|
Heinpragt.com
(c) Hein Pragt |
Taalfoutje melden! | Mijn
|
|
|
|
|
Pagina menu Over de auteur
Mijn naam is Hein Pragt, mijn eerste ervaring met SGML had ik bij
Wolters Kluwer Rechtswetenschappen
in 1989 toen ik werkzaam was als applicatie programmeur op de afdeling
tekstverwerking. Toen het zetsysteem vervangen diende te worden besloot
men heel vooruitstrevend om gebruik te gaan maken van SGML en een SGML
gebaseerd zetsysteem. Ook alle input, bewerking en databases moesten
aangepast worden om met SGML te kunnen werken. Alle bestaande content
moest van zetwerk omgezet worden naar SGML gecodeerde bestanden. Hiervoor
heb ik veel programmatuur (parsers) geschreven om de conversie (bijna 95 %)
automatisch te laten gebeuren. Hiervoor gebruikten we PARSPAT en speciaal
in C geschreven parsers. De technologie was zo nieuw dat we tijdens het
project permanent aan het bijleren waren. Professor Dr. Ir. Gert van der
Steen was de goeroe in het project en samen met Marc Woltering (linguïstiek)
en mijnheer Mulder (directeur Gouda Quint uitgeverij) hebben we
DTD's gemaakt en systemen bedacht om alles op te slaan in relationele
databases. Deze namen komt u dan ook in de SGML user group veelvuldig
tegen.
In deze tijd hebben we ook de wetsteksten DTD ontwikkeld die ik 12 jaar later bij een andere uitgeverij nog voor de voeten geworpen kreeg als het enorme gewrocht. Deze DTD is zeer uitgebreid en dekt de lading volledig maar daardoor is hij ook zeer complex te parsen en moeilijk te doorgronden. Ik heb in deze tijd veel kennis over SGML en DTD's opgedaan. Ook liepen we aan tegen de technische beperkingen van computersystemen, de capaciteit die nodig was voor deze complexe bewerkingen (vooral parsers) was een groot probleem. Ook tegenwoordig is dit soms nog een probleem omdat er soms (tijdelijk) extreem veel processor kracht en geheugen capaciteit nodig is. Vanuit SGML ben ik doorgegroeid naar XML standaard vooral in de toepassing binnen WEB applicaties. De laatste 5 jaar heb ik bij SDU uitgevers heel veel met XML, XSLT en XSLT-FO gewerkt, waarbij de oude ervaring met SGML zeer goed van pas kwam. Ik merk nog steeds dat bij veel bedrijven zeer matige XML implementaties gemaakt worden. Ik zie met grote regelmaat dat in 2006 nog steeds dezelfde fouten gemaakt worden die wij 15 jaar geleden maakten. Er worden nog steeds "gewrochten" van DTD's ontwikkeld, waarbij ik vaak merk dat binnen bedrijven een persoon die maar een beetje weet wat XML is de bedrijfs goeroe is die men blind vertouwt in het maken van onder meer de DTD's. Hiervoor is echter heel specialistische kennis nodig, een vakgebied op zich. De techniek en de gedachte achter XML is geweldig goed maar het word vaak verkeerd gebruikt of als "heilige graal" oplossing gezien. Momenteel ben ik werkzaam in de ERP sector waar XML ook het "toverwoord" is om gegevens uit te wisselen tussen diverse systemen. Vriendelijke groet, Hein Pragt Verklarende woordenlijst#PCDATA(Parsed Character Data) De feitelijke data van een element.
ActiveXEen set technologieën waarmee softwareonderdelen kunnen samenwerken in een netwerkomgeving, onafhankelijk van de taal waarin de onderdelen zijn gemaakt.
ADO(ActiveX Data Objects) Een interface voor gegevenstoegang waarmee clientprogramma's gegevens in een bestands- of servergebaseerde database kunnen openen en manipuleren.
AppletEen programma dat in de programmeertaal Java is geschreven en dat kan worden opgenomen in een HTML-pagina. Java-applets kunnen worden gedownload en uitgevoerd door een webbrowser.
ASCII(American Standard Code for Information Interchange) Een coderingsschema dat gebruik maakt van 255 tekens inclusief letters, cijfers, leestekens, besturingstekens en andere symbolen. ASCII is een standaard voor het overbrengen van gegevens tussen verschillende typen hardware- en softwaresystemen.
ASP.NETEen set technologieën binnen het raamwerk van Microsoft .NET waarmee webprogramma's en XML-webservices kunnen worden ontwikkeld. Webservers die compatibel zijn met ASP.NET kunnen als host fungeren voor webservices en webprogramma's uitvoeren.
ASP(Active Server Pages) Een scripttechnologie voor scripts die op de server worden uitgevoerd waarmee dynamische interactieve webtoepassingen kunnen worden gemaakt. Een ASP-bestand is een document dat scripts bevat die door een ASP-compatibele webserver kunnen worden uitgevoerd.
BestandEen hoeveelheid informatie met een naam die op een computer opgeslagen is, de Engelse term voor bestand is file.
BrowserEen programma dat HTML-bestanden interpreteert, opmaakt als webpagina's en weergeeft. U kunt een webbrowser gebruiken om van de ene webpagina naar de andere te gaan door middel van hyperlinks.
CertificaatEen digitaal ondertekend document dat wordt uitgegeven door een certificeringsinstantie waarmee u internet verkeer kunt beveiligen.
CGI(Common Gateway Interface) Een standaardmethode om de functionaliteit van webservers uit te breiden door programma's of scripts op een webserver uit te voeren als reactie op aanvragen van webbrowsers.
CSSEen specificatie die is ontwikkeld door het World Wide Web Consortium waarin wordt gedefinieerd hoe aan webpagina's opmaakmodellen gekoppeld kunnen worden. Deze opmaakmodellen definiëren de weergave en de opmaak van inhoud van webpagina's.
DAO(Data Access Objects) Een interface voor gegevenstoegang die communiceert met Microsoft Jet en ODBC-compatibele gegevensbronnen voor het maken van verbinding met databases.
DatabaseEen bestand of server die records met gegevens bevat die zijn georganiseerd met de mogelijkheid deze gegevens gemakkelijk te kunnen zoeken, bijwerken, sorteren en combineren.
DHTML(Dynamic HTML) Een uitbreiding van HTML waarmee u webpagina's meer interactief kunt maken. Webpagina's waarin DHTML wordt gebruikt kunnen dynamisch worden gewijzigd en bijgewerkt als reactie op acties van gebeuikers, zonder dat de pagina's na elke actie opnieuw vanaf een server hoeven te worden geladen.
DOM(Document Object Model) Dit is een object-georiënteerde benadering van gestructureerde documenten zoals HTML-, XHTML- en XML-documenten waarbij de onderdelen (en de eigenschappen van elk onderdeel) van het document afzonderlijk benaderd kunnen worden.
DomeinnaamEen logische naam waarmee een computer systeem (meestal webserver) gezocht kan worden. Door een zogenaamde DNS (Domain Name Server) zal deze naam omgezet worden in een IP adres.
DTD(Document Type Definition) Documenttype definitie is een schema taal die oorspronkelijk bij SGML gebruikt werd. Een DTD kan onder meer aangeven, wat voor soort tags en in welke volgorder deze in een XML document mogen voorkomen.
ERP(Enterprise Resource Planning)In het Nederlands is 'bedrijfsinformatiesysteem’ de beste omschrijving. Een ERP-systeem ondersteunt alle bedrijfsprocessen in een organisatie zoals de inkoop, verkoop en de administratie waarbij tussen alle afdelingen gegevens worden uitgewisseld.
FAQFAQ is een samentrekking van de woorden 'Frequently Asked Questions'. Dit zijn lijsten met veel gestelde vragen over een bepaald onderwerp waarop een antwoord wordt gegeven.
FirewallEen combinatie van hardware en software waarmee een netwerk of computersysteem kan worden beveiligd. Een firewall blokkeert ongewenste toegang tot een beveiligd netwerk.
FTP(File Transfer Protocol) Een protocol waarmee bestanden via een netwerk of internet van en naar externe computersystemen kunnen worden overgebracht.
GIF(Graphics Interchange Format)Een gecomprimeerde bestandsindeling die veel gebruikt wordt om kleurafbeeldingen weer te geven.
HTML(Hypertext Markup Language) De standaardopmaaktaal voor documenten op het World Wide Web. HTML is een subset van Standard Generalized Markup Language (SGML).
HTTP(Hypertext Transfer Protocol) Een protocol waarmee webbrowsers webpagina's en informatie van servers op het World Wide Web kunnen ophalen.
HTTPS(Hypertext Transfer Protocol Secure) Een protocol waarmee webbrowsers webpagina's en informatie op een veilige manier van servers op het World Wide Web kunnen ophalen. HTTPS biedt de mogelijkheid om gegevens te coderen.
HyperlinkEen verwijzing in de vorm van tekst, een afbeelding of een ander pagina--element naar een webpagina of bestand. Hyperlinks vormen op het World Wide Web de belangrijkste manier om tussen webpagina’s en websites te navigeren.Een hyperlink wordt ook wel een koppeling genoemd.
InternetDe wereldwijde verzameling van computers, netwerken en gateways die via TCP/IP-protocollen met elkaar communiceren.
IntranetEen netwerk binnen een organisatie waarvoor internettechnologieën en -protocollen worden gebruikt, maar dat alleen beschikbaar is voor bijvoorbeeld de werknemers van een bedrijf.
IP(Internet Protocol) Een TCP/IP-protocol waarmee gegevens in pakketten worden verdeeld die van de afzender naar de bestemming worden verzonden waar ze weer worden samengevoegd tot de oorspronkelijke gegevens.
ISP(Internetprovider) Een bedrijf dat services voor internetaansluitingen aanbiedt aan privé-personen, bedrijven en andere organisaties.
JavaEen objectgeoriënteerde programmeertaal die is ontwikkeld door Sun Microsystems. Programma's die in Java zijn geschreven zijn onafhankelijk van het platform en kunnen dus worden uitgevoerd op elk type computer.
JavaScriptEen scripttaal die kan worden gebruikt om functionaliteit aan een webpagina toe te voegen of een webpagina of website te verfraaien. JavaScript-scripts kunnen worden uitgevoerd op zowel de client als de servercomputer.
JPEG(Joint Photographic Experts Group) Een gecomprimeerd afbeeldings bestandsindeling waarmee kleurenafbeeldingen met een hoge resolutie worden weergegeven.
JVM(Java Virtual Machine) Een programma dat Java applets en programma's kan uitvoeren.
MATHML(Mathematical Markup Language) Toepassing van XML voor wiskundige en wetenschappelijke notaties.
MSXMLDe XML parser van Microsoft, ingebouwd in Interne Explorer 5.0 en hoger.
ODBC(Open Database Connectivity) Een standaardmethode om gegevens uit te wisselen tussen databases en programma's.
OpmaakprofielEen set opmaakkenmerken voor tekst of andere pagina-elementen.
Parser(Engelse to parse is ontleden) Dit is een computerprogramma, of component van een programma, dat de grammaticale structuur van een invoer volgens een vastgelegde grammatica analyseert (parseert).
PCX(PC Paintbrush) Een grafische bestandsindeling waarbij de grafische gegevens eenvoudig worden gecomprimeerd. Deze indeling wordt gebruikt door oudere versies van Windows Paintbrush.
PNG(Portable Network Graphics) Een bestandsindeling voor gecomprimeerde afbeeldingen die vergelijkbaar is met de GIF-indeling. PNG is een open standaard en was het antwoord op het patent dat na jaren ineens opdook voor de GIF indeling.
PPP(Point-to-Point Protocol) Een internetstandaard voor het verzenden van gegevens via seriële verbindingen tussen computers.
ProtocolEen set regels en standaarden die computers in staat stellen om te communiceren.
ProxyserverEen internetserver die fungeert als toeganspoort voor verschillende computer systemen.
RDBMS(relationeel databasebeheersysteem) Een databasebeheersysteem waarin gegevens in verwante rijen en kolommen worden geordend zoals in het relationele model is gedefinieerd. MYSQL, Microsoft SQL Server en Oracle zijn bekende voorbeelden.
SAX(Simple API (Application Programming) Interface) Dit is een beschrijving van interface om XML op een event-gebaseerde manier te verwerken.
ScriptEen programmeertaal waarmee een set instructies naar een programma zoals een webbrowser kan worden gestuurd. Een script wordt rechtstreeks uitgevoerd door een programma waarmee de taal van het script kan worden gelezen.
SelectorIn de opmaakprofieldefinitie CSS opmaakmodel is dit het patroon voor een HTML of XML element dat aan een bepaalde set opmaakeigenschappen en waarden is gekoppeld.
SGML(Standard Generalized Markup Language) Een taal waarmee elementen en gegevens in een document kunnen worden georganiseerd en van een code voorzien. SGML geeft alleen de structuur aan, niet de opmaak op.
SOAP(Simple Object Access Protocol) Een protocol voor het uitwisselen van informatie middels HTTP en XML tussen systemen van het zelfde of andere Operating Systemen.
SQL(Structured Query Language) Een veelgebruikte opvraag en programmeertaal voor databases.
SSL(Secure Sockets Layer) Een standaard die door Netscape Communications is ontwikkeld om gegevens te coderen en veilig over internet te verzenden.
TCP(Transmission Control Protocol) Netwerksoftware waarmee de overdracht van gegevenspakketten via internet wordt geregeld.
TIFF(Tagged Image File Format) Een grafische indeling met hoge resolutie op basis van codes die veel gebruikt wordt voor het scannen, de opslag en de uitwisseling van afbeeldingen.
UDDI(Universal Description, Discovery, en Integration) Dit is een XML gebaseerde registry voor ondernemingen op het internet met als doel interoperability van systemen voor e-business, het is vergelijk baar met het Telefoonboek of Gouden Gids.
UNIXEen multitasking-besturingssysteem voor meerdere gebruikers dat diverse vormen en implementaties kent. Veel webservers draaien op UNIX-systemen.
URL(Uniform Resource Locator) Een uniek adres dat de locatie van een pagina, bestand of andere bron op internet identificeert. Een internetadres bestaat meestal uit vier delen: het protocol waarmee toegang gezocht wordt tot de bron, bijvoorbeeld http://, het servertype, de servernaam, die vaak de naam is van de organisatie die de bron onderhoudt, en een achtervoegsel dat meestal het type organisatie definieert dat de bron onderhoudt.
VariabeleLetters of een naam waarmee numerieke waarden, tekens, tekenreeksen of geheugenadressen worden aangeduid. Bij het schrijven van programmacode gebruikt een programmeur variabelen om gegevens weer te geven. Wanneer het programma wordt uitgevoerd, worden de variabelen vervangen door de echte gegevens.
VB(Visual Basic) Een programmeertaal die Microsoft ontwikkeld voor het maken van Windows-toepassingen.
VBA(Visual Basic for Applications) Een subset van de programmeertaal Microsoft Visual Basic.
VBSCRIPT(Visual Basic Scripting Edition) Een scripttaal die kan worden gebruikt om functionaliteit aan een webpagina of website toe te voegen.
VcardvCard is een open standaard voor het bewaren van adresgegevens.
VML(Vector Markup Language) Een op XML gebaseerde taal waarmee tweedimensionale vectorafbeeldingen kunnen worden gemaakt in HTML- of XML-documenten.
W3C(World Wide Web Consortium) Een consortium van commerciële en educatieve instituten dat toezicht houdt op onderzoek en normen propageert voor alle gebieden die verband houden met het World Wide Web.
WEBDAV(Web-based Distributed Authoring and Versioning) Een toepassingsprotocol dat verwant is met HTTP waarmee auteurs die gebruikmaken van verschillende computers bestanden op het World Wide Web kunnen publiceren en beheren.
WebserviceEen webservice is een API waardoor webapplicaties met elkaar kunnen communiceren. Hierdoor kunnen bepaalde taken uitgevoerd worden door andere servers en websites. Webservices worden meestal ontwikkeld in XML.
WSDL(Web Services Definition Language) Dit specificeert welke functionaliteit een Web Service aanbiedt, welke datatypen en security een Web Service gebruikt en waar de Web Service zich bevindt.
WWW(World Wide Web) Het grafische multimediagedeelte van internet. De meest gebruikelijke bestanden op het World Wide Web zijn HTML-documenten oftewel webpagina's.
WYSIWYGStaat voor 'What You See Is What You Get' (wat u ziet is wat u krijgt). Met een WYSIWYG-weergave ziet u hoe uw webpagina of document er in uiteindelijke uit zal zien.
XML(Extensible Markup Language) Een subset van SGML (Standard Generalized Markup Language), een taal voor het maken van datastructuren waarmee gegevens tussen programma's, servers en organisaties kunnen worden gedefinieerd, verzonden, gevalideerd en geïnterpreteerd.
XSL(Extensible Stylesheet Language) Een op XML gebaseerde taal voor het maken van opmaakprofielen waarmee XML-documenten in andere soorten documenten kunnen worden omgezet.
XSLT(Extensible Stylesheet Language Transformations) Een taal waarmee XML-documenten in andere XML-documenten kunnen worden omgezet, dit is een subset van XLS (Extensible Stylesheet Language).
|
|
Disclaimer. |