Denkwerk

Waarom zoveel vakken?

Waarom leren we zoveel onnodige vakken op de middelbare school?

hersenen Veel mensen vragen zich af waarom we tegenwoordig zoveel onnodige vakken moeten leren op de middelbare school. Vaak hoor ik dingen als, denk je dat ik die wiskunde ooit nog nodig zal hebben in mijn leven, waarom moet ik dat dan allemaal leren. Op zich klinkt dit logisch, ook ik heb op de middelbare school veel vakken gehad waar ik niet echt goed in was en waar ik me ook wel van afvroeg of ik dit echt nodig had voor de rest van mijn leven. Ik ben eens op zoek gegaan naar het antwoord op deze vraag en het antwoord was eigenlijk best logisch maar ook wat verrassend.

De menselijke hersenen ontwikkelen zich ongeveer tot een leeftijd van vierentwintig jaar. Daarna ligt de structuur redelijk vast voor de rest van het leven. Tijdens de middelbare schooltijd worden grote delen van de structuur van de hersenen opgebouwd. Waarom is het dan zo goed om die lastige vakken zoals wiskunde te leren? Dit is eigenlijk heel goed omdat men leert om een probleem op een bepaalde wijze op te lossen. Dit vormt structuren in de hersenen die helpen bij het oplossen van dit soort problemen. Nu zal men later in het leven misschien niet dezelfde wiskundige problemen moeten oplossen, maar het leven heeft veel meer andere problemen in het vooruitzicht en een aantal van dit soort problemen kun je oplossen met de structuren die er in de middelbare schooltijd zijn ontstaan in de hersenen.

Het gaat dus niet zozeer om het exacte gebruik van de kennis om bepaalde vraagstukken en problemen op te lossen, maar om de structuren in de hersenen die je gevormd hebt in de middelbare schooltijd bij deze ?onnodige? vakken. Men zal deze kennis misschien niet meer gebruiken, maar de ?tools? die het kunnen oplossen van dit soort problemen in onze hersenen, zullen zeer behulpzaam zijn in de rest van het leven. Denk hier nog eens aan wanneer je weer eens zucht onder de druk van zo’n zogenaamd “onnodig vak”.

Meer pagina’s over denkwerk

Stroop-taak

Waarom is de stroop-taak met kleuren zo lastig?

psychologie vragen Vaak zien we op social media een afbeelding met daarin de namen van kleuren die in een andere kleur zijn afgedrukt. De uitdaging is dan de kleuren op te noemen, wat meestal niet goed zal lukken Deze test heet de Stroop-taak en deze is in 1935 door de student John Ridley Stroop bedacht om tegenstrijdige reacties te onderzoeken. De test bestond uit de woorden rood en groen die in de kleuren groen als rood en door elkaar afgebeeld werden, en de opdracht luidt zo snel mogelijk de kleur te benoemen. Het blijkt nu dat de reacties veel trager zijn als de kleur niet overeenstemt met de inhoud van het woordje. Maar waarom is dit juist zo moeilijk voor onze hersenen?

psychologie vragen

De oorzaak ligt er in dat kleur wordt geregistreerd in ??n hersendeel en woorden in een ander deel en dat zorgt voor een conflict. De moeilijkheid bij de Stroop-taak is dat lezen automatisch gaat, terwijl het benoemen van een kleur niet automatisch gaat en een zekere verwerkingstijd nodig geeft. Omdat het dus meer tijd kost om een kleur te benoemen dan tekst te lezen en te begrijpen ontstaat er een conflict waardoor we fouten gaan maken.

Onderzoek heeft ook aangetoond dat een gebied in het voorste deel van de hersenen, de cortex cingularis anterior actief is in situaties waarbij er sprake is van dit soort tegenstrijdigheid. Ouderen en mensen of mensen met een hersenbeschadigingen doen langer over de Stroop-taak en lager opgeleiden zijn meestal trager dan hoger opgeleiden. Het lijkt er op dat een automatische neiging onderdrukken een vorm van intelligent gedrag is. Net als bij de meeste testen kan men deze test trainen door te leren de tekst te negeren.

Meer pagina’s over denkwerk

Denken over denken

denken over denken Op deze pagina ga ik niet zozeer in op de fysieke werking van de hersenen maar probeer ik een beschrijving te geven van de verschillende manieren van denken zoals natuurlijke denken, logisch denken, wiskundig denken en in het bijzonder lateraal denken. Ook ga ik nader in op een aantal grote denkers en wat zij ons kunnen leren over het denkproces. Als kind had ik al belangstelling hoe de menselijke hersenen werken vanuit dezelfde nieuwsgierigheid had ik ook een fascinatie om weten hoe computers werkten. Als jongen van 8 spaarde ik weken lang om de eerste elektronische rekenmachine te kunnen kopen, om die eenmaal thuis, tot afgrijzen van mijn ouders onmiddellijk uit elkaar te halen. Op dertienjarige leeftijd las ik ongeveer alles wat er toen over computers gepubliceerd werd en dat was toen helaas nog niet erg veel. Toen ik 17 jaar was kocht ik mijn eerste echte computer (TRS-80) die ik ook onmiddellijk uit elkaar haalde en aanpaste aan mijn eigen wensen. Ik wilde tot op het laatste bit niveau weten hoe het apparaat werkte en na een jaar wist ik dit. In dezelfde jaren had ik ook een grote belangstelling voor psychologie mede omdat ik vanuit een licht autisme het menselijke gedrag en sociale patronen erg ingewikkeld vond.

Vanaf die tijd ging ik me ook bezig houden met kunstmatige intelligentie, ik begon computer programma’s te schrijven voor kunstmatige intelligentie en las daar ook veel over. Een aantal jaren later moest ik bij Wolters Kluwer als software ontwikkelaar software schrijven voor het interpreteren van de bestaande opgeslagen uitgaven (meest wetgeving) waarvoor we complexe grammatica beschrijvingen maakten in combinatie met patroon herkenning. Mede door alle mislukkingen op dit vlak kreeg ik meer en meer ontzag voor de menselijke hersenen. Vanuit deze bewondering las ik ook het boek “Denken over denken” van Edward de Bono, en ik ontdekte dat ik zelf ook vrij lateraal dacht. In dit boek beschouwde de Bono de hersenen als een “black box” en probeerde hij de werking te verklaren door een model te maken van de schijnbare processen die zich in deze “black box” afspeelden. Deze vorm van abstractie sprak mij in die tijd heel erg aan. Vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Verschillende soorten van denken.

In het boek “denken over denken” beschrijft de Bono een aantal verschillende soorten van denken die ik hier kort zal samenvatten.

Natuurlijke denken.

Dit zouden we ook het rauwe, eenvoudige of primitieve denken kunnen noemen. Natuurlijk denken lijkt veel op het denken in extremen, clichés en vooroordelen. Een waarneming heeft een vooraf bepaald gevolg. Het is denken in zeer rechte korte lijnen van oorzaak naar gevolg. Ook is het erg gevoelig voor herhalingen, iets lijkt meer juist als het meerdere keren gebeurt. Het natuurlijke denken is ook vatbaar voor dominantie in waarnemingen, een felle kleur maakt iets bijvoorbeeld meer belangrijk, en het mist ook het gevoel voor proportie. Als één Duitser toevallig dronken en vervelend is, zal het natuurlijke denken vaak tot de conclusie komen dat alle Duitsers dronkenlappen zijn. Wanneer één puber rebels is, zijn alle pubers rebels. Als bepaalde patronen zich gevormd hebben in het natuurlijk denken is het moeilijk deze nog te veranderen, aangezien het gedachten patroon enkel datgene volgt wat benadrukt wordt.

Er is weinig ruimte voor vaagheid of twijfel in het natuurlijk denken omdat een kleine dominantie van een opgeslagen patroon onmiddellijk de aandacht daarheen zal sturen. Ook sluit het gebrek aan gevoel voor proportie het herkennen van alternatieven uit, als eenmaal een patroon herkend is heeft het de volledig aandacht. Het natuurlijke denken maakt meer gebruik van extremen en uitersten omdat deze patronen zich gemakkelijker vestigen dan gemiddelde patronen. Kort samengevat kunnen we stellen dat het natuurlijke denken de natuurlijke manier is waarop het geheugenoppervlak zich van nature gedraagt. Het is onmiddellijk en direct maar is ook geneigd tot aanzienlijke vergissingen.

Logisch denken.

Het logische denken is een verbetering van het natuurlijke denken omdat het selectief een aantal banen van het natuurlijk denken blokkeert. Het logische denken blokkeert sommige banen van het natuurlijk denken door middel van een nee conditie, waardoor de stroom langs andere banen verder gaat. Logica kan men voorstellen door het gelijk zijn of niet gelijk zijn. Vaak is het eenvoudiger om de niet gelijk conditie te herkennen dan de complexere gelijk conditie omdat de eerste kleine ongelijkheid onmiddellijk een nee tot gevolg heeft. Niet gelijk aan kan ook staan voor fout, of een verkeerde combinatie, hiervoor worden tegenstrijdige patronen op het geheugenoppervlak gebruikt. Deze patronen ontstaan door eerdere ervaringen die gevoelens of emoties gekoppeld hebben aan bepaalde patronen. Deze emoties kunnen zowel fysieke gevoelens als pijn maar ook emotionele gevoelens als angst of verdriet zijn. Ook kunnen een groot aantal patronen gevormd zijn door beloning of bestraffing. Het logische denken is dus één stap verder dan het natuurlijke denken omdat het natuurlijke denken controleert en corrigeert door middel van nee condities.

Het natuurlijke denken geeft een aantal rechtlijnige reacties op een bepaalde gebeurtenis, het logische denken blokkeert een aantal van deze reacties en selecteert zo de beste reactie. We zouden kunnen stellen dat het natuurlijk denken onze eerste impulsieve gedachten zijn en het logische denken hier corrigerend werkt waardoor we gebruik maken van eerder opgeslagen patronen om dezelfde fouten niet meer te maken. Het logische denken kan de aandacht dus af leiden naar minder voor de hand liggende patronen. Logische denken is een grote verbetering ten opzichte van het natuurlijke denken maar kent nog steeds veel beperkingen. Het te vroeg blokkeren van banen door het te snel toekennen van een nee kan ook banen blokkeren die uiteindelijk nuttig hadden kunnen zijn. Logische denken beperkt het natuurlijke denken en zorgt er voor dat weinig gebruikte patronen in staat om gebruikt te worden. Bij succes zullen deze patronen dan ook sterker worden in het natuurlijke denken.

Wiskundig denken.

Wiskundig denken is het denken volgens een vooraf bepaald patroon of formule. Dit vooraf bepaald patroon is te vergelijken met een recept. Men voert de instructies van het recept uit op de ingrediënten waardoor een van tevoren bepaald doel, namelijk het gerecht bereikt zal worden. Het recept kan in dit geval gezien worden als een soort van wiskundige formule. Sommige formules bestaan uit gedetailleerde instructies, maar soms is het handiger om algemene regels te hebben die in verschillende combinaties toegepast kunnen worden. Een ander woord voor deze formules of recepten is algoritmen. Een algoritme is een vast patroon dat niet is afgeleid uit de aangeboden informatie, het patroon dient alleen om die informatie te controleren en te ordenen. Een algoritme kan een wiskundige techniek zijn, maar ook een woordpatroon of elk ander soort vooraf ingesteld patroon.

Binnen wiskundig denken gedraagt de informatie zich volgens de regels van het algoritme en niet volgens de regels van het geheugenoppervlak. Niet de informatie zelf zal de kanalen aanleggen, de kanalen worden deze op voorhand gegraven en de informatie moet deze ingestelde kanalen volgen. Op deze manier kunnen de meeste fouten en beperkingen van het natuurlijk en logisch denken vermeden worden. Het resultaat hiervan is een zeer doeltreffende methode om informatie te verwerken. Maar zelfs hier zijn er beperkingen, het volgende voorbeeld geeft dit heel duidelijk weer.

We nemen als voorbeeld het probleem van de twee fietsers, die op dertig kilometer afstand van elkaar vertrekken en naar elkaar toe rijden en daarbij een snelheid aanhoudend van vijftien kilometer per uur. Een vlieg vertrekt van de neus van de ene naar de neus van de andere fietser, en dan terug met een constante snelheid van vijftig kilometer per uur. Als de vlieg op deze manier heen en weer vliegt tot de fietsers elkaar ontmoeten, hoeveel kilometer zal de vlieg dan afgelegd hebben? Voor het gemak nemen we aan dat de pauze op de neus van de fietsers geen tijd in beslag zal nemen.

Dit probleem werd gegeven aan een bekende wiskundige, die er een tijdje over nadacht en toen aangaf dat het probleem opgelost kon worden met behulp van een nogal lastige, wiskundige techniek om met een afnemende reeks om te gaan. Hij deed er een tijdje over om het probleem uit te werken en gaf het juiste antwoord. Een student loste het probleem veel eenvoudiger op. Hij rekende uit dat de fietsers er een uur over zullen doen om elkaar te ontmoeten. Aangezien de vlieg vijftig kilometer per uur vliegt zal hij dan vijftig kilometer hebben afgelegd. Deze oplossing was het gevolg van een andere kijk op het probleem door niet naar de (voor de hand liggende) afstand, maar naar tijd te kijken. De wiskundige was niet op de eenvoudige oplossing gekomen omdat hij in staat was het probleem op moeilijke manier uit te werken. Het hierboven vermelde probleem geeft aan dat ook het wiskundig denken zijn beperkingen heeft.

Lateraal denken.

Als je enige gereedschap een hamer is, ziet elk probleem eruit als een spijker.

De bedoeling van het laterale denken is het ondervangen van de fouten als de beperkingen van het geheugenoppervlak. Zowel logisch als wiskundig denken kunnen niet volledig de beperkingen van het geheugenoppervlak ondervangen. Het natuurlijke denken selecteert een baan op basis van nadruk, het logische denken sluit banen af op basis van het herkennen van verkeerde combinaties en het wiskundige denken gebruikt de regels van een formule voor selectie. Meestal worden bekende patronen in onze hersenen alleen verbeterd door informatie die van buitenaf komt zoals nieuwe ervaringen of bevestiging van ervaringen. Het patroon zal aangevuld of aangepast worden. Het laterale denken is gebaseerd op het opnieuw ordenen van de bestaande informatie om zodoende nieuwe informatie te laten ontstaan. Het laterale denken is in staat de vertrouwde patronen aan te passen zonder invloeden van buitenaf. Het laterale denken is ook denken met veel verspilling, maar we hebben zoveel onbenutte capaciteit in onze hersenen dat we ons dit in ruime mate kunnen veroorloven.

Een probleem kent vaak een begin en een eindsituatie en het denkproces is het vinden van een weg van het begin naar de eindsituatie. Normaal is de mens geneigd om een zo recht mogelijke lijn te volgen van begin naar einde via beproefde methodes. Als ergens in deze lijn een onmogelijkheid of een schijnbare onmogelijkheid zit, gooien de meeste mensen onmiddellijk de hele oplossing weg om een nieuwe te zoeken. Iemand die lateraal denkt gaat verder met de ingeslagen weg met de gedachte van stel dat het wel mogelijk zou zijn. Dit geeft hem een middel om verder te kijken dan die positie waar het schijnbaar onmogelijk leek. Dit kan dan leiden tot geheel nieuwe inzichten. Bedenk eens hoe zou de wereld er uit zien als varkens konden vliegen. Dit is een voorbeeld van dit soort denken. De meeste mensen zouden denken dat varkens nooit kunnen vliegen en ook niet fantaseren wat de gevolgen zouden zijn als het wel kon. Iemand die dat wel doet kan tot inzichten komen die niets met vliegende varkens te maken hebben, maar wel heel nuttig kunnen zijn op een ander gebied.

Soms kan een probleem niet direct opgelost worden maar wel via een andere weg. Om deze weg te vinden is het nodig bepaalde vaste patronen te negeren en op een andere wijze naar het probleem te gaan kijken. In het voorbeeld bij wiskundig denken, wilde de wiskundige het probleem op een voor hem bekende wijze oplossen. Als hij ook de aandacht van afstand naar tijd had verschoven, had hij waarschijnlijk ook de veel simpelere oplossing gezien. Ook kan het soms handig zijn om het probleem vanuit de eindsituatie naar de beginsituatie te herleiden, of het probleem eens compleet om te draaien. Door middel van fantasie en humor kunnen nieuwe patronen ontstaan die tot nieuwe inzichten kunnen leiden.

Lateraal denken is soms denken via een zijweg of een omweg, als een omweg onmogelijk lijkt, maar het wel mogelijk zou zijn tot een goede oplossing zou leiden, is het handig om de aandacht eens te richten op het mogelijk maken van deze omweg. Lateraal denken houdt in dat u selectief de beperkingen van alle andere methodes van denken tijdelijk buiten werking zet. Als een pad niet logisch is kan het toch een perfecte oplossing zijn als u durft verder te denken voorbij de logische nee situatie. Lateraal denken maakt de andere vormen van denken niet overbodig, het heeft de andere vormen van denken nodig om nieuwe patronen te valideren. Als het lateraal denken een nieuw patroon gegenereerd heeft kan het bijvoorbeeld door positieve ervaringen tot een vorm van natuurlijk denken worden. Als lateraal denken een ruime hoeveelheid soms onzinnige oplossingen gegenereerd heeft kan het logisch denken weer een selectie uitvoeren om de beste oplossing te kiezen. Lateraal denken heeft veel met creativiteit te maken en het vermogen van mensen om zich los te maken van bestaande ideeën en patronen.

Wie is Edward de Bono.

Edward de Bono werd geboren in 1933 op Malta. Hij studeerde medicijnen aan de Universiteit van Malta en promoveerde in psychologie en fysiologie in Oxford. Zijn belangrijkste boek is The Use of Lateral Thinking. Hij is de goeroe van het creatieve denken en de uitvinder van het begrip lateraal denken. Hij is als goeroe groot geworden door één enkel idee steeds verder uit te melken, op basis van lateraal denken schreef hij inmiddels zo’n dertig boeken. Hij zegt van zichzelf: ‘Ik ben een van de weinige mensen in de geschiedenis die een belangrijke invloed heeft gehad op de manier waarop mensen denken’.

Uitspraken van Edward de Bono

A person who knows all the answers, has an opinion on everything, has a certainty backed up by rational argument, has very little possibility of further progress. Such a person is unlikely to walk away from a discussion with anything more than a reaffirmation of how right he or she has been all along
(Edward de Bono)


Creativity involves breaking out of established patterns
in order to look at things in a different way.
(Edward De Bono )


Humor is by far the most significant activity of the human brain.
(Edward De Bono)


Meer pagina’s over denkwerk

Denkfouten

denfouten Onze hersenen zijn een wonderbaar mooi en complex orgaan dat in staat is om een enorm aantal zintuigelijk waarnemingen te verwerken en om te zetten in acties en emoties. Deze vaardigheid hebben we niet met onze geboorte meegekregen, hoewel de begin opbouw van onze hersenen wel het uitgangspunt is voor ons karakter. Gaandeweg ons leven bouwen we een enorme bibliotheek op van waarnemingen en ervaringen en reacties daarop die voornamelijk bepaald worden door aanleg (wat we van onze ouders aan genen hebben meegekregen), omgeving (de omgeving waarin je opgroeit) en ervaringen (dingen die je meemaakt). Wanneer bepaalde dingen zich herhalen ontstaat er een soort van ingesleten patroon, net als een zandpad dat uitslijt en steeds duidelijker is. Deze ingesleten patronen zijn eigenlijk bedoeld om u te beschermen in de rest van uw leven, maar niet al deze ingesleten patronen zijn correct of goed voor uzelf en uw omgeving. Onze hersenen weten niet van nature wat goed en slecht is, dit is een aangeleerd proces. Bij deze lange ontwikkeling van baby naar volwassene kunnen er foute patronen inslijten. Patronen die niet goed zijn voor uzelf of uw omgeving (en dus indirect niet goed voor uzelf). Sommige ingesleten patronen zijn denkfouten die u het leven aardig zuur kunnen maken en die de oorzaak kunnen zijn van allerlei psychische problemen. Ik heb zelf veel geleerd over mijn eigen denkfouten tijdens cognitieve therapie en omdenken, en ik heb er mijn voordeel mee gedaan. Toch zijn sommige diep ingesleten patronen niet altijd zo makkelijk af te leren. Wat ik absoluut niet wil is de indruk wekken dat een depressie eenvoudig te behandelen is of de indruk wekken (wat sommige mensen wel doen) dat het de eigen schuld is. Mensen die depressief zijn kunnen niet zomaar even anders gaan denken, het is niet hun eigen schuld, ik kan dat niet genoeg duidelijk maken. Ook al mag het eenvoudig overkomen, ik weet hoe moeilijk het is om iemand met een negatief zelfbeeld duidelijk te maken dat dit een denkfout is. In haar visie staan haar ogen te dicht op elkaar, zijn haar borsten te klein, de vorm niet goed en zijn haar benen te kort. Het is vaak extreem moeilijk dit idee uit iemands hoofd te praten. En zelfs dan is één negatieve opmerking genoeg om alles terug te draaien. Iets zoals een negatief zelfbeeld is niet iets om te onderschatten. Ik ben geen psycholoog maar schrijf vanuit mijn eigen ervaringen. Deze pagina gaat over deze denkfouten, met vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Denkfouten en therapie

Wanneer denkfouten tot psychische problemen leiden of uw leven op een negatieve wijze beïnvloeden, dan kan psychotherapie een oplossing zijn. Ik heb zelf, na een gelukkig korte depressie, cognitieve therapie gevolgd maar tegenwoordig hoor ik meer de term schematherapie. Ik heb zelf goede ervaringen met cognitieve therapie, die er vanuit gaat dat je inzicht krijgt in de, vaak onbewuste, foute denkpatronen, die vaak een foute denkwijze (handelen en emoties) tot gevolg hebben. Hierdoor kan het voorkomen dat niet een bepaalde gebeurtenis bepaald gedrag of een emotie veroorzaakt, maar dat we dingen zien en ervaren door een gekleurde bril van ingesleten patronen. Door deze foute gedachten om te buigen en te leren gebeurtenissen anders te zien komt er een andere kijk op de eigen gevoelens en waarnemingen, en kunnen negatieve gevoelens verdwijnen en ons gedrag veranderen. Voorbeelden hiervan zijn, geen nee kunnen zeggen, een negatief zelfbeeld hebben of angststoornissen. Tegenwoordig hoor ik vaker de term schematherapie vallen bij de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en depressies. Blijkbaar combineert deze therapie de theorie en technieken van bestaande therapieën waaronder cognitieve gedragstherapie.

In mijn eigen geval had ik bijvoorbeeld niet echt goed leren opkomen voor mijzelf, wilde ik het altijd voor iedereen goed doen en voelde ik mijzelf vaak tekort gedaan omdat ik het gevoel had dat ik amper iets terug kreeg. Mijn verkeerde patroon was ontwijken en vluchten uit probleemsituaties en me vaak in de steek gelaten voelen. Ook doorzag ik de slechte bedoelingen van sommige mensen niet goed en was ik te goed van vertrouwen. Er was mij ook wel het nodige aangedaan maar ik begreep niet dat ik daar zelf aan had meegewerkt. Dat ik mensen ook toeliet om mij zo te behandelen en dat ik het zelfs heel erg uit de hand had laten lopen. Ik leerde vooral dat ik vaker nee moest zeggen en dat ik dingen niet moest accepteren en dat ik dit duidelijker kenbaar moest maken. Ik leerde het gedrag van anderen beter begrijpen maar vooral mijn eigen denkpatronen en gedrag. Mijn persoonlijkheid was wat het was maar door zelf anders te reageren kon ik ook anders met bepaalde situaties omgaan en het een andere wending geven. Toen later hier nog omdenken bijkwam leerde ik steeds meer over mijn eigen ingesleten patronen en hoe dit mijn interactie met andere mensen bepaalde. Deze inzichten hebben me zeker gelukkiger gemaakt en het leven voor makkelijker, toch is de basis van mijn karakter niet echt veranderd.

Dit zelfinzicht is een doorlopen proces, het is niet even met een paar maanden therapie genezen, er zijn zoveel verschillende ingesleten patronen, zoveel verschillende situaties en verschillende interacties met andere mensen, dat het eigenlijk een levenslange leerschool is. Maar wanneer men telkens weer een klein beetje verbetering en positief resultaat ziet, is dat een aansporing om telkens weer door te gaan. Het hoeft dus geen levenslange therapie te zijn, therapie kan heel nuttig zijn om u weer op het goed spoor te zetten. Medicatie ben ik zelf niet zo’n fan van, maar soms is een onderhoudsdosis nodig om de scherpe kantjes er een beetje af te halen, dit is niet iets om u voor te schamen. Er is een geweldig aanbod van zelfhulpboeken en bijvoorbeeld mindfulness cursussen, maar ook yoga en meditatie kunnen heel heilzaam werken. Als mens bent u nooit helemaal af of perfect, probeer ook niet perfect te worden want ook dat is een fout denkpatroon. Leren hoe het proces van foute denkpatronen werkt is waarschijnlijk het beste inzicht dat therapie te bieden heeft, daarna kunt u met deze nieuwe gereedschappen zelf aan het werk.

Denkfouten en omdenken

In 2014 ontdekte ik de boeken van Berthold Gunster die mij aanbevolen werden door een bevriend psychotherapeut. Het eerste boek met de titel “Ik ben oke, jij bent een sukkel” was voor mij weer een bron van inspiratie en het legde precies de vinger op de zere plek. In mijn geval ging het om een collega die een totaal tegengesteld karakter had dan ik en dat botste zo erg dat we beiden bij onze leidinggevende aan weerszijde van de tafel zaten met de boodschap “of hij uit het project, of ik”. Maar aangezien we beiden vrij onmisbaar waren voor het project, werd er een extra teamlid toegevoegd die de taak had om tussen ons in te zitten en zo de spanning er uit te halen. Dit werkte maar de spanning tussen mij en mijn collega bleven. Tot ik “Ik ben oke, jij bent een sukkel” las en ineens begreep dat mijn aanpak niet altijd werkte en omgekeerd de aanpak van mijn collega ook niet. Maar vaak werkte zijn “redelijk doortastende en soms zelfs botte” wijze van werken prima als mijn wijze van “oplossen met technische kennis en redelijkheid” niet werkte. Ik begon te begrijpen dat wanneer ik tegen een “botte afwijzing” aanliep, ik mijn collega moest vragen om mij te helpen, waarna hij het wel even regelde. Omgekeerd begon hij mij in te zetten wanneer iemand hem met allerlei technische argumenten tegenwerkte. We begonnen beiden in te zien dat onze verschillen juist onze kracht was en dat in sommige gevallen zijn aanpak veel beter was en in andere gevallen mijn aanpak. Uiteindelijk zijn we zelfs een prima team geworden.

De conflicten die ik met mijn collega had was mijn denkfout dat ik vond dat mijn aanpak de beste was en dat hij gewoon een hele arrogante lul was. Mijn grootste denkfout was dat ik verwachtte dat hij net als ik zou denken en zou reageren en toen hij dit niet deed ontstond er bij mij verzet. Dit verzet escaleerde wederzijds alleen maar waardoor de situatie steeds meer uit de hand liep. Pas toen ik inzicht kreeg in mijn foute denkproces, was ik in staat om hier goed mee om te gaan en er zelfs mijn voordeel mee te doen. De methode die Berthold Gunster toepast is noemt hij “omdenken” en in grote lijnen komt omdenken er op neer dat u leert om problemen om te zetten in mogelijkheden. Hij beschrijft ook de term vastdenken wanneer uw oplossing het probleem niet oplost maar erger maakt, dit is vergelijkbaar met wanneer u met uw auto vastzit en u merkt dat meer gas geven de wielen alleen maar meer ingraaft en u toch denkt dat u met nog meer gas geven het probleem kunt oplossen.

Het omdenken is niet alleen in het werk handig maar kan men ook toepassen op het hele leven, of het nu om buren, ouders, familie, kinderen, vrienden, kortom om alle mensen om u heel gaat, maar ook op de wijze waarop u tegen alles (vooral problemen) in het leven aankijkt, omdenken is bijna overal toepasbaar. Door omdenken kunt u het leven een stuk aangenamer en eenvoudiger maken, waarbij u de wereld om u heen niet veranderd, maar zelf de vaardigheid van het omdenken gebruikt om zelf anders met dingen om te gaan. Natuurlijk is de techniek van omdenken niet compleet nieuw, veel van de dingen die ik las kende ik al vanuit “denken over denken” (lateraal denken) en vanuit de provocatieve therapie, in zijn boeken weet Berthold Gunster het wel heel praktisch toepasbaar te maken. Omdenken doet u in twee stappen, de eerste stap is van het probleem een feit te maken (deconstructie) en daarna in stap twee van het feit naar een mogelijkheid werken (constructie). Dit heeft alles te maken met leren accepteren dat het is wat het is, leren om geen energie te steken in dingen die u toch niet kunt veranderen, uw blik te verleggen naar wat er wel goed gaat, het tegenovergestelde van uw eerste oplossing eens te onderzoeken. Wat ook belangrijk is om te leren is dat “Ja maar” eigenlijk ook een vorm van “nee” is.

Een andere methode die hij beschrijft is het spiegelen. Spiegelen is hetzelfde gedrag aannemen als de ander, bijvoorbeeld door zijn of haar houding, volume en spreeksnelheid over te nemen. Dit spiegelen moet wel gebaseerd zijn op de behoefte aan werkelijk contact, u moet het niet doen om de ander te veranderen, of een steek onder water uit te delen. U doet het juist om het “willen veranderen” van de ander los te laten, u accepteert de persoon helemaal zoals hij of zij is waardoor u een goede kans heeft om vastgelopen patronen te doorbreken. Zeurt de ander dan gaat u lekker mee zeuren, klaagt de ander, klaag dan lekker mee, is de ander kort van stof, wees dan ook kort en bondig. Nog een stapje verder is het “omspiegelen” en hierbij gaat u nog een stapje verder dan het spiegelen, u spiegelt in het kwadraat. Het grappige is dat u met dit omdenken en spiegelen in de eerste plaats uw eigen gedrag aanpast om juist de ander tegemoet te komen en zo een situatie die vastzit los kunt trekken.

Eenvoudig voorbeeld

Dit voorbeeld gebruik ik zelf ook nog wel eens om mijzelf even weer op de plaats te zetten

Meer pagina’s over denkwerk

Depressie

afbeelding depressie Iedereen is wel eens somber of lusteloos, dit zijn vrij normale gevoelens die bijna iedereen wel eens heeft, het leven kent nu eenmaal ook tegenvallers en problemen. Wanneer deze gevoelens echter langere tijd het grootste deel van de dag bestaan en u zich niet meer over de somberheid heen kunt zetten, kan er sprake zijn van een depressie. Een depressie is een ziekte, die helaas best wel vaak voorkomt, zeker tien procent van de mannen en twintig procent van de vrouwen maken in hun leven wel eens een depressie door. Toch wordt er vaak over gezwegen, wanneer men in onze maakbare maatschappij met al onze welvaart en alle mogelijkheden niet gelukkig is, ervaren veel mensen dit als het eigen falen. Veel mensen die bemoedigende woorden spreken, bevestigen dit hierdoor eigen alleen maar. Iemand die echt depressief is komt er niet met een paar bemoedigende woorden weer bovenop. Helaas is na hart- en vaatziekte, een depressie de tweede volksziekte geworden, maar onbegrip en schaamte en angst voor de reacties van de omgeving zijn vaak grote obstakels die ervoor zorgen dat een depressie nog steeds niet echt geaccepteerd is. Veel mensen zeggen dan maar dat ze een burn-out hebben, want dat komt door hard werken en uw best doen en heeft zodoende een positiever imago. Mensen kennen mij als een ras optimist maar ook ik ben vele jaren geleden een korte tijd zeer depressief geweest en ben er nog steeds gevoelig voor wanneer ik mijn grenzen niet goed bewaak. Ook ben ik binnen mijn omgeving een aantal keren met depressie geconfronteerd, zelfs een keer met fatale afloop. Het kan de sterkste persoon overkomen en het is niet iets om u voor te schamen, het zo snel mogelijk onderkennen en hulp zoeken kan heel belangrijk zijn. Aan het einde van deze pagina staan ook een aantal boeken over depressie, het boek “ik kan weer lachen” van de bekende psycholoog Jeffrey Wijnberg, beschrijft heel goed wat een depressie is omdat hij zelf vanuit eigen ervaring kan spreken. Vriendelijke groet, Hein Pragt

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Wat is een depressie?

Een depressie niet aan een bepaalde leeftijd verbonden, het kan op alle leeftijden voorkomen. Vaak merkt u dat u het vermogen om plezier te kunnen beleven kwijt raakt. Ook uit een depressie zich in slaapproblemen, verlies van interesse en concentratiestoornissen. Een depressie kan zich ook uiten in lichamelijke klachten zoals oververmoeid voelen, slechte eetlust, verminderde seksuele gevoelens. Door een depressie kunt u in een negatieve spiraal terechtkomen. Negatief denken en handelen lokt meer negatieve ervaringen uit en versterkt het negatieve patroon waar u in bent terecht gekomen. Uiteindelijk kan de wens ontstaan om het leven achter zich te laten en een depressie is helaas een belangrijke oorzaak van zelfmoordpogingen en zelfmoord. Maar zelfs de gedachte “als ik morgen niet meer wakker word, zal ik er niet rouwig om zijn” is al een sterke indicatie. Daarom kan herkenning en behandeling van de depressie letterlijk van levensbelang zijn. Bij een depressie legt het brein het lichaam eigenlijk stil en neemt het de macht over om u tot rust te dwingen, als overlevingsmechanisme.

Vaak is het niet mogelijk om ??n oorzaak aan te geven van een depressie, het gaat vaak om een combinatie van een aantal factoren. De kans om een depressie te krijgen is voor een deel biologisch bepaald. Sommige mensen hebben een erfelijk bepaald verstoord evenwicht tussen stoffen die nodig zijn voor de werking van het zenuwstelsel. Met antidepressieve medicijnen kan het evenwicht worden hersteld. Persoonlijke sociale vaardigheden spelen vaak ook een grote rol bij depressies, vaak zal een behandeling zich dan ook richten op het verbeteren van deze sociale vaardigheden en een vaardigheden om anders met problemen om te gaan. Hulp en steun van de naaste omgeving kunnen vragen (en ook krijgen), zijn daarbij van belang. Vaak is de aanleiding voor een depressie toch een aantal negatieve gebeurtenissen die de aanzet tot een depressie kunnen geven zoals relatieconflicten of een echtscheiding, familieproblemen, ziekte of dood in de naaste kring of het niet goed om kunnen gaan met stress en spanningen op het werk. Vaak dient de depressie zich niet ineens aan, het is vaak een geleidelijk proces van steeds somberder worden en steeds meer uitgeblust raken.

Wanneer u denkt dat u een depressie heeft of denkt dat iemand in uw naaste omgeving depressief is, neem dan als eerste contact op met uw huisarts. Deze kan u helpen met medicijnen of/en u doorverwijzen naar specifieke hulpverlening zoals een psycholoog of het GGZ. U hoeft zich niet te schamen, zelfs de sterkste persoon kan door voldoende tegenslagen en stress depressief worden, dit weet ik helaas uit eigen ervaring. Het is geen teken van zwakte, zoals men dit wel vaak voelt, u bent geen uitzondering, het kan iedereen overkomen. De hulpverlening is er, dus maak er gebruik van, het leven is te mooi om door een depressie te laten verzieken. U kunt een depressie overwinnen, het kost alleen helaas wel tijd, tijd die u zich wel moet gunnen. Het is heel goed mogelijk om na een depressie weer voldoening en geluk in het leven te ervaren, ook dat weet ik uit eigen ervaring. Soms is een kleine onderhoudsdosis medicatie noodzakelijk, ook dit is niets om u voor te schamen, depressie is een ziekte en soms moeten mensen met een ziekte medicijnen blijven slikken als preventie.

Antidepressiva en therapie

Antidepressiva (dit is het meervoud, het enkelvoud is antidepressivum) zijn medicijnen die de symptomen van een depressie tegengaan. Hoewel de exacte werking van sommige antidepressiva wetenschappelijk nog niet helemaal duidelijk is, denkt men dat deze medicijnen bij ernstige depressies de natuurlijke balans tussen bepaalde stoffen in de hersenen herstellen, waardoor een nieuw chemisch evenwicht ontstaat en de klachten meestal stabiliseren. De meeste patiënten worden na een paar weken al minder somber en krijgen weer een beetje plezier en belangstelling voor de dingen om zich heen. Meestal gaan de medicijnen pas na twee tot vier weken werken en werken ze pas na zes weken optimaal.

Deze medicijnen onderdrukken alleen de symptomen maar herstellen meestal niet de oorzaak, ik zie ze dan ook als een soms noodzakelijke ondersteuning. Het komt voor dat na een tijd gebruiken van anticonceptiva het lichaam went aan het nieuwe chemische evenwicht en dat er langzaam afgebouwd moet worden omdat men anders last van ontwenningsverschijnselen kan krijgen. Naast medicatie (en rust) is het voor de behandeling van die depressie net zo belangrijk om die oorzaak aan te pakken met therapie. In Nederland worden steeds vaker antidepressiva voorgeschreven, in 2007 werden er in totaal 6,7 miljoen recepten tegen depressie voorgeschreven.

Antidepressiva worden naast depressies ook voorgeschreven voor angststoornissen, boulimia nervosa en PMDD (een stemmingsstoornis die verband houdt met de menstruatiecyclus). Antidepressiva beïnvloeden de overdracht van prikkels tussen zenuwcellen door neurotransmitters, de meeste antidepressiva beïnvloeden de beschikbaarheid van serotonine en / of noradrenaline in de hersenen. De meeste antidepressiva hebben ook de nodige bijwerkingen zoals droge mond, angst, maag en darmklachten, gejaagdheid en veranderingen in het slaappatroon. Ook kunnen deze medicijnen het libido verminderen, een vriendin van mij noemde deze medicijnen dan ook vaak de anti seks pillen. Deze bijwerkingen kunnen soms aanleiding zijn om vroegtijdig met het middel te stoppen, maar er zijn vele soorten antidepressiva en vaak kunt u in overleg met de arts zoeken naar een middel dat het beste werkt en de minste vervelende bijwerkingen heeft. De laatste keer dat ik depressief was kreeg ik medicatie die mijn concentratievermogen heel erg aantasten waardoor ik zelfs geen boek meet kon lezen en me ook niet goed kon concentreren op de behandeling. Na het overschakelen op een ander middel uit dezelfde familie, waren de bijverschijnselen weg en kon ik me weer concentreren terwijl het middel ook de stemming goed reguleerde. Overleg vooral met uw arts over de werking en de bijwerkingen en stop nooit op eigen initiatief.

Wanneer deze Antidepressiva succes hebben moet men meestal nog enkele maanden (vaak zelfs een half jaar) doorgaan om dan langzaam af te bouwen omdat anders de kans bestaat dat de klachten weer terugkomen. Bij mensen die al eerder depressief waren wordt vaak aangeraden om veel langer door te gaan met het gebruik. Ook het afbouwen is erg belangrijk, ik ben zelf na mijn eerste depressie van de ene dag op de andere gestopt (met Seroxat) en heb toen wel weken lang veel last gehad van lichamelijk ontwenningsverschijnselen zoals onwillekeurige samentrekking van spieren en trillen.

Meestal worden antidepressiva voorgeschreven in combinatie met een vorm van psychotherapie, de antidepressiva worden dan dus gebruikt om de depressieve persoon weer enigszins op de been te helpen en te stabiliseren, om daarna de oorzaak vast te stellen en door middel van psychotherapie te proberen de depressie te verhelpen en te voorkomen dat deze weer gaat optreden. Bij de behandeling van depressies kunnen verschillende methoden worden toegepast. Als eerste kan men kiezen voor geen behandeling maar het aanbieden van trainingen en cursussen voor het veranderen van de levensstijl zoals bijvoorbeeld Mindfulness trainingen en het beter voor uzelf leren opkomen, dit kan ook zeer succesvol zijn. Er kan ook gekozen worden voor een therapie met een steunend en begeleidend karakter maar ook “echte” psychotherapie. Rationeel Emotieve Therapie (RET) wordt vaak toegepast bij de behandeling van depressies. Dit is een kortdurende vorm van cognitieve gedragstherapie die gebaseerd is op het bewerkstelligen van gedragsveranderingen waarbij irrationele opvattingen door rationele gedachten vervangen worden. Maar het kan ook belangrijk zijn om bijvoorbeeld naar voeding en voedingssupplementen, verandering van bezigheden, lichaamsbeweging en rust te kijken.

Persoonlijke ervaring met depressie en therapie

Rond de eeuwwisseling kwam ik er achter dat zelfs de sterkste persoon te breken zijn door een aaneengesloten reeks negatieve en emotionele gebeurtenissen. Ik bleef maanden volhouden maar uiteindelijk brak ik en kwam ik in een depressie van een paar maanden terecht. Toen ik hulp zocht en in een eerste gesprek alle ellende van de laatste maanden vertelde aan een psycholoog was na een uur zijn reactie nogal verbazend. Ik mocht gaan en een paar dagen nadenken over wat mijn rol geweest was in alle ellende die me overkomen was. Ik was boos, wat voor hulpverlener had ik nu weer, ik heb boos een paar dagen zitten mokken en ben toen toch gaan nadenken. Ik had geprobeerd de sterke boom te zijn die zich verzette tegen de sterke wind van tegenslagen en uiteindelijk verloor omdat ik om knakte. Ik had het riet moeten zijn dat mee boog met de wind en weer terug veerde en zo altijd overeind bleef staan. Toen ik eenmaal realiseerde dat veel van datgene wat voor mij een bron van ellende was ook gedeeltelijk het gevolg was van hoe ik, met de beste bedoelingen, tegen zaken aankeek en hierop reageerde had ik een eerste stap genomen.

Ik werd weer sterker en besloot heel bewust dat ik een tijdje cognitieve therapie wilde hebben om mijzelf beter te wapenen tegen tegenslagen in de toekomst. Hoewel ik alles met de beste bedoelingen deed zaten er toch een paar patronen in mijn denkwijze en gedrag die misschien voor anderen prima waren maar voor mijzelf niet altijd. Tijdens deze cognitieve sessies die vaak erg confronterend waren heb ik veel over mijzelf geleerd. Mijn therapeut heeft meerder keren gezegd “en? voel je jezelf nu niet een enorme lul” en ik moest het gelukkig met een lach wel toegeven. Ik ben hier veel sterker uitgekomen en heb geleerd iets meer voor mijzelf op te komen en vooral dat veel van mijn emoties voortkomen uit patronen die gebaseerd zijn op alle ervaringen uit het verleden die in mijn hoofd zitten. Deze patronen zijn niet altijd de juiste of gekoppeld aan negatieve of verkeerde gevoelens terwijl ze ook gekoppeld kunnen zijn aan positieve of meer realistische emoties. Mijn eigen gezonde verstand is in staat om dit soort conclusies te trekken en deze denkpatronen bij te stellen. Door deze kennis en zelfkennis ben ik in staat om weer een optimist te zijn en heel positief in het leven te staan. Dit wil niet zeggen dat het nooit meer mis gaat, ik ben nog steeds een mens met al zijn emoties maar ik heb nu wel het gereedschap om mijzelf bij te stellen waar nodig en het meeste weer een positieve wending te geven.

Depressie en autisme

Helaas werd mijn autisme niet herkent in deze therapie, maar hoogfuncionerend autisme is ook vaak lastig te herkennen omdat de persoon met hoogfunctionerend autisme heel goed geleerd heeft om het autisme te maskeren en te verhullen. Lees meer hierover op mijn pagina over hoogfunctioneren autisme. Pas 20 jaar later diende zich weer een depressie aan, deze keer als gevolg van een burn-out. Langzaam gleed ik weer af werd ik extreem somber en bleven oude herinneringen terugkomen in mijn hoofd en op een zeker moment ben ik toch met de huisarts gaan praten, voordat het te ernstige vormen aannam. Gelukkig herkende de huisarts de symptomen en schreef hij mij medicatie voor en gaf hij mij een doorverwijzing voor de GGZ. Bij deze depressie speelden weer veel zaken op die de eerste depressie ook veroorzaakt hadden, maar deze keer speelde ook duidelijk het niet goed grenzen kunnen stellen een rol en het niet goed begrijpen en om kunnen gaan met mensen met minder goede bedoelingen door mijn autisme. Hier spitste de therapie zich ook op toe en nu is een onderhoudsdosis medicatie een goede preventie en geloof ik ook dit veilig en nodig is.

Een half jaar later ging het weer heel goed, ik begon weer te werken en had weer veel plezier in mijn leven. Wel heb ik gebroken met een paar mensen die mijn leven niet echt prettiger maakten en dat was een enorme opluchting. Ik merkte dat ik tijdens mijn depressie me weer dingen aangetrokken had die ik eigenlijk al lang achter me gelaten had, maar tijdens de depressie was mijn mentale weerstand zo laag dat de oude gevoelens weer naar boven kwamen. Ik dank mijn therapeute, ze heeft me goed geholpen als was het maar om weer alles op een rijtje te krijgen en weer een paar extra ?tools? te hebben. Ik ben er uiteindelijk weer sterker en met meer levenslust uitgekomen, hoewel ik nog wel een antidepressivum slik in lichte dosis. Ik merk dat dit ook een gunstige uitwerking heeft op mijn dagelijkse functioneren en daarom wil ik niet te snel afbouwen.

Ik lees nu dat mensen met autisme ook gevoeliger zijn voor een depressie, dit heeft meerdere oorzaken, in mijn geval ben ik in veel opzichten niet goed in mijn grenzen bewaken en wil ik om maar mee te tellen graag mijn grenzen verleggen. Ook ben ik zelf altijd compleet eerlijk en loyaal en ik kan teleurgesteld zijn wanneer mensen dat niet terug zijn. En omdat ik altijd vrolijk, vriendelijk en aardig ben maken sommige mensen hier gebruik van door totaal niet wederkerig te zijn. Inmiddels kan ik daar beter mee omgaan maar er is een druppel die bij mij de emmer laat overlopen. Ook ben ik vaak, tegen beter weten in, te loyaal en kan ik slecht tegen conflicten, zeker niet als ze op onwaarheden gebaseerd zijn. Ik heb geleerd om hier mee om te gaan, net als alle andere sociale vaardigheden die ik mijzelf aangeleerd heb, maar onderbewust blijft mijn brein wel autistisch. Maar door steeds beter aan te geven wat ik voel en hoe ik dingen ervaar, zonder aan te vallen maar een beroep te doen op begrip voor mijn autisme, lukt het me steeds beter.

Een depressie is slecht voor uw hersenen.

Een depressie kan zo’n zware invloed op u hebben dat uw hersencellen erdoor beschadigd raken. Dat zegt tenminste psychiater Owen Wolkowitz, die dit onlangs onderzocht heeft. Volgens Wolkowitz die onderzoeker is aan de University of California, lopen mensen die een zware depressie achter de rug hebben een verhoogde kans op vergeetachtigheid, hersenbloedingen en dementie. Ook vergroot een depressie de kans op aandoeningen als suikerziekte en hart- en vaatproblemen. Waarschijnlijk versnelt depressie het verouderingsproces in het hele lichaam. Hierbij moetje u dan denken aan allerlei beschadigende processen in lichaams- en hersencellen, zoals ontstekingen en oxidatie. Bovendien lijkt het verdedigingsmechanisme van de cellen aangetast. Volgens de onderzoeker moet nog worden uitgezocht of de vervelende gevolgen van persoon tot persoon verschillen en of ze zijn te voorkomen.
(Depression and Anxiety, apr 2010)

Meer pagina’s over denkwerk

Hoogbegaafd

hersenen hoogbegaafd Wanneer men intelligentie meet met behulp van een gestandaardiseerde IQ-test dan spreekt men meestal van hoogbegaafdheid bij een IQ vanaf 130 (getest volgens David Wechsler en 136 of 140 andere testen). Ongeveer 2% van de bevolking is volgens deze norm hoogbegaafd maar volgens critici is hoogbegaafdheid op deze wijze niet zuiver vast te stelen. Bovendien is een hoog IQ geen garantie voor bovengemiddelde prestaties. Naast een hoog IQ zijn blijkbaar ook creativiteit en doorzettingsvermogen nodig om ergens in uit te kunnen blinken. Daarnaast hangt hoogbegaafdheid ook vaak samen met een verhoogde responsiviteit van het centrale zenuwstelsel op prikkels en is overprikkeling een bekende kwetsbaarheid van hoogbegaafde mensen. Maar ook op sociaal emotioneel vlak scoren de meeste hoogbegaafde mensen niet zo goed. Erfelijkheid is blijkbaar een belangrijke component van hoogbegaafdheid en hoogbegaafdheid is een combinatie van een uitzonderlijke intelligentie, creativiteit en doorzettingsvermogen. De gemiddelde hoogbegaafde mens is nieuwsgierig, sensitief en emotioneel, een snelle en slimme denker die complexe zaken kan doorgronden.

Ook is hij of zij vaak erg autonoom, gedreven van aard en intens levend en vaak zeer creatief. Toch is hoogbegaafdheid meestal geen zegen omdat het ook veel valkuilen kent, zeker in omgang met andere mensen omdat het gedrag en het taalgebruik van hoogbegaafde mensen vaak verkeerd begrepen wordt. Zo wordt hoogbegaafdheid bij kinderen vaak ten onrechte aangezien voor een van de vormen van een autistische stoornis. Het trieste hiervan is dat er hoogbegaafde kinderen ten onrechte behandeld worden (en soms medicatie moeten slikken) voor een totaal verkeerd gediagnosticeerde stoornis. Maar ook volwassenen kunnen tegen veel problemen aanlopen door hoogbegaafdheid, het herkennen hiervan en het bespreekbaar maken kan hier veel problemen voorkomen. De IQ testen die ik in mijn leven gemaakt hebben vielen ook altijd hoog uit en sinds kort weet ik dat ik zelf ook hoogbegaafd ben met waarschijnlijk ook een performaal / verbaal kloof. Veel van de kenmerken gaan zeker voor mijzelf op en veel zaken die ik op deze pagina beschrijf zijn gevonden in diverse publicaties met aanvulling vanuit eigen ervaringen. Ook de ervaringen van dochter met een (P/V kloof) spelen hierbij mee en wanneer ik terugkijk ook ervaringen met mijn oudere kinderen. Vriendelijke groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Kenmerken hoogbegaafdheid volwassenen

Een volwassen hoogbegaafd mens is meestal een snelle en slimme denker, die complexe zaken kan bevatten en doorzien, die vrij autonoom is, nieuwsgierig, gedreven, sensitief en emotioneel, intens levend en vaak heel creatief. Helaas blinken de meeste hoogbegaafde mensen niet uit in sociale vaardigheden. U kunt op Internet veel lijstjes vinden met kenmerken van hoogbegaafdheid en meestal voldoet geen enkele hoogbegaafde aan alle kenmerken. Dit is ook vaak het geval bij diverse psychische stoornissen (DSM) en daar gaat dan meestal op dat wanneer men een bijvoorbeeld zeven van de tien kenmerken voldoet, de diagnose positief is. Wanneer u zich kunt herkennen in een groot aantal van de hier onder beschreven kenmerken dan is de kans groot dat u ook hoogbegaafd bent. Het eerste kenmerk is toch wel een vrij hoog IQ en wanneer u dat (globaal) wilt testen kun u hiervoor de online test van Vereniging Mensa Nederland gebruiken. Deze test kunt u hier vinden.

Deze lijst bevat een aantal kenmerken voor hoogbegaafde volwassenen, dit is geen “officiële” lijst maar een lijst die door mijzelf is samengesteld vanuit een aantal lijstjes die circuleren op het Internet:

  • U heeft zich altijd al anders gevoeld;
  • U voelt zich niet zo op uw gemak wanneer een gesprek in gezelschap alleen over koetjes en kalfjes gaat;
  • U heeft een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel;
  • U weet soms niet goed hoe u moet beginnen omdat er zoveel mogelijkheden zijn;
  • U bedenkt vaak creatieve oplossingen;
  • U bent in staat complexe zaken te doorgronden;
  • U bent vrij perfectionistisch maar vaak alleen in dat wat uw interesse heeft;
  • U heeft humor die vaak anders is dan die van de meeste mensen;
  • U bent gek op logica;
  • U bent een analytische denker;
  • U kunt niet goed echt even luieren en niets doen;
  • U praat soms veel en snel en wilt alles in details duidelijk maken;
  • U bent steeds op zoek naar nieuwe intellectuele prikkels;
  • U past vaak niet goed in een groep;
  • U bent vrij eigenzinnig;
  • U neemt niet ‘zomaar’ iets van een ander aan;
  • U heeft vaak moeite met autoriteit, zeker als deze alleen op macht gebaseerd is;
  • De reden ‘zo doen we dat hier nu eenmaal’ is voor u een slechte reden.

Ondanks dat niet alle hoogbegaafde mensen hetzelfde zijn, zijn er wel kenmerken die veel voorkomen. Enkele van deze kenmerken zijn vanuit de aanleg aanwezig, andere zijn ontstaan door ervaringen met de omgeving en aangeleerd gedrag. Hoogbegaafde mensen denken bijvoorbeeld vaak sneller dan de gemiddelde mens en maken soms veel gedachtesprongen en springen schijnbaar van de hak op de tak. Dit kan dus ook verward worden met AD(H)D. Ook gaat hoogbegaafdheid vaak samen met hoog gevoeligheid op verschillende vlakken en ook hier is het grote gevaar van zintuiglijke overprikkeling een bekende valkuil. Ook dit kan dus snel verward worden met AD(H)D. Veel hoogbegaafde mensen zijn ook vrij kwetsbaar en als kind worden ze ook vaak gepest. Hierdoor houden ze vaak mensen (emotioneel) op een afstand. Veel hoogbegaafde mensen voelen sterke emoties maar omdat het cognitieve denken zeer sterk is blijft de emotionele ontwikkeling vaak een beetje achter. Hoogbegaafde mensen hebben vaak moeite om gevoel en verstand te verbinden. Veel hoogbegaafde mensen voelden zich als kind al vaak eenzaam omdat de omgeving hen niet als hoogbegaafd herkende.

Hoogbegaafden mensen denken vaak anders dan normaal begaafde mensen, ze denken vaak globaler en met een sterker voorstellingsvermogen en kunnen snel patronen herkennen. Hierdoor zijn ze voor gemiddeld intelligente mensen vaak niet goed te volgen. De kan ook voor problemen zorgen in het reguliere onderwijs. Hoogbegaafden mensen zijn ook vaak vrij autonoom en non-conformistisch en vertonen hierdoor vaak gedrag wat door leerkrachten snel als ‘onaangepast gedrag’ gezien wordt. Het autonome en drang naar onafhankelijkheid komt vaak voort uit het niet goed om kunnen gaan met niet-democratische autoriteit, en het niet begrepen worden. Vaak hebben hoogbegaafde mensen te hoge verwachtingen van zichzelf maar ook van anderen waardoor ze vaak teleurgesteld zullen zijn zowel in zichzelf als in anderen. Mijn eigen ervaring is dat hoogbegaafde kinderen extreem trouw en loyaal kunnen zijn en ook hevig teleurgesteld kunnen zijn wanneer dit niet altijd wederzijds is. De leerstijl van een hoogbegaafde is vaak onderzoekend en aan leren van gewone rijtjes en dingen in hun hoofd stampen hebben ze vaak een enorme hekel. Ze zijn vaak extreem goed in dingen waar ze interesse in hebben maar soms zelfs ronduit slecht in zaken waarin ze niet geïnteresseerd zijn. Wanneer hoogbegaafdheid niet wordt onderkent kunnen hoogbegaafde kinderen soms de indruk krijgen dat ze dom zijn, angst krijgen om te falen en gaan onderpresteren.

Hoogbegaafden en werk

Als hoogbegaafde loopt men vaak tegen problemen in het werk aan. Veel problemen worden veroorzaakt door de vaak minder ontwikkelde sociale vaardigheden, problemen met niet democratische autoriteit, slecht kunnen omgaan met collega’s die in de “rat race” zitten en problemen met werken in een groep. Vaak ziet men veel conflicten met management en autoriteiten vanuit het grote rechtvaardigheidsgevoel van de hoogbegaafde medewerker. Vaak is de hoogbegaafde persoon niet zo goed in het luisteren naar anderen en worden zijn of haar idee?n vaak niet goed begrepen. Vaak doorzien ze listig gedrag van hun collega’s niet goed en kunnen ze zich soms ergeren dat dingen veel te langzaam gaan. Omdat ze veel interesses hebben en zich soms ook graag willen bewijzen nemen ze vaak te veel hooi op hun vork. Vaak zijn hoogbegaafde mensen snel afgeleid waardoor ze in een dynamische omgeving slecht gaan presteren.

Hoogbegaafde mensen die zich hier niet van bewust zijn ervaren collega’s soms als onkundig en onwillig. Bij een goede benadering kan een hoogbegaafde werknemer zeer goed functioneren, innovatieve ontwikkelingen doen en zeer hoogwaardig werk afleveren maar veel is afhankelijk van de stijl van leidinggeven, de werkomgeving en collega’s. Aangezien er dus veel afhankelijkheden zijn komt het vaak voor dat hoogbegaafde mensen zich niet zo gelukkig voelen in hun werksituatie. Aangezien veel hoogbegaafden mensen geneigd zijn rationeel te redeneren zijn ze vaak verbaasd of teleurgesteld wanneer ze ontdekken dat dit niet vanzelf leidt tot een goede aansluiting op het werk. Wanneer ik dit vanuit mijzelf bekijk voel ik ook de behoefte aan een “veilige” werkomgeving waar mensen met respect en vertrouwen met elkaar omgaan. In een omgeving waar veel “politiek” heerst kan ik zelf ook niet goed functioneren en raak ik gedemotiveerd.

Eigen ervaring met hoogbegaafdheid

Wanneer ik naar mijn eigen ontwikkeling kijk was ik op de lagere school ook het buitenbeentje. Ik had geen belangstelling voor sport, vechten, stoeien en typisch jongensgedrag maar was zeer leergierig en had al jong belangstelling voor alles. Ik was heel creatief, speelde graag alleen en ik verslond boeken over hoe en wat van techniek, elektronica, de aarde, biologie. Ik wilde al vrij jong “uitvinder” worden. Op school was ik een matige leerling en achteraf begrijp ik dat ik moeite had met ondemocratische autoriteit die in mijn jeugd nog heel gewoon was en dat ik dingen moest en wilde “begrijpen” in plaats van domweg uit het hoofd leren. Dit was helemaal moeilijk wanneer het vak mij niet zo interesseerde en er zoveel andere dingen veel interessanter waren. Ik had wel vriendjes en vriendinnetjes maar hoorde er nooit echt bij en werd ook wel vaak gepest op school.

Tot de eerste klas middelbare school deed ik echt mijn best om bij de groep te horen en geaccepteerd te worden, daarna besloot ik dat ik mijzelf wilde zijn en ging ik mijn eigen gang en accepteerde ik dat ik anders was. Ik probeerde ook de logica te vinden in psychologie en menselijk gedrag en begon ook hier veel over te lezen. Mijn schoolprestaties waren middelmatig, voor vakken die ik leuk vond haalde ik negens en voor vakken die ik niet zo leuk vond een matige vijf of zes. Ik slaagde met een wiskunde, natuurkunde en scheikunde pakket en ging naar de MTS. Ondertussen vond ik in mijn muziek wel waardering en acceptatie en toen ik achttien jaar oud was, greep ik de kans om van school te gaan en beroepsmusicus te worden, met twee handen aan. Ook ging ik op mijzelf wonen en ben ik zeer vaak op mijn neus gevallen, omdat ik eigenwijs was en mijn sociale vaardigheden veel te wensen over lieten, waardoor ik niet echt aansluiting vond bij een groep. Mijn vrienden en vriendinnen waren ook vaak mensen die niet helemaal “gewoon” waren.

Pas toen ik vierentwintig was en wilde stoppen als beroepsmusicus, deed ik een zogenaamde beroepskeuze test waarbij een intelligentie test ook een onderdeel was. Toen bleek dat ik een vrij hoog intelligentieniveau had maar wel op wisselende gebieden. Het was in ieder geval genoeg om een ICT opleiding te mogen volgen (wat toen al jaren mijn hobby was) en toen mijn gemiddelde cijfers tussen de negen en de tien lagen en mijn examen cijfers allemaal boven de negen lagen begon mij toch iets te dagen. Ik was blijkbaar ergens heel goed in en sindsdien heb ik ook een boeiende innovatieve ICT carrière achter de rug die mij in ieder geval financieel altijd redelijk onafhankelijk gemaakt heeft zodat ik mijzelf ook op andere gebieden kon ontwikkelen.

Mijn belangstelling voor psychologie en menselijk gedrag is ook altijd gebleven, maar puur vanuit theorie is dat geen garantie voor succes. Later kreeg ik ook veel belangstelling voor het spirituele en door veel levenservaring, veel falen en succes en veel zelfinzicht heb ik veel geleerd over mijzelf en mensen om mij heen. Desondanks blijf ik redelijk autonoom en non-conformistisch en mijn eigen eigenwijze weg te gaan en mij desondanks wel voldoende aan te passen om sociaal geaccepteerd te worden. Ik heb mijn weg gevonden en voel mijzelf meestal een gelukkig, optimistisch, vriendelijk en sociaal persoon die vaak toch net even anders is dan de rest. Dat ik hoogbegaafd ben met waarschijnlijk ook een disharmonisch profiel is mijzelf wel duidelijk, er over praten zien veel mensen toch helaas als opscheppen en zelfverheerlijking terwijl ik het zelf als handicap heb ervaren.

Pas na de ervaringen en problemen die ik bij mijn eigen kinderen zag, realiseer ik me dat hoogbegaafdheid ook erfelijk is en ben ik zelf ook weer op zelfonderzoek uit gegaan om mijn kinderen en de situatie waarin ze zich bevinden beter te kunnen begrijpen. Ook ben ik me meer in deze materie gaan verdiepen waarbij ik ook voor mijzelf nog enkele belangrijke dingen geleerd heb die ik weer kan doorgeven aan mijn kinderen.

P/V kloof en valkuilen

Bij een IQ test worden zowel het verbale als het performale IQ vastgesteld waarbij verbaal staat voor: woorden, woordbetekenis, redeneren in taal en taalsymbool, redeneren in rekenen, en performaal: praktisch handelen, oplossen van problemen en deelproblemen, bijvoorbeeld wiskunde. Een verbaal / performaal kloof is van invloed vanaf 12 punten verschil. Een verbaal hoog performaal laag (V/P) kloof komt zeven keer vaker voor dan een performaal hoog / verbaal laag kloof (P/V). Door P/V of een V/P kloof zijn beide onderdelen dus niet goed in balans. Helaas kan het gedrag van een dergelijk kind leiden tot de (verkeerde) diagnose ADHD, Asperger of dyslexie terwijl er ‘alleen maar’ sprake is van een P/V kloof. Wanneer een kind dan ook nog medicatie krijgt voor een autistische gedragsstoornis is het extra triest.

Kinderen en volwassenen met een P/V kloof zijn vaak heel creatieve en snelle denkers en ze denken vaak in concepten en kunnen een oplossing opeens voor zich zien. Het praktisch handelen ligt bij deze kinderen dus op een nog hoger niveau dan het handelen in taal. Kinderen met een P/V kloof hebben vaak problemen in het sociaal contact, omdat deze kinderen sterk het gevoel hebben dat ze het niet lukt over te dragen wat ze precies bedoelen. Dit kan tot diepe gefrustreerdheid en boosheid leiden, maar ook tot clownesk gedrag. Veel van deze kinderen hebben baat bij een creatieve en open onderwijsomgeving, waarin de leerstof niet perse alleen in taal aangeboden wordt maar ook visuele wijze, door voordoen of wanneer er veel voorbeelden en metaforen worden gebruikt. Het kind leert beter door samenhangen te zien in plaats van uit het hoofd leren. Veel hoogbegaafde kinderen zijn ook beelddenkers, mijn dochter gaf altijd aan dat ze alles opsloeg als een plaatje en dat haar hoofd ook vol zat met plaatjes die ze op kon roepen. Ik merk zelf dat ik in mijn werk in staat ben om hele complexe systemen in een overzichtelijk plaatje samen te vatten en dat ik ook complexe computersystemen in mijn hoofd als ??n geheel kan bevatten en doorzien. Ook moet ik dingen doorzien om ze te begrijpen en kan ik slecht dingen gewoon uit mijn hoofd leren.

Maar hoogbegaafdheid met een P/V kloof kent ook de nodige andere valkuilen, omdat de gegevensverwerking heel snel gaat is er een grote kans op overprikkeling in een drukke omgeving of een drukke schoolklas. Het hoofd kan dan een beetje op hol slaan en ik moet zelf dan altijd even een rustige plek zoeken om het hoofd weer even rustig te krijgen. Dit word later in het leven wat makkelijker omdat je jezelf beter leert afsluiten. Als kind is het vaak moeilijk om datgene wat voor jouw heel eenvoudig lijkt ook duidelijk te maken aan een ander waardoor er snel frustratie kan ontstaan. Ik heb zelf pas op latere leeftijd ontdekt dat ik ook wel in staan ben om dingen in Jip en Janneke taal begrijpelijk uit te leggen, (zie deze site) maar toch maken mijn collega’s graag een grapje dat ik redelijk breedsprakig ben en dingen altijd vrij uitgebreid uitleg. Dit is mijn drang om alles perfect over te brengen en alle details duidelijk te maken. Soms is echter een kort en bondige uitleg gewenst en dan schiet ik wel eens tekort. Gelukkig heb ik daar in mijn meeste werkomgevingen veel begrip voor ervaren.

Hoogbegaafden zijn ook vaak erg creatief en kunnen dingen maken op een geheel andere wijze dan gebruikelijk is. Mijn schriften stonden vroeger altijd vol met kleine tekeningen en droedels, dan was ik namelijk in staat om het beter te onthouden. Ook tekende ik heel erg graag. Dit zelfde gedrag zie ik bij mijn dochter terug, zeker in haar schiften. Op school ziet men dit toch helaas vaak als ongewenst gedrag. Een andere valkuil is een soms extreem rechtvaardigheidsgevoel en het niet snel doorzien van gedrag van andere mensen. Mijn ervaring is dat mensen die hoogbegaafd zijn vaak in sociaal opzicht enigszins na?ef zijn. Dit kan tot problemen leiden zeker in gedrag binnen een groep of met mensen met minder goede bedoelingen. Mijn ervaring is ook dat ze negatief gedrag van anderen ook niet snel doorzien waardoor ze vaker dan andere mensen / kinderen last hebben van manipulerend gedrag en pest gedrag. Veel hoogbegaafde mensen vallen meer dan eens in dezelfde valkuilen. Soms voelen kinderen ook de behoefte om zich even terug te trekken en ook dat kan verkeerd begrepen worden. Zo werd mijn dochter wel eens voor straf op de gang gezet om daar te werken en dat vond ze fijn want dan kon ze ongestoord verder werken.

Vaak wordt het gedrag van een hoogbegaafde met of zonder P/V kloof niet goed begrepen en vinden sommige mensen hen maar raar of vreemd. Of op zijn minst is er volgens hen sprake van een gedragsstoornis. Ik heb zelf in mijn jeugd ook veel onbegrip ervaren en dit zie ik ook bij mijn kinderen weer terug. Terwijl een beetje uitleg over hoogbegaafdheid en het gedrag wat daarbij hoort voor zoveel meer begrip kan zorgen waardoor de hoogbegaafde zich veel meer veilig en geaccepteerd kan voelen. Hoogbegaafdheid is niet alleen maar heel slim zijn maar kan juist door de sociaal emotionele problemen leiden tot onderpresteren door verveling of de behoefte om toch geaccepteerd te worden.

De keerzijde van een diagnose

Voor zover ik zelf onderzocht heb zijn de meeste psychologische testen voor jonge kinderen zeer onbetrouwbaar. De meeste (verstandige) psychiaters zullen dan ook geen eenduidige conclusie trekken maar voorzichtig aangeven dat er mogelijk sprake kan zijn van een bepaalde stoornis. Helaas is dit voor de meeste mensen (ook scholen maken deze fout) voldoende om een diagnose absoluut tot waarheid te promoveren. Het kind kan gelabeld worden en er kan een protocol met financiële vergoedingen en medicatie gestart worden. Ik las ergens in een recent onderzoek dat een groot deel van de kinderen in het psychiatrische circuit zeer onterecht tot dit circuit veroordeeld zijn en dat dit vaak ook grote gevolgen heeft voor de ontwikkeling van dit kind. Ook speelt de farmaceutische industrie hier een rol, men heeft ondertussen voor elke psychische stoornis of afwijking wel een medicijn, helaas zijn de gevolgen op langere termijn niet duidelijk en steeds meer psychiaters beginnen hier hun vraagtekens bij te stellen. Er is nauwelijks onderzoek mogelijk naar de gevolgen van dit soort zware medicijnen, die vaak zelfs onder de Opiumwet vallen, op het zich nog volop ontwikkelende kinderbrein. Dit lijkt op een tijdbom waarvan we over een tiental jaren de gevolgen pas zullen zien.

Nog een groot gevaar dat ik zelf constateer is dat veel kinderen uiteindelijk gaan voldoen aan de (vaak onterechte) diagnose die ze gekregen hebben. Dit heet halo-effect in de psychologie. Mensen hebben de neiging om meerdere, nog niet geconstateerde kenmerken die ook horen bij een bepaalde psychische stoornis, ook toe te passen op iemand wanneer een paar kenmerken wel duidelijk zijn. Wanneer iemand dus bepaalde gedrag vertoont dat bij een bepaalde psychische stoornis past, dan zijn de andere eigenschappen die bij deze stoornis horen ook snel op iemand te “plakken”. Elke gedrag is namelijk op zeer verschillende wijze te interpreteren en kan vaak net zo geïnterpreteerd worden als men zelf wil. Een voorlopige diagnose kan de vooringenomenheid bij een conclusie erg versterken waardoor het een soort “zelf vervullende profetie” gaat worden. Wanneer men kinderen aangeeft wat er zogenaamd mis is met ze en ook zo met ze omgaat, zullen ze zich hier ook naar gaan gedragen waardoor uiteindelijk het kind zal gaan voldoen aan zijn diagnose. Dit is helaas de omgekeerde wereld en in mijn ogen een groot gevaar van het op jonge leeftijd psychisch labelen van kinderen.

Wanneer we hier nog een toevoegen dat veel scholen financieel gebaat zijn bij kinderen met een psychische stoornis in het autistische spectrum, dan is de belangenverstrengeling wel duidelijk zichtbaar. Nederland is wereldwijd het land met de meeste kinderen met autistische stoornissen ter WERELD en dan hebben we het over gemiddeld vijf keer zoveel. Volgens mijn visie zijn veel van deze kinderen onterecht “veroordeeld” tot psychiatrische hulpverlening en medicatie. Dit toont in mijn ogen het belang aan van goed kijken naar alle mogelijkheden en voor zowel ouders als scholen met een open en onbevooroordeelde blik te blijven kijken naar “het belang van het kind!”.

Meer pagina’s over denkwerk

Denkwerk

hersenen en denken Een deel van deze website gaat over onze hersenen en over denken. Al vanaf jonge leeftijd had ik belangstelling voor de hersenen en hoe meer ik er over leerde hoe meer bewondering ik kraag voor dit fantastische orgaan. Ons bewustzijn, onze persoonlijkheid, onze gevoelens en al onze gedragingen ontstaan in onze hersenen. De laatste jaren heb ik een groot aantal boeken gelezen over onze hersenen, maar ook boeken over spirituele verlichting en vrije wil, autisme, hoogbegaafdheid en eigenlijk alles wat met onze hersenen, denken, bewustzijn, onderbewustzijn, ons zenuwstelsel te maken heeft. De werking van onze hersenen is te bekijken vanuit fysiek elektrochemische processen, maar ook vanuit de psychologie, vanuit de evolutie, vanuit andere “bedrading” zoals autisme, vanuit verschillen tussen mannen en vrouwen, het is een fascinerend geheel. En uiteindelijk past alles weer op een of andere wijze in en bij elkaar. Mijn belangstelling voor onze hersenen en hoe deze zouden werken kwam mede omdat ik de mensen om mij heen niet altijd begreep en dat wilde ik doorgronden. Als eerste bekeek ik de hersenen als black box, dus wat er ingaat en wat er uitgaat. Al snel kwam ik er achter dat logica hier ver te zoeken was. Ik begon mij te verdiepen in sociale psychologie en heb uiteindelijk hier ook een schriftelijke cursus in gedaan. Ik probeerde de mensen en hun handelen te verklaren maar nog steeds vanuit de visie van psychologie. Daarna begon ik, na het lezen van het boek “Denken of denken” van Edward de Bono, meer na te denken over de structuren in onze hersenen en de wijze waarop we denken. Ik ontdekte ook dat ik vaak lateraal dacht en dit was de eerste aanzet naar meer boeken over ons brein. Ik begon ook steeds meer na te denken hoe mijn eigen brein werkte. Ik heb de laatste tien jaar een groot aantal boeken gelezen zoals de boeken van Dick Swaab, maar ook over non dualisme en spirituele verlichting. Ik las veel boeken die allemaal een andere invalshoek hadden op hoe onze hersenen werken en ik probeerde dit allemaal samen te brengen. Vanuit deze belangstelling is deze sectie op mijn site ontstaan. Met vriendelijke groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Onze menselijke hersenen.

hersenen en denken Mede door de populaire boeken van bekende hersendeskundigen zoals Erik Scherder en Dick Swaab is het onderwerp “de menselijke hersenen” en alles wat daar in plaatsvindt veel toegankelijker geworden. En dat is niet onterecht, onze hersenen zijn ongetwijfeld de belangrijkste organen van ons menselijk lichaam. Naast het aansturen van alle processen in ons lichaam die er voor zorgen dat we kunnen leven bevat het ook ons bewustzijn, persoonlijkheid, gevoelens en al onze gedragingen en zijn onze hersenen letterlijk bedoeld om te kunnen overleven. Onze hersenen worden als we geboren worden niet kant en klaar afgeleverd zoals bij veel lagere diersoorten. De mens heeft na zijn geboorte een set basisvaardigheden (aanleg) maar moet daarna nog veel vaardigheden (ervaring) leren. Hiervoor is in onze hersenen dan ook enorm veel capaciteit beschikbaar. Een heel groot verschil tussen een computer geheugen en het menselijk geheugen is dat de computer alles exacte opslaat en de menselijke hersenen nogal last hebben van verstoringen en ruis. Het is zelfs zo dat menselijke hersenen compleet foute denkpatronen ontwikkelen en voor zichzelf en hun omgeving zelfs schadelijk gedrag kunnen vertonen. Onze hersenen zijn bij lange na niet perfect maar door onderzoek leren we steeds meer over onze hersenen en de processen die zich hier in afspelen. Ik vind dit persoonlijk en erg boeiend onderwerp.

Denken als Albert Einstein.

Albert Einstein was ongetwijfeld een van de grootste denkers van de afgelopen eeuw. Hij werd geboren op 14 maart 1879 in Ulm, Duitsland. Toen hij vijf jaar oud was kreeg hij zijn eerste kompas en op dat moment begon voor Einstein de zoektocht naar wetenschappelijke verklaringen. Hij liet zijn gedachten graag de vrije loop gaan en hij bedacht zijn briljante theorieën door uit het raam te staren met zijn voeten op het bureau. In 1905 loste Einstein het eeuwenlange mysterie van tijd en ruimt op met zijn relativiteitstheorie. Het toenmalig natuurkundig onderzoek zette hij met deze formule op zijn kop. De relativiteitstheorie van Einstein legde de basis voor de kernfysica. Dit deed hij niet als oude en wijze professor, maar een jonge medewerker van het Zwitserse Octrooibureau die natuurkunde er een beetje bij deed. Wat was het geheim van deze grote denker?

Einstein gaf zelf aan dat de kracht van denken zijn verbeelding was, dit loopt ook als rode draad door zijn biografie. Einstein kwam zelden in een laboratorium om te experimenteren, het enige wat hij gebruikte waren zijn hersens en een blaadje papier. De experimenten die Einstein deed waren gedachte experimenten waarbij hij een enorme verbeeldingskracht gebruikte. Volgens Einstein zelf was het belangrijkste dat hij nog als een kind naar de wereld kon kijken. Hij zei zelf: “Ik ben niet superslim, maar ik ben gewoon extreem nieuwsgierig.” Daarnaast durfde hij vastgeroeste denkbeelden ter discussie te stellen en nieuwe vragen te stellen.

Einstein omschreef het zogenaamde ‘gezond verstand’ als de verzameling vooroordelen die men op zijn achttiende jaar heeft opgedaan. Hij vond kennis dan ook niet zo belangrijk maar hamerde hij op het belang van fantasie. Tijdens zijn leven maakte Einstein zich grote zorgen over het afbrokkelen van de creativiteit. Hij vond dat mensen zich snel lieten hinderen door te veel kennis. Hierdoor ontstond volgens Einstein denkluiheid waarbij mensen niet meer buiten kaders durven te denken. Ook zag Einstein kunst, zoals muziek, toneel en tekenen, als een goede methode om creativiteit te trainen. Zelf vond hij vioolspelen een ontspannen manier om met andere regels en grenzen om te gaan. Einstein zei zelf: “Als ik geen natuurkundige was geworden, dan zou ik waarschijnlijk musicus geworden zijn.”

Het verschijnsel déjà vu

Veel mensen kennen het verschijnsel, men maakt iets mee of men ziet iets voor het eerste en toch heeft men de indruk dat men het al eerder heeft gezien of meegemaakt. Dit verschijnsel heet een déjà vu wat Frans is voor ‘eerder gezien’. Strikt genomen is een déjà vu in de wetenschap een onechte herinnering maar men is de term ook breder gaan gebruiken voor alles waarvan met het idee heeft dat men het eerder meegemaakt heeft of gezien heeft, terwijl men zich tegelijkertijd beseft dat dit onmogelijk is. Maar hoe werkt dit mechanisme van déjà vu dan in onze hersenen? Aangezien we nog lang niet alle processen in onze hersenen kunnen meten en verklaren bestaan er diverse aannemelijke verklaringen voor het fenomeen déjà vu. Een van de verklaringen is dat er een soort kortsluiting of foute routering in de hersenen plaatsvindt. Normaal zal een beeld eerst tijdelijke opgeslagen worden waarna men zich er bewust van zal worden en daarna zal het beeld samen met de bijbehorende emotie, geluiden, geur en andere context opgeslagen worden in een ander deel van de hersenen.

Bij deze ‘kortsluiting’ zal het beeld al opgeslagen zijn voordat men zich er bewust van is en wanneer men zich er bewust van wordt zal er al een (valse) ‘herinnering’ zijn. Een andere verklaring is dat onze hersenen bij alle waarneming een signaal afgeven van ‘vertrouwd’ of ‘al bekend’. Dit deel zit in de diepste basis van onze hersenen en de verklaring voor een déjà vu zou kunnen zijn dat er spontaan een verkeerd signaal wordt afgegeven waardoor men ten onrechte de indruk heeft dat men iets al eerder gezien heeft. Nog een verklaring is dat een droom een herinnering heeft gemaakt die later in de echte wereld een vals signaal van herkenning kan veroorzaken. Er zijn dus meerdere verklaringen voor het fenomeen déjà vu, maar allemaal hebben ze te maken met een ‘foutje’ in onze hersenen. Er bestaan ook spirituele en bovennatuurlijke verklaringen voor het fenomeen déjà vu, net als alles wat de mens niet logisch kan verklaren, maar aangezien deze pagina over onze hersenen gaat laat ik deze hier even buiten beschouwing.

Boeken over dit onderwerp

Meer pagina’s over denkwerk

Intuïtie en onderbewustzijn

ijsberg afbeelding Deze pagina gaat over het onderbewustzijn en intuïtie, dit is ondanks wetenschappelijk onderzoek, geen exacte wetenschap, we proberen onze hersenen te bestuderen en logische verklaringen te vinden voor wat we van buitenaf kunnen testen en meten. Na het lezen van het boek “Wij zijn ons brein” van Dick Swaab, voelde ik enige weerstand bij zijn stelling dat vrije wil een illusie is en dat ons onderbewsutzijn alle beslissingen voor ons neemt en ons bewustzijn daarvan pas later op de hoogte stelt. Nadat ik dit op mij in liet werken, las ik daarna een stuk over het onderbewustzijn en intuïtie in het boek “Ja-maar, wat als alles lukt” en toen viel het kwartje op zijn plek. Er van uitgaande dat ons onderbewustzijn enorm veel groter is en enorm veel mee gegevens opslaat van al onze zintuigen en dat slecht een klein deel daarvan ook echt naar ons bewustzijn gaat, kunnen we stellen dat het onderbewustzijn een veel grotere invloed op ons heeft dan ons bewustzijn. Het onderbewustzijn regelt heel veel en kan dit ook bijzonder snel en dat is maar goed ook, we zouden gek worden als we alles wat onze zintuigen waarnemen bewust binnen krijgen en overal over na moesten denken. Meestal zijn deze onderbewuste beslissingen heel goed en vaak zie men ineens een oplossing zonder men zich kan herinneren hoe men hierbij kwam. Soms lijkt iets ook rationeel bedacht heel goed, maar zegt uw gevoel u dat er iets niet goed is. Dit onbewuste gevoel noemen we ook wel intuïtie. Ik wens u veel leesplezier, vriendelijk groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Wat is het onderbewustzijn.

Ik weet niet of u wel eens een ijsberg gezien heeft of een ijsklontje dat in het water drijft, slechts 10 tot 20 procent van het ijsklontje zit boven water en 80 tot 90 procent zit onder water. Dit is een goed vergelijk met de verdeling van het bewustzijn en het onderbewustzijn in onze hersenen. Ik lees meerdere varianten die aangeven dat slecht 5 tot 10 procent van onze hersenen het bewustzijn is en dat het onderbewustzijn 90 tot 95 procent in beslag neemt. De mens heeft zeer veel zintuigen die iedere seconde miljoenen prikkels naar onze hersenen sturen, onze ogen, oren, reuk, smaak, huid allemaal zijn ze continu bezig een enorme hoeveelheid data naar onze hersenen te sturen. Wanneer we zit allemaal bewust zouden waarnemen zouden we gek worden, bovendien zijn een groot deel van deze prikkels niet eens zo belangrijk. Ook hier lees ik dat verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat maar 1`op de 200.000 waarnemingen of prikkels ook echt ons bewustzijn bereiken.

Om dit even te verduidelijken zal ik een voorbeeld geven dat de meeste mensen wel kennen. Veel mensen rijden elke dag weer dezelfde route naar het werk, tijdens dit autorijden (maar ook fietsen) gebeurt er heel veel om ons heen, onze ogen sturen continue beelden van de weg voor ons, om ons heen, alle medeweggebruikers, alle borden, de snelheidsmeter, de radio die aanstaat, het is een enorme stroom aan prikkels die onze hersenen bereiken. Maar eigenlijk hoeven we bij deze rit nog amper bewust na te denken, we kennen de route, we kennen de wegen, we kennen onze auto en vaak merken we ineens dat we al halverwege zijn zonder dat we het zo snel inde gaten hadden. U stuurt meestal helemaal niet bewust, het corrigeren om recht op de weg te blijven rijden doet u meestal onderbewust, net als schakelen en u neemt echt niet alle verkeersborden en lijnen op de weg waar. Het bijzondere is dat u eigenlijk ALLES waarneemt maar dat u zich maar van een zeer kleine deel bewust bent. Ineens steekt er een fietser over en onmiddellijk trapt u op de rem, pas dan realiseert u zich wat er aan de hand is, uw onderbewustzijn heeft onmiddellijk ingegrepen toen er een afwijking was van het normale patroon en pas daarna werd het bewustzijn daarvan op de hoogte gebracht.

Eigenlijk doet het onderbewustzijn bijna alles en het stelt het ons bewustzijn hier achteraf van op de hoogte wanneer dat van belang is. Van de meeste dingen die ons lichaam doet zijn we ons niet bewust, ons hart klopt, we ademen, onze spijsvertering doet heel veel, maar ook bij complexe handelingen als lopen denken we niet bewust na over elke beweging en het onszelf in evenwicht houden. Het grappige is dat wanneer we ons er juist bewust mee bezighouden, zoals bijvoorbeeld evenwicht, het vaak helemaal mis gaat. We kunnen dus eigenlijk stellen dat ons bewustzijn alleen af en toe geconfronteerd wordt met het eindproduct van alle onbewuste processen.

Toch hebben we als kind geleerd om logische en rationeel na te denken en dit proberen we ons hele leven dan ook te doen. Maar wanneer we dit van een andere kant bekijken dan maken we nog steeds alle beslissingen onderbewust, maar zoeken we er bewust een oorzaak of redenen, zogenaamde voordelen en nadelen bij om de illusie te bevestigen dat we de beslissing bewust en rationeel genomen hebben. Een voorbeeld hiervan is het kopen van een huis, we hebben bepaalde wensen in gedachten en weten wat de mogelijkheden zijn. Op zich denken we dat we dus over de beslissing over het wel of niet kopen van een huis bewust kunnen kiezen. Maar een ieder die wel eens een huis gekocht heeft weet dat de beslissing of u wel of niet het huis gaat kopen een gevoel is bij de bezichtiging. Soms dan loopt u door een huis en weet u gewoon, dit is het. Pas later probeert u deze (onderbewuste) beslissing van voor en tegens en andere rationele verklaringen te voorzien om maar de indruk te wekken dat u er goed over nagedacht heeft en alles zorgvuldig heeft afgewogen. Het lijkt er op dat grote beslissingen zoals partnerkeuze, wel of niet een kind krijgen, wel of niet een baan accepteren e.d. allemaal door het onderbewustzijn worden genomen en achteraf door het bewustzijn van (voor ons) rationele argumenten voorzien worden.

In deze wereld waarin we geleerd hebben om logisch na te denken, verstandig te zijn en rationeel te denken roept dit innerlijke weerstand op, wij willen zo graag de baas zijn over onszelf en ons leven dat we niet snel willen accepteren dat eigenlijk alles wat we doen of denken door ons onderbewustzijn gedaan wordt. Omdat we toch wel regelmatig beslissingen nemen waar we achteraf niet een rationele verklaring voor hebben, bijvoorbeeld wanneer we heel snel een beslissing moeten nemen en dan toch vaak precies de goede beslissing nemen, noemen we deze spontane kennis maar intuïtie. We hebben het dan over onze intu?tie net alsof het een onderdeel (prestatie) van uzelf is waar u controle over heeft en wat een soort ondersteunende functie heeft voor het bewustzijn. (ego) We willen graag blijven geloven in de illusie dat we alles zelf in de hand hebben en alles zelf bewust doen en beslissen.

Maar wanneer we het goed bekijken dan word alles wat we doen, meemaken en denken bestuurd door enorm veel dingen en mensen om ons heen, een grote aaneenschakelingen van oorzaak en gevolg, waar wij onderbewust op reageren en zelfs handelen, zonder dat daar iets van eigen wil of vrije wil aan te pas komt. Zelfs al onze normen en waarden zitten in ons onderbewustzijn, gevoel voor recht en onrecht, gevoel voor overleven, alle ervaringen die we ooit hebben opgedaan en alle kennis die we ooit hebben opgedaan zit in ons onderbewustzijn. Van alles wat het onderbewustzijn doet brengt deze ons bewustzijn net voldoende op de hoogte om de illusie te wekken dat we zelf in control zijn. Het loslaten van dit idee dat we zelf volledig in controle zijn kan u een totaal andere blik op het leven geven. En rationeel heb ik bedacht dat dit inzicht het leven een stuk makkelijker maakt..

Wat noemen we dan intuïtie?

We kunnen er dus vanuit gaan dat we de meeste beslissingen in het dagelijks leven niet baseren op logische argumenten maar dat we vaak beslissingen nemen zonder dat we daar bewust over nadenken. Sommige mensen noemen het een stemmetje van binnen, beslissingen die u op het gevoel neemt en de meeste mensen noemen het intuïtie. Uw intuïtie is dus uw gevoel maar dit is niet hetzelfde als uw emoties, het grappige is dat emoties juist vaak verstorend werken op uw intuïtie. Sommige mensen noemen de intuïtie het zesde zintuig waarmee u dingen weet zonder te weten waarom u ze weet. Uw intuïtie baseert zich op alle ervaringen, kennis en indrukken die in uw geheugen zijn opgeslagen in de loop van uw leven en combineert dit en kent er een waarde aan toe die dan als een soort eindconclusie aan het bewustzijn gestuurd wordt. Het bewustzijn is eigenlijk helemaal niet zo geschikt voor het nemen van complexe beslissingen, het onderbewustzijn heeft daarvoor veel meer capaciteiten.

Uw intuïtie (of het stemmetje van binnen) heeft meestal gelijk maar in onze cultuur hebben we geleerd om vooral rationeel te zijn en niet zo naar onze intuïtie te luisteren. Maar wanneer u er op wilt en kunt vertrouwen dat uw intuïtie u zal vertellen wat u moet doen als zich iets voordoet, hoeft u zich niet zo druk te maken over alle mogelijke problemen die op uw weg zullen verschijnen. Wanneer u vertrouwen heeft dat uw intuïtie u goede raad zal geven wanneer dat nodig is dan hoeft u minder te piekeren. Wanneer u juist uw intuïtie probeert te negeren ontstaat er dus spanning, wanneer u in staat bent te vertrouwen op uw intuïtie blijf u dichter bij uzelf en voelt u zich beter.

Toch heeft uw intu?tie niet altijd gelijk, het is gebaseerd op al uw eerdere ervaringen en kennis die u heeft opgeslagen, dit hoeft niet altijd de juiste kennis te zijn. Ook kunnen slechte ervaringen en traumatische ervaringen een fout patroon achtergelaten hebben. Een bekend voorbeeld is dat vrouwen die een zeer dominante of zelf gewelddadige vader hebben gehad, dit ook later in een levenspartner opzoeken omdat dit op een of andere wijze een “vertrouwd” gevoel is. Maar ook een slechte eigenwaarde kan de intu?tie bijzonder verstoren. Dit soort verstoringen van de intuïtie kan door het opdoen van nieuwe ervaringen, het leren en inzicht krijgen maar ook (cognitieve) therapie weer bijgesteld worden.

Feitelijk is datgene wat we intuïtie noemen dus het “normale” proces van het onderbewustzijn, maar omdat we dingen toch graag als een op zichzelf staand “ding” willen zien, kunnen we het ook intuïtie noemen.

Boeken over dit onderwerp

Meer pagina’s over denkwerk

Onze hersenen

omdenken en ja-maar denken Er is een nieuwe hype en deze keer heet het omdenken. Waarschijnlijk heeft u al iets gehoord of gelezen over omdenken, in mijn omgeving hoor ik de term de laatste tijd wel erg vaak vallen. Bij de managers op mijn werk zoemt het en worden boeken van Berthold Gunster aanbevolen alsof het een nieuwe goeroe is die de oplossing biedt voor alle problemen. Berthold Gunster bedacht de “Ja-maar” filosofie en (her) ontdekte de techniek van het omdenken en schreef meerdere boeken over dit onderwerp. Hij noemt het zelf een vorm van psychologische oosterse vechtkunst waarbij men gebruik maakt van de kracht van de tegenstander. Omdenken geeft denk technieken om problemen om te zetten naar mogelijkheden. Het boek geeft u denktechnieken om problemen om te zetten in mogelijkheden. Een grappig voor beeld is dat wanneer u omdenkt er naast de pessimist met het glas half leeg en de optimist met het glas half vol nog een derde optie is: “waar is de kraan?”. Berthold Gunther beschrijft ook de term vastdenken waarbij de oplossing het probleem niet oplost maar erger maakt. Een voor beeld hiervan is iemand die vastzit met de auto en vol gas geeft in de hoop weer lost te komen, maar uiteindelijk alleen maar dieper vast komt te zitten. Een ander voorbeeld zijn regels die binnen een bedrijf eigenlijk moeten zorgen dat alles beter loopt maar vaak alleen maar zorgen dat het meer onwerkbaar zal worden door alle regeltjes waar men zich aan moet houden. Een ander advies van Berthold Gunster is om u niet langer te verzetten tegen een probleem, maar het als een feit te accepteren en zelfs als iets wat gewoon moet (moest) gebeuren. Veel van de technieken las ik ook als in het boek “Denken over denken” van Edward de Bono en veel van de technieken die Berthold beschrijft zijn niet echt nieuw maar wel in een modern jasje beschreven. Na het lezen van het bekende boek “Ik ben oke, jij bent een sukkel” heb ik de nieuwe inzichten echt goed kunnen toepassen. Met vriendelijke groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

Wat is omdenken?

Het was een aantal jaren geleden dat ik in aanraking kwam met het boek “Ik ben oke, jij bent een sukkel” van Berthold Gunster, naar aanleiding van een conflict met een collega wat behoorlijk uit de hand dreigde te lopen. Een vriendin adviseerde mij om dit boek te lezen en het was een behoorlijke confrontatie met mijzelf en mijn sociale vaardigheden. Ik ben zeer nieuwsgierig en leergierig van aard en had al veel gelezen over omgaan met mensen in het algemeen en bovendien had ik vanuit mijn werk de nodige verkooptrainingen, trainingen in omgaan met klanten en andere “soft skills” trainingen gehad. En of het nu om klanten, collega’s, (ex) partners, kinderen of leidinggevenden gaat, veel principes zijn vrij algemeen. Dit heet “sociale vaardigheden” en dit kan men leren, maar uiteindelijk het moet echt van binnenuit en vanuit een overtuiging komen, want het werkt niet als het een set met trucjes is. Naast dit leren uit boeken telt natuurlijk ook een dosis levenservaring mee.

In mijn geval ging het om een collega die een totaal tegengesteld karakter had dan ik en dat botste zo erg dat we beiden bij onze leidinggevende aan weerszijde van de tafel zaten met de boodschap “of hij uit het project, of ik”. Maar aangezien we beiden vrij onmisbaar waren voor het project, werd er een extra teamlid toegevoegd die de taak had om tussen ons in te zitten en zo de spanning er uit te halen. Dit werkte maar de spanning tussen mij en mijn collega bleven. Tot ik “Ik ben oke, jij bent een sukkel” las en ineens begreep dat mijn aanpak niet altijd werkte en omgekeerd de aanpak van mijn collega ook niet. Maar vaak werkte zijn “redelijk doortastende en soms zelfs botte” wijze van werken prima als mijn wijze van “oplossen met technische kennis en redelijkheid” niet werkte. Ik begon te begrijpen dat wanneer ik tegen een “botte afwijzing” aanliep, ik mijn collega moest vragen om mij te helpen, waarna hij het wel even regelde. Omgekeerd begon hij mij in te zetten wanneer iemand hem met allerlei technische argumenten tegenwerkte. We begonnen beiden in te zien dat onze verschillen juist onze kracht was en dat in sommige gevallen zijn aanpak veel beter was en in andere gevallen mijn aanpak. Wat nu grappig is dat we na een aantal jaren elkaar bijzonder zijn gaan waarderen en dat weten dat we zeer verschillende personen zijn maar ook dat we een bijzonder sterk team zijn en we prima kunnen samenwerken. Wanneer we wel eens een meningsverschil hebben, heb ik geleerd dat ik niet in de verdediging moet gaan of een lange uitleg moet geven, maar kort en bondig (voor mijn gevoel zelfs een beetje bot) moet reageren. Dit is spiegelen en dat werkt heel goed in ons geval.

boek ik ben oke jij bent een sukkel Na het lezen van het boek “Ik ben oke, jij bent een sukkel” besloot ik nog meer boeken over de “Ja-maar” filosofie te bestellen en te gaan lezen en nog steeds lees ik de nieuwe boeken die Berthold Gunster uitbrengt en kijk ik met regelmaat naar de korte films die hij ook uitbrengt en bekijk ik delen van zijn shows. Het blijft leerzaam want “moeilijke mensen en moeilijke situaties” komen in veel en veel verschillende vormen voor. Het omdenken is niet alleen in het werk handig maar kan men ook toepassen op het hele leven, of het nu om buren, ouders, familie, kinderen, vrienden, kortom om alle mensen om u heel gaat, maar ook op de wijze waarop u tegen alles (vooral problemen) in het leven aankijkt, omdenken is bijna overal toepasbaar. Door omdenken kunt u het leven een stuk aangenamer en eenvoudiger maken, waarbij u de wereld om u heen niet veranderd, maar zelf de vaardigheid van het omdenken gebruikt om zelf anders met dingen om te gaan.

Natuurlijk is de techniek van omdenken niet compleet nieuw, veel van de dingen die ik las kende ik al vanuit “denken over denken” (lateraal denken) en vanuit de provocatieve therapie, in zijn boeken weet Berthold Gunster het wel heel praktisch toepasbaar te maken. In grote lijnen komt omdenken er op neer dat u leert om problemen om te zetten in mogelijkheden. Hij beschrijft ook de term vastdenken wanneer uw oplossing het probleem niet oplost maar erger maakt, dit is vergelijkbaar met wanneer u met uw auto vastzit en u merkt dat meer gasgeven de wielen alleen maar meer ingraaft en u toch denkt dat u met nog meer gasgeven het probleem kunt oplossen. De volgende uitspraken van Albert Einstein geven het goed weer: “We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.” En “Waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen, en dan verschillende uitkomsten verwachten.”. Een van de adviezen van Berthold Gunster is om u niet langer te verzetten tegen een probleem, maar het juist als een feit te accepteren of nog beter om het juist als de bedoeling te zien. Door het als een feit te zien in plaats van een probleem kunt u er anders tegenaan kijken, stop u de weerstand en kunt u kijken wat er kan gebeuren wanneer u er in meegaat of het zelfs omarmt.

Een leuk voorbeeld is de show van Paul de leeuw, tijdens het televisieprogramma Mooi! Weer de Leeuw kwam er een streaker de studio in gerend, met nog wel een onderbroek aan. Paul de leeuw zit op dat moment midden in een telefoongesprek wanneer hij geconfronteerd wordt met dit probleem. Hij onderbreekt het telefoongesprek en zegt de tegen de streaker: “Blijf staan, ik kom zo bij je, dan krijg je alle tijd die je nodig hebt.”, en daarna maakt hij in alle rust het telefoongesprek af. De streaker staat ondertussen verbouwereerd en netjes op zijn beurt te wachten. Wanneer Paul de Leeuw klaar is met het telefoongesprek, trekt hij de naaktloper bij zich op schoot en zegt: “Zo, vertel nu maar eens over al dat dierenleed”. Even later zegt hij: “Jij bent begonnen, dan moet je ook echt streaken” en vervolgens rukt Paul de Leeuw onder gejoel van het publiek de man zijn onderbroek van het lijf. Door de situatie als een feit te accepteren en er in mee te gaan, maakte hij van een probleem of een verstoring een leuk onderdeel van de show die hij aan het maken was. Hier kunt u deze aflevering op youtube bekijken!

hoe werkt omdenken Omdenken doet u in twee stappen, de eerste stap is van het probleem een feit te maken (deconstructie) en daarna in stap twee van het feit naar een mogelijkheid werken (constructie). Dit heeft alles te maken met leren accepteren dat het is wat het is, leren om geen energie te steken in dingen die u toch niet kunt veranderen, uw blik te verleggen naar wat er wel goed gaat, het tegenovergestelde van uw eerste oplossing eens te onderzoeken. Wat ook belangrijk is om te leren is dat “Ja maar” eigenlijk ook een vorm van “nee” is. Een andere methode die hij beschrijft is het spiegelen. Spiegelen is hetzelfde gedrag aannemen als de ander, bijvoorbeeld door zijn of haar houding, volume en spreeksnelheid over te nemen. Dit spiegelen moet wel gebaseerd zijn op de behoefte aan werkelijk contact, u moet het niet doen om de ander te veranderen, of een steek onder water uit te delen. U doet het juist om het “willen veranderen” van de ander los te laten, u accepteert de persoon helemaal zoals hij of zij is waardoor u een goede kans heeft om vastgelopen patronen te doorbreken. Zeurt de ander dan gaat u lekker mee zeuren, klaagt de ander, klaag dan lekker mee, is de ander kort van stof, weer dan ook kort en bondig. Nog een stapje verder is het “omspiegelen” en hierbij gaat u nog een stapje verder dan het spiegelen, u spiegelt in het kwadraat. Het grappige is dat u met dit omdenken en spiegelen in de eerste plaats uw eigen gedrag aanpast om juist de ander tegemoet te komen en zo een situatie die vastzit los kunt trekken.

Omgaan met dominante mensen.

Dominante mensen zijn vaak openhartige mensen die houden van duidelijkheid en die dingen vaak onomwonden zeggen zoals zij het beleven. Dominante mensen houden van confrontaties omdat dit zaken en posities duidelijk maakt en ze meten zich graag met anderen. Daarnaast kunnen ze ook hun standpunten maar ook die van mensen die ze na zijn te vuur en te zwaard verdedigen door middel van een onvoorwaardelijke aanval. Toch blijven meestal niet hangen in boosheid of andere emoties zoals anderen dat vaak wel kunnen doen. Ook hebben dominante mensen vaak behoefte aan snelle resultaten en lossen hun ze problemen meestal snel op. Ze geven de voorkeur aan directheid en duidelijkheid en actie. Dominante mensen zijn doelgericht en hebben de neiging hun omgeving te bepalen door hun doelgerichtheid en hun dadendrang. Ze nemen als vanzelfsprekend het initiatief en gaan met groot gemak de confrontatie en de strijd aan. Veel mensen ervaren dit vaak als bot en overheersend.

Dominante mensen zoeken vaak een partner met aanvullende en tegengestelde eigenschappen wat nogal eens kan leiden tot zeer dynamische relaties. Het is vaak alsof de een met de botte bijl hakt en de ander daarna de rotzooi kan opruimen. Dominante mensen zoeken ook baak het oogcontact en kunnen er een spel van maken wie het eerste zijn ogen afwend. Samenwerken of samenleven met een sterk dominante persoon kan gemakkelijk tot een patroon van ruzies leiden en soms kan het nodig zijn om wat afstand te nemen en wat ruimte voor uzelf in te bouwen.

Wanneer u een dominante partner of collega heeft kunt u het volgenden doen om de omgang met deze dominante persoon werkbaar te maken. Mijn eerste strategie is niet in de negatieve modus te gaan maar eerst eens de sterke punten van de dominante persoon te benoemen en wat deze persoon wel goed doet. Dit kan moeilijk zijn wanneer u er even helemaal doorheen zit, dus doe dit nadat u even afstand genomen heeft. Besluit dat u ook gebruik kunt maken van deze eigenschappen door slim gebruik te maken van deze positieve eigenschappen van de dominante persoon. Communiceer op hetzelfde niveau door korte, duidelijke en directe boodschappen te geven. Geen open keuzes aanbieden maar een beperkt aantal waardoor deze persoon snel een keuze kan maken.

Wanneer u graag iets wil geeft dan bijvoorbeeld aan dat u het wel zou willen doen maar dat u denkt dat de dominante persoon het beter zou kunnen en hij of zij zal met alle plezier uw problemen op gaan lossen. Houdt u bij de feiten en dwaal niet af en blijf zo concreet mogelijk. Blijf oogcontact houden en probeer het gedrag en houding van de ander te spiegelen. Kritiek moet u zo snel en direct mogelijk en zonder sympathie leveren. Realiseer u dat deze mensen boosheid soms gebruiken als een instrument om iets voor elkaar te krijgen. Als ze boos zijn kunt u ze beter even met rust laten. Wat wonderen werkt bij dominante mensen is hun daadkracht te gebruiken door waardering kenbaar te maken en ze te complimenteren voor hun daadkracht wanneer ze gedaan hebben wat u graag wilde. Dit is een uiteindelijk een win-win situatie voor beide partijen.

Omdenken spreuken, uitspraken en citaten

Enkele jaren geleden begon ik ook leuke spreuken en uitspraken over het thema omdenken te verzamelen en te gebruiken in mijn werk en priv?leven. Veel van deze korte spreuken zetten u even aan het denken en laten u een andere kant zien, waardoor u aangezet kunt worden om iets ook eens vanuit een ander perspectief te zien. Dit inzicht kan iets dat u dwarszit milder maken maar ook inzicht bieden om zaken eens net iets anders aan te pakken.

Aan het einde van elke dag zou het leven ons moeten vragen om alle wijzigingen op te slaan.
(Omdenken)


Als ik niet zo’n perfectionist was, zou mijn leven perfect zijn.
(Omdenken)


Als je alleen kansen ziet en er nooit iets mee doet, zie je het leven aan je voorbijgaan als een lange aaneenschakeling van ‘had ik maars’.
(Omdenken)


Als je dingen blijft doen zoals je ze altijd deed, krijg je ook het reslutaat dat je altijd kreeg.
(Omdenken)


Als je teveel tegenwind hebt, fiets je misschien de verkeerde kant op.
(Omdenken)


Als jij niet besluit, zal het leven voor je besluiten.
(Omdenken)


Complexiteit is mislukte eenvoud.
(Omdenken)


De dingen simpel maken is vaak vrij moeilijk, dingen moeilijk maken vaak heel simpel.
(Omdenken)


Een pessimist ziet een probleem in iedere mogelijkheid, een optimist ziet een mogelijkheid in ieder probleem.
(Omdenken)


Frustratie is niets anders dan creatieve spanning die zijn vorm nog niet gevonden heeft.
(Omdenken)


Geloof niet alles wat je denkt.
(Eckhart Tolle)


Het is leuk om dingen niet te kunnen, want dan kun je iets nieuws leren.
(Omdenken)


Het kan niet fout gaan, hooguit anders dan verwacht.
(Omdenken)


Het niet bedachte avontuur is het echte avontuur.
(Omdenken)


Het probleem is vaak niet het gebrek aan nieuwe idee?n, maar het loslaten van oude inzichten.
(Dee Hock)


Hoogtevrees overwin je niet door beneden te blijven.
(Omdenken)


Ik heb geen fouten gemaakt, ik heb 1000 manieren ontdekt waarop iets niet werkt.
(Omdenken)


Je bent nooit te oud om iets af te leren.
(Omdenken)


Je hoef geen ander mens te worden om dingen eens anders aan te pakken.
(Omdenken)


Je moet je druk maken als je tijd hebt, dan heb je tijd als je het druk hebt.
(Omdenken)


Je wensen zijn een voorgevoel van wat je in staat bent werkelijk te realiseren.
(Goethe)


Kinderen met ADHD hebben een serieus probleem, al hun leraren zijn saai.
(Omdenken)


‘Kunt u pianpspelen?’ vroeg de ene man aan de andere. ‘Geen idee,’ zei de andere man, ‘ik heb het nog nooit geprobeerd.’
(Omdenken)


Luisteren kan zoveel zeggen.
(Omdenken)


Maak van een probleem de bedoeling.
(Omdenken)


Mensen zien de wereld niet zoals hij is, maar zoals zij zijn.
(Paulo Coelho)


Niet omdat de dingen moeilijk zijn, durven wij niet, maar omdat wij niet durven, zijn dingen moeilijk.
(Seneca)


Niet wat je denkt is wat je beperkt, maar wat je denkt dat je niet bent.
(Dennis Waitley)


Niets was mogelijk, totdat iemand hety deed.
(Omdenken)


Onmogelijk is geen feit maar een mening.
(Muhammad Ali)


Perfect is de vijand van goed.
(Voltaire)


Soms moet je veranderen om jezelf te blijven.
(Omdenken)


Spanning is wie je denkt te moeten zijn, ontspanning is wie je bent.
(Omdenken)


Vallen is niet erg, blijven liggen wel!
(Omdenken)


Waar niets mag mislukken, kan niets nieuws ontstaan.
(Omdenken)


Wanneer je mijn kind toch wilt labelen, dan heeft super leuk mijn voorkeur.
(Hein Pragt)


Wat geeft je op dit moment wel energie?
(Omdenken)


Wie geen fouten maakt, maakt meestal niets.
(Omdenken)


Wie slim wil lijken, praat. Wie slim wil worden, luistert.
(Omdenken)


Charlie Brown: ‘Someday we will die Snoopy.’ Snoopy: ‘True, but on all the other days, we will not.’
(Omdenken)


I don’t sing because I am happy, I am happy because I sing.
(William James)


Omdenken links

De omdenken site

Boeken van Berthold Gunster.

Meer pagina’s over denkwerk

Onze hersenen

hersenen en denken Onze hersenen zijn ongetwijfeld de belangrijkste organen van ons lichaam. Ons bewustzijn, persoonlijkheid, gevoelens en al onze gedragingen ontstaan immers in onze hersenen. Onze hersenen worden als we geboren worden niet kant en klaar afgeleverd zoals bij veel lagere diersoorten. Dit komt omdat de hoeveelheid informatie die nodig zou zijn om deze hersenstructuur volledig te beschrijven veel te groot is om in onze genen (erfelijk materiaal) vast te leggen. De mens heeft na zijn geboorte een set basisvaardigheden (aanleg) maar moet daarna nog veel vaardigheden (ervaring) leren. Hiervoor is in onze hersenen dan ook enorm veel capaciteit beschikbaar. Een heel groot verschil tussen een computer geheugen en het menselijk geheugen is dat de computer alles exacte opslaat en de menselijke hersenen nogal last hebben van verstoringen en ruis. Het is zelfs zo dat menselijke hersenen compleet foute denkpatronen ontwikkelen waardoor mensen totaal verkeerde conclusies kunnen trekken of voor zichzelf en hun omgeving zelfs schadelijk gedrag kunnen vertonen. Onze hersenen zijn lange na perfect maar door onderzoek leren we steeds meer over onze hersenen en de processen die zich hier in afspelen. Omdat er in de menselijke hersenen zoveel capaciteit beschikbaar is kunnen we ons een enorme verspilling van opslag veroorloven waardoor we gebreken goed kunnen compenseren. Al vele jaren lees ik veel boeken over alle aspecten die te maken hebben met onze hersenen en de processen die zich hierin afspelen, het is een zeer boeiend onderwerp. Vriendelijke groet, Hein Pragt.

Op de inhoud van deze pagina rust copyright © Hein Pragt.

De fysieke werking van onze hersenen

De hersenen van de mens zijn heel complex en ondanks veel onderzoek weten we nog niet echt veel over de exacte werking van de complexe processen die zich hierin afspelen. We weten ongeveer hoe het centraal zenuwstelsel anatomisch in elkaar zit. Onze hersenen zijn tot indrukwekkende zaken in staat, niet alleen kunnen we relatief ingewikkelde problemen oplossing we zijn ook in staat steeds weer nieuwe dingen te leren en ze bijna tachtig jaar te onthouden. De rest van de cellen van ons lichaam zijn in deze tijd al een aantal keer vernieuwd. De hersenen van een mens bestaan uit ongeveer 50 miljard zenuwcellen of neuronen. Elke cel staat in verbinding met honderden tot duizenden andere cellen. Deze zenuwcellen kunnen de werking van andere zenuwcellen beïnvloeden door via hun uitlopers zeer korte elektrische pulsjes van 0,1 Volt te verzenden en door chemische stoffen (neurotransmitters) af te geven. Onze hersenen zijn dus een complex neuraal netwerk en in dat opzicht is het dus niet te vergelijke met computergeheugen.

neuronen in onze hersenen Alle geestelijke processen berusten op het activeren van bepaalde neuronen, die met elkaar in verbinding staan. De elektrische pulsjes worden opgewekt door eiwitkanalen in de celmembraan van de zenuwcel en kunnen zich met een snelheid van 100 meter per seconde over zenuwvezels verplaatsen. Op de plaats waar de ene zenuwcel contact maakt met de volgende, wordt het elektrisch signaal door een chemische verbinding aan de volgende cel doorgegeven. Er zitten zeer veel neuronen in de hersenen en ruggenmerg maar ze lopen ook als een soort van draden door het hele lichaam. Alle signalen die er in de hersenen binnenkomen en verwerkt worden is het uitwisselen van kleine elektrische (het gaat om millivolts) en chemische signalen tussen al deze neuronen, zelfs vanuit het puntje van de tenen. De hersenen van een mens zijn opgebouwd uit ongeveer 100 miljard neuronen en deze zijn allemaal al bij de geboorte aanwezig. Al tijdens de zwangerschap wordt er bij het embryo een begin gemaakt met het leggen van alle verbindingen tussen de neuronen onderling om te zorgen dat het kind na de geboorte een aantal basisfuncties kan uitvoeren. Na de geboorte gaat het aanleggen van verbindingen door waardoor er uiteindelijk een complex netwerk van miljarden neuronen die met elkaar verbonden zijn ontstaat. Om complexe taken te kunnen uitvoeren werken grote groepen neuronen nauw samen in zogenaamde gespecialiseerde gebieden in de hersenen. Het netwerk ligt ook niet helemaal vast maar kan voortdurend veranderen afhankelijk van de ervaringen dingen die men leert. Neuronen delen zich na de geboorte niet meer en vormen dus geen nieuwe cellen zoals dat bij de meeste andere cellen wel gebeurt. Maar door de enorme overcapaciteit is dit meestal geen probleem. Het aantal neuronen neemt dus in de loop van de jaren af. Vlak na de geboorte is mogelijkheid tot veranderen van alle verbindingen het grootst maar dit vermogen neemt op volwassen leeftijd langzaam af.

denken via een neuraal netwerk De koppelingsplaats tussen twee cellen wordt de synaps genoemd. Een hersencel bestaat uit een cellichaam met een kern en twee soorten uitlopers. Relatief korte uitlopers waarlangs de signalen binnenkomen: de dendrieten, en een lange uitloper, waarvan het uiteinde vertakkingen vertoont, het axon. De cel pikt via de dendrieten signalen op van vorige cellen, en geeft ze via het axon door naar de volgende. Samen vormen deze cellen een zeer complex neuraal netwerk. Via onze zintuigen komen signalen de hersenen binnen (beelden via de ogen, geluid via de oren enz). De hersenen geven signalen terug aan de spieren door middel van elektrische pulsjes of klieren door het het afgeven van stoffen. Onze hersenen zijn de controlekamer van het lichaam en samen met het ruggenmerg vormen ze het centrale zenuwstelsel. Zenuwuitlopers verspreiden zich over alle lichaamsdelen en dit heet het perifere zenuwstelsel. Het zenuwstelsel heeft twee functies, sommige zenuwen ontvangen informatie van de zintuigen en brengen die naar de hersenen of het ruggenmerg, andere geven opdrachten van de hersenen of het ruggenmerg door. De eerste groep zijn de sensorische zenuwcellen of neuronen en de tweede groep zijn de motorische neuronen, zij bedienen alle delen van het lichaam. Onze hersenen zijn grijs-wit en het oppervlak is sterk geplooid. Dit oppervlak bestaat uit een dunne laag neuronen die we de hersenschors noemen en dit heeft zo’n groot oppervlag dat het alleen opgevouwen in de schedel past. Deze hersenschors bevat 2/3 van alle zenuwcellen in de hersenen. De hersenen bestaan ook uit uit twee helften die we de hemisferen noemen. De hersenen zijn altijd aan het werk, ook voor lichaamsfuncties waar u niet bewust over nadenkt zoals uw hartslag, ademhalen, slapen, en wakker worden.

Alles wat wij doen, denken, zien, ruiken, aanraken gaat via onze hersenen en elk gedeelte van onze hersenen heeft een andere functie. Als voorbeeld nemen we zien, zien doet u natuurlijk in eerste instantie met de ogen maar die sturen de signalen dan door naar het stuk van het brein aan de achterkant, want daar verwerken we de informatieprikkels van onze ogen. Horen doen we natuurlijk met onze oren maar de signalen van onze oren worden verwerkt in de delen van de hersenen die een beetje aan de zijkant zitten. Weer een ander deel van de hersenen stelt ons in staat om die geluidstrillingen te begrijpen als menselijke taal. Wanneer de huid wordt aangeraakt zorgen de zenuwen in de huid dat deze prikkels bij de hersenen terechtkomen waarna de hersenen deze prikkels verwerken. Hierdoor weten we dat we zijn aangeraakt, maar ook of dit leuk is of dat het pijn doet. Wanneer we iets met de handen voelen dan gaan deze signalen naar een specifiek deel van de hersenen en wanneer we iets met de voeten voelen dan gaat dit naar een ander deel van de hersenen. Zo is eigenlijk het hele lichaam afgebeeld op stukken van de hersenen. Ook is het zo dat het deel dat de prikkels van de handen verwerkt veel groter is dan het deel van de voeten omdat we met de handen natuurlijk ook veel meer voelen en ook veel fijner kunnen voelen. Ondanks dat er gespecialiseerde gebieden zijn staan als deze gebieden ook weer met elkaar in verbinding, zo kan een geur een bepaalde herinnering oproepen of een aanblik een onmiddellijk reactie veroorzaken. Onze zintuigen zijn ook verbonden met de gebieden waar onze emoties huizen en zo kunnen prikkels ook emoties veroorzaken. Emoties kunnen weer fysieke reacties veroorzaken en zo staat alles in onze hersenen met elkaar in verbinding.

Elke keer wanneer we iets ophalen uit ons geheugen of wanneer we een nieuw idee hebben maken we verbindingen tussen de neuronen in onze hersenen aan. Nieuwe woorden leren of een nieuw trucje leren met sporten zorgt allemaal voor veel nieuwe verbindingen tussen de neuronen. Aan elk neuron zitten heel veel uitlopers die we axonen of dendrieten noemen en in de uiteinden van deze uitlopers zitten chemische stofjes die we de neurotransmitters noemen. Wanneer twee uitlopers van verschillende neuronen dicht bij elkaar in de buurt zitten kunnen er chemische stofjes van de ene cel naar de andere cel overspringen. De plek waarop dit gebeurt heet een synaps en wanneer de ene cel actief is, maakt hij een heel klein stroompje aan en daardoor worden de neurotransmitters in zijn uitlopers wakker en springen ze naar de uitlopers van de volgende cel. Die cel wordt ook wakker en gaat ook een stroompje maken. Zo ontstaat er een netwerk van patronen van allemaal hersencellen die elkaar wakker maken. Dit kan heel snel gaan, de snelste signalen gaan wel met 350 kilometer per uur.

Hersenen zijn pas op het 25ste levensjaar helemaal volgroeid, de hersenen van pubers zijn dus nog volop in ontwikkeling. Daarom kunnen pubers vaak ook moeilijk orde houden en is hun kamer vaak een rommeltje. Hun emoties zijn vaak veel heviger waardoor ze eerder boos of verdrietig zijn en ze dus vaak ook sneller ruzie met hun ouders hebben. Ook is het zo dat mannen grotere hersenen hebben dan vrouwen, maar dat betekent niet, dat ze slimmer zijn. Een olifant heeft bijvoorbeeld ook hele grote hersenen, maar is toch is het zeker niet het slimste dier wat er rondloopt. In onze hersenen zit ook het geheugen, het heeft een speciale plek in de hersenen die we de hippocampus noemen. Na het lezen van de vorige zin kunt u dit dus in dit deel van de hersenen onthouden. Het opslaan van informatie begint bij de zintuigen zoals horen, ruiken, voelen, zien en proeven. Deze combinatie van prikkels wordt geregistreerd in het sensorische geheugen en na een paar seconden gaat deze informatie door naar het kortetermijngeheugen. Alleen heel belangrijke zaken mogen door naar het langetermijngeheugen, maar dit kost iets meer moeite.

Hersenontwikkeling voor de geboorte

hersenontwikkeling voor de geboorte De hersenen van de baby groeien tijdens de zwangerschap heel snel soms wel met 250.000 zenuwcellen per minuut. Wanneer de baby geboren wordt zijn bijna alle (honderd miljard) cellen al aanwezig. Ook worden er voor de geboorte al veel verbindingen gelegd tussen de zenuwcellen en dit gaat na de geboorte in snel tempo door. De ontwikkeling en de groei van de hersenen kennen drie fasen. De embryonale ontwikkelingsfase begint op het moment van de bevruchting en eindigt na 8 weken. De eerste structuren waaruit de hersenen zich ontwikkelen ontstaan en dit is ongeveer in de derde week van de zwangerschap. Hierna komt de foetale ontwikkelingsfase van de negende week tot de geboorte van de baby en in deze fase ontwikkelen de hersenen en hersenstructuren zich verder. Aan het einde van de neonatale ontwikkelingsfase (de eerste 4 weken na de geboorte van het kind) zijn de hersenen grotendeels volgroeid.

De ontwikkeling van de hersenen begint in de derde week van de zwangerschap, eerste ontstaat de neurale plaat en uit het bovenste deel ontwikkelen zich de hersenen en uit het onderste deel ontstaat het ruggenmerg. In de vierder week van de zwangerschap ontwikkelen zich de voorhersenen, de middenhersenen en de achterhersenen. In de zesde week van de zwangerschap begint de ontwikkeling van deze verschillende delen van de hersenen en ontstaan de twee hersenhelften, de hersenstam en de kleine hersenen. Aan het einde van de embryonale fase is de primaire ontwikkeling van de hersenen voor een groot deel voltooid en in de foetale fase daarna krijgen de verschillende delen van de hersenen specifiekere functies. In de derde maand en de maanden daarna voltrekt zich een ingewikkeld plooiingsproces waardoor het buitenste deel van de grote en kleine hersenen een groter oppervlak krijgt. Hierdoor past er meer hersenschors in de schedel. De verschillende kwabben binnen die hersenhelften krijgen nu ook een specifiekere functie. De zenuwbanen die de twee hersenhelften met elkaar verbinden, vormen zich in de zevende en negende maand van de zwangerschap.

Bij de geboorte is de ontwikkeling van de hersenen voor het grootste gedeelte klaar, de verschillende delen van de hersenen ontwikkelen zich verder en ontstaan er veel nieuwe verbindingen. Tijdens de ontwikkeling van de hersenen in de baarmoeder kunnen er veel dingen misgaan of een ander verloop krijgen door erfelijke invloeden maar ook door ondervoeding van de aanstaande moeder, vitaminegebrek, infecties, roken en/of alcohol/drugs -gebruik van de moeder en medicijngebruik. Al deze factoren kunnen een kleine maar soms ook grote invloed hebben op de ontwikkeling van de hersenen van het ongeboren kind.

De drie lagen van onze hersenen

drie lagen hersenenOns brein is niet zomaar een grote klomp hersencellen, het is zeer complex en bestaat uit een aantal structuren. We kunnen onze hersenen voorstellen als drie op elkaar gestapelde lagen die telkens een uitbreiding zijn op de lager gelegen laag. Deze drie lagen van onze hersenen zijn: de neocortex, het zoogdierenbrein en het reptielenbrein.

  • De hersenstam en de “kleine hersenen” zijn het reptielenbrein, en dit is de oudste laag in onze hersenen. Dit reptielenbrein is verantwoordelijk voor onze primaire overlevingsdrang en regelt onder meer de hartslag, de bloeddruk, de ademhaling en de spieren van je darmen. Ook zit hier het bewegingsgeheugen. Dit zijn allemaal dingen die het lichaam doet zonder dat u er bewust over na hoeft te denken.
  • De laag daarbovenop is het zoogdierenbrein ofwel het limbisch brein en deze laag regelt veel onbewuste processen, zoals onze emoties, onze persoonlijkheid en een deel va ons geheugen. Emoties horen meer bij zoogdieren dan bij reptielen. In deze laag zit ook de amygdala die verbanden legt tussen informatie die van verschillende zintuigen en deze koppelt aan emoties. De reactie van de amygdala op prikkels die angst veroorzaken gaat zeer snel en volledig automatisch als een zogenaamd reflex.
  • De bovenste verdieping van onze hersenen is de hersenschors, de neocortex en dit is evolutionair gezien de jongste laag van het menselijk brein. Bij mensen is deze laag veel meer ontwikkeld dan bij de meeste andere zoogdieren. De hersenschors is vooral verantwoordelijk voor het bewust verwerken van informatie, taal, spraak, schrijven, rationeel te redeneren, plannen en denken aan de toekomst.

Wanneer we vijfhonderd miljoen jaar evolutie versneld zou afspelen in een film van vijftig minuten dan ziet u in het eerste half uur hoe bovenaan het ruggenmerg langzaam een verdikking ontstaat in de vorm van de hersenstam en de “kleine hersenen” die lijkt op de hersenen van reptielen zoals die nu nog bestaan. Na dit half uur ontstaat er een structuur boven deze hersenstam, het zogenaamde limbische systeem en ook dit deel zal langzaam groter worden en dit komt ongeveer overeen met de hersenen van zoogdieren. Maar slechts een halve seconde voor het einde van de film (wat in echte jaren ongeveer honderdduizend jaar geleden is) ontstaat er bij de mens een enorme groei in de ronde, sterk geplooide structuur van de neocortex.

De evolutie was lui, in plaats van telkens weer van vooraf te beginnen, verbeterde het de bestaande structuren door er nieuwe dingen aan toe te voegen. Dit heeft ook een nadeel, door deze stapeling zal het geheel soms ook instabieler worden omdat de verschillende onderdelen elkaar ook soms tegen kunnen werken. Wanneer we de drie lagen hierboven bekijken worden we door drie verschillende lagen aangestuurd, alsof we dus drie bazen hebben. De driedeling in ons brein brengt ook allerlei splitsingen met zich mee, tussen woorden en daden, tussen woorden en gevoelens en tussen bewuste en onbewuste processen. De drie delen zijn ook verschillende geheugens en zintuigen verbonden, zo is de reuk een evolutionair ouder zintuig dan het oog en het oor en ook rechtstreeks verbonden met het “oude” limbische systeem. We hebben als mens een heel groot geheugen voor zeer veel verschillende geuren, maar dit deel staat niet sterk in verbinding met taal. We hebben slechts een handvol namen voor geuren die vaak ook nog vooral betrekking hebben op de herkomst van de geur.

De lagen werken soms samen maar werken elkaar ook soms tegen. Wanneer we in een spannende kermisattractie stappen zal ons angstcentrum (de onderste laag) aan de alarmbel gaan trekken en ons vertellen hoe gevaarlijk het is en dat we dit gevaar zo snel mogelijk uit de weg moeten gaan. Onze hersenschors zal redeneren dat het totaal veilig is en dat het blijkbaar heel leuk schijnt te zijn. Hierdoor kunnen we ons over de angst heen zetten wat uiteindelijk weer een vreemde maar vaak aangename sensatie tot gevolg heeft. Maar dit soort tegengestelde signalen maken ons doen, handelen en denken soms wel complex en ook soms slecht verklaarbaar. Het lijkt erop dat we soms de knecht van drie bazen zijn.

De werking van het geheugenoppervlak.

Om een goed beeld te krijgen hoe onze hersenen gegevens opslaan kunnen we een model gebruiken. Dit model heeft niets met de werkelijkheid te maken maar geeft wel een beeld van de processen die zich waarschijnlijk afspelen bij de opslag in onze hersenen. Omdat het geheugen oppervlag in de hersenen (het netwerk van neuronen) een grillig patroon is zullen de gegevens die opgeslagen worden vervormd worden door het geheugen oppervlak. Door middel van het volgende voorbeeld wil ik dit proberen duidelijk te maken. In een zandbak maken we een bergje van zand, dit is het geheugen oppervlak van ons model. We nemen een emmer water en laten een bepaalde hoeveelheid water op de top van het bergje stromen. Onmiddellijk zal ons opvallen dat het water via een grillig patroon naar beneden stroomt en daarbij bepaalde kanalen maakt in het zand. Sommige kanalen zijn echter breed en diep, sommige kanalen zijn smal en ondiep. Op deze wijze is er dus een patroon gevormd in het zand. Dit patroon is de geheugen indruk van de gebeurtenis die het emmertje water tot gevolg had. Als we voor de tweede keer water op dit zandbergje laten stromen zal er iets bijzonders gebeuren. Het water zal voor een groot gedeelte door de al bestaande kanaaltjes weglopen en maar een paar nieuwe kanaaltjes veroorzaken. De bestaande kanaaltjes zullen door de tweede hoeveelheid water alleen maar dieper worden dus elke keer als we opnieuw water op het bergje laten stromen zal het eerst opgeslagen patroon dieper worden en een aantal kleine nieuwe kanaaltjes ontstaan. Bij iedere nieuwe opslag zal het bestaande patroon dus verstrekt worden en een paar kleinen nieuwe details nieuw toegevoegd worden.

Als we hetzelfde doen met een tweede bergje zand zal het grillige patroon heel anders zijn. Het oppervlak zal dus een heel ander patroon vertonen, hoewel de gebeurtenis (een emmertje water) hetzelfde was. Zo zal ook bij elk individueel mens het patroon dat ontstaat in de hersenen anders zijn omdat het netwerk van neuronen bij ieder mens anders is ontstaan. Het geheugen oppervlak heeft dus grote invloed op de wijze waarop het patroon opgeslagen gaat worden. De bijbehorende indruk zal bij elk mens de gebeurtenis die het patroon deed veroorzaken terugroepen maar de indruk is voor elk individu anders opgeslagen. De opslag van een patroon zal dus ook nooit exact zijn, omdat het geheugen oppervlak het patroon zal vervormen. Maar omdat we een enorme overcapaciteit hebben in onze hersenen zullen meerdere varianten van dezelfde gebeurtenis ook meerdere patronen laten ontstaan of meerdere details toevoegen aan het bestaande patroon waardoor herkenning steeds eenvoudiger zal worden. Als we een patroon als een vierkant herkennen maakt het niet uit hoe groot of klein het is, welke kleur het heeft en of de randen groot of klein zijn. De mens zal na veel vierkanten herkent te hebben steeds beter in staat zijn om het patroon te herkennen. Hetzelfde gaat bijvoorbeeld op voor letters, er zijn heel veel varianten van letters maar we kunnen in bijna elke variant de letters wel herkennen. Dit is natuurlijk een eenvoudig voorbeeld maar het gaat ook op voor complexere patronen.

Verschillen tussen hersenen van mannen en vrouwen.

Verschillen tussen mannen en vrouwen is voor mij een favoriet onderwerp en ook hier heb ik veel over gelezen en geschreven. Mannen hebben gemiddeld 16 procent meer hersencellen dan vrouwen maar bij vrouwen is het limbisch systeem (het centrum van de emoties in onze hersenen) weer veel groter dan bij mannen. Ook is de hersenbalk (corpus callosum) tussen de twee hersenhelften bij vrouwen groter, waardoor deze twee helften beter kunnen samenwerken. Mannen gebruiken de beide helften van hun hersenen meestal voor specifieke doelen terwijl bij vrouwen de twee helften meestal samenwerken. Er zijn onderzoeken die aantonen dat de verschillen in de bouw van hersenen van mannen en vrouwen worden veroorzaakt door geslachtshormonen in de eerste fase van het leven. De verschillen in de ontwikkeling van de hersenen zijn al op jonge leeftijd aan te tonen. Jongetjes van vier jaar oud zijn bijvoorbeeld beter dan meisjes van dezelfde leeftijd in ruimtelijke oriëntatie terwijl meisjes van deze leeftijd weer beter zijn in het onthouden van woordenreeksen.

Mannen en vrouwen scoren over het algemeen even goed op een algemene IQ test. Maar wel is gebleken dat mannen en vrouwen op sommige deelonderwerpen afhankelijk van hun geslacht beter of minder scoren. Het is dus niet waar dat ??n van de beide geslachten slimmer zou zijn dan de ander. De oorzaak van veel van deze verschillen is veroorzaakt door de evolutie. Aangezien er in de oertijd een verdeling van taken tussen de mannen en vrouwen bestond, kunnen we aannemen dat hieruit niet alleen een fysieke maar ook een psychische specialisatie ontstaan is De mannelijke jagers specialiseerden zich in langdurige achtervolgingen en leerden zich te kunnen concentreren op lange termijn doelen. Ze leerden om zich met ??n enkel probleem bezig te houden en bijzaken te negeren. Ook moesten ze hun ruimtelijke oriëntatie verbeteren voor het rondtrekken voor de jacht en het inschatten van de afstand van een speer of pijl. De vrouw moest in de oertijd vooral aan verschillende dingen tegelijk kunnen denken en alles gelijktijdig kunnen organiseren. Ze moesten de groep in de gaten houden en op alle mogelijke gevaren van buitenaf letten. De specialisatie van vrouwen was dus sociale organisatie en communicatie. De evolutie gaf de mensen die het best voor deze taken geschikt waren de meeste overlevingskans, waardoor deze voor nageslacht kon zorgen die deze erfelijke verschillen in de hersenen ook hadden. Er ontstond dus een verschillende specialisatie in de hersenen van mannen en vrouwen.

De verschillen tussen hersenen van mannen en vrouwen op een rijtje:

  • Vrouwen kunnen zich beter emotioneel uitdrukken (zowel mondeling als schriftelijk) omdat hun hersenhelften beter samenwerken en hun limbisch systeem groter is.
  • Vrouwen ruiken beter dan mannen, omdat dit vermogen in het limbisch systeem ligt.
  • Vrouwen zijn beter met woorden en kunnen reeksen onsamenhangende woorden beter onthouden.
  • Vrouwen zijn beter in het gebruik van een routebeschrijving waar veel herkenbare punten op staan omdat ze hun goede visuele geheugen hiervoor gebruiken, mannen kunnen door hun goede ruimtelijke inzicht beter kaarten lezen.
  • Vrouwen zijn in staat om meerdere taken tegelijk uit te voeren omdat hun hersenhelften beter samenwerken.
  • Vrouwen zijn beter in het herkennen van gezichten.
  • Vrouwen kunnen sneller zien of twee afbeeldingen hetzelfde zijn.
  • Vrouwen hebben meestal een betere fijne motoriek.
  • Vrouwen gebruiken hun hersenen efficiënter dan mannen, mannen compenseren dit met grotere hersenen.
  • Vrouwen hebben een breder blikveld terwijl mannen een verder blikveld hebben, ook kunnen mannen zich beter op ??n doel concentreren.
  • Vrouwen kunnen beter onsamenhangende informatie opslaan terwijl mannen beter zijn in het opslaan van geordende informatie.
  • Mannen zijn minder gevoelig voor een depressie omdat ze zich minder bewust van hun emoties zijn.
  • Mannen hebben een beter ruimtelijk inzicht en kunnen objecten beter visualiseren.
  • Mannen kunnen beter complexe technische problemen oplossen.
  • Mannen zijn bij problemen meer op actie gericht terwijl vrouwen meer op communicatie gericht zijn.
  • Mannen hebben meer verbindingen tussen de hersencellen dan vrouwen waardoor de informatie overdracht tussen de cellen sneller verloopt waardoor ze beter complexere problemen kunnen oplossen.

Interessante feiten / artikelen over onze hersenen en denken.

De mythe dat we maar 10 procent van onze hersenen gebruiken.

Wanneer u een groep willekeurige mensen vraagt hoeveel procent we van onze hersenen echt gebruiken zal het antwoord vaak 10 procent zijn. Dit is een veelgehoorde mythe die uit de Verenigde Staten afkomstig is en al meer dan honderd jaar oud is. Wetenschappers die het brein bestuderen weten dat het brein een heel efficiënt instrument is en ongeveer alles wat er inzit hebben we als mens ook nodig. De reden dat de mythe nog steeds de ronde doet is waarschijnlijk te verklaren doordat het een geruststellende boodschap is dat we normaal maar 10 procent van onze hersenen gebruiken en dat we dus tot enorme dingen in staat zouden zijn wanneer we de andere 90 procent ook zouden gebruiken. En wanneer iedereen zo’n enorme reservecapaciteit heeft, dan bestaan er geen domme mensen, iedereen is een potentiële geleerde die alleen nog niet geleerd heeft hoe zijn of haar hersenen volledig te gebruiken. Dit optimisme word ook gebruikt door goeroes die aangeven dat ze een methode gevonden hebben om al deze ongebruikte hersenencapaciteit aan te kunnen spreken. In werkelijkheid gebruik iedereen elke dag het gehele brein, wanneer men hersenactiviteit meet kan men zien dat zelfs eenvoudige handelingen en opdrachten al voldoende zijn om bijna overal in onze hersenen activiteit te laten zien. Onze hersenen bevatten ongeveer 50.000.000.000 neuronen en elk neuron heeft gemiddeld 10.000 connecties. De rekencapaciteit die dat geeft is inderdaad groter dan wat nodig is voor de waarnemingen, gedachten en handelingen waar we bewust mee bezig zijn. Maar die bewuste gedachten inhoud is slechts het topje van de ijsberg van wat er in de hersenen gebeurt. Op een onbewust niveau spelen zich constant processen af.
Lees hier meer over op de site van KU Leuven

Bij mensen met autisme vertonen de hersenen minder verbindingen.

Onderzoek bevestigt dat er een probleem is met de verbindingen in de hersenen van mensen met autisme. Vooral de communicatie tussen de temporaalkwabben en andere delen van de hersenen lijkt verstoord. De temporaalkwabben kunnen we vergelijken met een receptioniste die invoer van de zintuigen als eerste verwerkt en verder doorverbindt naar andere hersenregio’s. Hierdoor zijn ze dus een belangrijke schakel in de verwerking van sociale informatie uit onze omgeving zoals gesproken taal begrijpen, gezichten herkennen en lichaamstaal lezen. Dit zijn allemaal sociale functies waar mensen met autisme vaak juist problemen mee hebben. Door middel van MRI-scans tijdens de rustperiode van de hersenen kan men de connectiviteit tussen hersenregio’s bestuderen. Door deze scans van over heel de wereld te verzamelen in ??n databank, kan men nu onderzoeken wat standaard en wat afwijkend is bij functionele connectiviteit van de hersenen, per leeftijd en geslacht.
Lees hier meer over op de site van KU Leuven

Meer pagina’s over denkwerk