Heinpragt.com
(c) Hein Pragt
 Taalfoutje melden!  Mijn Hyves
Google
 
 

Wetgeving m.b.t. omgangsrecht.

Pagina menu



Wetgeving m.b.t. omgangsrecht.

Omgangsrecht.

(C) 2001 Hein Pragt

Meestal worden de kinderen na de scheiding toegewezen aan één van de beide ouders, de andere ouder krijgt dan zogenaamd omgangsrecht. Ondanks deze geëmancipeerde tijd zullen de kinderen in bijna 90 procent van de gevallen aan de moeder worden toegewezen. Dit houdt meestal in dat de andere partner de kinderen 1 weekend in de 14 dagen krijgt en dat de vakantie periodes gedeeld moeten worden in goed overleg.

In heel veel gevallen geeft dit omgangsrecht problemen. Het komt nog te vaak voor dat de ene partner probeert de omgangsregeling te verzieken. Dit door bijvoorbeeld op subtiele wijze de kinderen te beïnvloeden door de kinderen te zeggen dat ze altijd terug mogen komen, of dat ze mogen bellen als het niet goed gaat bij de andere ouder. Een nog veel ernstiger geval is dat de ene ouder de kinderen weigert mee te geven. Dat kinderen hier blijvende schade aan overhouden mag duidelijk zijn. Vaak komen deze problemen terug als de kinderen op latere leeftijd zelf een relatie aangaan.

Aangedaan leed of wrok via de kinderen uitspelen is dan ook onverantwoordelijk gedrag en naar mijn mening zou hier de hulpverlening ook vroegtijdig in moeten grijpen. Maar uit de wrange verhalen die ik soms hoor blijkt het tegenovergestelde. De ex-partners zouden moeten leren als volwassen ouders samen te werken en op een goede manier hun contact te houden met betrekking tot de kinderen. Maar vaak zijn deze ouders officieel wel gescheiden, maar emotioneel nog niet. Onbewust hebben ze liever een negatieve band dan geen band.

Het is van het grootste belang dat ouders de kinderen de ruimte geven om van beide ouders te blijven houden. Want met het verlies van het contact met één ouder, verliest het kind ook de helft van zijn identiteit."


BURGERLIJK WETBOEK Boek 1: Personen en Familierecht

Titel 15: Omgang en informatie

Het recht op omgang

Art. 377a -1. Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar.

-2. De rechter stelt op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

-3. De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:

a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

-4. Tot kennisneming van de in dit artikel bedoelde verzoeken is de rechtbank bevoegd. Indien evenwel een procedure inzake gezagstoewijzing bij de kantonrechter aanhangig is, kan een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling in verband daarmee aan de kantonrechter worden gedaan.

Informatierecht, Consultatieplicht

Art. 377b -1. De ouder, die alleen met het gezag is belast, is gehouden de andere ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter terzake een regeling vaststellen.

-2. Indien het belang van het kind zulks vereist kan de rechter zowel op verzoek van de met het gezag belaste ouder als ambtshalve bepalen dat het eerste lid van dit artikel buiten toepassing blijft.

-3. De artikelen 377a, vierde lid, en 377e van dit boek zijn van overeenkomstige toepassing.

Informatie van derden

Art. 377c -1. Onverminderd het bepaalde in artikel 377b van dit boek wordt de niet met het gezag belaste ouder desgevraagd door derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, daarvan op de hoogte gesteld, tenzij die derde de informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan degene die met het gezag over het kind is belast dan wel bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, of het belang van het kind zich tegen het verschaffen van informatie verzet.

-2. Indien de informatie is geweigerd, kan de rechter op verzoek van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde ouder bepalen dat de informatie op de door hem aan te geven wijze moet worden verstrekt. De rechter wijst het verzoek in ieder geval af, indien zwaarwegende belangen van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzetten.

-3. Het vierde lid van artikel 377a van dit boek is van overeenkomstige toepassing.

Aanvang uitoefening recht op omgang

Art. 377d -1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, begint de uitoefening van het recht op omgang zodra de desbetreffende beschikking in kracht van gewijsde is gegaan of, indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, daags nadat de griffier van de beschikking mededeling heeft gedaan aan de ouder aan wie deze uitoefening is opgedragen.

-2. De uitoefening van het recht op omgang begint, indien tevens een beschikking inzake het gezag is of wordt gegeven, niet eerder dan op het tijdstip waarop voor de andere ouder of voor de voogd het gezag is begonnen.

Wijziging van omstandigheden

Art. 377e -1. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

-2. Een verzoek tot wijziging van een beslissing inzake de omgang wordt aan de kantonrechter gedaan, indien de te wijzigen beslissing door de kantonrechter is gegeven.

Omgang met ander dan ouder

Art. 377f -1. Onverminderd het bepaalde in artikel 377a, kan de rechter op verzoek een omgangsregeling vaststellen tussen het kind en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. De rechter kan het verzoek afwijzen, indien het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet of indien het kind, dat twaalf jaar of ouder is, bezwaar maakt.

-2. Het bepaalde in de artikelen 377a, vierde lid, 377d en 377e van dit boek is van overeenkomstige toepassing.

Ambtshalve beslissing

Art. 377g De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van de artikelen 377a, 377b of 377f, dan wel zodanige beslissing op de voet van artikel 377e van dit boek wijzigen. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

Vaststellen regeling op verzoek

Art. 377h -1. In geval van gezamenlijke gezagsuitoefening kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats niet heeft, of inzake het verschaffen van informatie aan dan wel het raadplegen van die ouder als bedoeld in artikel 377b, eerste lid, dan wel inzake het verschaffen van informatie als bedoeld in artikel 377c, eerste en tweede lid, van dit boek.

-2. De artikelen 377a, vierde lid, 377e en 377g van dit boek zijn van overeenkomstige toepassing.



Over dit onderwerp kunt u ook vragen stellen of antwoorden lezen op onze vraagbaak site.
Over dit onderwerp kunt u ook discussieren op onze discussie site.

Last update: 12-09-2005

 

Disclaimer.

Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot de informatie die, in welke vorm dan ook, via zijn site wordt aangeboden. Het opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming, goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend.
Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internet Site rust auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen met: (email: copyright@heinpragt.com)

Webdedesign: © Hein Pragt
Fotografie: © Hein Pragt
Auteur: © Hein Pragt