|
Heinpragt.com
(c) Hein Pragt |
Taalfoutje melden! | Mijn
|
|
|
|
|
Korte verhalen met een moraal. Op deze pagina staan diverse korte verhalen die mij persoonlijk aanspreken. Als u een leuke aanvulling voor deze pagina heeft laat het mij dan weten. Met vriendelijke groet, Hein Pragt
Het verhaal van de echo.Een man en zijn zoon lopen in het bos, plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt roept hij: "Ahhhh". Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen die "Ahhhh" roept. Vol nieuwsgierigheid roept hij: "Wie ben jij?", maar het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: "Wie ben jij?". Hij wordt kwaad en hij roept: "Je bent een lafaard!", waarop de stem antwoordt: "Je bent een lafaard!". Daarop kijkt de jongen naar zijn vader en vraagt: "Papa, wat gebeurt hier?". De man antwoordt: "Zoon, let op!" en hij roept vervolgens:"Ik bewonder jou!". De stem antwoordt: "Ik bewonder jou!". De vader roept: "Jij bent prachtig!" en de stem antwoordt: "Jij bent prachtig!". De jongen is verbaasd, maar begrijpt nog steeds niet wat er aan de hand is. Daarop legt de vader uit: "De mensen noemen dit ECHO, maar in feite is dit het LEVEN! Het leven geeft je altijd terug wat jij erin brengt, het is geen toeval, maar een spiegel van jouw eigen handelingen. HET VERHAAL VAN VERDRIET EN HOOPEr was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam. Ze was wel al tamelijk oud maar haar loop was licht en haar lachen, had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een inééngekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen. Ze bukte zich en vroeg "Wie ben jij?" Twee bijna levenloze ogen keken moe ophoog. "Ik? Ik ben het Verdriet." Fluisterende een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen. "Och, het Verdriet!", riep de kleine vrouw blij alsof ze een oude bekende begroette. "Je kent mij?" vroeg het Verdriet wantrouwend. "Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij een stuk weg begeleid". "Ja maar, stotterde het Verdriet, Waarom vlucht je dan niet voor mij?" "Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt. Maar wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit?' "Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. "Vertel me eens wat jou zo bedrukt." Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het is zo. Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.". Het Verdriet slikte hard. "Ze hebben spreekwoorden uitgevonden met welke ze me willen verbannen. Ze zeggen "Ach, het leven is een groot feest". En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen "Geërgerd is datgene wat hard maakt". En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen "Je moet je maar bij elkaar houden" En ze voelen het getrek in de schouders en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen." "Och ja, bevestigde de vrouw, zulke mensen ben ik al vaker tegen gekomen.'! Het Verdriet zakte nog verder in elkaar."En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen." Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Het leed breekt weer op als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen." Het Verdriet zweeg. Haar huilen was eerst zwak ,toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld. De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Huil maar, verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de moedeloosheid niet meer aan de macht is." Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en bekeek haar nieuwe met gezellin verbaasd aan. "Maar.....maar.. wie ben jij eigenlijk?" "Ik?", vroeg de kleine oude vrouw grijzend, maar daarna lachte ze weer onbezorgd als een jong meisje, "Ik? ,ik ben de Hoop." GELUKEr was eens een boer die een arm plattelandsdorpje woonde. De boer werd als iemand in goeden doen beschouwd, want hij had een paard dat hij gebruikte om mee te ploegen en ook om er allerlei dingen mee te vervoeren. Op een dag ging zijn paard ervandoor. Alle buren vonden dit vreselijk, maar de boer zei alleen maar; "Ach wat is pech en wat is geluk". Een paar dagen later kwam het paard terug en bracht ook nog twee wilde paarden mee. De buren vonden allemaal dat hij geweldig geluk had gehad, maar de boer zei alleen: "Ach, wat is geluk en wat is pech". De volgende dag probeerde de zoon van de boer op een van de wilde paarden te rijden. Het paard wierp hem af en de zoon brak een been. De buren boden hun medeleven aan met deze tegenspoed, maar de boer zei opnieuw: "Ach, wat is pech en wat is geluk". Een week later kwamen er militairen naar het dorp om jonge mannen te recruteren voor de verplichte krijgsdienst. De zoon van de boer wilden ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. Toen de buren lieten weten dat hij toch wel geluk had gehad, antwoordde de boer: "Ach wat is geluk en wat is pech". De moraal, geluk is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar hoe je er zelf mee omgaat. Dit is het verhaal van Allen, Iedereen, Iemand en Niemand.Er was eens een klusje te doen en allen waren ervan overtuigd dat iemand het zou doen.Iedereen kon het doen maar niemand wilde het doen. Iemand werd kwaad omdat het iedereen zijn taak was. Allen dachten dat iemand het kon doen, maar iedereen realiseerde zich dat niemand het wilde doen. Tenslotte beschuldigde iedereen iemand terwijl niemand deed wat ze met zijn allen konden doen. De fabel van de drie broeders.(Naar een lied van Fons Jansen) Er waren eens drie broers die samen door de wereld trokken. Het waren vrijheid, gelijkheid
en broederschap. De vrijheid was het rijkst en op een dag merkte gelijkheid dit op. Hij zei
"omdat jij rijk bent en ik niet zijn we niet meer gelijk". De vrijheid vond dat gelijkheid
zich maar aan hem moest Vertrouwen.Een bakker kreeg boter van een boer en de boer brood van de bakker. LevenslesMijn vriend trok de lade van de kast van zijn echtgenote open en haalde er een klein pakketje uit. "Dit is niet zo maar ondergoed", zei hij, "dit is lingerie". Hij maakte het pakje open en bekeek de zijde en het kant en vertelde toen het verhaal dat erbij hoorde. "De eerste keer dat wij naar New York gingen, acht of negen jaar geleden kocht ik dit voor haar. Ze heeft het nooit gedragen, ze wilde het bewaren voor een speciale gelegenheid, ik geloof dat dit wel het goede moment is." Hij ging naar het bed en legde het bij de andere dingen die de begrafenisondernemers zouden meenemen.
Zijn vrouw was zojuist Tegenwoordig lees ik meer dan vroeger en maak ik minder schoon. Ik denk dat ik wel weet wat de vrouw van mijn vriend gedaan zou hebben als zij had geweten
dat zij er morgen niet meer zou zijn. Ik denk dat zij haar familie en intieme vrienden zou
willen zien en misschien Het zijn de kleine niet gedane zaken die mij dwars zouden zitten als ik wist dat mijn uren geteld waren. Dat ik bepaalde vrienden niet meer heb gezien die ik "binnenkort" zou hebben opgezocht. Dat ik bepaalde fouten niet hersteld heb en oude ruzies niet heb uitgepraat. Dat ik de brieven die ik van plan was te schrijven niet heb geschreven. Dat ik niet vaak genoeg aan mijn dierbaren duidelijk heb gemaakt hoeveel ik van ze houd. Nu probeer ik niets meer uit te stellen wat zou kunnen bijdragen aan het geluk in onze levens. Vanaf nu is iedere dag speciaal, elk uur, iedere minuut is bijzonder... Roddelen.Een boer die allerlei roddelpraat over iedereen vertelde kreeg spijt
en vroeg aan de rabbi hoe hij boete kon doen. Spiegelen.Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende,
waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren. De speld in de hooiberg.De speld in de hooiberg was heel trots op zichzelf en zei tegen
iedereen die het wilde horen, ik ben die speld in de hooiberg
waar iedereen het altijd over heeft.
Op een dag had de hooiberg genoeg van die eeuwige opschepperij. De kruik die stuk was.Een waterdrager moet elke dag voor zijn meester naar de rivier om
water te halen. Kennis en wijsheid.Een meester had een leerling die hem op een dag smeekte
de Naam van Macht van hem te mogen ontvangen.
De meester beloofde dit verzoek in overweging te nemen en gaf hem
in de tussentijd de volgende opdracht. ZelfbeheersingEr was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing. Op zoek naar de waarheid.Een leerling vroeg eens aan zijn meester, meester hoe hoog moet ik
klimmen om de waarheid te vinden? Verschil in perspectief.Zeven leerlingen maakten met hun meester ergens in het verre Oosten een
ochtendwandeling. In het prille zonlicht schitteren de dauwdruppels.
Bij een grote dauwdruppel liet de meester halt houden.
Hij schaarde de leerlingen zo rondom de druppel dat de zon
erop bleef schijnen en vroeg hun toen welke kleur de druppel had. Je eigen mening volgen.Hier volgt een voorbeeld van een verhaal van Hodja, een Turkse
godsdienstonderwijzer en lesgever in de Koran. Samen sterk.Er was eens een man die drie zonen had.
Tot groot verdriet van de man maakten de drie jongens altijd ruzie.
Op een dag zei de vader, breng me zoveel takken als je kunt dragen!
De jongens renden het bos in om takken te verzamelen en ieder
kwam terug met een bos takken. Het verhaal van de steenhouwer.Er was eens een man die stenen hakte uit een rots. Hij vond zijn werk
veel te zwaar en droomde dat hij rijk was, en plotseling was hij rijk. Proberen.Een goeroe raadde zijn studenten aan om drie keer per dag te mediteren. De meeste van zijn volgelingen keken hem wat bezwaard aan. Hun commentaar was bijna gelijkluidend: "Ik zal het proberen.". De goeroe knikte ernstig en terwijl hij terug liep naar zijn zitplaats, viel het boek dat hij onder zijn arm had op de grond. Verstoord draaide hij zich om, bukte voorover, reikte naar het boek, maar greep er tien centimeter naast. Keer op keer greep hij vergeefs naar het boek. Zijn studenten keken hem verbijsterd aan. "Probeer jij het ook eens", daagde de goeroe een van hen uit. De student liep naar het boek, boog voorover, pakte het boek en reikte het zijn goeroe aan. Die sloeg boos het boek uit de handen van de student en zei: "Ik vroeg je niet het boek op te pakken, ik vroeg je alleen maar het te proberen!" Doel voor ogen.Er was eens een boer die drie zonen had van wie hij veel hield. Hij
werd echter wat ouder en moest beslissen welke van zijn zoons het
land en alle bezittingen zou erven. De boer besloot om alle drie zoons
dezelfde kans te geven en nam ze mee naar de akker. Daar vertelde
hij zijn zoons dat degene die aan de andere kant van de akker zou
komen via de meest rechte lijn het bedrijf zou erven. De oudste zoon
mocht beginnen. Het zwaard van Damocles.Dionysius was een koning die vier eeuwen voor Christus leefde. Hij was rijk en woonde in een duur en groot paleis. Hij doeg dure kleren en juwelen en had zelfs een groep wijze mannen om zich heen die hem moesten prijzen om zijn ego te behagen. Een van die mannen was Damocles die de koning vertelde hoe goed het leven van een koning toch was. Dionysius zei daarop tegen Damocles: "Als je denkt dat mijn leven zo geweldig is, zou je dan niet met mijn willen ruilen?" Damocles wilde dat wel en Dionysius liet alles in orde brengen zodat
Damocles het leven van Het paard van Troje.Het verhaal begint met de drie godinnen Hera, Athena en Afrodite. Deze vroegen de Trojaanse prins Paris de mooiste onder hen te kiezen. Afrodite won deze weddenschap door Paris de liefde van een supermooie vrouw te beloven. Paris zeilde naar Griekenland waar hij gastvrij werd onthaald door Helena, de vrouw van de Spartaanse koning Menelaos. Volgens de Griekse legende was Helena de mooiste vrouw van de wereld. De mooie Helena was gelukkig getrouwd maar liet zich onder de invloed van de godin Afrodite overtuigen om met Paris naar de stad Troje te gaan. Dit was de beloning voor Paris van de godin Afrodite. De boze bedrogen koning Menelaos trommelde alle Griekse koningen op en zeilde met een leger van wel duizend schepen, zijn vrouw achterna waarna een negenjarige belegering van de stad Troje zou beginnen. Na negen jaar vergeefse belegering werd Troje ingenomen dankzij een
sluwe list. De Grieken bouwden een groot houten paard waarin ze een
aantal soldaten verborgen. Tijdens het feest ter ere van het einde van de belegering haalden de Trojanen in een dolle feestvreugde het paard binnen de muren van hun stad. Die nacht verlieten Griekse krijgers de houten buik van het paard en brandden Troje plat. Afrodite liet daarna Paris ontkomen in een wolk en Helena keerde met haar man Menelaos weer terug naar Sparta. Maar de goden waren boos door alles wat was voorgevallen en hun terugtocht duurde jaren. Helena en Menelaos leefden daarna nog lang en gelukkig. In dit verhaal zit meer dan 1 moraal zoals het manipuleren in de liefde, overspel en te goed vertrouwen. De weg van Zen.Een oude Zenmeester en zijn leerling waren aan het wandelen in een
uitgestrekt bos. De leerling vroeg zijn meester: "Meester, wat is
de weg van Zen?" Samenwerken.Het gebeurde eens dat een groot bos in brand raakte. Er waren twee mensen in het bos, de een was blind en de ander was lam en kon dus niet lopen. Beide mannen hadden op zichzelf geen schijn van kans om het bos tijdig te verlaten. Dus sloten ze een overeenkomst, de blinde nam de lamme op zijn schouders en omdat de lamme man kon zien en de blinde kon lopen werden ze tot één man. Ze kwamen het bos uit en redden hun leven. Leegmaken.Een professor van een universiteit ging eens bij een bekende Zenmeester op bezoek. Terwijl de Zenmeester rustig thee inschonk, praatte de professor over Zen. De Zenmeester schonk de kom vol tot aan de rand en bleef daarna doorschenken. De professor keek naar de kom die overstroomde totdat hij zich niet langer kon beheersen. "Stop, de kom is helemaal vol, er kan niets meer bij!" stamelde de professor. "U bent net als deze kom met thee," antwoordde de Zenmeester, "Hoe kan ik u Zen laten zien als u niet eerst uw eigen kom leeg maakt?" Twee monniken en een vrouw.Twee monikken die op reis waren kwamen bij een rivier aan, waar ze
een vrouw ontmoetten. Omdat de vrouw bang was voor de stroming in
de rivier vroeg ze of de monniken haar naar de overkant wilden dragen.
Een van de monniken aarzelde, maar de andere zette haar op zijn schouders,
stak het water over en zette haar neer op de oever aan de overkant
van de rivier. De vrouw Eerlijk delen.Er waren eens een leeuw, een ezel en een vos, die gezamenlijk op
jacht gingen. Ze hadden succes en vingen een luipaard. De leeuw zei
tegen de ezel: "Verdeel jij nu eerlijk de buit". En de ezel deelde
scrupuleus nauwkeurig in drie gelijke delen, waarop de leeuw zo woedend
werd, dat hij de ezel opat. Twee hele mooie Engelse verhalen. A Story to Live By By Ann Wells (Los Angeles Times)Throw the Bums Out! By Loa Stewart Bridgeport, California, USA
|
|
Disclaimer. |