Natuur

Citaten over dieren

Op deze pagina kunt u een verzameling spreuken en citaten vinden over het thema dieren. Ik ben zelf gek op leuke spreuken en citaten, mijn huis hangt er dan ook vol van. Ik ben zelf vegetariër en een bijzonder groot dierenvriend dus kon een verzameling leuke spreuken en citaten met dieren als onderwerp niet ontbreken. Op deze pagina staat een verzameling mooie, wijze, grappige, leerzame spreuken en citaten over dieren, ik wens u veel leesplezier, Hein Pragt.

Citaten, spreuken en wijze uitspraken over dieren.

Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.
(Jacob Cats)


Al is een vis maar een vis, daarom zwemt u nog niet beter.
(Bertus Aafjes)


Al onze kennis helpt ons alleen maar om een pijnlijker dood te sterven dan de dieren die niets weten.
(Maurice Maeterlinck)


Al te heftige liefde voor de dieren is een vorm van mensenhaat.
(Dirk Coster)


Alle dieren zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen.
(George Orwell)


Alle dieren zijn nuttig voor de mens, omdat ze van ons houden, ons bewaken en omdat we ze kunnen opeten.
(Pierre Desproges)


Alle dieren, behalve de mens, weten dat de voornaamste bezigheid van het leven erin bestaat ervan te genieten.
(Samuel Butler)


Als apen er zouden in slagen zich te vervelen, dan zouden ze mensen kunnen worden.
(Goethe)


Als de adelaars zwijgen, tateren de papegaaien.
(Winston Churchill)


Als de zwijnenhoeder boert, denken de varkens dat ie orgel speelt.
(Bertus Aafjes)


Als ge twee draken ziet vechten, kom dan niet tussenbeide, want ze konden wel eens vrede sluiten en u verslinden.
(Friedrich Rëckert)


Als het leed van dieren minder wordt, krijgen ook de mensen het beter.
(Brigitte Bardot)


Als iedereen zegt dat je een ezel bent, is het tijd te gaan balken.
(Talmoed)


Als je je maar lang genoeg niet wast, laten zelfs de vlooien je met rust.
(Ernie Pyle)


Als je op een groot paard zit, dan zit je op de beste plaats die je ooit hebben zult.
(Winston Churchill)


Als je wordt betrapt terwijl je een paard van achteren neemt, moet je de gevangenis in; als je 500.000 kippen onder barbaarse omstandigheden in een hok stopt, krijg je een grote zak subsidie.
(Midas Dekker)


Als u een olifant bij zijn achterpoten vastheeft en hij probeert weg te rennen, is het beter om hem te laten rennen.
(Abraham Lincoln)


Als we niet helemaal als mensen kunnen leven, laten we dan ons best doen om niet als dieren te leven.
(J. Saramago)


Beter een vogel in de hand, dan geen hand.
(Urbanus)


Dansen is de terugkeer naar het vissenstadium met de muziek als zee.
(Harry Mulisch)


De betrouwbaarste maatstaf voor de beschaving bij een volk en een mens is, hoe zij de dieren beschouwen en behandelen.
(Berthold Auerbach)


De bezige bij heeft geen tijd voor verdriet.
(William Blake)


De dood is een zwarte kameel die knielt voor ieders deur.
(Turkse spreuk)


De geduldige muilezel die dag en nacht langzaam doorstapt, komt uiteindelijk verder dan de Arabische volbloed.
(Onbekend)


De gemiddelde Vlaamse vrouw wordt minder geaaid dan haar hond.
(Midas Dekker)


De grootheid van een natie kan worden beoordeeld door de manier waarop de dieren worden behandeld.
(Gandhi)


De haan kraait wel, maar het is de hen, die de eieren legt.
(Margaret Thatcher)


De kameel is het dier dat op de laatste scheppingsdag werd gemaakt van stukjes die toch over waren.
(Simon Carmiggelt)


De mens is een dier dat met zijn voorpoten Bach speelt.
(Bertus Aafjes)


De mens is het enige zoogdier dat meer dan eens gevild kan worden.
(Franse spreuk)


De onmenselijkheid van de mens tegenover de mens wordt alleen overtroffen door zijn wreedheid jegens dieren.
(George Bernard Shaw)


De rede is een zeer lichte ruiter, die gemakkelijk van het paard wordt geworpen.
(Jonathan Swift)


De vos heeft vele streken, en de egel maar een, doch dat is de beste van allemaal.
(Erasmus)


De ziel heeft illusies, zoals de vogel vleugels heeft: dat is hetgeen haar steunt.
(Victor Hugo)


Dieren hebben nog een zuiverheid die de mens definitief heeft verloren.
(Brigitte Bardot)


Dieren zijn zulke prettige vrienden: zij stellen geen vragen, zij maken geen aanmerkingen.
(George Eliot)


Drinken zonder dorst en vrijen in alle seizoenen is alles wat ons van de overige dieren onderscheidt.
(Pierre de Beaumarchais)


Een bemiddelaar is iemand die een krokodil voedsel geeft in de hoop dat ze hem het laatst zal opeten.
(Winston Churchill)


Een boer heeft me eens verteld dat, als `s ochtends vroeg de eerste haan begint te kraaien, alle hanen in de omgeving het ook gaan doen, alleen om hem in volume te overtreffen. De meeste mannenlevens komen hier op neer.
(Simon Carmiggelt)


Een huisdier geeft ieder mens de kans een baasje te worden.
(Midas Dekker)


Een kat heeft 40 miljoen haren: 5 miljoen op de rug, 10 miljoen op de buik en 25 miljoen op je bankstel.
(Midas Dekker)


Een vet zwijn en een gierigaard – Worden eerst na hun dood wat waard.
(Friedrich von Logau)


Er bestaan geen kinderen meer. Als je met kinderen praat over de ooievaar, gaan zij je uitleggen hoe die zich voortplant.
(Wim Kan)


Er zijn twee manieren van trouw, die van honden en die van katten.
(Napoleon)


Geduld is de trots van een ezel, die onder zijn last stapt en zich rustig houdt.
(George Granville)


Geen wonder dat de dieren minder domheden begaan dan de mensen, zij hebben immers minder verstand dan mensen.
(Otto Weiss)


Gelooft u nu echt dat de leeuw vóór de zondeval van andijvie en bruine bonen leefde?
(Maarten ‘t Hart)


Het is prettig tegen beesten te praten – ze hebben nooit een antwoord en vinden alles goed.
(Simon Carmiggelt)


Hoe hard katten ook vechten, er komen kennelijk toch altijd massa`s jonge poesjes.
(Abraham Lincoln)


Iedere ezel hoort zichzelf graag balken.
(Thomas Fuller)


Iedereen is een genie, maar als een vis wordt beoordeeld op zijn vaardigheid om in bomen te klimmen, zal hij zichzelf zijn hele leven als een mislukkeling beschouwen.
(Albert Einstein)


Ik gaf mijn jeugd en schoonheid aan mannen en nu geef ik mijn wijsheid en mijn ervaring aan dieren.
(Brigitte Bardot)


Ik hou van varkens. Honden kijken naar ons op, katten kijken op ons neer, maar varkens beschouwen ons als hun gelijke.
(Winston Churchill)


Ik wil mijn maag niet tot een kerkhof van dode dieren maken.
(George Bernard Shaw)


Illusies zijn de vlinders van de lente van het leven.
(Peter Sirius)


In een restaurant mag een oude eend taai heten, in het echte leven heet zo’n eend een ouwe taaie.
(Midas Dekker)


In het Zwitserse meertje zwommen ook allerlei kleine dieren, die door het onvoldoende lezen van Nederlandse milieupublicaties niet wisten dat ze al lang uitgestorven waren.
(Simon Carmiggelt)


Intelligentie zonder ambitie is als een vogel zonder vleugels.
(Salvador Dali)


Je begrijpt niet hoe het toeval kan zijn dat in het wapen van Ierland een harp staat en in dat van Nederland een leeuw die de handen vol heeft.
(Willem Hermans)


Kamelen denken dat andere dieren misvormd zijn omdat die geen bult hebben.
(Wolfram Weidner)


Lees je in het natuurboek hoe de dieren leven, in het kookboek lees je hoe het verder gaat.
(Midas Dekker)


Mannen zijn beesten en zelfs beesten gedragen zich niet zoals mannen.
(Brigitte Bardot)


Men krijgt eerder een kip door het ei uit te broeden dan door het kapot te slaan.
(Abraham Lincoln)


Men moet aan kinderen en vogels vragen hoe kersen en aardbeien smaken.
(Goethe)


Niemand is vrij, zelfs de vogels zijn geketend aan de hemel.
(Bob Dylan)


Niemand kan zich zo hulpeloos voelen als de eigenaar van een zieke goudvis.
(Kin Hubbard)


Niet kakelen, eieren leggen.
(Hans Wiegel)


Of de haan kraait of niet, de dag breekt toch aan.
(Onbekend)


Om een lid van onbesproken gedrag van een kudde schapen te zijn, dient men eerst en vooral schaap te zijn.
(Albert Einstein)


Ook al kan een vogel vliegen, hij moet weer landen op aarde.
(Dalai Lama)


Op zijn best is de mens de edelste van alle dieren, gescheiden van recht en gerechtigheid is hij het minste.
(Aristoteles)


Salade daar krijg je enorme jeuk van. Het heet dan ook krabsalade.
(Youp van ‘t Hek)


Schildpadden leven niet lang, ze gaan langzaam dood.
(Midas Dekker)


Sommige mensen hebben, evenals vleermuizen of uilen, betere ogen voor de duisternis dan voor het licht.
(Charles Dickens)


Terwijl dieren zich aanpassen aan de wereld om te overleven, veranderen mensen de wereld teneinde meer te zijn.
(Paulo Freire)


Vis behoort driemaal te zwemmen: eerst in de zee, dan in de boter en tenslotte in goede Bordeaux.
(Jonathan Swift)


Vrouwen zijn rusteloze insecten die zich elk jaar opnieuw tot onherkenbare vlinders verpoppen.
(Godfried Bomans)


Wanneer de poes naar buiten wil, gaat zij voor de deur zitten en miauwt hier tegen. Wanneer de hond naar buiten wil, gaat hij voor de deur staan en blaft ��n keertje; niet tegen de deur maar naar mij.
(Kees van Kooten)


Wanneer een duif met kraaien begint om te gaan, blijven haar veren wit doch haar hart wordt zwart.
(Duitse spreuk)


Wat bij de dieren natuur is, noemen we bij de mens ellende.
(Blaise Pascal)


Wat koeien met hun voedsel doen, doen wij met onze gedachten.
(Wim Kan)


Wat vleugels zijn voor een vogel en zeilen voor een schip, zo zijn gebeden voor de ziel.
(Corrie ten Boom)


We kunnen de mens niet als oerbeeld van de dieren en de dieren niet als oerbeeld van de mens beschouwen.
(Goethe)


Wees liever de minste onder de arenden dan de eerste onder de raven.
(Pythagoras)


Wie een draak wil worden, moet veel kleine slangen eten.
(Chinese wijsheid)


Wie een ezel van zichzelf maakt, moet niet kwaad zijn als mensen op zijn rug klimmen.
(Thomas Fuller)


Wie een geschenk op een ezel brengt, verwacht een geschenk op een kameel te ontvangen.
(Arabische spreuk)


Wie onder de ossenstaart heeft gekeken lust de soep niet meer.
(Wim Kan)


Wie van zichzelf een kameel maakt, moet niet protesteren tegen de last.
(Bertus Aafjes)


Wij zijn allemaal wormen, maar ik denk dat ik een glimworm ben.
(Churchill)


Zelfs een kleine hond vangt wel eens een zwijn.
(Ovidius)


Zij droeg een door reptielen bijeengestorven handtas.
(Simon Carmiggelt)


Zijn moeder wilde bijna nooit naar de dierentuin. Al die opgesloten beesten, dat vond ze zielig. ‘Je gaat toch ook niet een dagje naar de gevangenis?’, zei ze dan.
(Midas Dekker)


Beestjes in Nederland

beestjes In Nederland komen heel veel dieren voor, klein en groot, de meeste mensen kennen ze niet meer. Wanneer men in de natuur loopt, of de natuur besluit bij mensen thuis te komen, vragen mensen zich vaak af wat voor beestje dat nou weer is. Helaas hebben de tegenwoordig vaak als eerste gedachte “dat beest moet dood”, terwijl de meeste beestjes vaak banger zijn voor u dan u voor hen hoeft te zijn. Er zijn weinig giftige of gevaarlijke dieren in Nederland en u zou ook de beestjes kunnen vangen en weer uitzetten waar ze thuishoren. Zoals u inmiddels al begrepen hebt, ben ik een dierenvriend, ik red slakjes die met nat weer de weg oversteken, ik hou van alle dieren met uitzondering van vlooien, muggen, vliegen en wespen. Toen er een paar jaar geleden bij de basisschool van mijn dochter ineens een enorme groep van rood gestippelde kevertjes rond kroop, begonnen de verhalen al snel, zouden ze giftig zijn of gevaarlijk? Toen ik ze zag zei ik nonchalant, “dat zijn vuurwansen, erg leuke beestjes, die volkomen ongevaarlijk zijn.” Laatst kwam iemand verschrikt thuis van het hardlopen met de melding dat hij zich rot geschrokken was van een adder. Nou komen adders wel voor in Nederland maar de kans dat u er een tegenkomt is zeer klein, ze zijn extreem schuw. Wat deze man waarschijnlijk gezien had was een volkomen onschuldige Hazelworm, die best wel op een enge slang lijkt. De foto die hij genomen had bevestigde dit. Toen kwam ik op het idee voor deze pagina over beestjes in Nederland. Ik wens u veel leesplezier, vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Vuurwants

rood gestippelde kevertjes

Deze grappige meestal rood met zwart getippelde kevertjes zijn vuurwantsen (Pyrrhocoridae). Er zijn wereldwijd ongeveer 300 soorten en meestal hebben ze felle rode kleur waar ze ook hun naam aan danken. Ze hebben een goede verdediging tegen vogels en andere insecteneters, ze smaken extreem vies. Vanaf mei ziet u veel vuurwantsen want dan komen ze uit hun winterschuilplaats en gaan ze op zoek naar een partner. Vaak ziet u ook parende vuurwantsen die met de achterlijven aan elkaar vast zitten. Ze zijn totaal ongevaarlijk en ze eten graag afgevallen blad maar ook andere insecten. Ze zijn dus de opruimers van de natuur. Ze komen vaak in grote aantallen bij elkaar voor en ze zitten graag in de zon. Vuurwantsen zijn dol op de blaadjes van Hibiscus, Acacia en de Linde. Ik vind het een heel leuk kevertje.

Miljoenpoot

beestje met heel veel poten

Het iet er uit aan een lang donkerbruin of zwart langestrekt beestje met enorm veel poten en het zijn miljoenpoten (Diplopoda). Ze onderscheiden zich van de normale duizendpoten omdat ze in plaats van één paar poten, twe paar poten aan elk lichaamssegment hebben. Er zijn heel veel soorten van deze beestjes en ze komen in heel Nederland voor. Bij het lopen worden de pootparen afwisselend bewogen waardoor ze een golvende beweging vormen. Bij gevaar rolt het zich op waarbij de kwetsbare kop altijd in het midden ligt. Ze hebben een stevig pantser ter bescherming en klieren aan de zijkant die een stinkende (licht) giftige afweervloeistof uit kunnen scheiden. Ze zijn ongevaarlijk en eten meestal rottend materiaal en soms ook dode dieren. Ze kunnen niet bijten maar ze schrapen laagjes af en nemen het op met de mond. Ze zijn nuttig als opruimers in de natuur.

Duizendpoot

roodbruin lang beestje met veel poten

Een oranje tot donkerrood lang beestje met veel poten en lange voelsprieten is meestal een gewone duizendpoot (Lithobius forficatus) ook wel gewone steenloper of bruine nijperduizendpoot of geschaarde duizendpoot genoemd. Het beestje is meestal 2 tot 3 cm lang en behoort tot de geleedpotigen, ze kunnen wel zes jaar oud worden. Wanneer u een steen optilt of wat boomschors zit er vaak wel eentje onder, die snel wegrent. Ze komen in heel Nederland voor en ze hebben een paar krachtige kaken met gifklieren waarmee ze hun prooi verlammen. Voor een mens is een beet van dit beestje vergelijkbaar met een wespensteek. Dit beestje kunt u dus het beste met rust laten.

Schaatsenrijder

beestje dat op water loopt

Een smal lichaam met kleine vleugels en vier lange poten waarmee ze op het water lopen, dan hebben we het over een heel leuk beestje, de schaatsenrijder (Gerris lacustris). Het is meestal maar anderhalf cm groot en het is een insect. Het kan op het water lopen omdat het heel licht is en niet door de oppervlaktespanning van het water heen zakt en ze bewegen zich voort door als het ware met hun pootjes te roeien. Ze jagen op andere insecten die in het water vallen maar ook op muggen laven in het water. Ze zijn voor de mens totaal ongevaarlijk en het is een leuk gezicht om ze over het water te zien “schaatsen”.

Pissebed

grijs insect onder stenen

Wanneer men in Nederland een steen of een emmer die lang staat optilt, is de kans groot dat er kleine grijze beestjes wegvluchten. Dit zijn pissebedden of om heel correct te zijn landpissebedden (Oniscidea). Het zijn geen insecten maar een soort kreeftachtigen. Alleen in Nederland komen wel 36 op het land levende soorten. Van oorsprong zijn het zeedieren die nu op het land leven maar nog steeds kieuwen hebben aan hun achterlijf. Deze kieuwen moeten vochtig blijven vandaar dat ze meestal in een vochtige plaats voorkomen. Ze leven van plantaardig materiaal zoals rottend hout en bladeren en ze hebben veel vijanden, zoals insecten, spinnen, amfibie?n en vogels. Veel mensen vinden ze vies, maar het zijn schone beestjes die erg kwetsbaar zijn en ook opruimers van de natuur. De naam pissebed komt waarschijnlijk uit de volksgeneeskunde, in de Middeleeuwen werden pissebedden gebruikt om bij mensen het urineren (pissen) te bevorderen.

Meikever

grote bruine vliegende kever

Een grote kastanjebruine kever van c.a. 3 cm met fijne beharing is een meikever (Melolontha melolontha) en hoewel ze tegenwoordig zeldzamer zijn kunnen ze soms ineens weer in grote getale opduiken. De kleur van de dekschilden en de poten is kastanjebruin en de kever heeft aan weerszijden driehoekige witte vlekjes. De antennes hebben een oranje kleur en eindigen in een langwerpige verdikking. Ze hebben een voorkeur voor fruit en loofbomen en in de avond kunnen ze grote zwermen vormen en op het licht afkomen. Omdat de larve veel schade aanrichtte is deze kever ook erg bestreden en komt steeds minder voor in Nederland. De meikever dankt zijn Nederlandse naam aan de tijd van het jaar dat hij voorkomt en dat is van mei tot juni. Ze zijn heel onschuldig, kunnen niet bijten of streken en gewoon in de hand genomen worden. Vroeger gebruikten kinderen de meikevers zelfs voor spelletjes.

Junikever

grote bruine vliegende kever

Een geheel oranjebruine tot geelbruine kever die over het gehele lichaam behaard is en c.a. anderhalf centimeter lang is, dat is een junikever. Ze zijn verwant aan de meikever maar veel kleiner. De volwassen kevers kan men vanaf juni zien wat ook de Nederlandse naam verklaart. Ze eten van de bladeren van verschillende loofbomen. Net als de meikevers komen ze niet zo veel meer voor maar komen ze in de avond wel bij elkaar om in zwermen rond te vliegen. Ook deze kever kan niet steken of bijten en is er geen enkele reden om bang voor ze te zijn.

Mestkever

grote bruine vliegende kever

Een grote zwarte licht glimmende kever is vaak een mestkever (Scarabaeus sacer), die over de hele wereld voorkomt en dus ook in Nederland. De kleur is zwart maar ook soms een beetje groen- of blauwachtig, ze zijn krachtig gebouwd en hebben stevige poten. De zware bepantsering maakt dat de mestkever zwaar en niet erg snel is, vaak kruipen ze langzaam over de grond, maar ze kunnen ook vliegen wanneer dat nodig is. Mestkevers zijn planteneters die de mest eten van grotere zoogdieren zoals koeien en paarden. Ze eten alleen maar mest van planteneters en ik kom ze heel vaak in grote aantallen tegen in het bos op ruiterpaden waar paardenmest ligt. Op de paden worden ze vaak vertrapt omdat ze zo traag zijn, ik gooi ze meestal even naast het pad. Ze kunnen geen kwaad en je kunt ze met de hand oppakken. Ze kriebelen hoogstens een beetje.

Kakkerlak

eirond afgeplat bruin tot zwart keverachtig insect

Een eirond afgeplat bruin tot zwart keverachtig insect is meestal een kakkerlak (Blattodea) en er bestaan erg veel soorten, in Nederland komen er 5 tot 7 soorten voor. Ze zijn meestal goed gecamoufleerd en kunnen ook erg snel lopen. Kakkerlakken zijn alleseters en wat bijzonder is dat ze lange tijd zonder eten kunnen overleven. In huizen eten ze vaak rondslingerende etensresten wat meestal het gevolg is van slechte hygiëne. Ze vermeerderen zich snel en kunnen zo ook snel een plaag worden. Ze zijn voor mensen onschadelijk maar kunnen wel bacteriën en ziektes overbrengen op het voedsel en via hun uitwerpselen. De meeste mensen gruwen dan ook van deze beestjes, ze zijn helaas wel vaak resistent tegen veel bestrijdingsmiddelen. De beste remedie is toch een schoon huis.

Zilvervisje

zilverkleurig lang insect

Een zilverkleurig lang insect met een 1,2 tot 3 cm lang met een puntige achterkant is meestal een zilvervisje (Lepisma saccharina). De naam hebben ze door de zilverachtige glans van de schubben maar ook omdat ze zo snel zijn. Ze komen voor al voor in vochtige ruimtes en keukenkastjes. Er is ook een variant die in papier voorkomt, dis staat hier onder beschreven. Omdat ze vaak voorkomen op vieze plekken kunnen ze schimmels, bacteriën en virussen verspreiden waardoor mensen ziek kunnen worden. Ze komen vaak voor waar spleten in plinten zitten en ze zich overdag dus goed kunnen verstoppen. Deze beestjes wil je dus niet en je huis en er bestaan ook meerdere bestrijdingsmiddelen tegen, maar wat vooral helpt is alle kieren en spleten goed dichtmaken.

Papiervisje

lichtgrijs lang insect

Een grijs lang insect met een 1 tot 1,5 cm lang met een puntige achterkant is meestal een papiervisje (Ctenolepisma longicaudata Escherich), familie van het zilvervisje. Het verschil tussen een zilvervisje en een papiervisje is lastig maar het papiervisje is iets kleiner en ook iets lichter grijs is en heeft vaak wat spikkels op de schubben. Ze kunnen wel 8 jaar oud worden en vervellen ook meerdere keren. Papiervisjes zijn lichtschuw en overdag verbergen ze zich en ze leven het liefst op warme droge plaatsen. Ze kunnen lang zonder voedsel overleven en hun voedsel bestaat voornamelijk uit koolhydraten zoals cellulose en zetmeel zoals papier en lijm van behang en boeken. Zelfs kleding en wandbedekking kunnen worden aangevreten door papiervisjes. Ook deze beestjes wil je dus niet en je huis en er bestaan ook meerdere bestrijdingsmiddelen tegen.

Oorworm

beeste met grijpers aan het achterlijf

Een langwerpig beeste met gevaarlijk ogende tangachtige aanhangsels aan het achterlijf is een oorworm (Dermaptera) en het is een gevleugeld insect. Er zijn heel veel soorten maar ze verschillen eigenlijk alleen in grootte en kleur. Ondanks dat ze vleugels hebben vliegen ze nooit. Ze zitten vaak achter loszittende boomschors en onder bladeren en ze hebben het liefste een licht vochtige omgeving. De meeste mensen vinden ze eng omdat ze denken dat de oorworm met zijn tangachtige aanhangsel kan steken of knijpen. De beestjes steken het achterlijf wel omhoog bij gevaar maar dat is allen om af te schrikken, ze kunnen er niet zoveel mee. Toch is een kneepje van een oorworm door de mensen wel voelbaar, toch zal het nooit een verwondingen geven. De naam oorworm is op twee manieren fout, ze zitten niet in oren en het zijn geen wormen. Het verhaal dat ze in oren kruipen is een mythe, het zou bij mensen die in het open veld slapen kunnen gebeuren, maar dat gaat voor meerdere insecten op. Als kind in Drenthe noemden we ze knieptange of wel knijptangen. Ze zijn alleseters en ze leven van plantendelen, dood materiaal en kleine diertjes. Het zijn dus onschuldige beestjes en ook weer opruimers in de natuur.

Sprinkhaan

groen beestje met grote achterpoten

Een groen beestje met grote achterpoten dat hoog kan springen en soms een soort van stekel aan zijn achterlijf heeft is een sprinkhaan. Veel mensen verwarren een sprinkhaan met een krekel, ze zijn familie van elkaar maar de krekel is meestal veel donkerder. Er zijn twee hoofdsoorten, de veldsprinkhanen met korte sprieten (korter dan het lichaam) en de sabelsprinkhanen met sprieten die langer zijn dan het lichaam. De meeste soorten worden enkele centimeters lang. Ze komen voor op planten en grassen maar ook in struiken en ze leven vaak in zonnige gebieden. Sprinkhanen zijn echte planteneters en in grote aantallen kunnen ze echt een plaag worden. Sprinkhanen kunnen heel ver springen om zo aan gevaar te ontsnappen en soms hebben ze ook kleine vleugels waarmee ze nog verder kunnen springen. Ze kunnen ook geluid maken, meestal door met de dijen langs de vleugels te strijken. Meestal sjirpt het mannetje om de vrouwtjes te lokken. De sprinkhanen die in Nederland voorkomen zijn niet gevaarlijk of giftig, het stekel aan het achterlijf is een legbuis om de eitjes te leggen en het beestje kan er niet mee steken.

Hazelworm

de hazelworm lijkt op een slang

Dit beestje is bruin van kleur en kan een lengte van 45 cm bereiken en het is een hazelworm (Anguis fragilis). Veel mensen denken dat het een slang is maar het is eigenlijk een pootloze hagedis. De hazelworm komt op veel plekken binnen Europa voor en ook in Nederland. Hij leidt een verborgen leven tussen bladeren en takken en hij eet vooral kleine ongewervelden dieren zoals regenwormen en slakken. In Nederland komen ze voor in vochtige bossen maar ook in heidevelden. Omdat ze net als slangen vaak de tong uitsteken om te ruiken denken mensen vaak dat het een slang is, en in Nederland denkt men dan snel aan een giftige adder. Maar het beestje is erg schuw en volkomen ongevaarlijk. Het is ook het beste om het met rust te laten, en zeker wanneer u het verschil met een giftige adder niet kunt zien is het veiliger om uit de buurt te blijven.

Slakken

Tuinslak

slak groen geel huisje

Een slakje met een geel groen (soms zelfs bruin) gestreept huisje dat veel voorkomt in Nederland is de gewone tuinslak (Cepaea nemoralis). Soms noemt men ze ook duinslak of roze tuinslak. Deze slak lijkt heel veel op de witgerande tuinslak (Cepaea hortensis) maar die is meer geel van kleur. Bovendien is de rand van het huisje waar de slak uitkomt wit bij de de witgerande tuinslak. Het slakkenhuisje is bolvormig en wordt ongeveer 2,5 centimeter groot. Het lichaam is grijs en de bovenste twee steeltjes hebben ogen en de onderste dienen om geuren mee op te vangen. De tuinslak is voornamelijk een afvaleter van plantaardig en dierlijk materiaal, maar ook tuinplanten zijn af en toe de klos, daarom willen veel mensen deze slakjes niet in de tuin. Toch zijn het hele mooie ingenieuze beestjes, wij hielden er af en toe een paar in een klein oud aquarium. Ze hebben geen tanden maar een rasptongetje en je kunt ze zonder problemen op je hand laten voortglijden. Slakkenslijm schijnt zelfs goed te zijn voor de huid en zit tegenwoordig zelfs in cosmetica.

Boom- of heesterslak

grote donkerbruine slak

Een grote donkerbruine slak met gestreept huisje is meestal een heesterslak (Arianta arbustorum) die men soms ook een boomslak noemt. Deze soort komt in heel Europa en ook in heel Nederland voor en het oppervlak van de schelp is meestal glad en glanzend met spiraalvormige groefjes. Het kleurpatroon bestaat uit een bruine spiraalband en het huisje kan ook bedekt zijn met vele lichtbruine vlekjes. Ze leven zowel in een vochtige als droge omgeving, soms in bosjes, struiken, rietland en in oude muren, ze hebben wel de voorkeur voor een beetje schaduw. Ze eten hoofdzakelijk bladeren van bomen en struiken maar ook kruiden en besjes. Ook deze slakken kun je gewoon op je hand laten voortglijden, het is niet eng. Pak ze niet bij hun huisje op want ze plakken met de voet vrij stevig aan een oppervlak en het grootste deel van de organen zit in het huisje.

Wijgaardslak

grote lichtbruine slak

Een grote lichtbruine slak met een gevlekte huid is de wijngaardslak (Helix pomatia). Dit is een vrij grote slak het lichaam kan een lengte tot 12 centimeter hebben en het huisje is 3,5 tot 5 cm groot. De wijngaardslak komt oorspronkelijk voor in zuidelijk en centraal Europa maar komt in Nederland in Limburg en ook in de duinen voor. De slak houd van kalkrijke gebieden die met planten maar niet te dicht begroeid. Deze slak eet alle delen van de plant maar de slak is zelf ook een geliefd maal van vele dieren. Ook de mens eet deze slak en deze slak is als escargot een delicatesse in de Franse keuken. De slak is inmiddels redelijk zeldzaam en valt onder de beschermde diersoorten.

Boeken over beestjes

Compactgids insecten Compactgids insecten. De ideale begeleiders voor onderweg: handig, duurzaam en goedkoop! Deze handige pocketgidsen zijn in schot in de roos voor elke natuurliefhebber. De boekjes geven beknopte informatie over kenmerken, leefwijze, habitat en verspreiding en zijn voorzien van trefzekere illustraties. Deze serie bestaat uit de delen Bomen, Dieren rond het huis,Paddenstoelen,Strand en kust, Vogels,Tuinvogels,Bloemen, Vlinders en Insecten. Inclusief een unieke miniposter.
kopen knop


ANWB NatuurgidsANWB Natuurgids Een splinternieuwe editie van de handzame veldgids. De ANWB Natuurgids is al jarenlang een informatiebron op zakformaat. Ik heb zelf ook nog de oude editie maar deze nieuwe editie heeft een complete restyling ondergaan, zowel het uiterlijk als de inhoud is grondig aangepast. De gids bevat de meest voorkomende dier- en plantensoorten in Europa, ruim een derde is nieuw opgenomen. Nieuw is verder de grotere hoeveelheid foto’s per soort en de specifieke kenmerken waaraan deze te herkennen is. Verspreidingskaartjes staan bij soorten die niet overal in Europa voorkomen of zich gedurende het jaar verplaatsen. De gegevens zijn overzichtelijk gerangschikt, de beschrijvingen beknopt. Handige kleurcodes vergemakkelijken het zoeken. De ANWB Natuurgids is de ideale veldgids voor onderweg.
kopen knop


Meer pagina’s over natuur

Dieren houden

afbeelding konijn Veel mensen hebben één of meerdere huisdieren, voor de gezelligheid of omdat ze nuttig zijn. Veel kinderen hebben ook een huisdier waar ze veel van houden en waar ze voor kunnen leren zorgen. Hoewel mijn ervaring is dat de verzorging meestal toch door de ouders gedaan wordt, kunnen kinderen desondanks veel van hun huisdieren leren maar kan een huisdier ook een trouwe vriend zijn. In Nederland heeft meer dan de helft van de huishoudens een huisdier. De definitie van een huisdier is “een dier dat in of om het huis woont en leeft”. In ruimere zin vallen ook boerderijdieren als paarden, koeien en geiten enz. onder de (landbouw) huisdieren. Vroeger werden huisdieren voornamelijk gehouden om hun nut, tegenwoordig worden dieren vaak alleen als gezelschapsdier gehouden. Veel voorkomende huisdieren zijn de hond, de kat, het konijn en de goudvis, maar ook hamsters, muizen, tamme ratten, cavia’s, fretten, parkieten, kanaries en vele andere dieren kunnen als huisdier gehouden worden. Hoewel huisdieren meestal worden gehouden als gezelschapsdieren, is er ook een psychische en soms lichamelijke functie voor het dier. Angst, eenzaamheid en depressie kunnen afnemen door een huisdier neemt en een huisdier kan voorzien in de behoefte om aan te raken en aangeraakt te worden en te verzorgen. Ook kan een huisdier zorgen voor sociale contacten bij het uitlaten of bezoeken van andere huisdiereigenaren. Wel is het belangrijk om voordat u een huisdier neemt hier goed over na te denken, een huisdier heeft ook verzorging nodig, zal geld kosten voor deze verzorging en de nodige tijd en aandacht gaan vragen. Dit moet men zich goed bedenken voor men tot de aanschaf van een huisdier overgaat. Ook is het verstandig zich enigszins te verdiepen in de verzorging, voeding en medische zaken m.b.t. het huisdier. Ik heb zelf altijd huisdieren gehad en op deze pagina beschrijf ik enkele dieren die ik gehad heb en dieren die ik momenteel nog heb. Vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Over het houden en verzorgen van dieren

Als je de mensen leert kennen en begrijpen, ga je van dieren houden.

Ik heb zelf veel huisdieren en deze pagina gaat over liefde voor dieren, meer dan de helft van de huishoudens in Nederland heeft een huisdier en in bijna 40 procent is een kat of hond. De meeste dieren worden gehouden als gezelschapsdier maar ook zijn er mensen die bijvoorbeeld in een terrarium of aquarium een mooie en goed functionerende leefomgeving willen creëren en in stand willen houden. Ook zijn er mensen die bijvoorbeeld dieren houden om er mee te fokken en zijn er dierenliefhebbers die dieren houden voor de sport of om te trainen. De volgende soorten huisdier worden gehouden in Nederland, 3.6 miljoen katten, 2.9 miljoen aquariumvissen, 2 miljoen vijvervissen, 2.6 miljoen zang en siervogels, 1.76 miljoen honden, 1 miljoen postduiven, 600.000 konijnen, 400.000 knaagdieren, 300.000 paarden en pony’s en 100.000 reptielen en amfibieën. Helaas is deze dierenliefde geen garantie dat het met deze dieren ook goed gaat, veel huisdieren hebben allerlei genetische gebreken die meestal door de mens opzettelijk veroorzaakt zijn door fokken, omdat we een afwijkend (en onnatuurlijk) uiterlijk mooi vinden. Maar er zijn ook veel dieren die door gebrekkige kennis met veel liefde eigenlijk mishandeld worden doordat ze niet de goed voeding krijgen, niet een goede leefomgeving hebben of niet de goede verzorging krijgen. Vaak is dit terug te leiden naar gebrek aan kennis over het dier en de verzorging. Wanneer men echt om het (huis)dier geeft zal men zich ook moeten verdiepen in kennis over het dier, het gedrag en de verzorging en de huisvesting. Ook moet men bijvoorbeeld sociale dieren die normaal niet alleen leven niet jarenlang alleen in een kooi of hok opsluiten. De liefde voor dieren is soms een beetje hypocriet volgens de bekende bioloog Midas Dekkers die stelt: “We houden van onze huisdieren, dus voeren we ze worst en kip uit de bio-industrie”.

Meer pagina’s over natuur

Kippen houden

kippen houden Als kind hadden we thuis altijd kippen en ik heb nu zelf al vele jaren een aantal kippen in mijn achtertuin, na vele jaren heb ik de nodige ervaring opgedaan in het houden en verzorgen van kippen. Iedereen die een tuin heeft kan een paar kippen houden, het zijn gezellige, levendige en vriendelijke dieren die een beetje scharrelen en niet extreem veel verzorging nodig hebben. De meeste kinderen zijn gek op kippen en de verzorging van de dieren leert ze verantwoordelijkheid nemen en zorg dragen voor de natuur. Kippen zijn zowel in aankoop als in verzorging redelijk goedkope dieren, wat het menu betreft, stellen de kippen geen hoge eisen, het zijn echte alleseters. Naast een basis rantsoen van kippenvoer eten ze met veel enthousiasme de tafelresten en ook het onkruid uit de tuin. Nog een voordeel is dat ze een groot deel van het jaar ook nog nog voor verse eitjes zorgen. Niet iedere tuin is echter geschikt voor kippen u dient wel voldoende plaats hebben voor kippen. Wanneer u teveel kippen op een te beperkte oppervlakte heeft kan dit aardig gaan stinken en dat is voor u en uw buren vaak geen pretje. Omdat kippen sociale dieren zijn is goed om tenminste twee kippen te nemen. De kosten van voeding en verzorging zijn bij kippen, zeker in verhouding tot vele andere huisdieren, bijzonder laag te noemen. Vaak worden kippen gehouden voor de kinderen en dat is op zich zeker geen slecht idee, de verzorging van kippen is vrij eenvoudig en het schoonmaken en onderhouden van de hokken kan ook door de kinderen worden gedaan.

Maar het is goed om ze hierover vooraf eerst de nodige kennis op te laten doen, want als huisdier en levend wezen hebben kippen uiteraard recht op goede voeding en verzorging. Omdat kippen erg hechten aan hun hok is het in veel gevallen mogelijk om de kippen vrij in de tuin of het erf rond te laten lopen. Dan moet u er overigens wel voor zorgen dat de dieren niet op de weg kunnen komen, of bij de buren gaan scharrelen, want daar komt vaak ruzie van. U moet dus zorgen voor een goede afrastering, dat zal veel onnodige toestanden voorkomen en zo kunnen uw kippen toch een beetje van de vrijheid genieten. Soms zal het nodig zijn om uw kippen te kortwieken, aangezien met name de lichte rassen en de krielkippen tot redelijke hoogten kunnen vliegen. Als u echter ook dit soort zaken regelmatig bijhoudt en controleert, is er geen vuiltje aan de lucht om uw kippen vrij rond te laten scharrelen. In verband met lawaai en buren raad ik het iedereen af om geen haan te nemen, wanneer men in een woonwijk woont, kippen hebben geen haan nodig als ze met een kleine groep zijn. Kippen kunnen makkelijk handtam gemaakt worden en zijn leuke sociale dieren. Deze pagina gaat over het houden en verzorgen van kippen. Vriendelijke groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Kippen, waar moet u rekening mee houden

Kippen zijn in vergelijking met andere huisdieren veel minder veeleisend, maar hebben desondanks wel elke dag voeding en vers water nodig. Ook zal het hok geregeld schoongemaakt moeten worden en moet er tijdens een afwezigheid en vakantie voor gezorgd moeten worden. Het houden van kippen hoeft zeker niet duur te zijn, toch moet u in elk geval rekening houden met de aanschaf of bouw van een goed en deugdelijk (nacht)hok en eventueel een ren. Ook kan het voorkomen dat uw kippen een ziekte onder de leden krijgen waarvoor u een dierenarts moet raadplegen.

Kippen hebben geen haan nodig om gelukkig te zijn ze kennen een onderlinge rangorde die de pikorde heet. Wanneer u kippen ziet die de pikorde nog moeten bepalen begrijpt u waar dit begrip vandaan komt. Vaak neemt een van de hennen de taak van haan op zich waarbij ze zich dominant gaat gedragen en zelfs soms een poging doet om te kukelen. Wanneer u wel een haan neemt dan moet u er rekening mee gaan houden dat de haan de hennen zal gaan bevruchten. Zo lang de bevruchte eieren niet bebroed worden, is er niets aan de hand en verschilt een bevrucht ei niet van een onbevrucht ei. U kunt het gewoon eten en proeft het verschil ook niet. Wel moet u oppassen als het bevruchte ei al één of meer dagen bebroed is. Ook kunnen hanen problemen veroorzaken doordat ze in de ochtend behoorlijk vroeg kunnen kraaien. Dit zullen de meeste buren u niet in dank afnemen. Neem dus alleen een haan wanneer u vrij genoeg woont en u er geen overlast mee veroorzaakt.

Hoeveel kippen u kunt houden hangt in grote mate af van hoeveel ruimte u beschikbaar hebt. Wanneer u alleen maar een paar dieren voor de hobby neemt kunt u minimaal twee of drie tot zelfs acht kippen nemen. Wanneer u kippen wilt houden in een afgesloten ruimte is het belangrijk om rekening te houden hoeveel ruimte ze minimaal nodig hebben. U kunt daarbij uitgaan van een leefoppervlak van zo rond anderhalf tot twee vierkante meter per kip. Dit zijn echter wel de minimummaten en het spreekt voor zich dat elke meter die u de dieren meer kunt bieden, welkom is. Het de levensvreugde en vitaliteit van uw kippen zeer ten goede komen en de kans dat er ziekten uitbreken is ook het grootst wanneer veel dieren bij elkaar in een (te) kleine ruimte gehouden worden. Wanneer u de kippen dagelijks de kans geeft om enkele uren buiten rond te scharrelen in de tuin kan een hok met kleinere afmetingen ook prima.

Wanneer u al enkele kippen heeft en er nieuwe bij wilt plaatsen, doe dit dan bij voorkeur ‘s avonds als de dieren op stok zitten en het donker is. De nieuwe kip verstoord de pikorde en de oudere dieren kunnen de nieuwe, die ze als indringers zien, gaan belagen met soms fatale gevolgen. In het donker zijn kippen niet actief en vindt de acceptatie van nieuwkomers veel makkelijker plaats en tegen de ochtend zijn de dieren vaak al aan elkaar en aan elkaars geur gewend. Maar u dient uw kippen in het begin even in de gaten te houden, kleine schermutselingen in de groep zijn onvermijdelijk en het duurt soms dan ook enige dagen voordat de nieuwe rangorde is vastgesteld. Hoe zielig het er soms ook uitziet, u moet pas ingrijpen als er bloed is want dan kan het fataal worden. Kippen kunnen onder elkaar soms erg hard zijn in het begin, maar wees gerust, het gaat meestal snel voorbij als de nieuwe kip zijn plaats heeft.

Kippen, huisvesting, voeding, ziekten.

Welke huisvesting voor kippen?

kippenhok Er bestaat een grote keuze aan hokken die geschikt zijn voor kippen, waarbij u wel moet bedenken dat het een sociaal dier is dat bij voorkeur met meerdere bij elkaar gehouden moet worden. Aan een goed en deugdelijk kippenhok worden een aantal voorwaarden gesteld, waarvan de belangrijksten zijn: comfort, bescherming tegen weersomstandigheden en een vooral een absoluut tochtvrij nachthok. De dieren moeten droog kunnen zitten en ze moeten over voldoende ruimte beschikken om zich goed te kunnen bewegen. Er zijn diverse afmetingen en uitvoeringen kippenhokken te koop, maar voor de handige knutselaar is het ook niet al te moeilijk om zelf een kippenhok te timmeren. Wel moet u er rekening mee houden dat ook het schoonhouden makkelijk moet kunnen gebeuren. De grootte van het kippenhok hangt ook af van het door u gekozen ras, als vuistregel kunt u aanhouden dat voor elke volwassen grote kip een ruimte nodig is van ongeveer één vierkante meter en dat men voor krielkippen moet rekenen op zo’n drie dieren per twee vierkante meter. Bij een overbevolking zullen de dieren elkaar voortdurend lastig vallen.

Het nachthok met daaraan verbonden een ruime open ren komen we tegenwoordig wat minder tegen, meestal kunt u hokken kopen waarvan het nachthok en de ren uit een overdekt geheel bestaat. Het voordeel hiervan is dat ze minder tochten en de kippen ook bij slecht weer en kou nog ruim voldoende bewegingsruimte hebben. Bij een groot hok moet u rekening houden met de bouwvoorschriften van de gemeente en eventueel de voorwaarden die de verhuurder van uw woning aan een dergelijk bouwwerk stelt. Voor alles moet een kippenhok droog en luchtig zijn en mag het hok absoluut niet tochtig zijn want kippen zijn erg gevoelig voor tocht. Bij de plaatsing van het hok kunt u dit het beste met de voorzijde op het oosten zetten en moet het hok de kippen ruim voldoende bescherming geven tegen strenge winters. De bodem van het kippenhok kan het beste van beton zijn omdat dit eenvoudig schoon te houden is, maar een stukje aarde vinden kippen ook geweldig om in te kunnen krabben en pikken. Wel raakt deze aarde snel vervuild en moet u deze regelmatig een keer omwerken. Via het Internet kunt u tegenwoordig leuke hokken kopen waar u een paar kippen gemakkelijk in kunt huisvesten.

Zorg er wel voor dat het nachthok afgesloten kan worden, mijn kippen zijn over het algemeen om 7 uur in de ochtend wakker em gaan dan naar buiten om voer te zoeken. Wanneer er geen voer is gaan ze heel hard zeuren en de buren vinden dit zo vroeg in de ochtend (zeker in het weekend) niet zo leuk. Daarom sluit ik elke avond laat het nachthok af en doe het pas in de ochtend weer open als de kippen eten krijgen. Dan zijn ze meestal zo druk dat ze niet meer zeuren.

Voeding voor kippen

Kippen zijn bijna alleseters, maar u moet wel opletten dat uw kip geen vuilnisbak is. Kippen stellen betrekkelijk weinig bijzondere eisen aan hun voer en in de dagelijkse praktijk zal dit dan ook nauwelijks problemen zijn. Bij de dierenzaak kunt u diverse soorten kant en klaar voer kopen het in de handel gebrachte verpakte voer voor kippen is zodanig samengesteld, dat ze optimaal in de voeding behoefte van de dieren voorziet. Kippen hebben net als alle andere vogels geen tanden en kunnen dus het voedsel niet in de bek vermalen. In de krop, wat een klein, balvormig orgaan vlak onder de slokdarm is, wordt het voedsel tijdelijk opgeslagen en voor geweekt. Het voedsel komt daarna beetje voor beetje in de spiermaag, een sterk orgaan met stevig gespierde wanden, die sterk kunnen samentrekken en kippen eten grit en steentjes wat in de spiermaag achterblijft en waarmee ze het eten fijnmalen. Daarom moeten kippen dus altijd over een bak schelpengrit en maagkiezel beschikken. Uiteraard heeft grit ook invloed op de vorming van de eierschaal. Strooi het graanvoer gewoon over de grond uit want de eventueel met het graan opgenomen aarde heeft een goede uitwerking op de spijsvertering van de kippen.

Kleine hoeveelheden tafelresten kunnen zeker geen kwaad, maar bedenk wel dat het dagelijks verstrekken van grote porties niet zo goed is omdat de kippen deze resten eten en hun andere voer laten staan, waardoor ze een niet een uitgebalanceerde voeding krijgen. Ook kunnen grote porties tafelresten, keukenafval en oud brood een nadelige invloed hebben op de leg. Aan loslopende kippen kunnen we zien dat ze graag allerlei jong groen opeten en het is dan ook aan te bevelen om de opgesloten kippen regelmatig wat groenvoer te geven. De groene groenten en knolgewassen die geschikt zijn voor kippen zijn bijna onbeperkt, maar de volgende lijst kan als leidraad dienen voor wat men zou kunnen geven: bieten, spruitjes, worteltjes, sla, bloemkool, boerenkool, en diverse andere koolsoorten. Ook moet u elke dag de voerbak controleren en het drinkwater verversen want kippen moeten altijd de beschikking over vers water hebben. In de dierenspeciaalzaak zijn ook waterbakken te koop met een reservoir.

Gezondheid van uw kippen

Wanneer u bij uw kippen komt moeten ze wel vol leven zijn, want een kip die met zijn kopje tussen de veren gestoken rustig blijft zitten, geeft daarmee aan dat hij niet geheel in orde is. Het is dan verstandig de kip even af te zonderen van de rest van de kippen wanneer u er meerdere heeft. In afzondering kunnen we de kip goed in de gaten houden en voorkomen we dat de andere dieren besmet raken. Mocht de kip niet opknappen, aarzel dan niet om uw dierenarts om raad te vragen. Net als alle andere vogels hebben kippen ook hun rui periode waarin ze de veren wisselen. Kippen verliezen weliswaar het hele jaar door een paar veertjes, maar tijdens de rui verwisselt de kip zijn oude veren voor een geheel nieuw stel. Ondanks dat er veel veren tegelijk uitvallen mag de kip niet echt kale plekken krijgen. De rui duurt gewoonlijk vier tot acht weken, hennen zullen gedurende de eerste tijd van de rui nog wel aan de leg blijven, maar zodra de nieuwe veren goed beginnen te groeien stopt ze tijdelijk met leggen. Kippen die in de rui zijn, zijn erg gevoelig voor tocht en een daaruit voortvloeiende verkoudheid. Tijdens de rui mag u de kip best een keer extra verwennen met wat lekkers. (Ik geef ze vaak een klein kuipje kattenvoer (rundvlees) als extraatje, of wat meelwormen.)

Help mijn kip is broeds!

Iedereen die kippen heeft zal wel eens meemaken dat een kip broeds is, ze zit de hele dag op het nest, ze maakt kloek geluiden, vaak heeft ze een kale plek op de borst en ze legt geen eieren meer. Doordat ze de hele dag op het nest zitten en weinig eten vallen ze vaak ook erg af, dus ook voor de kip is het uiteindelijk niet zo prettig. Er zijn zelfs gevallen bekend van kippen die zichzelf dood broeden. Een kip word van nature broeds om zich voort te planten, of het gebeurt en hoe vaak verschilt van ras. Een wyandotte is om de haverklap broeds en dat is één van de redenen waarom ik dit ras niet meer neem. Kippen kunnen elkaar ook aansteken met broedsheid en voor u het weet zit het halve hok de hele dag op het legnest. Ook zonder haan zullen kippen wel broeds worden, de aanwezigheid van een haan heeft geen invloed. De broedsheid bij een kip wordt veroorzaakt door hormonen, vaak zal dit losbarsten als het mooi weer begint te worden.

Broedsheid kan bij kippen behoorlijk hardnekkig zijn, ik probeer de broedsheid dan ook meestal te doorbreken en de kip weer op haar normale gedrag terug te brengen. Niet alleen voor mijzelf, ik ben gek op de eitjes, maar ook voor de arme kip. Wat kunt u doen met een broedse kip, u kunt de kip haar gang laten gaan, de broedsheid zal ongeveer drie weken duren en vanzelf weer overgaan. Echter het kipje kan zo verzwakt zijn dat het nog een tijdje erna geen eieren zal leggen. Ik probeer eerst de meest vriendelijke methode en dat is de kip telkens uit het legnest te halen en in de ren te doen, dit vindt ze niet leuk en ze zal ook vaak best een tijdje mopperen. Ze zal proberen weer snel naar het legnest te komen, maar als ze in ieder geval iets gegeten en gedronken heeft is dat al een hele geruststelling. Bij hardnekkig broedse kippen zal hierdoor de broedsheid niet snel overgaan.

Er zijn mensen die het achterwerk van een kip in koud water dompelen om de kip af te laten koelen en zo de broedsheid te doorbreken. Ik doe dit ook wel eens maar ik vind dit niet zo diervriendelijk. Het beste werkt nog altijd de kip afzonderen in een kaal hok zonder legnest of mogelijkheid om te gaan broeden, liefst een wat koudere stenen ondergrond. Ik geeft de kip voldoende eten en drinken en let goed op dat ze toch niet stiekem gaat broeden. De kip een tijdje in een grote door of krat doen, met genoeg voer en water werkt ook. Ik heb naast de kippenren een kleine extra ren gemaakt die ik ook gebruik als kippen niet zo goed aan een nieuwe kip kunnen wennen. Ze kunnen elkaar we zien, horen en ruiken maar niet bij elkaar komen. De broedse kip kan hier ook rustig een paar dagen de broedsheid afbouwen. Veel succes, en weer een beetje aardig tegen uw broedse kip, zij kan er ook niets aan doen.

Kippen in de rui

Net als alle andere vogels hun hebben kippen ook een ruiperiode. Tijdens het ruien verwisselen de vogels het verenpak, kippen verliezen weliswaar het hele jaar door wat veertjes, maar tijdens de rui verwisselt de kip alle oude veren voor nieuwe. Er vallen in deze periode veel veren tegelijk uit, maar toch mag de kip geen echte kale plekken krijgen. Volwassen kippen verwisselen tijdens de rui al hun veren en het ruien van kippen verloopt op een vaste wijze. De rui duurt gewoonlijk vier tot acht weken. De meeste kippen zullen gedurende de eerste tijd van de rui nog wel aan de leg blijven, maar zodra de nieuwe veren goed beginnen te groeien stoppen ze met leggen. Het ruien eindigt met het verwisselen van de veren aan de voorkant en op de kop. Her ruien kost een kip heel veel inspanning (vandaar dat de leg ook tijdelijk stopt) u moet de kip dan ook tijdens de rui zoveel mogelijk met rust laten.

Ook zijn kippen die in de rui zijn erg gevoelig voor tocht en een daaruit voortvloeiende ziektes. Wanneer het warm en zonnig weer is, kunt u de ruiende kippen gewoon buiten laten lopen. Tijdens de rui voelen kippen zich met zo lekker en gedragen ze zich soms wat lustelozer. We moeten onze kippen in deze periode dan ook een beetje extra verwennen. Verzorg de kippen in de rui extra goed en houdt het hok zorgvuldig schoon. Kippen die in de rui zijn kunt u een graanvoeder geven met zonnebloempitten. Wanneer uw kippen niet snel genoeg door de rui komen, heeft de dierenspeciaalzaak ook nog wel een aantal middeltjes die een snelle rui bevorderen. Volg daarbij altijd nauwkeurig de aanwijzingen op de verpakking op. Belangrijk is echter dat u tijdens deze periode wat extra aandacht heeft voor uw kippen.

Kippen en bloedluizen

bloedluizen bij kippen Bijna iedereen die kippen heeft ts wel eens wanhopig geworden wanneer er weer bloedluis (rode vogelmijt) in het hok zitten. De beestjes planten zich heel snel voort en nemen flink wat bloed af van kippen die door het bloedverlies vaak vale kammen krijgen, erg onrustig worden en vaak ook van de lage raken. Soms springen de mijten zelfs op je hand wanneer je een ei uit het hok raapt. De naam bloedluis klopt eigenlijk niet, het beestje is geen luis maar een mijt en deze mijten planten zich razendsnel voort en kunnen maar liefst 9 maanden zonder voedsel. Bij besmetting kan men gif inzetten, maar bijna alle middelen zijn hiervoor zijn inmiddels verboden en het is ook niet zo fijn omdat dit gif ook in de eieren terug te vinden is. Er zijn een paar dingen die men standaard kan doen om een bloedluizen besmetting te voorkomen. Houd het hok goed schoon, goede hygi?ne verkleint de kans op besmetting en smeer de zitstokken aan de uiteinden in met vaseline, hier blijven de mijten in steken zodat ze niet bij de kip kunnen komen. Wanneer men al een besmetting heeft kan men ook de natuurlijke vijand van de bloedluis (zoals de roofmijt) inzetten, via het internet kunt u eenvoudig een zakje roofmijten bestellen die u in het hok en de legnesten kunt rondstrooien. De roofmijten gaan op jacht naar bloedluis en zijn veilig voor de kippen, ik heb hier zelf hele goede ervaringen mee. Daarnaast smeer ik boven de halve meter alle kieren in met vaseline en spuit ik een biologisch verantwoord bestrijdingsmiddel in de tussenwanden van het hok. Op de bodem en onder in het legnest leg ik tabakstelen, hier zijn bloedluizen ook niet zo gek op en alle beetjes helpen om die nare beestje te bestrijden.

Kortwieken van kippen

de vleugels van de kip kortwieken Kippen vinden het heerlijk om in de tuin te scharrelen, ze pikken en krabben naar steentjes en eten zaadjes, gras, blaadjes, insecten en wormen. Het is een grappig gezicht om te zien dat als een kip een worm gevonden heeft de de anderen er direct op afstuiven om hun deel te bemachtigen. Maar ook vinden kippen het heerlijk om het zand een stof of zandbad nemen, ze draaien zich dan heerlijk in het zand rond en bestrijden zo het ongedierte tussen hun veren. Omdat de meeste kippen toch nog een vlieghoogte halen van een tot anderhalf meter, bestaat de kans dat ze over de erfscheiding vliegen en zo in de tuin van de buren komen. Meestal zijn de buren daar niet zo van gediend, zeker wanneer de kippen poepen in hun tuin en de beplanting opeten of vernielen. Om dit te voorkomen kunt u uw kippen kortwieken, hierbij worden van de grote slagpennen, dit zijn de grote veren aan de buitenkant van de vleugels afgeknipt. Veren zijn net als haren, de kip zal er niets van voelen, behalve dat ze het irritant zal vinden. Het beste is om de tweede, derde en vierde slagpen af te knippen wanneer u de vleugel met de hand uitrekt van de kip af. Wanneer u de buitenste slagpennen laat zitten blijft de vorm van de kip nog mooi. U kunt ook de slagpennen maar aan één kant afknippen waardoor de kip bij het vliegen uit haar evenwicht raakt. Ik doe het zelf vaak gewoon aan twee vleugels zodat ze nog wel naar de stok kunnen fladderen. Let wel op dat de slagpennen bij de eerstvolgende rui weer aangroeien en u deze weer opnieuw moet afknippen. Een veel ernstiger ingreep is het leewieken bij eendagskuikens waarbij men de helft van een vleugel afgeknipt, zodat er een blijvende verminking ontstaat. Behalve dat het er niet fraai uitziet ben ik erg tegen het verminken van dieren. Een goede omheining van de tuin is een veel betere en diervriendelijker oplossing.

Ziekten van kippen

Door dagelijks op het gedrag van onze kippen te letten, kunnen we eventuele veranderingen snel opmerken. Dat geeft ons de mogelijkheid om de eerste tekenen van een ziekte vast te stellen en tijdig de nodige maatregelen te nemen waardoor het dier een grotere en snellere kans op een voorspoedige genezing heeft. U zult dan ook goed moeten weten hoe het normale gedrag van de kippen is en hoe ze er gezond uitzien. Bij de meeste ziekten zien we dat een kip stil in een hoekje blijft zitten of zelfs helemaal in het donker wegkruipt. De veren zijn vaak minder glanzend en ook de ogen staan vaak dof. Ook kunnen we vaststellen dat er iets mis is met een kip als zij opeens weigert te eten. Het is belangrijk om zieke kippen altijd direct apart te zetten en ze goed in de gaten te houden. Wanneer u het niet helemaal vertrouwd, is het verstandig om snel een dierenarts te raadplegen. Maar gezonde, goed gevoede en juist ondergebrachte kippen zijn meestal erg sterk. Schoon drinkwater, schoon voedsel en een schone behuizing zijn wel heel belangrijk voor de gezondheid van uw kippen.

Desondanks kan af en toe een ongelukje gebeuren of kan een dier ineens ziek worden. Het is vaak niet eenvoudig om zelf een goede diagnose te stellen en is het verstandig toch een dierenarts te raadplegen. Hij kan dan de juiste behandeling en medicijnen voor uw zieke kip aangeven. Wanneer men de kippen regelmatig in de gaten houdt en iets ongewoons ontdekt, kan men de kip het beste in een apart “ziekenhokje” zetten en warm houden met bijvoorbeeld een warmtelamp of warmteplaat. Het is verstandig om het kippenhok waar het dier in heeft gezeten zorgvuldig schoon te maken en te desinfecteren het met heet sodawater of een desinfectiemiddel. Was ook uw handen altijd goed als u een ziek dier in de handen heeft gehad.

Denk er wel aan dat ook een zieke kip altijd de te beschikking moet hebben over voldoende voedsel en vers drinkwater, anders loopt u het risico dat de zieke kip sterft van honger en dorst in plaats van de ziekte of aandoening. In het drinkwater van de zieke kippen kunnen we bepaalde voorgeschreven medicijnen doen, zodat de zieke kippen dit dus op deze wijze naar binnen kunnen krijgen. Door de warmte in het “ziekenhokje” zal de kip gewoonlijk wel gaan drinken. Kippen kunnen tegen een aantal ernstige ziekten worden ingeënt zoals de pseudovogelpest wat zelfs verplicht is voor alle dieren die op tentoonstellingen komen. Ook is het goed een aantal medicijnen in voorraad te houden, voor het geval er een bepaalde eenvoudig te behandelen ziekte of aandoening bij uw kippen voorkomt. Ontsmettingsmiddel voor zowel de hokken, zitstokken, legkasten als de wanden van het hok zoals Dettol en Halamid.

Lees wel altijd eerst zorgvuldig de gebruiksaanwijzing voor u de middelen gebruikt. Voor maag- en darmstoornissen bij kippen is het aanbevolen om wat Norit in huis te hebben, dit kunt u de kippen geven door wat Norit tussen hun lievelingsvoer te strooien. Ook kunt u een tubetje oogzalf voor ontstoken ogen in huis hebben, kippen die bijvoorbeeld op de tocht hebben gezeten, kunnen we met dit in middel behandelen. Koop deze middelen bij voorkeur bij een erkende dierenspeciaalzaak of uw dierenarts. Hier kunt u dan ook een ontwormingsmiddel, pluimvee- insectenpoeder tegen bijvoorbeeld veerluis en andere parasieten aanschaffen. Met wat slaolie kunt u de poten en de tenen van de kippen insmeren ter voorkoming of genezing van kalkpoten.

Met vaseline kunt u in strenge winters en bij zware vorst de kammen en oorlellen van de kippen insmeren om bevriezing te voorkomen. Dit is echter niet nodig als de kippen een goed tochtvrij binnenhok hebben. Om de bevruchting van de eieren te bevorderen, kunnen we aan het meelvoer wat gistvlokken toevoegen. Hierdoor worden vaak ook de kuikens wat vitaler en krachtiger en het voorkomt ook kromme teentjes bij de kuikens. Vitamine AD druppels heeft u nodig als blijkt dat de kippen windeieren (eieren zonder kalkschaal) leggen of ter verhoging van de leg productie.

Weetjes over kippen

  • Gemiddeld heeft een kip 25 uur nodig om een ei te maken, het tijdstip dat de kip legt schuift dus telkens een uurtje op.
  • Het is een fabel dat het ongezond is om elke dag een ei te eten omdat een ei veel cholesterol bevat, wel is het zo dat u dagelijks niet meer dan 300 mg cholesterol moet eten en je met een ei van 200 mg cholesterol zit u daar al snel aan.
  • Dat U in de winter ‘s nachts de kippen beter kunt opsluiten in het nachthok, als een kip ‘s nachts schrikt zal ze geneigd zijn de ren in te gaan en niet meer het hok binnen te durven waardoor de kip stress kan krijgen of zelfs kan bevriezen.
  • Een krop sla ophangen is prima tegen de verveling, de kip pikt naar de krop en krijgt zo extra beweging.
  • In plaats van stro kunt u ook houtvezel gebruiken in het legnest in verband met kippenpoep die aan het stro blijft plakken en minden aan houtvezel waardoor u minder snel vieze eieren krijgt.
  • Voer uw kippen NOOIT eierschalen, als ze gewend raken aan het eten van eierschalen, zullen ze ook hun eigen eieren kapot pikken en dat is natuurlijk niet de bedoeling.
  • U kunt in het nachthok onder de stok een krant leggen om de uitwerpselen op te vangen en deze elke dag vervangen. Zo blijft het hok makkelijk schoon!
  • De voederbak moet een dakje hebben of op een plek staan waar de kippen niet boven kunnen komen, zodat de poep van de kippen niet in het voer kan vallen.

Muizen en ratten in de tuin door kippen

Helaas zijn kippen nogal verspillend met hun voer en blijft er regelmatig wat liggen. Maar ook het opgeslagen kippenvoer in de schuur kan muizen en ratten aantrekken en met de snelheid waarmee deze zich vermenigvuldigen heeft u zo een muizenplaag. Omdat muizen en ratten geen grenzen hebben trekken ze ook naar de buren en daar kunt u de nodige klachten over krijgen. Wees daarom klachten over uw kippen door de buren voor door actief muizen en ratten te bestrijden. Nier met gif want dat kan ook uw kippen treffen en een dode muis of rat die weggekropen is, zal enorm gaan stinken. Ik gebruik zelf de muizenvallen die uit een kleine kooi bestaan met een klepje dat door middel van een veer kan dichtslaan. Als lokmiddel gebruik ik altijd een stukje brood met pindakaas, het brood is alleen om de pindakaas vast te houden, want dat trekt muizen aan. Wanneer ik ze gevangen heb zet ik ze een stuk verderop bij het water (ver van woonhuizen) weer uit. Wist u trouwens dat veldmuizen beschermde dieren zijn?

Een ander punt is het voer, bewaar het zoveel mogelijk in afgesloten bussen of trommels of emmers met een gesloten deksel. Hierdoor kunnen muizen en ratten er niet bij komen. Hoog wegleggen helpt niet, muizen en ratten kunnen uitstekend klimmen. Wat ook helpt is een apparaatje kopen dat met geluid ongedierte verjaagd. Muizen en ratten hebben een extreem gevoelig gehoor en houden niet van harde geluiden. Mensen ook niet maar wij kunnen geluid boven de 20000 trillingen per seconde niet horen. Ratten en muizen kunnen deze hoge tonen wel horen en daar maakt dit apparaat gebruik van. Het zend permanent een hoge pieptoon uit op een hoog volume die mensen niet kunnen horen maar ongedierte wel. Door dit apparaat in de schuur met voer te plaatsen maakt u het voor muizen en ratten erg oncomfortabel om in uw schuur naar eten te zoeken. Ik gebruik dit apparaat dat u gemakkelijk online kunt bestellen en dat u gewoon in een stopcontact kunt prikken.

ultrasonische muizen en ratten verjager Deze ultrasonische muizen en ratten verjager is de oplossing voor al je ongedierte problemen. Dankzij deze zeer effectieve ultrasonische techniek jaag je al het ongedierte uit je huis. Deze ongedierte verjager is veiliger dan de meeste ongedierte bestrijdingen. Het apparatje produceert geluidsgolven met de bedoeling om ervoor te zorgen dat het leven van ongedierte en insecten ondraaglijk wordt. Zodoende worden de dieren niet gedood, maar gaan ze op de vlucht. Plaats het apparaat in een hoek van je huis, zet hem aan en al het ongedierte blijft uit je huis.
kopen knop

Boeken over het houden en verzorgen van kippen.

Meer pagina’s over natuur

Konijnen

konijnen houden Als kind kreeg ik van mijn vader elk jaar een konijn om te verzorgen, ik zeg met klem “elk jaar” want meestal overleefden mijn vriendjes de kerst niet. Dit is één van de redenen waarom ik nu ook vegetariërs ben. Daarna heb ik vele jaren konijnen gehouden voor mijn kinderen, die allemaal, na vele jaren, een natuurlijk dood zijn gestorven. Momenteel heb ik zelf geen konijnen meer maar verzorg ik af en toe met veel plezier de konijnen van de buren. Veel kinderen willen graag een konijn maar wist u dat konijnen wel 10 jaar oud kunnen worden? Ook zijn konijnen zijn niet graag alleen, ze hebben gezelschap nodig. Een konijn dat de hele dag alleen in een hok achter in de tuin zit, is dus niet gelukkig. Daarom is het beter om twee konijnen te houden of veel tijd met het konijn door te brengen. Op deze pagina wil ik ingaan op het houden en verzorgen van konijnen. Vriendelijke groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Algemene informatie over konijnen.

Hoewel het normaal is om konijnen als huisdier te houden, moet u niet vergeten dat het konijn van nature een prooidier is, dat betekent dat het altijd op zijn hoede zal zijn voor gevaar. Een konijn zal onmiddellijk vluchten als er gevaar dreigt. Pas als het geen kant op kan, zal het zich omdraaien om zich te verdedigen. Wanneer een prooidier ziek is zal het instinctmatig weten dat het nu een gemakkelijke prooi is voor roofdieren. Door zich heel stil te houden, hoopt het onopgemerkt te blijven tot het zich beter voelt. Een konijn zal vaak met de ogen open slapen om de vijand de indruk te geven dat het wakker is en ook ligt het het konijn liefst ergens onder of in, zodat het zich aan alle kanten beschut voelt. Een konijn ziet er knuffelig uit, maar het is geen knuffeldier. Konijnen houden er niet van om opgepakt en rondgedragen te worden, want het konijn moet meteen aan zijn voorouders denken die gegrepen werden door een roofdier. Het konijn raakt in paniek en kan gaan bijten en trappen, zeker wanneer u het konijn verkeerd of te stevig vasthoudt. En dan ontdekt u dat een konijn scherpe nagels en tanden heeft. Toch kunt u van het konijn wel een knuffel konijn maken, ga lekker op de grond zitten en laat hem uit zichzelf naar u toe komen. Het zal aan u snuffelen en als u telkens lief voor hem bent en hem niet pakt, zal hij u leren vertrouwen en na een tijdje kunt u het konijn dus aaien en zal het konijn dit ook prettig vinden.

Net als wilde konijnen slaapt het tamme konijn graag ‘s middags. In de ochtend en vroeg in de avond hebben ze de meeste zin om op ontdekkingstocht te gaan en lekker te rennen en te spelen. Boosheid van een konijn is eigenlijk bangheid, en bange konijnen kunnen bijten. Wanneer u het konijn steeds uit het hok of de kooi pakt, kan hij bang worden voor de handen en gaan bijten. Laat het konijn daarom uit zichzelf uit het hok of de kooi lopen. Als het konijn terug in de kooi of hok dan kunt u het lokken met iets lekkers, uiteindelijk zal het konijn dit leren en zo snel het hok weer ingaan. Boosheid kan ook zomaar zonder reden ontstaan, dit heeft bijna altijd met de leeftijd te maken, want als konijnen 5 tot 8 maanden oud zijn, begint de puberteit en zullen ze alles wat van hen is gaan verdedigen. Door het konijn te laten steriliseren of castreren zal dit gedrag verdwijnen. Ook kan een schijnzwangerschap van een vrouwtje een reden van boosheid zijn, ze wil dan haar denkbeeldige nest en jongen verdedigen. Wanneer u een nestje ziet van stro en haar dan is dit waarschijnlijk het geval. Laat ie vrouwtje dan een paar dagen met rust waarna het gedrag wel weer op zal houden.

Konijnen zijn in de natuur gewend om in een groep te leven, ze hebben gezelschap nodig. Daarom zijn twee konijnen gelukkiger dan één konijntje dat maar alleen zit. Het is dan ook niet meer toegestaan om maar één konijn to houden. Twee oudere en voor elkaar vreemde konijnen mogen nooit zomaar bij elkaar gezet worden, ze moeten eerst aan elkaar wennen. Twee jonge vrouwtjes (voedsters) kunnen goed samen zijn, maar in de puberteit kunnen ze gaan vechten. Haal ze tijdelijk uit elkaar en laat ze steriliseren maar zorg er wel voor dat ze elkaar kunnen blijven zien en ruiken. Na de sterilisatie kunnen ze dan weer samenwonen in één hok of ruimte. Mannetjes (rammetjes) gaan bijna altijd vechten met elkaar, een mannetje met een vrouwtje is de beste keus, maar omdat konijnen al vanaf 3 maanden jongen kunnen krijgen moet eerste het hok met gaas in twee hokken verdelen. Een mannetje kan vanaf 5 maanden gecastreerd worden maar hij is daarna nog zeker 4 weken vruchtbaar. Na 4 weken mag hij weer met het vrouwtje samenwonen en zal het mannetje ook stukken rustiger worden. Wel kan het voorkomen dat het vrouwtje die nog wel de normale hormoonhuishouding heeft af en toe het mannetje zal bespringen, waar deze helemaal niet van gediend is. Ook dit gaat vanzelf weer over.

Het houden en verzorgen van konijnen.

De aanschaf van een konijn

De meeste konijntjes die verkocht worden in dierenwinkels zijn niet ouder dan 5 weken, maar voor het konijntje is het beter om 6 tot 8 weken bij de moeder to blijven om moedermelk te drinken. Pas als het konijn ouder is dan 6 weken kan het droogvoer en groenten gaan eten. Veel van deze te jong verkochte konijntjes worden kort na aankoop ziek, krijgen heftige diarree on gaan dood. Hoewel de kleintjes schattig zijn kun u beter een iets ouder jong nemen.

Wat heeft een konijn allemaal nodig?

Een droge plaats, niet op de tocht, in de schaduw en uit de wind, een rustig plekje, zodat het de tijd heeft om aan u te wennen, een ruime kooi, zodat het op de achterpoten kan staan en heen en weer kan lopen. Geef het konijn de eerste dagen hetzelfde voer dat hij altijd kreeg, het konijntje moet 24 uur per dag hooi kunnen eten en vers water kunnen drinken. Omdat de darmen van konijnen snel in de war kunnen raken (waardoor ze zelfs dood kunnen gaan) mag u hem de eerste twee weken geen groenvoer geven, ook geen wortel en beslist geen snoepjes.

Het hok of de kooi van het konijn.

konijnenkooi Wanneer u maar één konijn heeft, dan kunt u hem het beste in een kooi of hok binnen zetten, dit is voor u en het konijn veel gezelliger. Een binnen kooi kan hot beste op een lage plek staan, een klein stukje boven de grond, maar niet onder een open raam of voor de verwarming. Er zijn verschillende soorten bodembedekking, zaagsel en kranten kunt u beter niet gebruiken omdat die snel nat worden en gaan stinken en bij langharige konijnen blijft het zaagsel in het haar hangen, gewoon stro op de bodem is daarom het beste. Het konijn moet ook eten en drinken en heeft dus een voer- en drinkbak nodig. Het beste zijn de exemplaren van roestvrij staal die met een beugels aan het traliewerk van do kooi hangen. Bakjes op de bodem worden vaak vies of ze worden omgetrapt.

konijnenhok Een buitenhok moet op een luwe plek staan, wind of regen mogen niet in het hok kunnen komen. Op zonnige dagen moet het konijn voldoende schaduw hebben, anders zal het konijn het snel te heet krijgen. Het hok moot ruim zijn, 1.50 meter breed on zeker 0.60 meter diep en hoog. Het konijn moet rechtop kunnen zitten on het liefst ook op zijn achterpoten kunnen staan. Een gedeelte van het hok moet een gesloten nachthok zijn. Dit nachthok is een veilige schuilplaats en de opening van het nachthok moot precies zo groot zijn dat het konijn er door heen kan. Een scharnierend dak is handig om het hok schoon te kunnen maken. In de wintermaanden kunt u in het nachthok extra stro doen. Bij extreme vorst en snijdende oostenwind is het beter om het hok in de schuur of de garage te zetten. De bodembedekking in het hok moet u elke week verschonen en zomers moet u de plaats waar ze veel poepen vaker verschonen omwille van de vliegen. Controleer als het erg warm is of het konijn goed schoon is, want vliegen komen af op de lucht van plakpoep en leggen hierin hun eitjes die binnen een paar uur uitkomen, waarna de maden zich naar binnen in het konijn kunnen eten.

De verzorging van het konijn

Konijnen wassen zichzelf erg vaak, een langharig konijn moet u regelmatig kammen of borstelen en een angora konijn moet zelfs elke drie maanden geknipt worden. Ook de nagels van het konijn moeten elke drie maanden geknipt worden, hiervoor kunt u een nageltang voor katten (te koop in dierenwinkels) gebruiken. Let wel op dat u het konijn geen pijn doet door alleen de puntjes die uit de haren steken te knippen.

Voeding van het konijn

Hooi is heel belangrijk voor de darmen van het konijn, zorg er daarom voor dat hij altijd hooi kan eten. Konijnen eten ook speciaal konijnenvoer, pas op dat ze niet alleen de lekkere dingetjes uit het voer vissen. Konijnen lusten ook groenten en fruit, maar let goed op dat ze niet alle groenten en fruit mogen hebben. Van bepaalde koolsoorten (zoals rode en witte kool, bloemkool) en klaver krijgt het konijn gas in de darmen en dus buikpijn. Af en toe wat fruit is ook goed maar zeker niet te veel. Geef nooit teveel in één keer en laat het konijn langzaam aan groenten en fruit wennen door eerst kleine stukjes te geven en de dagen erna iets meer. Witlof, broccoli, andijvie, wortels, boerenkool, veldsla en waterkers zijn voorbeelden van goede groenten voor uw konijn. De bladeren en stengels van de paardenbloemen lusten ze ook graag en die kunt u buiten zelf plukken om uw konijn af en toe te verwennen. Bijna alle voedingsstoffen die konijnen nodig hebben halen ze uit hooi en groenvoer, wanneer ze te veel droogvoer krijgen kunnen ze gebit- en gezondheidsproblemen krijgen. Een gezond dieet bestaat uit weinig droogvoer, onbeperkt hooi, voldoende groenvoer en af en toe fruit.

Gras is een belangrijkste deel van het voedsel van wilde konijnen en is bijzonder goed groenvoer. Het konijn moet er goed op kauwen, waardoor de kiezen zullen slijten en gras bevat veel vocht en bijna alles wat een konijn nodig heeft. Ook aan gras moet een konijn gewend raken door eerst een beetje te geven en de hoeveelheid dagelijks te verhogen totdat het konijn helemaal aan gras gewend is. Geef nooit gras wat afgemaaid is met een grasmaaier, hier kan een konijn erg ziek van worden, pluk of snijd het met de hand.

De gezondheid van het konijn

Een konijn waar men goed voor zorgt kan wel 10 jaar oud worden, helaas zijn er verschillende ziekten die dodelijk kunnen zijn voor konijnen. Wanneer u er snel bij bent kan het goed aflopen, bij verwaarlozing kan het dodelijk zijn voor uw konijn.

Een konijnenprobleem genaamd gas

Een konijn heeft heel gevoelige darmen die langer en ingewikkelder zijn dan die van de mens. Veel konijnen krijgen dan ook vroeg of laat te maken met gas, dit kan voor konijnen gevaarlijk zijn en bij geen behandeling zelfs dodelijk. Wanneer het konijn altijd levendig en actief is, met een goede eetlust, en wil hij ineens niet eten, dan kan het last van gas hebben. Gas veroorzaakt veel pijn en door deze pijn stopt het konijn met eten. En als een konijn 24 uur niet eet, kunnen de darmen stoppen met bewegen en als de darmen te lang stilliggen, raakt de lever zelfs beschadigd. Een paar kenmerken van een konijn met gas:

  • Harde borrelende geluiden in de buik van het konijn;
  • Het konijn wil met rust gelaten worden, zit vaak met de ogen half gesloten, stopt met eten;
  • Het konijn ligt in een ongemakkelijke of vreemde houding;
  • Het konijn is onrustig en zoekt steeds een andere plek;
  • Het konijn kan vaak heel snel ademen, dit is een teken van pijn;
  • De buik zal heel hard of heel zacht aanvoelen;
  • Er zijn geen keutels of een paar natte.

De dierenarts of de dierenspeciaalzaak kan wel adviseren wat u in dit geval moet doen om het konijn te genezen. Zit het konijn buiten, haal het dan snel naar binnen, een konijn met gas krijgt het heel koud en kan dan in shock raken.

Verstopping bij konijnen

Als een konijn stopt met keutels poepen dan heeft het waarschijnlijk last van een verstopping. Door te weinig hooi en groenvoer te eten, krijgt het konijn te weinig vezels binnen die ervoor zorgen dat de darmen goed in beweging blijven. Behalve haar en voedsel wat achtergebleven is in de darmen is het ook mogelijk dat het konijn iets anders in de darmen heeft zitten zoals stukjes tapijt of plastic. Een konijn met een verstopping zal zich niet anders gedragen, het dier blijft levendig. Wel zal het steeds minder gaan eten en worden de keutels kleiner en kleiner, tot het stopt met eten en poepen. Een gezond konijn heeft droge, glanzende ronde keutels van dezelfde grootte en vorm. Wanneer het konijn last heeft van verstopping moet het veel drinken en moet u zo weinig of geen droogvoer geven en zo veel mogelijk verse (donkergroene) bladgroenten. De dierenarts kan een laxeermiddel geven wat u een paar maal per dag moet geven.

Problemen met het gebit van het konijn

De tanden en kiezen van een konijn groeien een leven lang door, door te eten slijten de tanden. Wanneer de tanden niet goed staan zullen de ondertanden niet afslijten en ze kunnen dan buiten de mond gaan groeien, soms groeien ze zelfs door een lip heen. Ga naar de dierenarts wanneer u ziet dat de tanden van uw konijn te lang worden of in een rare vorm gaan groeien.

Meer pagina’s over natuur

Paddenstoelen

Deze pagina geeft een praktische beschrijving met een foto van de meest voorkomende paddenstoelen in Nederland. Van iedere paddenstoel staat hier en foto en een omschrijving die u als beknopte paddenstoelengids kunt gebruiken om bijvoorbeeld tijdens een herfstwandeling op te zoeken welke paddenstoel u tegenkomt. Daarnaast komen verschillende wetenswaardigheden aan bod, leuk om af te drukken en mee te nemen tijdens een lange boswandeling. Ik krijg regelmatig vragen over de giftigheid van paddenstoelen en ik zal op deze pagina niet aangeven dat paddenstoelen eetbaar zijn, ook niet giftig wil niet zeggen dat ze eetbaar of smakelijk zijn. Ik zal alleen beschrijven dat een paddenstoel zeer giftig is. Een vergissing van de kant van de lezer of een verkeerde interpretatie kan namelijk ernstige gevolgen hebben. Ik adviseer dan ook iedereen om altijd voorzichtig te zijn met paddenstoelen en ze met rust te laten, enkele soorten zijn inmiddels beschermde soorten. Vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Overzicht van paddenstoelen in Nederland

aardappelbovistAardappelbovist (Scleroderma citrinum) De bolronde of knolvormige paddenstoel is te beschouwen als een sporen reservoir, waarin de sporen rijpen en waaruit na het uiteenvallen de sporen vrijkomen. De naam verwijst naar de overeenkomst in vorm, kleur en gewicht met een aardappel. Het enige dat afwijkt is het geschubde oppervlak. De sporenmassa binnenin de dikwandige knol is wit en wordt bij rijping zwart en heeft een onaangenaam scherpe geur. Deze giftige paddenstoel groeit bij voorkeur op zandige, kalkarme bodem in loof- en naaldbossen.
berkenboleetBerkeboleet (Boletus {Leccinum scaber) De hoed (diameter: 8-12 cm) is geelachtig tot donkerbruin, heel soms grijs tot bijna witachtig. De buisjes zijn blauwgrijs en steken bij oudere exemplaren duidelijke buiten de hoed uit. Bij de aanhechting van de steel is de onderkant van de hoed verzonken, de steel wordt naar boven toe smaller, is witachtig en bezet met donkergrijze tot zwartachtige schubben. Zoals de naam al aangeeft komt deze paddenstoel veel in berkenbossen voor, vaak in groepen.
bittere boleetBittere boleet (Boletus {Tylophilus felleus) Een zeer typisch kenmerk is de altijd duidelijke, bruine netvormige adering van het hele oppervlak van de buikig verdikte, lichtbruine steel. De hoed (5-15 cm) is geelachtig tot lichtbruin, bij droogte is het oppervlak rimpelig, de gaatjes zijn aanvankelijk wit, later roze. Komt voor in naaldbossen met een zure bodem. Deze soort wordt vaak verwisseld met het eekhoorntjesbrood.
eekhoorntjesbroodEekhoorntjesbrood (Boletus edulis) De aanvankelijk lichtgekleurde en half-bolvormige hoed word bij toenemende ouderdom platter en donkerbruin (tot 30 cm). De knotsvormige steel wordt naar boven toe smaller en heeft meestal bovenaan een netvormige structuur. De buisjes aan de onderkant van de hoed zijn in een jong stadium spierwit, maar worden later geelachtig tot geelgroen. Het stevige vlees is wit en vlak onder de opperhuid van de hoed bruinachtig. Eekhoorntjesbrood is in alle bostypen te vinden, deze paddenstoel is een beschermde soort en u dient de paddenstoel ook met rust te laten.
elfenbankjeElfenbankjes (Trametes versicolor) Elfenbankjes groeien meestal met een aantal bij elkaar en zijn vaak door hun gevarieerde kleurenpatroon een fraai plaatje. De waaiervormige, ongesteelde hoed is heel dun, de diameter is 2 tot 6 cm en laat bovenop verschillend gekleurde zones zien. Beige, groenachtige, bruinachtige en zwartige tinten komen voor, de gekleurde zones zijn deels glanzend en deels mat. De gaatjes op de onderkant zijn wit- of geelachtig en heel klein. Deze paddenstoel groeit vaak op stronken van diverse loofbomen en komt daarom veel voor in loof- en gemengde bossen.
FluweelpootjeFluweelpootje (Flammulina velutipes) De gewelfde of afgevlakte hoed (diameter: 3-5 cm) is honinggeel en in het midden wat donkerder. Bij nat weer is het oppervlak glibberig en de geelachtige plaatjes worden later donkerder. De steel wordt bij de oudere paddenstoel hol, is bovenaan geelachtig en aan de voet donkerbruin. Het oppervlak van de steel is fluweelachtig en deze paddenstoel groeit laat in de herfst of in de winter in kluitjes bij elkaar op het hout van loofbomen.
Groene knolanamietGroene knolanianiet (Amanita phalloides) De jonge paddenstoel is volledig omgeven door een vlezig omhulsel wat lijkt op een ei. De ge-aderde hoed die uit het vlies breekt is aanvankelijk klokvormig en wordt daarna vlakker (diameter tot 10 cm). De kleur van de hoed varieert van olijfgroen via geel tot wit en de plaatjes zijn wit, vaak met een groene weerschijn. De steel is slank en wit tot groenachtig gestreept en het bovenste deel draagt een vliezige, afhangende ring. De knolvormige voet is omgeven door een witte, vliezige beurs (vaak onder de grond), die champignons nooit hebben. Komt meestal voor in loofbossen onder eiken, beuken, hazelaars en kastanjebomen. Deze paddenstoel is dodelijk giftig.
Grote parasolzwamGrote parasolzwam (Lepiota procera) De hoed in de vorm van een paraplu bereikt een diameter van 30 cm en daarmee is deze zwam een van de grootste paddenstoelen in Nederland. Bij jonge exemplaren is de hoed eivormig tot bolrond, de huid van de hoed is opgebouwd uit duidelijke, licht- tot donkerbruine schubben. Alleen het midden van de hoed blijft glad en de plaatjes zijn wit en niet vergroeid met de steel. De hoed zit op een tot 40 cm hoge steel, die ook geschubd is en voorzien van een karakteristieke, verschuifbare ring. Parasolzwammen groeien op lichte plekken in het bos of aan de bosrand.
heksenboleetHeksenboleet (Boletus luridus) Het kleurengamma van de hoed (tot 20 cm) van deze soort omvat geelbruine, donkerbruine en roodbruine tinten. De vorm van de hoed is aanvankelijk half-bolvormig en groeit later wijder uit. Ook de kleur van de buisjes zijn geel tot geelgroen, maar hun opening naar buiten is rood, zodat de onderkant van de hoed rood lijkt. De steel is okergeel tot geelachtig en overtrokken met een roodbruin netwerk. Deze paddenstoel heeft een voorkeur voor beukenbossen, maar is ook te vinden in andere loofbossen, maar zelden in naaldbossen.
honingzwamHoningzwam (Armillaria mellea) De hoed is honingkleurig tot bruin en bedekt met donkere schubben, de rand is aanvankelijk ingerold, ontplooit zich later en is dan gegroefd. De plaatjes zijn witachtig en worden later bruinachtig tot bruingevlekt. Ze lopen enigszins in de steel af, de steel heeft een vezelige structuur en is aan de bovenkant lichter dan aan de voet en heeft een duidelijke witte ring. Deze paddenstoel komt hoofdzakelijk voor in loofbossen, bij voorkeur op afgestorven hout, maar ook vaak op het hout van nog levende bomen en wortels, altijd in groepjes en brengt schade toe aan het hout.
kastanjeboleetKastanjeboleet (Boletus {Xerocomus badius) De kastanjeboleet wordt vaak verward met het eekhoorntjesbrood. De hoed is kastanjebruin en bereikt een diameter van 15 cm. De in dikte variërende steel is geelachtig bruin, vaak vezelig gestreept, maar heeft nooit een netvormige structuur. Deze paddenstoel komt voor in naald- en loofbossen.
Kleverige knolanamietKleverige knolarnamiet (Amanita virosa) Het belangrijkste kenmerk van deze paddenstoel is dat alle onderdelen wit zijn. De hoed (diameter tot 8 cm) is aanvankelijk bolrond, vlakt later enigzins af maar blijft meestal kegelvormig. Bij nat weer wordt het oppervlak glibberig, bij droogte zijdeachtig glanzend. De steel ontspringt uit een knolvormige beurs en heeft een schubbig tot viltig oppervlak, wat vooral duidelijk uitkomt onder de vlezige ring. Deze paddenstoel groeit uitsluitend in naaldbossen en is daar meestal in kleine groepen te vinden, de bodem moet zuur zijn. Deze paddenstoelen zijn dodelijk giftig.
geschubde inktzwamGeschubte inktzwam (Coprinus comatus) De hoed van deze veel voorkomende weidepaddenstoel is aanvankelijk langgerekt eivormig rond, maar gaat dan over naar klokvormig. De hoed is wit, naar de rand toe roze, wordt later zwart en vervloeit tot een inktachtige vloeistof. Dit is een alternatieve methode om sporen te verspreiden, de sporen vallen met de druppels inkt naar beneden en worden dus niet, zoals meestal het geval is, door de wind meegevoerd. De witte, holle steel heeft een vergankelijke ring. Deze paddenstoel groeit bij voorkeur op bemeste weilanden, aan bosranden, maar is ook te vinden in tuinen en op wegbermen.
grote stinkzwamGrote stinkzwam (Phallus impudicus) Het bovengrondse deel van deze paddenstoel komt voort uit een ondergrondse bol ter grootte van een kippenei (duivels- of heksenei). In volgroeide toestand is deze 20 cm hoog en de klok tot vingerhoedvormige hoed met gehamerd oppervlak is overdekt met een olijfgroene sporenmassa, die geleidelijk van de hoed afdruipt en de de steel is wit en hol. Deze paddenstoel is te vinden in loof- en gemengde bossen, vooral op open plekken. De stank die rijpe exemplaren verspreiden lokt aasvliegen en mestkevers, die als ze op de paddenstoel rondkruipen zorgen voor de verspreiding van de sporen.
gewone krulzoomKrulzoom (Boletus {Paxillus involutus) De naam verwijst naar de ingerolde rand van de hoed, kenmerkend is het fijn viltige en na regen glad glanzende oppervlak van deze hoed. De kleur van de hoed varieert van bruin leer tot olijfbruinachtig en de hoed is midden op meestal duidelijk, trechtervormig verdiept. De plaatjes zijn geelachtig, worden later geelbruin en ze lopen in de steel af en laten makkelijk los. De steel is gevuld en naar de voet toe smaller, de kleur varieert van geelachtig tot bruinachtig geel. Komt voor in loof- en naaldbossen. Deze paddenstoel is giftig.
koraalzwamKoraalzwam (Ramaria formosa) De naam koraalzwam verwijst zowel naar het koraalachtige uiterlijk en naar de kleur van de “takken”. Deze zijn zeer talrijk, roze tot oranjeroze van kleur en ontspringen aan een 4 cm dikke witte stam. De takken vertakken zich en zijn aan het uiteinde citroengeel. Bij oudere exemplaren verdwijnen de kleurverschillen. Deze paddenstoelen groeien in loofbossen, vooral beukenbossen op kalkrijke bodem. Deze paddenstoel is zeer ongezond voor consumptie.
hanekam cantharelHanekam, cantharel (Cantharellus cibarius) De vlezige hoed is donker- tot lichtgeel en is in eerste instantie gewelfd, later krijgt het in het midden een trechtervormige verdieping. De diameter is tot 12 cm en de rand is gegolfd en gelobd. Er zijn geen echte plaatjes, maar het kiemvlies vormt lijsten die vaak zijn gevorkt en sterk aflopen in de steel, ze hebben dezelfde kleur als de hoed. De naar de voet toe smaller wordende steel heeft dezelfde kleur als de hoed. Deze paddenstoel groeit in loof- en naaldbossen, meestal in kleine groepjes met daarin een paar grotere exemplaren.
gewone morieljeMorielje (Morchella esculenta) De hoed, tot 5 cm in diameter, is bolrond of langwerpig tot ovaal en vertoont over het hele oppervlak gaten, die een honingraatachtige structuur te zien geven. De kleur varieert van goudgeel tot donker okergeel en de witte, aan de voet verdikte steel is hol net als de hoed. Het oppervlak van de steel is overdekt met fijne schubjes. Morieljes zijn al vroeg in het jaar in loofbossen te vinden, vooral onder essen, maar ook op grazige plekken.
nevelzwamNevelzwam (Clitocybe nebularis) De hoed is bijna altijd vlak, de kleur van de hoed varieert van verschillende grijstinten tot witachtig en de bovenkant is aan de rand ingerold. De diameter is tot 18 cm, de plaatjes zijn vaalgeel, lopen iets in de steel af en laten makkelijk los. De witte tot grijsachtige steel wordt bij het ouder worden hol en is vaak knotsvormig en het oppervlak is in de lengte vezelig gestreept. Dit is een soort die voorkomt in de late herfst in open plekken in loofbossen met veel afgevallen bladeren.
oranje berkenboleetOranje berkeboleet (Boletus {Leccinum testaceo scaber) De steel van deze soort lijkt sterk op die van de vorige gewone berkenboleet, ook hier is de witte tot lichtgrijze oppervlakte bezet met zwarte schubben. Een duidelijk onderscheid is echter de oranjerode kleur van de hoed (diameter: max. 15 cm). De hoed loopt aan de rand vliezig uit en de buisjes zijn witachtig tot vuilgrijs en rondom de steel ingezakt. Groeit net als de berkenzwam graag onder berkenbomen.
PanteramanietPanteranianiet (Amanita pantherina) De hoed (diameter tot 10 cm) van deze gevaarlijke giftige paddenstoel is aanvankelijk half bolvormig en wordt later vlakker. Het kleurenpalet omvat de tinten grijs en via geelbruin tot chocoladebruin. Op de hoed zitten witte vlokken, de rand van de hoed is gegroefd. De steel heeft een tamelijk laag geplaatste ring en ontspringt aan een manchetvormige knol. Deze paddenstoel komt vooral voor op zandgrond van heiden, loof- en naaldbossen. Deze paddenstoel is zeer giftig.
ParelamanietParelamaniet (Amanita rubescens) Bij deze paddenstoel zitten er net als bij de vliegen en panterzwam weinig vlokken op de hoed, de kleur is vleeskleurig tot bruin. Omdat de soort makkelijk te verwarren is met de panteramaniet, moet u goed op de gladde rand van de hoed letten want deze is bij de panteamaniet gegroefd. De plaatjes zijn wit en worden later roodachtig, de steel is stevig, meestal lichtroze, heeft een knolvormige voet en een duidelijke ring. Deze paddenstoel komt voor in loof- en naaldbossen en op alle soorten bodem.
russulaRussula (Russula vesca) De huid van de hoed van deze paddenstoel is vlees- tot bruinrood, maar loopt niet door tot de rand, zodat de uiteinden van de plaatjes de rand een rafelig aanzien geven. Het midden van ce hoed is meestal wat donkerder en de plaatjes zijn witachtig en soms roestkleurig gevlekt. De witte steel wordt naar de voet toe smaller. Deze soort paddenstoel groeit vaak in loofbossen, maar is af en toe ook in naaldbossen te vinden. Het geslacht Russula telt veel soorten en heeft in Nederland een grote verspreiding.
Schubbige boschampignonSchubbige boschampignon (Agaricus sylvaticus) De plaatjes van deze soort zijn bij de jonge paddenstoel roze tot blauwgrijs, later donker chocoladebruin. De hoed (diameter tot 10 cm) is aanvankelijk gewelfd en vlakt later af. Het oppervlak van de hoed is kaneelbruin en vezelig geschubd. De aan de voet verdikte steel is licht geschubd en hoog aan de steel zit een brede, afstaande ring. Deze paddenstoel doet het goed in naaldbossen en vooral onder sparren, de bodem moet kalkhoudend zijn.
stobbezwammetjesStobbezwammetje (Kuehneromyces mutabilis) Deze paddenstoelen hebben bij vochtig weer een kaneelbruine hoed en ze vormen fraaie terrassen op boomstronken. Bij droogte is de hoed duidelijk lichter en de hoed is in het midden en aan de randen altijd donkerder. De diameter is tot 8 cm en de plaatjes zijn lichtgeel, later kaneelbruin. Ze zitten dicht tegen elkaar en lopen iets in de steel af en de steel heeft een duidelijke ring met dezelfde kleur als de hoed. Onder de ring is het oppervlak van de steel bedekt met afstaande schubben. Deze paddenstoel groeit uitsluitend op dood hout, meestal op stronken van loofbomen.
VliegenzwamVliegenzwam (Amanita muscaria) De heel bekende rode hoed is bij de jonge paddenstoel bolrond en wordt later platter (diameter tot 20 cm). Meestal zitten er op de hoed witte vlokken. De dicht op elkaar zittende plaatjes zijn wit en vrij van de steel. De steel is ook wit, van onderen knolvormig verdikt en heeft een karakteristieke afhangende ring. De knol onderaan de steel heeft kransen van wratjes. Deze paddenstoel komt voor in alle typen loofbos, vaak onder berken of sparren en meestal staan de paddenstoelen in kleine groepjes. Deze paddenstoel is giftig.
WeidechampignonWeidechampignon (Agaricus campestris) De dikke, vlezige hoed (diameter: 0 tot 10 cm) is aanvankelijk half bol rond en later gewelfd, het oppervlak is er makkelijk af te trekken en soms fijn geschubd. De plaatjes die bij de jonge weidechampigon aanvankelijk roze zijn, worden later bruin en ten slotte zwart. De witte, gevulde steel is viezig, heeft een glad oppervlak en een brede, vlezige ring (of manchet). Deze paddenstoel groeit vooral op bemest grasland en verschijnen vaak na overvloedige regenval en dan vaak in grote aantallen. Ze groeien vaak in heksenkringen of in verspreide groepjes.

Boeken over paddenstoelen

ANWB Paddenstoelengids Met de ANWB Paddenstoelengids van Andreas Gminder en Tanja B?hning weet je altijd het antwoord op de vraag Welke paddenstoel is dat? Een ontzettend handig zakgidsje om de meest voorkomende soorten paddenstoelen te determineren. Alle belangrijke kenmerken zijn overzichtelijk in beeld gebracht met heldere foto’s voor een snelle herkenning en duidelijke tekeningen voor de kenmerkende details. Heel geschikt voor gebruik bij excursies, onderweg in Nederland of op vakantie in Europa. Deze gids bevat meer dan 450 paddenstoelensoorten uit Europa.
kopen knop


eetbare paddenstoelenEen handige basisgids voor iedereen die meer over eetbare paddenstoelen en (giftige) dubbelgangers wil weten: de beste vindplaatsen, herkenning, verzamelen, bewaren en bereiden. Je leert de belangrijkste soortgroepen en eetbare soorten herkennen met duidelijke beschrijvingen en foto’s.
kopen knop



Basisgids Paddenstoelen Van plaatjeszwammen en boleten tot beker-, buik-, koraal- en trilzwammen: Nederland kent een grote rijkdom aan paddenstoelen. ‘Basisgids Paddenstoelen’ laat je kennismaken met ongeveer honderd van de meest algemene soorten paddenstoelen van Nederland. Deze gids is gericht op de herkenning in het veld: bevat duidelijke beschrijvingen, per soort meerdere unieke (detail) kleurenfoto’s en een uitgebreide determinatiesleutel. Daarmee kunnen ook beginnende paddenstoelenliefhebbers de soorten op naam brengen. Het boek bevat tevens informatie over ecologie en verspreiding en geeft tips voor het zoeken naar paddenstoelen. Thomas W. Kuyper is hoogleraar aan Wageningen Universiteit, gespecialiseerd in paddenstoelen en schimmels. Hij werkt al meer dan 40 jaar aan paddenstoelen, en is medeauteur van het Basisboek Paddenstoelen en de Veldgidsen Paddenstoelen I & II.
kopen knop

Algemene informatie over paddenstoelen

Een paddenstoel is het vruchtlichaam van een zwam of schimmel, deze vormen maar een klein deel van de schimmel, het grootste deel zit meestal onder de grond in de vorm van schimmeldraden. Het vakgebied van de biologie dat zich bezig houdt met paddenstoelen heet mycologie. Net als bij planten en dieren zijn er vrouwelijke en mannelijke schimmels, voordat er een nieuwe paddenstoel ontstaat moeten een mannelijke en vrouwelijke zwamvlok bij elkaar komen. De belangrijkste onderdelen van een paddenstoel zijn de hoed die de sporen produceert, de steel, de manchet (ring) en de beurs.

de opbouw van een paddenstoel

Er zijn paddenstoelen die bestaan uit al deze onderdelen, maar er zijn er ook waarbij één of meerdere onderdelen ontbreken, zoals de steel, manchet of beurs. De hoed beschermt de sporen tegen weer en wind. Paddenstoelen groeien in het voorjaar en in de herfst, omdat een paddenstoel voor het grootste deel uit water bestaat groeien de meeste paddenstoelen in de herfst als er veel regen valt. De kleur en de vorm van de paddenstoel kan blijven veranderen zolang de paddenstoel nog groeit. Om te kunnen zien tot welke soort een paddenstoel hoort moet je heel goed naar de kijken naar de grootte, de vorm en de kleur en of de paddenstoel wel of geen steel, ring, hoed, buisjes en plaatjes heeft.

De voortplanting bij paddenstoelen gebeurt door middel van sporen, deze moeten op een goede plek terecht komen om tot paddenstoel te groeien. De bosbodem bijvoorbeeld is voor de meeste paddenstoelen zeer geschikt, omdat deze vocht en warmte lange tijd kan vasthouden. Hierdoor komen de sporen tot kieming en vormt zich een kiemdraad, die uitgroeit tot een eerste zwamvlok, om de groei verder te laten gaan, moet deze zwamvlok zich eerst samenvoegen met een andere zwamvlok. De zwamvlokken versmelten zich via de zwamdraden en vormen samen een tweede zwamvlok (mycelium) waaruit later de paddenstoelen groeit.

De sporen zijn zo klein dat je ze zonder microscoop niet kunt zien maar als je de hoed van een champignon op zwart papier legt en na een dag weer weghaalt dan zie je een sporenfiguur van de uitgevallen sporen. De sporen worden op verschillende manieren verspreid, door middel van de wind, dieren of regen. Zo worden bijvoorbeeld de sporen van de stinkzwam via vliegen verspreid en bij de aardappelbovist gaat de bovenkant van de bol kapot en wanneer er dan een dier op stapt komt er een stofwolkje uit en vliegen de sporen alle kanten op. Bij de inktzwam lost de hoed na een tijdje op en wordt een zwart papje, de inkt. Hierin zitten de sporen en met regen worden die weggespoeld.

Paddenstoelen groeien bijna overal, je vindt paddenstoelen op verschillende plekken zoals akkers, weilanden, bermen en bossen. Veel soorten zijn gebonden aan een bepaald leefgebied dat noem je ook wel biotoop. Sommige soorten zie je alleen in bemeste weilanden, andere paddenstoelen leven alleen op een bepaald soort hout. Paddenstoelen groeien vaak in grote groepen bij elkaar, maar dat verschilt per soort en hangt ook af van de hoeveel voedsel dat er is.

Sommige paddenstoelen zijn eetbaar en de bekendste is natuurlijk de champignon, maar de meeste zijn smakeloos of hebben een scherpe vieze smaak en sommige paddenstoelen zijn zelfs heel erg giftig. Je kunt er erg ziek van worden en sommige paddenstoelen zijn zelfs zo giftig dat je er dood aan kunt gaan. In Nederland bestaan ongeveer 30 soorten giftige paddenstoelen, waarvan 7 dodelijk giftig. Je moet dus nooit zomaar een paddenstoel eten.

Meer pagina’s over natuur

Tamme ratjes

tamme rat Wij hebben vele jaren tamme ratjes gehouden in een grote kooi in onze huiskamer. Tamme ratjes zijn hele schone, gezellige, aanhankelijke dieren die een leuke gezelschap zijn en door hun natuurlijke nieuwsgierigheid ook heel goed tam te maken zijn. Ze zaten regelmatig bij ons op de bank of gingen mee op de schouder. De voorouder van onze tamme rat is de bruine rat die oorspronkelijk uit Azi? komt. Tamme ratten zijn al generaties lang in gevangenschap verzorgd en gefokt. Hierdoor hebben we nu heel vriendelijke zachtaardige tamme ratten in veel kleurvariaties. Hoewel veel mensen ze nog steeds zien als vieze beesten, zijn ratten sinds de jaren 70 erg populair als huisdier. Tamme ratjes zijn erg gezellig om in huis te hebben en ook leuk om uit de kooi te halen. Wij hebben ze samen met een paar katten en dat gaat prima, alleen is een kat eens een stuk uit zijn oor kwijtgeraakt toen hij een ratje iets teveel uitdaagde. Ratjes zijn makkelijk dieren om te houden, de aanschaf van een mooie grote kooi is wel een investering en ratjes vragen ook best wel aandacht. Ook moeten de kooi vaak schoon gemaakt worden anders gaat u ze wel ruiken. Wanneer u tamme ratjes neemt moet u er wel rekening mee houden dat ze niet erg oud zullen worden, meestal naar een jaar of twee tot drie, en dat ze op latere leeftijd vaak (goedaardige) tumoren kunnen krijgen. Op deze pagina wil ik u graag iets vertellen over het houden en verzorgen van tamme ratjes. Vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Algemene informatie over tamme ratjes

De tamme rat stamt dus af van de wilde rat maar is op geen enkele manier meer te vergelijken met de wilde rat. De meeste tamme ratten zouden in de vrije natuur niet eens meer kunnen overleven. Een goed vergelijk is dat de wilde rat net als de wolf is en de tamme rat net als onze honden. Tamme ratjes kennen vele kleurslagen en heel diverse tekeningen en net als bij andere knaagdieren hebben ze ook verschillende vachtsoorten. Er zijn ook ratjes zonder vacht maar deze vind ik persoonlijk niet zo leuk. De meeste tamme ratjes zijn erg mak en erg op mensen gesteld en zullen alleen bijten als ze echt in paniek raken of erg schrikken. Ook wanneer men zoals ik regelmatig door de tralies voert, willen ze wel eens een vinger voor iets lekker aanzien, maar meestal bijten ze dan niet door. Tamme ratjes zitten graag bij je een gaan ook prima mee op de schouder, ze zijn erg intelligent en ze zijn erg vindingrijk, nieuwsgierig en ze kunnen goede leren en onthouden. Bij de Politie worden ze ook ingezet als speurratten vanwege hun uitstekende reukvermogen in combinatie met hun intelligentie en leervermogen.

Tamme ratten worden helaas niet zo oud, de gemiddelde leeftijd is 2 tot 3 jaar maar ik ga gemiddeld van twee jaar uit. Ook zijn de door het doorfokken vaak gevoelig voor (goedaardige) tumoren die ze vaak op wat oudere leeftijd krijgen. Zolang ze er geen last van hebben hoeft u er niets aan te doen, maar het kan wel een vreemd gezicht zijn. Vaak kunnen dierenartsen er niet zoveel aan doen en meestal hebben ze erg geen last van maar hoogstens wat ongemak. Zo had ooit eens een ratje van ons een tumor onder de buik waardoor een van de pootjes de grond niet meer raakte. Het beestje was nog wel levenslustig en leek geen pijn te hebben dus heeft ze zo de laatste maanden van haar leven rondgelopen. Ratten zijn sociale dieren en daarom is het verstandig om tenminste twee ratten van hetzelfde geslacht te nemen. Een rat die alleen gehouden wordt moet minimaal 2 uur per dag aandacht krijgen, als u hier niet elke dat tijd voor heeft is het beter om 2 of meer ratten te nemen. U moet zo vroeg mogelijk beginnen met het tam maken van de ratten, laat ze echter na de de aankoop eerst een tijdje wennen aan de nieuwe omgeving. De ratten moeten zich eerst thuis voelen en uw geur leren kennen. Ratten zijn heel intelligente, levendige dieren die een hechte band met hun verzorger aangaan. Vanwege deze intelligentie kunnen ratten ook veel leren en zelfs naar zijn naam leren luisteren. Ratten vinden het meestal prettig om uit hun kooi gehaald te worden en houden van knuffelen en aandacht. Til een rat nooit aan de staart op, het beste kunt u de rat met de hand onder de borst oppakken. Wanneer u ratten los in de kamer laat lopen dan moet u wel oppassen dat het echte knaagdieren zijn en dat u moet oppassen met elektrische draden, giftige kamerplanten en plastic zakken.

Informatie over tamme ratjes

Voordat u aan het houden van tamme ratjes als huisdier begint moet u zich wel verdiepen in de huisvesting en de verzorging die ratjes nodig hebben. Vaak is het aanschaffen van een huisdier een impuls aankoop en dat pakt meestal niet goed uit voor het dier en de eigenaar.

Welke huisvesting (kooi) hebben ratjes nodig

Er bestaat een grote keuze aan kooien die geschikt zijn voor ratten, waarbij u wel moet bedenken dat het een sociaal dier is dat bij voorkeur met meerdere bij elkaar gehouden moet worden. Voor 2 ratten is een kooi nodig van minimaal 80 x 40 x 40 cm, zodat ze de ruimte hebben en veel speel mogelijkheid. Ook is het belangrijk dat de kooi eenvoudig schoon te maken is, en de dieren moeten zich er niet in kunnen bezeren. Ratten klimmen graag en daarom gaat de voorkeur uit naar een kooi met horizontaal lopende tralies. Drinkwater kunt u geven door middel van drinkfles met een drinknippel en voer kunt u geven in een aardewerk of rvs bakje. Ratten liggen graag in een huisje let hier wel op dat deze groot genoeg zijn en niet van plastic, heel geschikt zijn houten cavia of konijnen huisjes. De rattenkooi moet op een tocht- en vochtvrije plaats in de kamer gezet worden, liefst op een stevig tafel of kast. Aangezien de rat van nature een heel sociaal en nieuwsgierig dier is is de rat erg betrokken bij wat er om hem heen plaatsvindt. Als bodembedekking zijn beukensnippers, maiskolfkorrels of papierreepjes heel geschikt. Ratten zijn zeer gevoelig voor stof, dus mag u beslist geen zaagsel gebruiken. De kooi moet minimaal eenmaal per week schoongemaakt worden. Ik gebruik sinds een jaar hennepvezel en dat werkt tot nu toe het beste.

De voeding van de tamme rat

Ratten zijn alleseters, maar u moet wel opletten dat uw tamme rat geen vuilnisbak is, in de dierenwinkel is speciaal rattenvoer te koop met de juiste samenstelling van granen, zaden, plantaardige en dierlijke eiwitten, aangevuld met extra vitamine A voor de vacht. Een volwassen rat eet ongeveer 20 tot 40 gram voer per dag. Verder kunt u het menu wat aanvullen met groente en fruit, echter niet te veel anders krijgen ze last van diarree. Zorg dat de ratten altijd iets te knagen hebben, anders kunnen hun tanden te lang worden. Ook zijn er speciale snoepjes te koop om de rat eens extra te verwennen. Heel af en toe koop ik een paar levende meelwormen, aangezien ratjes alleseters zijn vinden ze deze heerlijk, maar geef ze niet teveel. Ook geef ik ze vaak wat ongekookte rijstkorrels, dit vinden ze ook heerlijk. Daarnaast gooi ik af en toe wat hazelnoten en pinda’s in dop in de kooi zodat ze wat te knagen hebben. In het begin kraakte ik een paar hazelnoten zodat ze leerden dat er iets lekkers in zat.

Gezondheid van tamme ratjes

Wanneer een rat gezond is dan is deze actief, eet en drinkt goed, heeft een schone neus en kijkt helder uit de ogen. Wanneer de rat wakker wordt dan komt zijn snuit direct omhoog om de omgeving te verkennen. Maar helaas komen er ook een paar kwalen voor bij ratten.

Diarree bij tamme ratjes

Dit komt regelmatig voor bij ratten en wordt meestal veroorzaakt door verkeerde of bedorven voeding. Er is een medicijn tegen diarree te koop, zijn de klachten ernstig (als de rat niet meer wil eten of drinken) of houdt de diarree enkele dagen aan, dan kunt u het beste naar de dierenarts gaan.

Doorgroeien van de snijtanden bij tamme ratjes

Wanneer de snijtanden niet afslijten doordat ze bijvoorbeeld scheef staan of omdat de boven of ondertanden ontbreken, dan zullen de tanden blijven doorgroeien. De rat kan dan sterk vermageren en het is aan te raden regelmatig de snijtanden van de rat te controleren. Te lange tanden kunnen door een dierenarts worden bijgeknipt.

Ademhalingsprobleem bij tamme ratjes

Ademhalingsproblemen worden vaak veroorzaakt door tocht of omdat er teveel stof vrijkomt uit de bodembedekking. De rat niest dan regelmatig en er komt een dunne waterige vloeistof uit zijn neus, die hij vaak snel wegpoetst. Bij ernstige verkoudheid is de ademhaling reutelend en proestend, de ogen zijn vochtig en het dier is lusteloos. Een rat met verkoudheidsverschijnselen moet zo snel mogelijk naar de dierenarts.

Tumoren komen helaas vaak voor bij tamme ratjes

Zoals ik al eerder schreef is de meest voorkomende aandoeningen bij (vooral oudere) ratten tumoren. Vaak zijn tumoren bij mannetjes te vinden in de oksels of liezen en bij vrouwtjes aan de tepels. Het ontstaan van tumoren is vaak erfelijk bepaald. Sommige soorten hebben er meer last van dan andere soorten. Een tumor moet altijd door de dierenarts behandeld worden. Controleer uw ratten goed op de aanwezigheid van knobbeltjes, hoe eerder u erbij bent hoe beter. Soms kan de dierenarts de tumor eenvoudig verwijderen, maar wanneer dit niet kan en de rat er verder geen last of pijn van heeft kunt u het diertje er gewoon mee laten leven. Het lijkt vaak erger dan dan het is en het diertje heeft er zelf vaak geen weet van.

Meer pagina’s over natuur