel kleinere en vooral snellere machine, die zo'n 2200 bewerkingen per seconde haalt. Aanvankelijk slechts bedoeld voor overheidsdiensten en wetenschappelijk gebruik. Maar al spoedig past men de nieuwe techniek ook toe in apparatuur voor het bedrijfsleven. Het systeem gebruikte 72 "Williams tubes" als geheugen die elk een capaciteit hadden van 1024 bits wat een totaal van 2048 woorden van 36 bits opleverde. Instructies waren 18 bits lang, 5 bits voor de opcode wat 32 verschillende instructies betekende en 12 bits voor het adres, getallen waren of 36 bits of 18 bits lang.

1953
ARRA 2

Arra II De ARRA II was een computer van het Mathematisch Centrum, de letters staan voor Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam II. Alleen in naam was het de opvolger van de ARRA, want het ontwerp was geheel anders. Maar tegenover de geldschieters konden de makers van de ARRA II het niet maken om geld te vragen voor een compleet nieuwe machine. Op 1 november 1952 sloot Gerrit Blaauw zich aan bij Carol Scholten en Bram Loopstra om een betrouwbare versie van de ARRA te maken. In december 1953 voerde de ARRA II zijn eerste programma uit en tot midden 1956 was de computer onafgebroken in gebruik. De ARRA II was geheel elektronisch, in plaats van elektromechanisch. De computer had trommelgeheugen met 1024 woorden van 30 bits. De gemiddelde snelheid van de ARRA II was ongeveer 40 instructies per seconde. De ARRA II kon hardwarematig vermenigvuldigen en delen en er waren 25 verschillende instructies. Er is niets van de ARRA II bewaard gebleven.

PTERA

PTERA staat voor PTT Elektronische RekenAutomaat, in Den Haag gebouwd door Leen Kosten en Willem van der Poel in 1953 op het Centraal Laboratorium van de PTT. De PTERA bestond uit 700 elektronenbuizen en 120 relais en had een trommelgeheugen van 2048 woorden (elk 31 bits lang). De machine heeft 100.000 gulden gekost, hetgeen weinig was in vergelijking met machines uit het buitenland. De in- en uitvoer van de PTERA gebruikte een ponsband. In september 1953 werd de computer in gebruik genomen en in 1958 werd de PTERA in een paar uur tijd grondig gesloopt toen een ZEBRA computer zijn plaats innam. De uptime van de PTERA was ongeveer 50%. De andere 50% van de tijd bestond uit het repareren van de computer, er is niets van bewaard gebleven.

1954

IBM 650 De IBM 650 was een van de eerste computers van de firma IBM en ook de eerste die in grote aantallen geproduceerd is. De computer werd in 1953 aangekondigd en vanaf 1954 tot 1962 zijn er meer dan 2000 systemen verkocht, in 1969 stopte de support. De IBM 650 was een decimale machine met radio-buizen en een trommelgeheugen en gebruikte ponskaarten voor de invoer van data.

1955
FERTA

De FERTA (Fokker's Eerste Rekenmachine Type ARRA, of Fokker Electronische Rekenmachine Te Amsterdam) was een verbeterde versie van de ARRA II met verfijnde bit verschuif instructies, die speciaal is gemaakt voor Fokker door het Mathematisch Centrum. Dankzij de verbeteringen was de FERTA ongeveer twee keer zo snel als de ARRA II. In mei 1954 werd er begonnen aan de ontwikkeling van de FERTA en op 1 april 1955 werd de computer overhandigd aan Fokker. De FERTA werd tot 1963 gebruikt, totdat de computer werd vervangen door een X1 computer. Fokker gebruikte deze machine voor het berekenen van eigenwaarden van matrices die werden gebruikt voor het ontwerp van de vleugels van de Fokker F27 "Friendship".

1956
ARMAC

ARMAC De ARMAC (Automatische Rekenmachine van het MAthematisch Centrum) was de opvolger van de ARRA II. Er werd intern gebruik van gemaakt in het Mathematisch Centrum. De computer werd in gebruik genomen in juni 1956. Het ontwerpen en het bouwen van de ARMAC duurde anderhalf jaar Het was de laatste computer die werd gebouwd in het Mathematisch Centrum. Fysiek is er helaas niets van overgebleven. Het geheugen van de ARMAC bestond uit twee delen: trommelgeheugen, net zoals de ARRA II, en het nieuwere en snellere magnetisch kerngeheugen. Dit magnetische kerngeheugen werd gebruikt als een buffer om de inhoud van een track van het trommelgeheugen in op te slaan. Het trommelgeheugen van de ARMAC had 3584 woorden van 34 bits, 33 data bits en 1 pariteit bit. Een klokpuls duurde 13,3 milliseconden. Het kerngeheugen had twee keer 32 woorden en het duurde 20 microseconden voor een klokpuls. De computer bestond uit 1200 buizen en verbruikte 10 kiloWatt. Volgens Loopstra was de gemiddelde snelheid van de ARMAC ongeveer 1000 instructies per seconde.

1957
PETER

PETER De PETER (Philips Experimentele Tweetallige Electronische Rekenmachine) was de eerste computer die Philips heeft gemaakt. De computer werd ontworpen door H.J. Heyn en Arie Slob en in 1956 was de machine klaar. Het was een kleine, maar voor zijn tijd erg snelle computer, die voor een deel parallel werkte met snel trommelgeheugen en nog sneller kerngeheugen. Maar de PETER was ook erg onbetrouwbaar. Een woord was 20 bits lang. De opcodes waren 4 bits en adressen 12 bits. Een optelling duurde 15 microseconden.

ZEBRA

ZEBRA De ZEBRA was een computer en stond voor Zeer Eenvoudige Binaire Reken Automaat. De ZEBRA is ontworpen door Willem van der Poel en gebouwd door Standard Telephones and Cables Ltd. in Groot-Brittannie. Er zijn ongeveer 55 ZEBRA's verkocht over de hele wereld, waarvan negen in Nederland. Zo was de ZEBRA de eerste computer van de universiteiten van Groningen, Utrecht en Delft. Het trommelgeheugen van de ZEBRA bestond uit 8192 woorden van 33 bits waarvan 1 bit voor het teken. De eerste versie van de computer had 600 vacuumbuizen, maar latere versies waren volledig getransistoriseerd. De ZEBRA had twee rekenregisters en twaalf hulpregisters. De computer had geen hardwarematige vermenigvuldig en deling. Voor de ZEBRA bestond een interpretator voor Simple Code. Het inverteren van een 30 bij 30 matrix met behulp van een programma geschreven in Simple Code kostte 63 minuten. Er zijn twee ZEBRA simulators voor de PC geschreven, waarvan een door Willem van der Poel zelf.

X1

X1 De X1 is de eerste computer die Electrologica heeft uitgebracht. De X1 was een volledig getransistoriseerde computer. In september 1956 werden de specificaties van de X1 opgesteld. Eind 1956 was het gedetailleerde ontwerp klaar. En eind 1957 deed het prototype van de X1 zijn eerste berekening. De X1 was een binaire computer, de woordlengte was 27 bits. Het geheugen bestond volledig uit magnetisch kerngeheugen en was maximaal 32768 woorden groot, waarvan 8192 woorden bestonden uit read-only geheugen. De X1 had een interruptsysteem dat een interrupt genereerde als een in- of uitvoer opdracht klaar was. Edsger Dijkstra en Jaap Zonneveld hebben de eerste ALGOL 60 compiler ter wereld geschreven voor de X1.

1958
Algol (Taal)

Algol is een zeer invloedrijke programmeertaal, de naam is een afkorting voor Algorithmic Language. De taal is voortgekomen uit de wens om een machine-onafhankelijke programmeertaal te maken die zoveel mogelijk moest lijken op gebruikelijke wiskundige notatie. De taal was daarmee een reactie op de weinige andere destijds al bestaande programmeertalen, Cobol en Fortran. Algol was ook de eerste taal die alle programmeerparadigma's zou combineren, alle moderne programmeertalen ontlenen wel ideeën aan Algol. Ironisch genoeg was de taaldefinitie zo ontzettend uitgebreid, dat nooit iemand het voor elkaar heeft gekregen een compiler voor de complete taal te maken... Toch waren de gedeeltelijke implementaties, die gebruik maken van een interpreter. In 1960 kwam Algol-60 uit, als resultaat van werk van John Backus, Peter Naur en Edsger W. Dijkstra. De Amerikaans beroepsvereniging ACM besloot dat deze taal de standaardtaal zou worden voor het weergeven van algoritmes in haar blad Communications of the ACM.

1959
Cobol (Taal)

Cobol is ontwikkeld in 1959 in opdracht van het Amerikaanse Department of Defense, het moest een taal zijn die gemakkelijker te lezen, schrijven en onderhouden was dan de tot dan toe gangbare talen en die op meerdere typen computers inzetbaar moest zijn. De eerste versie van Cobol stamt uit 1960, COBOL-60. De thuisbasis van COBOL is het IBM-mainframe, tegenwoordig draait COBOL daarnaast ook op onder meer Microsoft Windows en Unix. Van oudsher was de taal gericht op het makkelijk omspringen met (grote) gegevensbestanden in een batch-georiënteerde omgeving. Nog zeker 30 procent van alle software die momenteel in gebruik wordt is in Cobol geschreven, echter het vinden van goede Cobol programmeurs wordt steeds moeilijker.

1960
PASCAL

PASCAL De PASCAL (vernoemd naar Blaise Pascal, tevens een afkorting voor Philips Akelig Snelle CALculator) was de tweede computer die Philips heeft gemaakt. De PASCAL begon als een betrouwbare PETER, maar uiteindelijk werd besloten om een geheel nieuwe computer ervan te maken. Toen hij klaar was, was het de snelste computer in de hele wereld, zelfs sneller dan de X1. De hoge werkfrequentie, dankzij het erg snelle trommelgeheugen en een nieuwe oplossing voor het probleem met de tien transfer, resulteerde in de hoge snelheid. Philips gebruikte de PASCAL in het Philips Natuurkundig Laboratorium in Eindhoven om berekeningen te doen aan cryogeen materiaal, halfgeleiders, televisies en hete lucht motoren. Van deze computer werd later en kopie gemaakt, de P3, het logische ontwerp en de snelheid was hetzelfde, maar de P3 was volledig opgebouwd uit transistoren. Deze computer is gebruikt in het researchlaboratorium van Manufacture Belge de Lampes Electriques in Brussel.

1961
TTL

TTL TTL technologie werd uitgevonden in 1961 door James L. Buie. Transistor-transistorlogica of TTL is een standaard voor digitale logica. TTL werkt met geïntegreerde schakelingen waarvan het typenummer meestal begint met 74. Er bestaan ook TTL-chips voor militaire toepassingen. Deze hebben zwaardere specificaties en het typenummer begint met 54. TTL-chips gebruiken een voedingsspanning van 5 V. Ze hebben verder aan aantal digitale in- en uitgangen waardoor ze met elkaar gekoppeld kunnen worden. Oudere huiscomputers waren vaak voor een groot deel uit TTL-chips opgebouwd.

1962 
1963 
1964 
1965
Multics (Os)

In 1965 werkte Bell Telephone Laboratories (Bell Labs, een afdeling van AT&T ) met General Electric en Project MAC van MIT aan het schrijven van een besturingssysteem genaamd Multics. Helaas besloot Bell Labs dat het project nergens toe leidde en brak de groep uiteen, hierdoor bleef Bell Labs achter zonder goed besturingssysteem. Dit systeem was echter wel de basis van het latere Unix besturingsysteem.

PDP-7

pdp-7 De DEC PDP-7 is een minicomputer die gemaakt werd door Digital Equipment Corporation. De introductie was in 1965, het was het eerste system dat hun Flip-Chip techniek gebruikte en de prijs was voor die tijd maar $72,000 USD. De PDP-7 was de derde tak van de Digital 18-bit machines met ongeveer dezelfde instructie set en architectuur als de PDP-4 and the PDP-9. Ook een leuk details is dat het de eerste wire-wrapped PDP machine was. Er draaien momenteel nog steeds een paar PDP-7 machines.

X8

X8 De X8 is net zoals zijn voorganger, de X1, gemaakt door Electrologica en was min of meer upward compatible met de X1. Het kerngeheugen had minimaal 16384 woorden en maximaal 262144 woorden. Een geheugencyclus duurde 2,5 microseconden. De X8 had drie registers van 27 bits en een register van 54 bits. Al deze registers waren bruikbaar als indexregisters. De X8 had hardwarematige ondersteuning voor floating-point getalen. De computer had een aparte communicatie-processer die CHARON (Centraal Hulporgaan Autonome Regeling Overdracht Nevenapparatuur) werd genoemd. Deze computer heet de X8 omdat deze machine was ontworpen als een computer die acht keer zo snel zou zijn als de X1. Uiteindelijk was de X8 ongeveer twaalf keer zo snel als de X1.

Muis

Uitvinding van de muis door Doug Engelbart in het Stanford Research Instituut. In die tijd deed men daar al onderzoek naar zaken als grafische gebruikersinterfaces. De eerste muis was nog geheel van hout en maakte gebruik van twee schijven die haaks op elkaar stonden. Muizen met bal zouden nog jaren op zich laten wachten. De muis is pas echt doorgebroken bij de introductie van de Apple-Macintosh-computer in 1984.

1966 
1967
Floppy disk

Floppydisk De diskette en floppy disk drive (FDD) werd in 1967 uitgevonden door de IBM-technicus Alan Shugart. De eerste floppydrives gebruikten een schijf met een diameter van 8 inch, ongeveer 20 centimeter en een capaciteit van slechts 80 kilobytes. Leveranciers van homecomputers, die tot dan toe gebruik maakten van magnetische tapes (compact cassette), zagen al snel de mogelijkheden van het nieuwe medium. De eerste floppydisk in een thuiscomputer was de 5¼" versie (ongeveer 13 centimeter), klein genoeg om in een desktopmachine te passen, met een capaciteit van 360 kB. Omdat deze machines nog geen harde schijf hadden, werd het besturingssysteem geladen van een floppy, waarna het schijfje werd vervangen door een ander waarop de applicatie stond. Latere machines hadden twee drives zodat de schijf met het besturingssysteem in drive A kon blijven terwijl de applicatieschijf in drive B werd geladen. Latere disketteversies konden 1,2 megabytes bevatten.

1968 
1969 
1970
PDP-11

pdp-11 In 1970 kwam de PDP-11 uit, PDP staat voor Programmable Data Processor. De PDP-11 computers werden geproduceerd door de Amerikaanse leverancier Digital Equipment Corporation (DEC). De PDP-11 was de opvolger van DEC's PDP-8 computer. Door de 16 bits architectuur kon de PDP-11 64 kilobyte geheugen adresseren. Op den duur was dat een belangrijke beperking. De PDP-11 werd in de 80-er jaren opgevolgd door de 32 bits VAX minicomputer van DEC.

1971
Unix (Os)

In 1965 werkte Bell Telephone Laboratories aan het schrijven van een besturingssysteem genaamd Multics, dit project werd gestopt waarna Ken Thompson op eigen initiatief verder ging eerst op een ongebruikte PDP-7. Later werden er een hoop nieuwe hulpprogramma's geschreven door Ritchie en Thompson en anderen en het systeem ontwikkelde zich steeds meer tot een volwaardig bruikbaar besturingssysteem op de PDP-7. Om te laten zien wat het besturingssysteem waard was werd het in 1971 overgezet naar de PDP-11, financiering voor dit experiment was beschikbaar omdat de patentenafdeling van Bell Labs een nieuw tekstverwerkingssysteem nodig had; dit zou samen met het nieuwe systeem ontwikkeld worden. Intussen was UNICS veranderd in Unix. In 1973 werd nagenoeg het hele systeem herschreven in C waardoor het makkelijker overdraagbaar werd naar andere computertypes en er steeds meer gebruikers bij kwamen.

4004 (Processor)

4004 processor Een Japanse klant vraagt het nog jonge Intel Corporation of ze een serie chips wil maken voor een programmeerbare rekenmachine. Dat lijkt ingenieur Ted Hoff een uitdaging. Alleen vindt hij losse chips maar lastig en nodeloos ingewikkeld. Waarom niet één programmeerbaar "logisch apparaat" dat verschillende taken aankan en zijn instructies uit halfgeleidergeheugenput? Samen met collega'a Les Vadasz, Stan Mazor en Federico Faggin gaat Hoff aan het werk, en uiteindelijk weten ze alle schakelingen op één chip onder te brengen. Het resultaat is de allereerste microprocessor , de Intel 4004. Deze processor draaide op een kloksnelheid van 108 KHz en kon een geheugen van maximaal 640 bytes aanspreken. De 4004 is een 4-bits processor. (8-bits architectuur waarvan slechts 4-bits werden gebruikt. Deze processor had 2300 transistoren, die samen evenveel rekenkracht hebben als de kolossale ENIAC van een kwart eeuw eerder. Maar hij kost maar 200 dollar, dat is ruim 2000 keer goedkoper. De 4004 heeft een 16-pens behuizing, ter vergelijking, de huidige Intel Core heeft er 1366. De 4004 heeft 2300 transistors aan boord, zoveel waren er in die tijd nog nooit op één chip geplaatst. De 4004 chip heeft 46 (later 50) instructies en werkt maximaal op 740 kHz. De 4004 heeft een voedingsspanning van maar liefst 15 volt nodig, dat is bijna 15 keer zo veel als zuinige processoren nu. Het is niet zo dat er in één cyclus één instructie kan uitgevoerd worden, bijna alle instructies hebben meerdere cycli nodig. Toch was het voor die tijd een revolutionaire uitvinden.

Pong (Spel)

Pong spel Pong was in 1971 de eerste commercieel echt succesvolle game. Het stond in speelhallen, bowlingbanen en snackbars en was verpakt in een nep-houten kast met een knalgeel front waar in grote zwarte letters Pong op staat. Twee besturingsknoppen, twee balkjes en een balletje op een zwart Tv-scherm, dat is het. Dankzij z’n eenvoud is het spel een onmiddellijk en enorm succes, in het eerste jaar verkoopt Atari 8500 kasten à 1200 dollar (fabricagekosten: 500 dollar)!

1972
C (Taal)

De programmeertaal C (gemaakt door Dennis Ritchie) is gebaseerd op de programmeertaal B, die weer op BCPL was gebaseerd. Het is een zeer praktische programmeertaal die meer op Algol lijkt dan op andere voorlopers zoals in historische volgorde Fortran, Cobol en BASIC. Pascal is ook een versimpeling van Algol, maar dan in een andere richting. Terwijl Pascal juist meer afstand neemt van de machine waar het op moet werken, ligt C juist dicht tegen de machine aan; het is betrekkelijk 'low-level'. De invloed van C is zo groot dat sindsdien de meeste nieuwe talen zoals C++, Objective C, Java, Javascript, C# en PHP grotendeels de syntaxis van C gebruiken. Hoewel het in eerste instantie bedacht was om besturingsystemen mee te schrijven (Unix is volledig met C gemaakt) werd het een hele populaire taal voor vele toepassingen. De taal C is binnen de Unix wereld nog steeds de broncode distributie voor vele programma's en voor "snelle" spellen was en is het nog steeds populair.

8008 (Processor)

8080 processor De Intel 8008 processor is een type processor van Intel, die diende als de opvolger van de 4004. Deze processor was de eerste 8-bit processor en bevatte al 3,500 transistors. De adresbus was 14-bits en kon daarmee 16 kB geheugen adresseren. Omdat de constructie van een hardware met een enkele processor eenvoudig was, werd hij veel in laboratoria gebruikt en bij het technisch onderwijs als studiemateriaal. De processor werd weinig in computers toegepast omdat de prestaties niet bijzonder waren en de processor ingewikkelde elektronica nodig had.

1973
8080 (Processor)

De Intel 8080 was een microprocessor ontworpen en gefabriceerd door Intel. De 8-bits CPU werd in april 1974 uitgebracht met een klokfrequentie van 2 MHz. Door de brede 40-pinsbehuizing van de 8080 kan de processor een 16-bits brede adresbus en een 8-bits brede databus gebruiken, waardoor de adresruimte 64 kilobytes bedraagt. Er zijn zeven 8-bit registers, een 16-bits stack pointer en een 16-bits program counter, de eerste microcomputer op één enkele kaart werd gebouwd op basis van de 8080. De 8080 werd gebruikt in veel computers uit de begintijd, zoals de MITS Altair 8800 en de IMSAI 8080, waarmee de basis gelegd werd voor machines met het CP/M-besturingssysteem. De ontwerpers van de processors begonnen na een verschil van mening met Intel hun eigen fabriek en brachten de kloon Z80 (Zilog) op de markt, deze processor is veel uitgebreider maar verder volledig compatibel met de 8080.

1974
Altair 8800

Altair 8800 De Altair 8800 had geen muis, geen toetsenbord en geen beeldscherm. Op basis van de Intel 8080 microprocessor, waarin 4800 transistors waren verwerkt was het de eerste personal computer. Klanten moesten de Altair zelf in elkaar zetten en programmeren, aanvankelijk werden de gegevens op audiocassettes opgeslagen. Een zekere Bill Gates schreef hiervoor samen met Paul Allen een programmeertaal (Basicversie). De invoer gebeurde door schakelaartjes in de drukken, de uitvoer was antwoord door lampjes te laten knipperen. De Altair had een geheugen van welgeteld 256 bytes en kostte als bouwpakket 400 dollar.

1975
Basic (Taal)

De programmeertaal BASIC was bedoeld om mensen snel te kunnen leren programmeren. De naam is een acroniem voor Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code. Er is een grote gelijkenis met de taal Fortran. Microsoft schreef in 1975 de eerste BASIC-interpreter voor de MITS Altair 8800 computer. Deze werd daarna ook verkrijgbaar veel andere computers. Veel oude computers, waaronder de originele IBM PC uit 1981, werden geleverd met een BASIC interpreter in ROM, genaamd BASICA, zodat de computer na aanzetten onmiddellijk kon worden geprogrammeerd. Op computers voor thuisgebruik (Commodore64 e.a.) werd rond 1980 een variant van BASIC geleverd die door Microsoft was gestandaardiseerd en uitgebreid: MSX-BASIC (de MSX staat hier voor Microsoft eXtended). Microsoft zou later ook BASIC-interpreters uitbrengen voor MS-DOS 3 (GWBASIC, 1985), gebundeld met MS-DOS 5.0 (QBasic, 1991), met een grafische interface (Visual Basic 1.0 voor MS-DOS en Windows, 1991) en gebundeld in het pakket Visual Studio (1996). Over de versie Visual Basic .NET (ook wel VB7 genoemd, 2002) zegt Microsoft zelf dat de taal zodanig veel veranderd is dat alle oude gebruikers hem helemaal opnieuw zullen moeten leren.

1976
Apple I

Apple 1 Apple Computer, een nieuw bedrijf van Steve Jobs en Stephen Wozniak, introduceert de Apple I voor 695 dollar. Dit systeem bestond uit een hoofdkaart die op een stuk triplex was geschroefd, een kast en een voeding zaten er niet bij. Er werden maar een paar van deze computers gemaakt, het werkgeheugen was 8 kB.

1977
TRS80 Model I

trs80 model I Dit was een computer in de vorm van een dik toetsenbord, dat werd aangesloten op een losse monochrome monitor. De computer beschikte over een BASIC-taal in ROM en was standaard uitgerust met 4 kB RAM en er kon een cassetterecorder op worden aangesloten, waarop programmatuur en data kon worden opgeslagen. De eerste BASIC-versie betrof een eenvoudige versie (level 1). Deze werd al spoedig vervangen door een uitgebreidere door Microsoft gelicenseerde versie (level 2). De TRS-80 model 1 level 2 kon ook uitgebreid worden met een zogenaamde Expansion Interface (EI). Hierdoor kon beschikt worden over meer geheugen (tot 48kB) en een aansluiting voor een parallelle printer. Ook kon men hierdoor de computer verder uitbreiden met (tot 4) diskettestations (single sided, single density 5¼"-diskettestations) en een seriele verbinding RS232. Naast BASIC kon men ook programma's ontwikkelen in zogenaamde assembler of machinetaal. Veel hobbyisten hebben de model 1 zelf uitgebreid met hardware-aanpassingen zoals de processor versnellen (van 1,7 naar 2,5 MHz), het weergeven van kleine letters (lower case), het in het toetsenbord uitbreiden van het geheugen, enz. In Nederland werd op 1 oktober 1978 de 'TRS-80 Gebruikersvereniging' opgericht die 2-maandelijks het blad 'Remarks' uitgaf.

Apple II

Apple II De Apple II was een pc voor thuisgebruik, gebouwd met de Motorola 6502 microprocessor met een geheugen van 16 kB. Deze computer wordt aangesloten op een (kleuren!) tv, de data wordt bewaard op cassettebandjes. Het geheugen was 4 kB, uit te breiden tot 64 kB. Deze Apple II wordt een enorm succes en Apple II levert Apple de eerste miljoenen op. Het was een kant-en-klaar systeem met ingebouwd toetsenbord, geluid, kleurengraphics en optioneel een diskettestation. Met een prijs van $2600.- was het de duurste thuiscomputer.

1978
8086 (Processor)

8086 processor De Intel 8086 processor was zowel de eerste 16-bit processor als de eerste x86 processor en werd uitgebracht in 1978 door Intel. Intel bracht korte tijd later een versie van de 8086 uit, de 8088, die intern in 16-bit werkte, maar aan de buitenkant een 8-bits bus had, deze processor werd door IBM verkozen voor de eerste IBM PC. De 8086 is uitgebracht in kloksnelheden van 4,77 (de snelheid in de eerste PC) tot 10 MHz. Veel PC-klonen hadden een optie om de processor tussen de oorspronkelijke 4,77 MHz en 8 MHz te kunnen schakelen. Instructies werden in 4 tot ongeveer 200 klokpulsen uitgevoerd.

1979
Acorn Atom

Acorn Atom De Acorn Atom, die in Nederland ook bekend stond als de Hobbit Computer, is een uit 1979 stammende hobbycomputer van de firma Acorn Computers Ltd. Het ontwerp was van Sophie (Roger) Wilson die toen daar werkte. De Atom werd geleverd, als bouwpakket of compleet gebouwd, met een uitvoerige handleiding, het complete schema met een technische documentatie. Het was voor de gebruikers een machine die bij uitstek geschikt was voor allerlei experimenten.

Hij was gebaseerd op de 6502 processor, voor veel gebruikers was een belangrijk gegeven dat naast BASIC ook een assembler in ROM meegeleverd was. Alles, maar dan ook alles, aan de machine was goed gedocumenteerd.
Motorola 68000 (Processor)

68000 processor De Motorola 68000 processor was in de jaren 80 een bijzonder populaire processor in homecomputers. Onder andere Commodore, Apple en Atari gebruikten deze processoren. Ook de CD-i speler van Philips werkte met een 68000 processor. In de jaren 90 is deze processor in ontelbare apparaten ingebouwd. Type architectuur was CISC (Complex Instruction Set Computer) en het aantal registers was 8 x 32-bit dataregisters en 8 x 32-bit adresregisters.

1980
Ada (Taal)

In de zeventiger jaren was het Amerikaanse ministerie van defensie bezorgd om het grote aantal verschillende programmeertalen dat werd gebruikt voor militaire projecten. In 1975 werd de Higher Order Language Working Group (HOLWG) gevormd met de opdracht om een manier te vinden om dit aantal te reduceren. De werkgroep schreef een serie documenten met eisen waaraan een standaardtaal moest voldoen en er werd een aanbesteding uitgeschreven voor een nieuwe programmeertaal en vier bedrijven werden ingehuurd om hun voorstellen verder uit te werken onder de codenamen Rood, Groen, Blauw en Geel. In mei 1979 werd het Groene voorstel, ontworpen door Jean Ichbiah van Honeywell Bull, gekozen en kreeg het de naam Ada. Het reference manual werd goedgekeurd op 10 december 1980 (Ada Lovelace's verjaardag). Het Amerikaanse ministerie van defensie eiste het gebruik van Ada voor elk software project dat zij financierden als er meer dan 30% nieuwe code uit zou komen (hoewel er vaak uitzonderingen op deze regel werden toegestaan). De regel werd officieel afgeschaft in 1997. Soortgelijke eisen bestaan in andere NAVO landen. De taal werd een ANSI standaard in 1983 en een ISO standaard in 1987.Ada 95 is de gecombineerde ISO/ANSI standaard (ISO-8652:1995) en is de meest recente Ada standaard. Het oorspronkelijke doel om het aantal programmeertalen binnen het ministerie van defensie te verminderen is gehaald. In 1983 waren er meer dan 450, in 1996 waren dat er nog "maar" 37.

ZX80

zx80 De Sinclair ZX80 was een eenvoudige thuiscomputer die door het bedrijf Sinclair Research van Clive Sinclair in 1980 werd uitgebracht. Het was de eerste computer die voor minder dan 100 pond verkocht werd in Groot-Brittannië, namelijk voor £99,95. De ZX80 kon enkel via de post besteld worden, en werd geleverd als kit om zelf te assembleren, dan was de prijs £79,95. De machine had een witte plastic kast en een klein blauw membraan-toetsenbord en ze moest op een televisietoestel worden aangesloten. Het display had 24 regels van 32 tekens, voor het genereren van het videosignaal gebruikte de ZX80 een combinatie van (zeer eenvoudige) hardware en software, waardoor ze enkel een beeld kon genereren wanneer er geen programma werd uitgevoerd, dus wanneer de machine wachtte op een toetsaanslag van de gebruiker viel het videosignaal weg. Programma's kon men bewaren op audiocassettes. De computer gebruikte als CPU een Zilog Z80-kloon, de NEC 780C-1 chip, en had 1 KB RAM-geheugen (optioneel uitbreidbaar tot 16 KB) en een Sinclair BASIC-editor/interpreter samen met het besturingssysteem in een 4 KB ROM.

1981
Comodore vic 20

comodore vic 20 In 1981 kwam de Commodore VIC 20 op de markt als een van de eerste homecomputers. Het grootste verschil met zijn opvolger de Comodore 64 was het beperkte geheugen van 5kB RAM en 20kB ROM. Het RAM-geheugen was wel weer uitbreidbaar met een externe module (cartridges) van bijvoorbeeld 16kB. VIC staat voor Video Interface Chip, waar de 20 voor staat is niet duidelijk. Ondanks het beperkte geheugen waren er toch veel spellen beschikbaar voor deze computer waardoor deze snel erg populair werd.

1982
MSX 1

MSX 1 In 1982 introduceerde ASCII Corporation de MSX-standaard, de afkorting betekende 'Machines with Software eXchangeability', al werd 'MicroSoft eXtended' ook gebruikt. Het kwam er op neer dat MSX-software op iedere computer kon draaien waar het MSX-logo op stond. Dit voor die tijd revolutionaire idee sloeg aan, mede door Microsoft, die het BIOS, de BASIC en besturingssysteem voor de machines schreef. Grote merken als Philips en Sony brachten meerdere MSX-homecomputers uit. In Amerika en Engeland werd het geen succes; mede daardoor kwam de productie van MSX-computers in 1992 ten einde. Uiteindelijk zijn er wel ruim 5 miljoen systemen verkocht.

1983
Comodore 64

comodore 64 De Commodore 64 (ook C64 of CBM64) is een bekende maar ook tamelijk onconventionele homecomputer van de firma Commodore uit de beginperiode voor hobby- en thuisgebruik. Het is met een geschat aantal van 17 tot 30 miljoen exemplaren nog steeds de best verkochte computer aller tijden. Het apparaat kwam in 1983 op de markt, de behuizing bestond uit een soort dik toetsenbord, waarbij het computergedeelte zich onder de toetsen bevond. De Commodore 64 werd aangesloten op een televisietoestel, die als monitor voor beeld en geluid diende. De Commodore 64, die bij de ontwikkeling VIC-30 werd gedoopt, maar nooit onder die naam op de markt kwam, was door Commodore ontwikkeld als opvolger van de VIC-20. Het nummer 64 slaat op het werkgeheugen van 64 kB, onder BASIC was er echter slechts 38 kB vrij voor de gebruiker.

C++ (Taal)

C++ is een programmeertaal die ontworpen is door Bjarne Stroustrup in het Bell Labs gedurende 1983-1985. C++ is een uitbreiding van de programmeertaal C, voor 1983 voegde Bjarne Stroustrup als features toe aan C en noemde dat "C with Classes". He combineerde het gebruik van classes uit Simula's en object georienteerdheid samen met de snelheid en efficiency van de taal C. De taals C++ was zeer populair, grote delen van windows zijn er in geschreven maar ook voor snelle spellen was de programmeertaal. De taal is door de taal java en het C# voorbijgestreefd maar het heeft als basis voor beide voorgenoemde talen gediend.

1984
Apple Macintosh

Apple Macintosh Introductie Apple Macintosh, de eerste computer voor thuis met een grafisch scherm. De Macintosh of kortweg Mac is de naam voor een serie computers op de markt gebracht door het Amerikaanse bedrijf Apple. De eerste Macintosh werd in 1984 vooral geïntroduceerd als goedkope opvolger van de Apple Lisa, een computer waarop al een visuele en muisgestuurde gebruikersinterface als op de Macintosh beschikbaar was en die zijn tijd ver vooruit was, maar vooral door zijn hoge prijs geen succes was. De Macintosh is in veel opzichten de grondlegger van wat nu de PC wordt genoemd. Computers zonder muis- en vensterbesturing a la MS-DOS waren rond 2002 nauwelijks meer verkrijgbaar. De eerste Macintosh draaide op 7,83 MHz terwijl in 2003 kloksnelheden tot bijna 500 keer zo groot worden gehaald. Het oorspronkelijke Mac-besturingssysteem (MacOS) werd uitgefaseerd rond 2002 en vervangen door het op BSD Unix gebaseerde Mac OS X.

1985
Atari ST

Atari ST De Atari ST is een homecomputer die van 1985 tot begin jaren '90 populair was. Officieel staat "ST" voor "Sixteen/Thirty-two, wat betrekking had op de 16-bits externe bus en 32-bit interne processor. De Atari ST was gebaseerd op de Motorola 68000 CPU-chip, met minimaal 512 kilobyte RAM-geheugen en een 3½-inch floppy diskdrive als opslagmedium. Hij leek op de Apple Macintosh en de Commodore Amiga die ook gebaseerd waren op de Motorola 68000. De 520ST was een alles-in-één apparaat, vergelijkbaar met eerdere homecomputers als de Commodore 64. In de tijd dat de 520ST uitkwam wilden de consumenten een volwaardig toetsenbord, inclusief cursortoetsen en een numeriek toetsenbord. Daardoor viel de 520ST wat groot uit, als men het toetsenbord wilde verschuiven moest de hele computer verplaatst worden.

Comodore Amiga

Comodore Amiga In 1984 kocht Commodore de firma Amiga Corp. Op, ze hoopten zo een vervolg te breien op het succesverhaal van de Commodore 64. In juli 1985 werd de nieuwe Amiga voorgesteld in New York, het toestel was in tal van opzichten zijn tijd ver vooruit. Het ondersteunde een kleurenpalet van 4096 kleuren en kon in 4-kanaals stereo (2 kanalen per stereo-kanaal) in 8-bit formaat weergeven. Hierdoor was het in tal van opzichten de eerste echte multimediacomputer voor thuisgebruik. Lang voor Windows beschikte Amiga ook over een grafische interface met elkaar overlappende vensters. Een systeem dat werd geïntroduceerd door Apple. Het besturingssysteem AmigaOS ondersteunde eveneens multitasking, shared libraries en het gebruik van de rechtermuisknop. Het was destijds al mogelijk om meerdere programma's tegelijk te laten draaien.

Windows 1.0 (Os)

Windows 1.0 De allereerste Windows versie kwam uit in 1985 en heette Windows 1.0 en woog totaal 1 mb. Op de verpakking van Windows 1.0 stond dat het in 256 KB geheugen moest kunnen draaien, maar een recensent van de New York Times schreef: Het draaien van Windows in 512 KB is vergelijkbaar met het schenken van stroop op de Zuidpool. Deze eerste versie van Microsoft Windows was geen groot succes. Het was meer een grafische uitbreiding van MS-DOS en bovendien konden de vensters elkaar niet overlappen, omdat dit principe door Apple gepatenteerd was.

1986
MSX 2

MSX 2 In 1986 werd er door de MSX computer producenten een meer geavanceerde MSX2-computer uitgebracht, die in eerste instantie concurreerde met de Atari ST serie en later met de Commodore Amiga. Helaas voor de MSX2 waren er al meerdere 16-bits computers. De MSX2 standaard, hoe geavanceerd ook, was nog gebaseerd op een 8-bits architectuur en kon zich niet meten met de veel snellere, modernere en met grotere geheugens uitgeruste 16-bits Atari's en Commodore's. Wel een voordeel was dat diskettes aangemaakt met dit MSX-DOS-besturingssysteem door MS-DOS machines gelezen kon worden en dat er aangepaste CP/M-programma's op gebruikt konden worden.

1987
Windows 2.0 (Os)

Windows 2.0 Windows 2.0 kwam uit in 1987 en het was een verbeterde versie van Windows 1.0 en leek daar dan ook veel op. In 1988 werden er twee varianten uitgebracht: Windows 2.1/286 en Windows 2.1/386. Deze gebruikten de mogelijkheden van de Intel 80286 en de Intel 80386 chips, zoals de protected mode. Een belangrijke verandering t.o.v. Windows 1.0 was dat vensters elkaar nu ook konden overlappen.

PS/2

PS/2 IBM introduceert de Personal System/2 (PS/2) systemen, het PS/2 Model 30 heeft een 8-MHz 8086 aan boord. De modellen 50 en 60 een 10 MHz 80286 en model 80 een 20 MHz 80386. Model 50 heeft een nieuw soort videokaart met VGA. Hierdoor is het mogelijk om 256 kleuren tegelijkertijd te tonen met een resolutie van 320x200 en 16 kleuren bij 640 x 480.

Motorola 68030 (Processor)

68030 Processor Motorola 68030 is een microprocessor uit de 32 bits in Motorola' s 68000 familie. Vrijgegeven in 1987, waren 68030 de opvolger aan Motorola 68020, en werden gevolgd door Motorola 68040. De 68030 werd gebruikt in vele modellen van Apple Macintosh II en de Amiga van de Commodore, Sun 3/80 desktopwerkstation, Atari TT en diverse unix werkstations en laserprinters.

1988
Imac

Imac De Apple iMac is een desktop computer van Apple, waarbij de 'i' van iMac staat voor internet. De computer maakt een groot deel uit van Apples consumentenaanbod sinds de introductie in 1998. De iMac heeft sindsdien vier duidelijk onderscheidbare gedaantes gehad, waarbij altijd de integratie van beeldscherm en computer centraal staat. De iMac computer bezit een relatief grote bekendheid in populaire cultuur dankzij zijn herkenbare uiterlijk en Apples succesvolle marketing. De iMac en andere Macintosh computers zijn vaak te zien in films, reclame en TV-series.

1989 
1990
Windows 3.0 (Os)

Windows 3.0 Windows 3.0 kwam uit in 1990, met Windows 3.0 werd een grote stap gezet en kreeg het ook een iets ander uiterlijk wat vooral ook grafisch beter was doordat het VGA kaarten ondersteunde. Er werden van versie 3.0 meer dan 10 miljoen exemplaren verkocht. Windows was op dat moment het best verkochte besturingssysteem. In Windows 3.1 kwam vervolgens de tekstverwerker erbij in de vorm van Word waardoor het nog populairder werd plus een aantal games waaronder patience en ondersteuning voor Internet.

1991
Linux (Os)

De Finse student Linus Torvalds kondigde in 1991 op Usenet aan dat hij een nieuw, op Minix gelijkend, besturingssysteem heeft gemaakt. "Het heeft al eens gewerkt..." zegt hij gekscherend, hij noemt het besturingssysteem Linux. In 1992 verscgijnt versie 0.12 van Linux onder de GNU general public license. GNU is een verzameling software zonder goed werkende kernel en Torvalds heeft een goed werkende kernel. Het resultaat is GNU / Linux, nog steeds het hart van iedere distributie.

1992
Wolfenstein 3D (Spel)

Wolfenstein 3D Het spel dat voor de doorbraak van het bedrijf ID zorgde was Wolfenstein 3D, een first person shooter met vloeiende 3D-beelden die toen ongekend waren in computerspellen, en met een gewelddadige game-play die veel spelers wist te boeien. Nadat ze in feite een volledig genre hadden gecreëerd door dit spel. Wolfenstein 3D is één van de eerste First Person Shooters ooit en daarom zeer revolutionair en belangrijk in de gamegeschiedenis. Je speelt het spel als B.J. Blazkowicz en zult verschillende verdiepingen moeten doorlopen om uiteindelijk op verdieping negen te komen waar je de eindbaas moet verslaan. Behalve de negen reguliere levels heb je ook nog een bonus level, welke dan logischerwijs op de tiende verdieping ligt. Deze hoef je echter niet verplicht te halen om het spel uit te spelen.

1993
Doom (Spel)

Doom spel Doom is een first-person shooter computerspel uit 1993, ontwikkeld door id Software. Het spel is vooral bekend als een van de pioniers op het gebied van 3D-graphics voor computerspellen en multiplayerspellen via netwerken. Het spel kwam oorspronkelijk uit voor de Personal Computer, maar is in de loop der jaren overgezet naar meerdere andere spelconsoles. De opbouw van de levels in Doom is redelijk standaard, de speler baant zich een weg door eindeloze gangen en levensgevaarlijke hallen. Grauw beton, poelen vol radioactieve blubber en levensgevaarlijke plateau’s geven perfect de troosteloze en sombere sfeer weer waarin hij zich begeeft. Een wereld waar pure agressie en snelheid zijn enige kansen op overleven zijn.

Pentium (Processor)

Pentium processor De introductie van de Pentium processor in 1993 was technisch een flinke stap voor Intel. Logischerwijs zou de processor het nummer 80586 of i586 gekregen hebben, maar de naam werd veranderd in Pentium (het Griekse telwoord voor vijf), omdat getallen niet als merk geregistreerd konden worden. Net als bij de 80486 was er aan de instructieset van de processor nagenoeg niets veranderd. Het accent bij de Pentium lag op snelheid. De grote vernieuwing van de Pentium was dat hij superscalair was, wat betekent dat hij meerdere instructies tegelijk kan uitvoeren. Logica in de processor bepaalde of twee opeenvolgende instructies van elkaar afhingen; zo nee, dan werden ze naar de twee verschillende uitvoeringseenheden in de processor doorgestuurd.

Mosaic en Netscape

Mosaic browser In februari 1993 lanceerde NCSA de eerste webbrowser voor het World Wide Web met een volledig grafische interface, genaamd Mosaic. Daarmee legde dit bedrijf de basis voor bijna alle huidige browsers, deze grafische webbrowser wist in korte tijd een revolutie te ontketenen. Eén van de programmeurs van Mosaic was Marc Andreessen, deze ging na afloop werken voor het zojuist opgerichte bedrijf Mosaic Communications, dat later vanwege onenigheid over de naam werd omgedoopt tot Netscape.

1994
Iomega Zip Drive

Iomega Zip Drive De Iomega Zip drive was een verwisselbare floppy schijf die wel iets weg had van de 3,5 inch diskette. De Zip kon echter 100 MB aan gegevens opslaan op 1 disk. Later werd de opslagcapaciteit nog 250 MB en zelfs 750 MB. Een groot probleem van de Zip was dat er een fout in het ontwerp zat, sommige exemplaren raakten defect door de Click of Death, waardoor de zipschijf niet langer bruikbaar was. Tegenwoordig levert Iomega ook standaard opneem- en afspeelapparatuur, zoals CD- en DVD-drives.

1995
Internet explorer 1.0

Internet explorer 1.0 De NCSA die in eerste instantie de browser mosaic gemaakt had, gaf de commerciële exploitatiein 1994 in handen van Spyglass. Deze tekende een deal met Microsoft, dat het programma vervolgens verbouwde tot Internet Explorer 1.0 en in augustus 1995 uitbracht. Internet Explorer 1.0 is maar zeer kort in omloop is geweest, in december 1995 werd Internet Explorer (versie 2.0) voor het eerst meegeleverd met Windows. Tegen die tijd begon Microsoft in te zien dat het het World Wide Web had onderschat.

1996
Windows NT (Os)

Windows nt In 1996 werd Windows NT op de markt gebracht, waarvan het uiterlijk vrijwel hetzelfde was als die van Windows 95. In de jaren die volgden werden geen nieuwe versies van Windows NT uitgebracht, maar wel een aantal updates, de zogeheten 'Service Packs'. Deze versie wordt ook wel beschouwd als de eerste echt stabiele Windows. De man doe NT ontwikkeld heeft was afkomstig van het team dat voor Digital Equipment Corporation aan hun VMS besturingssysteem had gewerkt. Sommige aspecten van VMS zijn dan ook in Windows NT nog enigszins te herkennen. Leuk detail is dat de afkorting WNT per letter net één verder in het alfabet stond dan VMS.

Deep blue (Schaak)

Deep blue Op 11 mei heeft de computer de mens verslagen, dat gebeurde in Amerika waar wereldkampioen schaken Garry Kasparov schaakte tegen de computer Deep Blue en de computer won. Het jaar daarvoor won Kasparov nog tegen de computer, maar ondertussen werd die sterker en krachtiger. Kasparov was erg onder de indruk van zijn verlies.

1997 
1998 
1999 
2000
C# (Taal)

C# (uitgesproken als "C sharp") is een programmeertaal ontwikkeld door Microsoft als reactie op Sun's Java en deels teruggrijpend op C++. Volgens sommigen is de taal beter dan Java, volgens anderen juist weer niet. Een van de verwijten is dat het noch geheel Java is, noch geheel C++ en dus een eigen standaard probeert te zetten terwijl het geen originele ontwikkeling is. Met dit soort taktieken probeert Microsoft wel vaker markten naar zijn hand te zetten. Dat de taal speciaal voor .NET (dotnet) ontworpen zou zijn zoals sommigen beweren is niet juist. De ontwerper van de taal C# is niet de eerste de beste, Anders Hejlsberg was de man achter het ontwerp van Turbo Pascal, Delphi en Visual J++. De taal is zeer uitgebreid en consequent in datatypes en ontwerp.

Last update: 17-06-2015
 Binnen dit thema



 Meer thema's


 Lees hier de privacyverklaring van deze site.

Disclaimer.

Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot de informatie die, in welke vorm dan ook, via zijn site wordt aangeboden. Het opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming, goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend. Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internetsite rust auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen met: (email: mail@heinpragt.com). Dit is mijn