|
Heinpragt.com
(c) Hein Pragt |
Taalfoutje melden! | Mijn
|
|
|
|
|
Wetgeving m.b.t. omgangsrecht.Pagina menu
Omgangsrecht.(C) 2001 Hein PragtMeestal worden de kinderen na de scheiding toegewezen aan één van de beide ouders, de andere ouder krijgt dan zogenaamd omgangsrecht. Ondanks deze geëmancipeerde tijd zullen de kinderen in bijna 90 procent van de gevallen aan de moeder worden toegewezen. Dit houdt meestal in dat de andere partner de kinderen 1 weekend in de 14 dagen krijgt en dat de vakantie periodes gedeeld moeten worden in goed overleg. In heel veel gevallen geeft dit omgangsrecht problemen. Het komt
nog te vaak voor dat de ene partner probeert de omgangsregeling te
verzieken. Dit door Aangedaan leed of wrok via de kinderen uitspelen is dan ook onverantwoordelijk
gedrag en naar mijn mening zou hier de hulpverlening ook vroegtijdig
in moeten grijpen. Maar uit de wrange verhalen die ik soms hoor blijkt
het tegenovergestelde. De Het is van het grootste belang dat ouders de kinderen de ruimte geven om van beide ouders te blijven houden. Want met het verlies van het contact met één ouder, verliest het kind ook de helft van zijn identiteit." BURGERLIJK WETBOEK Boek 1: Personen en Familierecht Titel 15: Omgang en informatieHet recht op omgangArt. 377a -1. Het kind en de niet met het gezag belaste ouder
hebben recht op omgang met elkaar. Informatierecht, ConsultatieplichtArt. 377b -1. De ouder, die alleen met het gezag is belast,
is gehouden de andere ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige
aangelegenheden met betrekking Informatie van derdenArt. 377c -1. Onverminderd het bepaalde in artikel 377b van
dit boek wordt de niet met het gezag belaste ouder desgevraagd door
derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke
feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging
en opvoeding betreffen, daarvan op de hoogte gesteld, tenzij die derde
de informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan degene die
met het gezag over het kind is belast dan wel bij wie het kind zijn
gewone verblijfplaats heeft, of het belang van het kind zich tegen
het verschaffen van informatie verzet. Aanvang uitoefening recht op omgangArt. 377d -1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid
van dit artikel, begint de uitoefening van het recht op omgang zodra
de desbetreffende beschikking in kracht van gewijsde is gegaan of,
indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, daags nadat de griffier
van de beschikking mededeling heeft gedaan aan de ouder aan wie deze
uitoefening is opgedragen. Wijziging van omstandighedenArt. 377e -1. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of
van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de
ouders onderling getroffen Omgang met ander dan ouderArt. 377f -1. Onverminderd het bepaalde in artikel 377a, kan
de rechter op verzoek een omgangsregeling vaststellen tussen het kind
en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.
De rechter kan het verzoek afwijzen, indien het belang van het kind
zich tegen toewijzing verzet of indien het kind, dat twaalf jaar of
ouder is, bezwaar maakt. Ambtshalve beslissingArt. 377g De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van de artikelen 377a, 377b of 377f, dan wel zodanige beslissing op de voet van artikel 377e van dit boek wijzigen. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Vaststellen regeling op verzoekArt. 377h -1. In geval van gezamenlijke gezagsuitoefening
kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling
vaststellen inzake de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het
kind zijn gewone verblijfplaats niet heeft, of inzake het verschaffen
van informatie aan dan wel
|
|
Disclaimer. |