blog

Wederkerigheid

wederkerigheid

Een telkens weer terugkerend probleem in mijn leven is wederkerigheid, voor mij is het heel belangrijk dat geven en terugkrijgen gevoelsmatig in balans is, zonder weegschaaltje te gebruiken. Dit gaat niet alleen in liefdesrelaties op maar ook in alle andere relaties die je hebt, zoals die met je familie, vrienden en kinderen. Ik ben mijn hele leven al een “pleaser” geweest, ik ben me daar zeker bewust van en vind het wel iets positiefs hebben, veel mensen worden tenslotte blij van je. Ik maak het anderen gewoon graag naar de zin en pas me regelmatig aan bij wat de ander graag wil. Ik heb een vrij zorgzaam karakter en dat geeft me ook veel energie. Ik vind het fijn om als eerste op te staan en een ontbijt te maken in de wetenschap dat we daarna samen gezellig gaan ontbijten. De wederkerigheid zit hem hier vaak in waardering, liefde en iets leuks terugdoen of ook rekening houden met mij en mijn gevoel.

Ook ik heb behoefte aan waardering, aandacht, genegenheid, begrip en intimiteit en meestal in het begin van een relatie lijkt de wederkerigheid gevoelsmatig fijn in evenwicht. Tot er een moment van verzadiging komt, de ander begint het een beetje als vanzelfsprekend aan te nemen en er komt steeds minder terug. Een “normaal” mens zou dan ook minder gaan geven, maar een echte “pleaser” doet er nog eerste een schepje bovenop in de hoop het tij te keren. Maar er komt altijd een moment dat de “pleaser” ontdekt dat de wederkerigheid totaal zoek is en wanneer hij of zij dit kenbaar maakt dan vind de ander dit vaak kinderachtig en aanstellerig. Alles gaat toch goed, ja voor de ander wel!

Het blijft me verbazen dat er mensen zijn die blijkbaar een gezond sociaal leven hebben, die desondanks amper gevoel van empathie naar een ander tonen. Ja, hun eigen gevoel en emoties zijn erg belangrijk, maar de empathie naar anderen lijkt soms bijna gespeeld te zijn. Ze lijken zich maar niet te kunnen verplaatsen in het gekwetste gevoel van een ander. Soms lijkt het een vorm van egocentrisch gedrag en botheid die een “pleaser” zo in verwarring brengt met de vraag: “waarom was ik zo aardig en lief tegen jou?”. En de “nemer” lijkt zich vaak van geen kwaad bewust, die snapt niet dat de ander zo “moeilijk” doet.

In mijn werk ben ik behoorlijk assertief maar privé wil dat niet zo goed lukken, meestal moet het eerst qua wederkerigheid uit de hand lopen, voor ik assertief ga worden. En dan begint het commentaar: “je slaat ook wel rigoureus om in het andere”. Ja, dat klopt, wanneer de spreekwoordelijk druppel de emmer heeft doen overlopen, kan ik vrij koel en berekenend worden en heel goed loslaten, hoewel dat eigenlijk tegen mijn karakter ingaat. Maar ik moet wel oppassen want ik laat me maar al te snel met een paar tranen en een beetje liefdevolle aandacht weer manipuleren in “pleaser” gedrag.

Vooral het voor vanzelfsprekend aannemen en bij het bijna emotieloos af geen aandacht teruggeven of rekening houden met de ander, of zelfs negeren, kan heel kwetsend zijn voor een “pleaser”. Ik vind het altijd jammer dat dit de aanleiding moet zijn voor mij om weer wat assertiever te zijn en het geeft me altijd een rotgevoel dat wederkerigheid voor veel andere mensen niet een natuurlijk gedrag is. Zeker wanneer je van iemand houdt die jouw liefde en aandacht maar voor vanzelfsprekend aanneemt zonder iets terug te doen of rekening met jou te houden, kan dit zeer kwetsend zijn, En mij verbaast het telkens weer dat de “nemer” het eigenlijk heel vanzelfsprekend vind en jou maar een aansteller vind als je het ter sprake brengt.

Ik heb wel wederkerige relaties gehad gelukkig, dus ik weet dat het wel kan, maar helaas heb ik ook de nodige niet wederkerige relaties meegemaakt. Veel “nemers” vallen ook op een “pleaser” en vis versa. Het blijft een pijnpuntje, ik kan er beter mee omgaan dan vroeger, maar het onrechtvaardige gevoel blijft wel, ook als kun je er wat meer afstand van nemen. Paul van Vliet zong ooit eens aan het einde van in een lied waarin hij zich telkens afvroeg of je hard moest zijn om te overleven: “ja je moet hard zijn om te overleven, maar echt leven is dit niet!”.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Pipi Langkous gehalte

pipi

Ik zeg wel eens dat mijn leven een hoog Pipi Langkous gehalte heeft en dat wil ik wel even uitleggen. Een van de uitspraken van Pipi waar ik me altijd aan opgetrokken heb is: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’. Het volwassen worden draagt in onze maatschappij verantwoordelijkheden met zich mee, bepaald gedrag kan niet meer omdat het als kinderachtig, te risicovol of onacceptabel wordt beschouwd. Sommige dingen kunnen ook echt niet, maar veel dingen zijn ook door de maatschappij of door onszelf opgelegde grenzen. Kortom, we leven vaak zoals “het hoort”.

Pipi Langkous staat een beetje voor: wars van sociale conventies, wars van wat zou moeten, de moed hebben om te doen wat jou energie geeft en durven dromen en fantaseren. Dit is wat ik mijn hele leven al gedaan, ik heb me soms willen houden aan conventies en degelijk sociaal passend gedrag, maar altijd kwam de opstandige Pipi Langkous in mij wel weer naar boven. Waarom zou ik dingen niet mogen of kunnen doen als ik er niemand kwaad mee berokken, omdat het ongewoon is of niet gepast? Omdat het niet bij mijn sociale status zou passen of bij mijn man zijn? Dit zijn allemaal dingen waar ik me altijd weinig aangetrokken heb, het maakt mij niet uit wat anderen voor oordeel of vooroordeel hebben, ik bewijs wel het tegendeel.

Ik voel mij op en top een heteroseksuele man, maar dat houdt toch niet in dat ik geen dingen mag doen die de meeste mensen als typisch vrouwelijk bestempelen. Dan loop je het risico dat er een vooroordeel ontstaat dat je misschien wel homoseksueel bent (wat mij echt wel eens is overkomen) en dat is voor veel mannen al een goede reden om sommige dingen niet te doen. Ik vind het heel normaal om homoseksuele vrienden op de wang te kussen bij een begroeting, net als ik zou doen bij vrouwelijke vriendinnen. Ik heb mijn hele leven al de typisch man en vrouw zaken genegeerd, ik geloof dat iedereen gewoon moet doen wat zijn gevoel en interesses ingeeft en daarbij niet over sekse specifieke dingen moet hoeven nadenken. Ik vind vrouwen prachtige wezens en geloof ook heilig in verschillen tussen geslachten die ik vaak ook erg prettig vind, maar ik bestrijd dat mogelijkheden en kansen verschillend mogen of moeten zijn.

Ja, ik ben vaak wars van sociale conventies, maar ik heb ook een aantal uitvindingen op mijn naam staan die voortkomen uit dit wars zijn en anders denken. Ik heb heel vaak meegewerkt aan nieuwe technische ontwikkelingen, juist omdat ik anders dacht. Ik heb een groot aantal schitterende verhalen van dingen die ik meegemaakt heb in mijn leven, meestal omdat ik open stond voor dingen en omdat ik de stijfkoppigheid had om iets anders te doen. En ja, veel keurig nette mensen hebben daar wel een oordeel over, maar ik leef niet voor hen, ik leef mijn leven voor mijzelf. Natuurlijk wil je niet een sociale outcast zijn, ook ik pas me wel een beetje aan, ik vind dat ik een goede baan nodig heb om mijn leven en al mijn hobby’s en belangstellingen te bekostigen. Maar ik werk wel om te leven en leeft niet om te werken.

Ik wil op mijn sterfbed terug kunnen kijken op een rijk leven en vooral geen spijt willen hebben van dingen die ik NIET gedaan heb. Op deze wijze leven is niet altijd de gemakkelijkste wijze van leven, soms sta je alleen en ben je alleen wanneer je je eigen eigenwijze weg gaat, maar ook dat hoort er soms bij. Maar de grens tussen compleet je eigen ding doen en je wens om ook sociale contacten te hebben en een sociaal leven is iets wat je zelf altijd kunt bepalen en bijstellen. Maar zo gauw je er teveel over gaat nadenken leg je jezelf al weer beperkingen op, het blijft een gulden middenweg waarbij je jezelf het gelukkigst voelt en vaak sluit het ene het andere helemaal niet uit. Mijn enige advies aan anderen is dan ook: “leef je leven, geniet er van en denk soms even als Pipi”. Capre diem, C’est la vie en La dolce vita.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Ik wil je graag zoenen

zoenen

Ik heb al vele veranderingen in deze wereld mogen meemaken, van de hippie tijd in de jaren 60 van de vorige eeuw, met allerlei nieuwe vrijheden tot nu. Een van de dingen waar ik nog aan moet denken met alle nieuwe metoo schandalen en de nieuwe normen van gedrag tussen mannen en vrouwen is het toestemming vragen voordat je aan lichamelijke intimiteit begint. Een vriendin van mij beklaagde zich laatst dat de date die ze had meegenomen om haar huis nog even te bekijken, dit had opgevat als een stapje verder waarbij hij haar in de gang, zonder toestemming te vragen, was gaan kussen. Ik zat daar wel een beetje over na te denken, als man probeer je ook bepaalde signalen te interpreteren en ondanks metoo verwachten veel vrouwen toch wel wat initiatief van de man.

Ik denk dan vaak terug aan twintig jaar geleden, ik was uitgenodigd op een single feestje in Utrecht en een vriend had al gezinspeeld dat daar een leuke dame zou komen. Het bleek inderdaad een (voor mij) zeer aantrekkelijk vrouw te zijn en we raakten al snel aan de praat. De sfeer was er, net al zo vaak op single feestjes, een beetje broeierig, vrouwen met iets teveel make-up en mannen die nogal flirterig en hitsig gedrag vertoonden. Ik voelde me daar niet zo op mijn gemak maar de aanblik van de mooie dame liet me blijven. Later op de avond had ik wel het idee dat ze mij ook leuk vond maar ik moest toch initiatief nemen. Dus vroeg ik haar zachtjes: “ga je mee een stukje lopen buiten, ik wil je graag zoenen!”. Ze lachte en ging mee en even later stonden we te zoenen en volgde een relatie van bijna drie jaar.

Toch had dit verhaal een staartje, een jaar later op een verjaardagsfeest vertelde mijn vriendin over onze ontmoeting en lachend vertelde ze dat ik zei: “ik wil je graag zoenen!”. Iedereen moest er smakelijk om lachen en ik probeerde het met een rood hoofd wat af te doen. Dit herhaalde zich een half jaar later nog eens, ze had me heel leuk gevonden maar mijn vraag was wel bijna een afknapper geweest. Dan denk ik aan nu, in deze tijd zou het niet vragen bijna een strafbaar feit zijn. Hoe kan de wereld in twintig jaar veranderen.

Soms zet ik even weer het nummer “real men” van Joe Jackson op en dan zing ik het even hard mee. Ja, “whats a man now, whats a man mean?”, soms is het een verwarrende tijd, ik doe gewoon wat voor mij goed voelt en als de vrouw dat niet kan waarderen, dan passen we waarschijnlijk niet bij elkaar. Ik was al geëmancipeerd toen het woord nog uitgevonden moest worden, ik had een bijzonder vriendinnetje toen ik veertien was die fervent voorvechter voor vrouwenrechten was en ik deed lekker mee. Toch ben nog wat van de oude stempel, respect, galant zijn, beschermend gedrag en hoffelijkheid zitten bij mij nog ingebakken en de meeste vrouwen vinden het wel leuk als ik met een vriendelijke lach de deur voor ze open houdt of ze voor laat gaan (behalve op de trap). Ik geloof zeker dat ik een “real man” ben, maar met de beste bedoelingen. Uiteindelijk zal de verwarring weer tot een nieuwe werkelijkheid leiden, tot die tijd is het soms even wennen.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Mister nice guy

nice guy

Mijn hele leven ben ik al niet die geile woest aantrekkelijke foute man maar ben en was ik altijd de mister nice guy. Wanneer we als tiener gingen stappen dan kwam het vaak voor dar mijn vrienden druk bezig waren om te kijken hoe ver ze konden scoren die nacht en ik had weer eens een diep en goed gesprek en een bood een steunende schouder aan. Bij latere vrouwelijke vriendinnen herhaalde het spelletje zich maar al te vaak, ik was niet de vriend om het bed mee te delen, maar wel altijd de vriend die een schouder aanbood om op uit te huilen als een vreselijke lul waar ze nooit meer voor zouden vallen, ze weer eens had laten zitten. Helaas vielen de meesten gewoon weer voor de woest aantrekkelijke klootzak en bleef ik mijn schouders maar aanbieden. Dit wil niet zeggen dat niemand het bed met mij deelde, integendeel ik heb nooit het gevoel gehad dat ik te kort kwam.

Ik bleef altijd de mister nice guy, ook in relaties. Ook in de tijden dat ik single was, had ik best wel een aantal goede vriendinnen, een enkele keer ook met voordelen, maar dat was niet mijn intentie. Het ging zoals het ging en kwam zoals het kwam. Ik heb wel vaak gedacht en ook wel eens te horen gekregen dat ik wat harder moest zijn, wat stoerder en extraverter om te kunnen scoren. Ik heb daar wel eens goed over nagedacht, maar dat wil ik helemaal niet, ik ben zoals ik ben en ik wil iemand die houdt van wie ik ben en niet van iemand die ik speel of probeer te zijn. Ik wil geen voorstelling spelen of me anders moeten voordoen dan ik ben, dat lijkt me erg ongemakkelijk.

Ook nu ik veel ouder ben merk ik nog steeds dat veel vrouwen nog steeds vallen op die stoere (beetje) foute man en dat is niet perse verkeerd, een stoere foute man heeft ook zo zijn voordelen zolang het duurt. Ik ken een vrouw die bewust van foute man naar foute man vlindert omdat ze dat zelf wel fijn en spannend vindt. Ik probeer niemand te beoordelen of te veroordelen, mensen zijn zoals ze zijn en als ze gelukkig zijn met een andere levenswijze dan ik dan is dat ook goed.

Hoewel ik wel eens mistroostig gedacht heb “waarom nou” als ik weer eens alleen naar huis ging en ik dames weer zag vertrekken met de extraverte stoere mannen, heb ik me al lang neergelegd bij het feit dat ik ben wie ik ben en ik wil ook niet anders zijn. Ik heb brede schouders die ik nog steeds regelmatig aan kan bieden en een goed luisterend oor en een fijne massage, dit is mijn invulling van het leven, het is zoals het moest zijn. Hoewel ik mijzelf niet erg knap vind, val ik nog steeds wel op (voor mij) aantrekkelijke vrouwen, wat niet de niet de modepop types zijn, en hoewel dat aanbod na een bepaalde leeftijd wat afneemt, gaat mijn smaak ook niet meer veranderen. Ik denk dat er wel meer mister nice guys rondlopen en Acda en de Munnik hebben er zelfs eens een leuk liedje over geschreven, ik ben wie ik ben, ik schaam me er niet voor en ik ben tevreden met wie ik ben en dat zal waarschijnlijk ook nooit meer veranderen. Cest la vie en Carpe diem.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Troostkopen

troost

Vandaag las ik een stukje over troostkopen, in deze coronatijd hebben webshops heel veel omzet gemaakt doordat mensen massaal dingen online kochten. Troostkopen is eigenlijk een leeg of ontevreden gevoel compenseren met he fijne gevoel van een goede aankoop of een geweldige aanbieding. Tijdelijk geeft het even een goed en fijn gevoel en tegenwoordig lijkt het er soms op dat sommige mensen hier helemaal aan verslaafd lijken geraakt. En winkeliers spelen goed in op deze troostkoop door mensen voor te spiegelen dat ze een geweldige aanbieding hebben gehad.

Wie kent niet het gevoel na een bezoek aan de Primark of Action dat men veel meer gekocht heeft dan men van plan was omdat het zo ontzettend goedkoop was dat men de aanbieding gewoonweg niet kon laten liggen. Ook ik heb in mijn kasten genoeg van deze geweldige aanbiedingen, die ik echt niet nodige had staan. Maar waarom kopen we dan wel deze blijkbaar overbodige spullen? Omdat we een shot van pretstofjes krijgen wanneer we het gevoel hebben dat we een geweldige goede aankoop gedaan hebben. En hoe leger en ongelukkiger we ons voelen, hoe meer we verlangen naar zo’n geluksmomentje.

Begin vorige eeuw waren de meeste Nederlanders nog gelovig en wendde men zich tot de kerk en het gebed wanneer men leegte en ontevredenheid ervaarde. Maar het geloof leerde ook het aanvaarden van minder leuke momenten omdat de mens zijn eigen lot niet in handen had maar alles de wil van God was en men zich er dus bij neer moest leggen. Verzet en niet aanvaarden van het lot was zondig dus de meeste mensen accepteerden de minderen momenten van het leven makkelijker. Dit probeert men tegenwoordig weer te leren door trainingen in “leren loslaten” en spirituele verlichting, de mens lijkt altijd op zoek naar een methode om het, soms wat harde leven, te verzachten. Onderzoek heeft trouwens wel aangetoond dat gelovig mensen over het algemeen gelukkiger zijn dan niet gelovige mensen en dat dit vooral het kunnen accepteren van het kot te maken had.

Ik doe ook aan troostkopen, maar meestal bewust, ik weet dat ik met een aankoop of een nieuwe hobby mijzelf probeer te troosten en dat werkt meestal goed. Afleiding is prima om niet in de put te raken wanneer het leven weer eens niet zo gaat als je zelf graag zou willen. Ik heb ooit een vriendin gehad die haar hele leven zocht naar een liefde voor het leven, maar telkens liep dit stuk. Bij elke verbroken relatie ging ze, leren motorrijden, een cursus duiken volgen en zelfs een keer grotten onderzoeken. Elke keer troostte ze zichzelf voor de leegte en uitzichtloosheid die achterbleef na een verbroken relatie. En op zich was dit niet goed of fout, het leven ging door en ze vond een weg om ook door te gaan in het leven en uiteindelijk de kans weer aan te gaan.

Troostkopen is in basis dus niet slecht, maar het is wel goed dat u uzelf er van bewust bent, dat u het gebruikt om een leegte, ongelukkig of moedeloos gevoel te compenseren. Het is helemaal niet slecht om uzelf te belonen wanneer u de uitdagingen van het leven weet te doorstaan. Maar de Action ontwijk ik tegenwoordig maar en wanneer ik dan toch ga voor die super goedkope inktcartidges dan bedenkt even heel goed de term troostkopen zodat ik gewaarschuwd en bewust de winkel instap. Bij elke aanbieding bedenk ik me echt eerst “heb ik dit wel echt nodig” en dat werkt vaak wel. En zelfs wanneer je het troostkopen mechanisme goed kent, het blijft een onbewuste verleiding.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Duurzaamheid

duurzaam

De lente breekt weer aan en veel mensen laten zich weer verleiden om de goedkope zonnecel lampjes voor in de tuin te kopen. Ze zijn er in allerlei vormen en maten, hangende bolletjes, exemplaren die men in de grond kan steken en glaasjes voor op de tafel. Allemaal zien ze er van binnen hetzelfde uit, een klein zonnepaneeltje, een zonnepaneeltje, een chipje, een schakelaartje en een ledje. Het zit zo krakkemikkig in elkaar (dat kan ook niet anders voor dat geld) dat ze maximaal één jaar meegaan. Meestal zijn de draden van de ledjes dan al doorgeroest of is het schakelaartje dan totaal verroest.

De lampjes in mijn tuin gaan hun derde jaar weer in, maar niet na het vervangen van bijna alle ledjes en het overbruggen van de helft van de schakelaartjes met een soldeerbrugje. Hier ben ik vaak wel een avondje mee bezig, maar de voldoening dat ze het daarna allemaal weer doen is groot. Echter bij de meeste mensen verdwijnen ze binnen een jaar in de afvalbak. Dit is een enorme verspilling aan metaal en een behoorlijk milieuvervuiling door de (giftige) nikkel cadmium batterij die er in zit. Het zonnepaneel zelf is van silicium gemaakt en dat is vergelijkbaar met glas en zand.

Elk jaar weer belanden er duizenden van deze dingen in de afval container en kopen mensen elk jaar weer nieuwe, in de hoop dat die het iets langer volhouden. Toch is dit symbolisch voor bijna alle spullen die we kopen tegenwoordig, we gaan er gewoon niet meer van uit dat het lang meegaat en kopen maar het nieuwste van het nieuwste weer als de oude stuk is. Zo verspillen we echt veel geld, maar wat erger is, we verspillen enorm veel kostbare grondstoffen en we vervuilen onze aarde.

Duurzaamheid is een vreemd woord geworden, mijn ouders kochten nog een radio waar ze hun hele leven mee deden en huishoudelijke apparatuur ging ook soms levenslang mee. Maar ergens kwam er een omslag, waarbij goedkoop en snel vervangen voor de fabrikanten interessanter werd. Men wilde liever eens in de zoveel jaar een nieuw product verkopen, zo bleef de omzet maar groeien. En wij zijn er collectief ingestonken, mensen verwachten tegenwoordig al niet meer dat iets een redelijke tijd meegaat.

Vooral de goedkope elektronica is in dit opzicht berucht, ondanks dat er vaak op de verpakking staat dat het niet in de afvalbak mag, omdat er een batterij met giftige stoffen in zit, gooien veel mensen dit toch in de container. Veel van deze kleine elektronica is vaak best nog te repareren alleen is het kopen van een nieuwe vaak veel goedkoper. Ik repareer vaak voor vrienden en kennissen nog wel eens een partij van deze defecte zonnepaneel lampjes, een ledje kost een paar cent en een beetje tin al helemaal niets. Het is de tijd die ik er aan besteed die het meest kostbaar is, maar ik denk niet in tijd is geld gelukkig.

Het wordt tijd dat we eens gaan nadenken bij de aanschaf van deze zonnepaneel lampjes en waar we de nieuwe generatie mee opzadelen. En als u ze toch weg wilt gooien, gooi ze dan in de recycle bak van de bouwmarkt. Een kleine moeite voor een betere wereld voor onze kinderen.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Patchoeli

Patchoeli

Er zijn veel geuren die ik erg lekker vind zoals: Musk, Sandalwood, Opium, maar mijn favoriete geur is nog steeds Patchoeli. Ik heb Patchoeli wierook, Patchoeli badolie en Patchoeli etherische olie. Het is een heel indringend luchtje en niet iedereen is er zo gecharmeerd van. Patchoeli is een inheemse plant van India, Indonesië en de Filipijnen en werd in de flowerpowerperiode onder andere gebruikt om de geur van cannabis te verdoezelen. Het heeft dus nog een beetje de associatie met de hippie cultuur. Mijn voorliefde voor deze geur komt ook uit mijn puberteit toen ik in de jaren 70 van de vorige eeuw, nog in de naweeën van de hippie tijd leefde en meisjes nog wel eens Patchoeli als parfum op hadden.

In deze periode viel ik nogal op de hippie meisjes en het luchtje van Musk en Patchoeli waren daarmee onlosmakelijk verbonden. Ik praat dan over de jaren 70 van de vorige eeuw, toen de wereld nog vol veranderingen en kansen was. Ook ik was jong en naïef en hoewel naïviteit tegenwoordig in een slecht daglicht staat, staat het je wel toe om te dromen, te hopen en te genieten. Mensen die totaal niet naïef zijn en door de wol geverfd, assertief en realistisch zijn, missen ook vaak de grote dromen en het onbevangen kunnen genieten. Ik heb zelf heel erg gemerkt dat hoe meer ik “volwassen” deed en hoe meer ik “verantwoordelijk” was en hoe meer ik overtuigd raakte dat de wereld slecht was en ten alle tijden er op uit was je wat aan te doen, zodat je altijd op je hoede moest zijn, hoe meer ik het vermogen om te genieten van het leven kwijt raakte.

Nu weet ik dat ik liever een optimist ben die af en toe ongelijk heeft dan een pessimist die altijd gelijk heeft. Hou ouder ik word, hoe meer ik me realiseer wat echt belangrijk is in dit leven. En dat is geen geld, macht, dure spullen, status en aanzien maar liefde en oprechte vriendschap en het vermogen om heel naïef van dingen te kunnen genieten en nog te durven dromen. Doen wat je zelf leuk vindt en je niet laten leven door wat je denkt dat anderen vinden en denken. Billy Joel bezong het mooi in zijn nummer “My life”, “ het maakt me niet meer uit wat je zegt, dit is mijn leven, ga maar door met jouw eigen leven en laat me met rust!”.

Voor mij is Patchoeli het luchtje wat voor altijd verbonden is aan zorgeloosheid en een beetje naïef genieten van het leven, en dat zal ook wel zo blijven. Ik koester het en blijf er van genieten, het helpt me de wereld soms even achter me te laten en alles even los te laten. In een warm bad met Patchoeli badolie kan ik nog even zorgeloos wegdromen. En nog steeds heeft een vrouw met het luchtje Patchoeli als parfum een bepaalde uitwerking op mij en een gezamenlijk voorkeur voor dit luchtje is als een eerst stap naar verbinding. Dit was een soort van ode aan het luchtje Patchoeli.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Migraine is een sluipmoordenaar

sluipmoordenaar

Vanaf jonge leeftijd heb ik met regelmaat een migraine aanval, het is vaak onvoorspelbaar wanneer  er weer een de kop opsteekt, hoewel ik de verschijnselen vooraf nu beter heb leren inschatten. Toch komen de aanvallen vaak op momenten dat het niet uitkomt, vroeger wist ik gewoon zeker dat een vakantie binnen een paar dagen een migraine aanval zou opleveren. Als kind herinner ik me dat mijn moeder om de zoveel tijd even kwam kijken en dat ze haar koele hand op mijn voorhoofd legde. Maar meestal heb ik op latere leeftijd alleen gelegen en werd het mij bijna kwalijk genomen dat ik weer een aanval had. Ik heb me tijdens migraine aanvallen ook wel vaak erg eenzaam gevoeld.

Pas toen ik ruim veertig was kreeg ik medicatie in de vorm van Sumatriptan (neusspray) en dat werkt heel goed, als ik het op tijd gebruik. Meestal blijft het dan bij wat hoofdpijn, duf zijn en niet tegen licht en geluid kunnen, maar kan ik me wel ontspannen. Vaak is het binnen een uur over als ik in een donkere kamer kan liggen. Vroeger heb ik mijzelf wel eens dood gewenst tijdens een aanval, zo onverdraagbaar was de pijn en misselijkheid. Uren lang overgeven terwijl je niets meer hebt om over te geven, de dag erna gewoon pijn in je buik van de krampen. Gelukkig had ik het maar zo’n tien keer per jaar en daar had ik me leren leven.

Ik had geen echt bekende triggers (dingen die migraine veroorzaken) zoals veel mensen wel hebben. Maar nu ik ouder ben weet ik er wel een paar, ik ben gek op pure chocolade maar ik weer ook dat iets teveel migraine uitlokt. Ook wisselen van weer en seizoenen is voor veel migraine patiënten herkenbaar, net als het wegvallen van spanning na een periode met veel spanning.

Vroeger was ik altijd een hele dag en avond ziek, tegenwoordig is het, met medicatie op tijd ingenomen, maar een uur of twee, maar ben ik wel de rest van de dag wat duf. Voor licht aanvallen heb ik tegenwoordig Rizatriptan wat beduidend goedkoper is dan de dure Sumaptriptan neusspray die bijna 10 euro per dosis kost. Zo kom je met een chronische klacht waar je niets aan kunt doen wel aan je eigen risico van de zorgverzekering. Maar ik klaag niet, ik ben zo verschrikkelijk blij dat de medicatie er is.

Waarom noem ik migraine soms een sluipmoordenaar, omdat het altijd op de loer ligt, onvermijdelijk, en altijd op de verkeerde momenten toeslaat. Maar het is een onderdeel van mij, mensen om mij heen en mijn collega’s gaan er nu met respect mee om en ik heb het geaccepteerd als onderdeel van mijn leven. Ik heb geleerd om er niet tegen te vechten en mij over te geven, dan is het ook zo weer voorbij. Ook bij migraine is het Cest la vie.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Zullen we alsjeblieft weer eens seks hebben?

bedelen

In Nederland lopen 34 procent (dat is één op de drie) van alle huwelijken uit op een echtscheiding en wie dan denkt dat twee derde van de huwelijken wel gelukkig is, moet maar eens op zaterdag in de supermarkt kijken hoe ‘gelukkig’ deze getrouwde stellen zijn. In veel gevallen noem ik dat dan ook geen huwelijken maar ‘gruwelijken’. Deze woordgrap kan ik maken omdat de enige woorden die op huwelijk rijmen de woorden gruwelijk en afschuwelijk zijn. Ik heb dit niet zelf verzonnen.

Ik denk persoonlijk dat van deze twee derde weer de helft uitgebluste of zelfs zeer ongelukkige huwelijken zijn. Ik schrik soms wat mensen elkaar aandoen omwille van het maar in stand houden van hun huwelijk of relatie en wat voor ‘mishandeling’ daar soms bij komt kijken. Ik heb diverse mannen gesproken die doodongelukkig waren maar simpelweg niet uit hun gruwelijk durfden te stappen omdat ze wisten dat hun vrouw hen alles af zou nemen wat ze lief was en wat ze jarenlang opgebouwd hadden. De zaak is na ruim twintig jaar wat verjaard maar ook ik ben onder manipulatie en ernstige bedreiging te lang in een huwelijk blijven hangen. Maar er zijn ook genoeg vrouwen die onder bedreiging niet uit hun mishandelende relatie durven te stappen.

Een van de ervaringen uit mijn eerste huwelijk zal ik nooit meer vergeten, mijn toenmalige vrouw maakte me te pas en onpas duidelijk dat ook alle andere stellen die tien jaar getrouwd waren nooit meer op enige wijze intiem waren. En intiem was dan zelfs soms eens knuffelen, lief zijn voor elkaar maar ook seks. Ze had al meerdere keren verteld dat een bevriend stel het ook niet meer deed en dat die man niet zo zeurde. En ja het leek ook een goed stel te zijn, mooi huis, zeer welvarend, keurig netjes. Tot we een avond samen met het stel gingen borrelen en de man me na een paar drankjes mee naar boven nam om zijn nieuwe computer te bekijken. Hij liet ook glunderend zijn best wel grote porno verzameling zien, waar zijn vrouw niets van wist.

Na wederzijds nog meer drankjes begon iedereen wat loslippiger te worden en zeker de gastheer. Op het einde van de avond kwam ook seks in hele lichte mate in het gesprek en vroeg de gastheer ineens bijna smekend aan zijn vrouw: ‘schat we hebben het nu al meer dan een half jaar niet gedaan, zullen we vanavond alsjeblieft weer eens seks hebben?’. De vrouw keek hem met een strakke blik aan en zei: ‘op deze manier zeker niet!’, waarna de sfeer wel wat vreemd werd. Ik denk dat er nog genoeg mannen zijn die wijsgemaakt wordt dat andere stellen het ook niet meer doen, maar ik heb na mijn huwelijk nog een aantal andere relaties gehad en met veel mensen die gelukkige relaties hadden gesproken. In bijna alle echt gelukkig relaties zijn mensen ook lichamelijk intiem als uiting van liefde en verbondenheid, maar ook speelsheid en plezier. ‘Lichamelijke intimiteit is de barometer van de relatie en ik weet nu dat veel mensen zelfs op hoge leeftijd nog intiem met elkaar zijn.

Wanneer ik op zaterdag door de supermarkt loop en de mopperende, zeurende, zich bijna voortslepende stelletjes zie, dan vind ik dat redelijk sneu en voel ik me naderhand als single weer een stuk beter. Ik zal mijzelf nooit meer via een contract in een liefdeloze relatie gevangen laten zitten, ik blijf bij iemand omdat we gek zijn op elkaar en lief zijn voor elkaar, en niet omdat we door een contract of afhankelijkheid tot elkaar veroordeeld zijn. Dit was denk ik wel een van de belangrijkste levenslessen die ik hoor bij veel mensen die iets ouder zijn en iets meer levenservaring hebben opgedaan. En onder de twee derde bij elkaar gebleven partners zitten er veel (huwelijks) contracten zonder nog enige vorm van liefde, en dat is in mijn ogen vaak triest want de liefde en uitingen van liefde kunnen zo fijn en mooi zijn. Geniet van het leven en van elkaar, het leven is korter dan je denkt en je leeft maar één keer.

Tot schrijfs, Hein Pragt.

Hoop doet leven

hoop

Deze blog broedt al een tijdje, ik had de laatste weken een onbestendig gevoel en kon het niet helemaal verwoorden. Ik denk dat deze vreemde corona tijd ook wel meespeelde maar de gedachten en gevoelens leken in de buurt te komen van depressie. Twintig jaar geleden ben ik door een diep dal van een depressie gegaan en ik ben er met hulp van een paar goede mensen weer beter uit gekomen, maar ik herken de symptomen maar al te goed. Ik ben dan wel iemand die gaat graven in zijn binnenste om te ontdekken wat de oorzaak is.

Tegenwoordig is de trend dat we dingen moeten loslaten, dat we het leven moeten accepteren zoals het is, dat onze teleurstellingen voortkomen uit onze te hoge verwachtingen. En ja, wanneer je hoopt en dingen komen niet uit, dan geeft dat vervelende emoties, wanneer we dingen verwachten die niet uitkomen dan geeft dat vervelende emoties, wanneer we ons verzetten tegen het leven dan geeft dat stress en vervelende emoties. Alle loslaten dus, geen hoop meer koesteren, geen verwachtingen meer hebben, het leven klakkeloos accepteren zoals het is. Helaas verander je dan in een soort zombie die langs het randje van de afgrond loopt en zijn best doet om er niet in te vallen.
Gevoelens en emoties laten zich niet zo selectief onderdrukken, het is vaak alles of niets. En ik merkte van mijzelf dat ik zo ver aan het loslaten was en zo hoop opgegeven had dat alle emoties en passies vervlakten, gevoelsmatig en emotioneel op een veilige koers, maar echt leven is dat niet. Het leven is emotie, is passie, is ups en downs, is soms euforisch blij en soms huilen in je bed.

“It’s the heart afraid of breaking, that never learns to dance, It’s the dream afraid of waking, that never takes the chance, It’s the one who won’t be taken, who cannot seem to give, And the soul afraid of dying, that never learns to live!”

Dit is een couplet uit “The rose” en het is een grote levensles, wanneer je vellig probeert te leven zonder de kans om gekwetst te worden, dan geef je het echte leven op. Het leven is vallen en opstaan, is bergen en dalen, is geluk en verdriet, fouten maken en er van leren, alles mag er zijn en hoort erbij. Dit inzicht trof me als een bliksemschicht, ik had mijzelf zo veilig opgesloten en mijn emoties zo afgevlakt, dat ik mijn passie en levenslust kwijt was.

Moet je dan niets meer loslaten en vaak je neus stoten? Ja, laat pas los als het echt niet anders kan, maar blijf je passie volgen, accepteer dat alle emoties, fijn en minder fijn erbij horen, dat je zonder dalen ook geen pieken zult ervaren. Leef met passie, met hoop, met vreugde en verdriet, heb grenzeloos lief, doe domme dingen en maak fouten, wanneer je de veilige weg volgt is alles wel zeker en vast maar mis je het echte leven.

Wanneer men de hoop opgeeft, geeft men eigenlijk zichzelf op. Hoop doet leven is een bekende uitdrukking en een waarheid als een koe. Het zijn altijd de mensen zonder enige hoop die wanhoopsdaden verrichten, zonder hoop is het leven een saaie weg richting de dood. Dit is de reden dat we in Nederland geen levenslange gevangenisstraf kennen, omdat we leven zonder hoop om ooit weer vrij te komen, onmenselijk vinden. Met dit oude nieuwe inzicht ga ik weer aan de gang, “mens durf te leven” is het nieuwe credo.

Tot schrijfs, Hein Pragt