Moeilijke kinderen.
Inhoud opgave menswerk pagina's
(C) 2010 Hein Pragt
Als vader van 5 bijzondere kinderen heb ik ondertussen ruime ervaring met het praten
over “probleemkinderen”. Ik heb mij altijd ingezet (samen met mijn partners) om te
strijden voor het feit dat onze kinderen anders mogen zijn en geen label opgeplakt krijgen.
Het lijkt er op dat tegenwoordig elk kind al vanaf de peuterspeelzaal en basisschool geanalyseerd
wordt en men bijna zoekt naar een indicatie van een aantal medisch-psychische problemen
zoals add, adhd, dyslexie en allerlei neurologische aandoeningen in het autistisch
spectrum, pdd-nos, hooggevoelig / hoogsensitief, hoogbegaafdheid, Syndroom van
Asperger enz. Het lijkt wel of elk gedrag dat maar enigszins afwijkt van de norm
en een kind dat te rustig of juist onrustig en druk, een probleemgeval is. Het
kind is niet sociaal genoeg, verstoort de orde in de klas, vraagt veel aandacht en
dat hebben we liever niet in onze overvolle klassen.
In Trouw las ik dat hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns schreef over de problematisering
van de jeugd. Maar liefst 14% van alle kinderen volgt speciaal onderwijs, woont in een
pleeggezin of een tehuis, of krijgt begeleiding van de jeugdzorg of de geestelijke
gezondheidszorg. Ook blijkt dat 9% van deze jongeren onterecht tot hulpverleners
is veroordeeld en slechts 5% van alle kinderen die gespecialiseerde zorg ook echt
nodig heeft.
Kinderen moeten weer opgevoed worden in plaats van behandeld!
Het begint er steeds meer op te lijken dat we onze jeugd aan het problematiseren en medicaliseren
zijn. Steeds vaker krijgen jongeren een stempel adhd of autisme opgedrukt en krijgen ze medicatie om
ze te laten functioneren binnen een klas. Het aantal kinderen dat op een speciale school zit is
explosief gestegen. Het lijkt ondertussen wel een “probleem industrie” te worden waarbij het ook
om veel geld gaat (8 miljard). Het lijkt er op dat er veel kinderen met een “rugzakje” (wettelijke
uitkering) de financiële tekorten in het onderwijs moeten opvangen en de indruk kan gewekt worden
dat scholen dit als alternatieve inkomstenbron gaan zien en er dus baat bij hebben zoveel mogelijk
kinderen van een (geautoriseerd) label te voorzien.
De sector die deze onderzoeken doet en de
behandelingen uitvoert is ondertussen ook al een commercieel succes geworden, de gemiddelde
wachttijden voor zelfs een intake lopen op tot meer dan een half jaar en de kosten van een
onderzoek loopt in de duizend euro. Hier wil de school met alle plezier aan bijdragen (als
ook de ziektekosten verzekering een deel op zich neemt) want bij een "goede" indicatie kan
dit de school zeker 6000 euro (rugzak) per jaar opleveren.Dit is iets om zeer goed te overdenken
wanneer men uw kind van een label wil voorzien.
De mooiste kunstwerken en de beste uitvindingen zijn bedacht
door mensen die heel eigenwijs anders durfden te zijn.
(Hein Pragt)
In 2003 is de wet op de Leerling Gebonden Financiering in werking getreden ook wel het
rugzakje genoemd. Een rugzakje is dus een andere naam voor leerlinggebonden financiering en
is bedoeld voor kinderen die in het onderwijs extra ondersteuning kunnen gebruiken. Deze
geldelijke bijdrage kan op twee manieren ingezet worden door u, als ouders. U kunt ervoor
kiezen deze te gebruiken om uw kind te plaatsen op een speciale school, maar u kunt de
bijdrage ook besteden aan ambulante begeleiding. Uw kind blijft dan onderwijs volgen op
de eigen school, maar krijgt extra ondersteuning. Dit kan in de vorm van individuele
begeleiding van het kind, aanschaf van extra materiaal of begeleiding van de leerkracht.
De extra financiële vergoeding gaat dan naar de desbetreffende school en naar het Regionaal
Expertisecentrum, het REC, voor ambulante begeleiding. Kiest u voor een speciale school,
dan gaat de extra financiering naar de school waarop uw kind geplaatst wordt. Voor een
leerling met meervoudige handicap bedraagt de rugzak 16.000 euro, de reguliere school
krijgt hiervan 10.000 euro op haar giro, het REC 6.000 euro. Voor een gemiddelde
gedragsstoornis zijn de bedragen wat lager.
link: www.50tien-oudersenrugzak.nl
Ongeveer één op de vijf kinderen op de basisschool heeft voor korte of langere tijd extra
zorg en begeleiding nodig. Ze hebben bijvoorbeeld moeite met leren of hebben gedragsproblemen.
Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen met ADHD, dyslexie of bepaalde vormen van autisme. Maar ook
hoogbegaafde leerlingen vragen specifieke aandacht. Doel van het project 'Weer samen naar
school' (WSNS) is dat kinderen de benodigde zorg en begeleiding zo veel mogelijk op de
basisschool krijgen.
Basisscholen werken hiervoor samen in een samenwerkingsverband, als blijkt dat het op
de basisschool toch niet goed lukt, gaan kinderen naar een speciale school voor basisonderwijs.
Dit is bij voorkeur tijdelijk. Het WSNS-beleid is bedoeld voor alle basisschoolleerlingen
inclusief de leerlingen die speciale zorg en begeleiding nodig hebben. Lichamelijk,
zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met ernstige
gedrags- of psychiatrische stoornissen zijn géén doelgroep van WSNS. Deze leerlingen
kunnen naar een school voor speciaal onderwijs of met een leerlinggebonden financiering
(het rugzakje) naar de reguliere basisschool.
link: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Het blad Elsevier (2009) heeft grootscheeps onderzoek gedaan naar de jeugd van tegenwoordig onder
directeuren van speciale scholen, hoogleraren en indicatiecommissies. De beangstigende conclusie is
dat Nederland wereldwijd koploper is in probleemkinderen. Van de 3,5 miljoen kinderen tot 17 jaar
krijgen 300 duizend professionele hulp wegens opvoed- en opgroeiproblemen. Tegenwoordig worden "lastige"
kinderen al op 4-jarige leeftijd psychiatrisch onderzocht en gaat er enorm veel geld om in deze "probleem
industrie". Het artikel is zeer duidelijk en zeer goed onderbouwd met statistieken en bedragen.
Lees hier het artikel dat in Elsevier verscheen!
Menswerk - Moeilijke kinderen
(C) 2010 Hein Pragt
Wanneer u te maken krijgt met een gesprek over uw kind vallen vaak veel vaktermen waarmee men u overdondert
en veel mensen krijgen dan ook het gevoel dat het hun allemaal boven de pet gaat en dat de specialist (of
leerkracht) het wel allemaal weet. Vaak laten ouders zich overdonderen en stemmen in met een onderzoek omdat
de school aangeeft dat het in het belang van het kind is. Dit is een vorm van emotionele manipulatie omdat
elke ouder natuurlijk het beste voor het kind wil, maar het is maar de vraag of het in de praktijk echt het
beste voor het kind is. Het is belangrijk om uzelf als ouder ook in te lezen in de materie en te zorgen dat
u mee kunt praten en voor uzelf kunt beslissen of iets inderdaad in het belang van uw kind is! Mijn advies
is dan ook om zeer kritisch te blijven en zelf eerst eens informatie in te winnen of een tweede mening te
vragen en niet zomaar alles voor zoete koek aan te nemen.
De regering is momenteel aan het onderzoeken waarom er ineens een explosieve stijging is
voor allerlei gedragsstoornissen bij kinderen, maar snapt
nog niet dat dit door de subsidiering (sinds 2004) ontstaat is. Vergelijkbaar is de WAO regeling die
Nederland kende en de overheid die pas te laat doorhad dat het enorme aantal arbeidsongeschikten in
Nederland waarschijnlijk veroorzaakt werd door een zeer ruime overheidsregeling.
Om een aantal stoornissen en termen duidelijk te maken, staat hier een beknopt overzicht met links naar
sites wanneer u zich verder wil verdiepen in een onderwerp. Ik ben zelf een ouder met ervaring maar geen
psycholoog, ik heb een poging gedaan om de vaak wetenschappelijke teksten zo helde mogelijk weer te geven.
Wat is autisme?
Autisme is een aangeboren stoornis die zich kenmerkt door een afwijkende sociaal-emotionele
ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Een kind met
autisme (of een autisme verwante stoornis) ervaart de wereld totaal anders, autisme wordt ook wel
een informatieverwerkingsstoornis genoemd. De informatie (de waarneming) komt niet als een geheel,
maar in losse delen binnen, en moet eerst als een soort puzzel in elkaar worden gezet. Een kind met
autisme moet dus eerst alle losse delen samen tot een logisch beeld en het duurt dus langer voor
een kind begrijpt wat er in de omgeving gebeurt. Ook kan het kind moeilijk onderscheid maken tussen
de vele prikkels die het uit zijn omgeving opvangt waardoor het zich dus ook moeilijker kan concentreren.
Kinderen met autisme hebben moeite met het herkennen van dingen en begrijpen vaak niet wat er gebeuren
gaat of wat van ze verwacht wordt. Ook begrijpen ze de woorden, gebaren en gezichtsuitdrukkingen van andere
kinderen minder waardoor ze last krijgen van stress en angst wat weer agressie of teruggetrokkenheid tot
gevolg kan hebben. Vanwege de moeilijk te stellen diagnose rondom autisme en autisme verwante stoornissen
is het met zekerheid pas op latere leeftijd vast te stellen en aangezien sommige van de signalen tevens
bij een normale ontwikkeling van het kind horen moet u zich niet direct zorgen maken bij het herkennen
van enkele kenmerken.
Bij kinderen van 0 - 2 jaar:
- Ontbreken van oogcontact;
- Niet anticiperen op het opgepakt worden;
- Ontbreken van lachen naar de ouders;
- Niet opzoeken van anderen om troost of affectie;
- Niet met ongenoegen reageren op het vertrek van de ouders;
- Het niet zwaaien naar ouders, ontbreken van begroetingen.
Kinderen boven de 2 jaar:
- Weinig initiatief nemen in het aangaan van contact;
- Niet graag spelen met andere kinderen;
- Obsessief bezig zijn met bepaalde handelingen en/of speelgoed;
- Niet of vertraagd op gang komen van de taalontwikkeling;
- Het letterlijk nemen van wat gezegd is;
- Het zinloos en letterlijk herhalen van eerder gehoorde woorden en zinnen;
- Constant op en neer wiegen;
- Fladderen met handen en/of armen;
- Moeite hebben met het houden van fysieke afstand naar anderen;
- Nauwelijks reageren op pijnprikkels of het roepen van zijn naam;
- Overgevoelig reageren op geluiden.
link: wikipedia.org/wiki/Autisme
Syndroom van Asperger
Autisme kent zeer veel varianten en bovendien zijn er vormen van autisme die niet vroeg te herkennen zijn
zoals het syndroom van Asperger. Het gaat hier vaak om kinderen die meer dan gemiddeld intelligent zijn,
problemen hebben in het contact met anderen, afwijkend en eenzijdig gedrag vertonen, en vaak een andere
of verstoorde taalontwikkeling hebben. Deze kinderen zijn in de babytijd vaak niet echt anders pas als ze
naar school gaan treden de problemen op. Omdat ze vaak goed met taal zijn en heel intelligent is het soms
moeilijk om te begrijpen wat er aan de hand is.
Kinderen met het syndroom van Asperger vinden het moeilijk om sociale situaties goed te begrijpen en
hierdoor hebben ze vaak ook weinig tot geen vriendjes en zijn vaak erg op zichzelf. Ze kunnen moeilijk
praten met andere kinderen, omdat ze vaak op een volwassen manier praten. Ze hebben niet veel verschillende
interesses en zijn vaak erg gefixeerd op één bepaalde bezigheid waar ze urenlang mee bezig kunnen zijn.
Kinderen met Asperger kunnen ook niet goed tegen veranderingen en raken snel van slag als dingen niet
gaan zoals ze verwachten en willen graag dat alles hetzelfde blijft. Ze zijn lichamelijk onhandig en
bewegen vaak traag en houterig en ook de fijne motoriek (hand-oogcoördinatie) kan niet zo goed zijn
waardoor ze moeite hebben met schrijven. Ook hebben ze vaak een minder expressieve gelaatsuitdrukkingen
en een wat monotone stem.
Dit zijn enkele kenmerken op een rij:
- Het kind spreekt niet of nauwelijks, of heeft een vreemde spraak;
- Het kind herhaalt klanken of doet ze na;
- Het kind verwijst naar zichzelf als 'jij', 'zij' (of 'hij'), dit is normaal gedrag tot een jaar of 3;
- Het kind heeft een opvallend woordgebruik (niet passend bij de leeftijd of de situatie);
- Het kind is niet in staat om echt een gesprek te voeren, spreekt niet vloeiend in alle situaties, of kan alleen over een zelf gekozen onderwerp goed praten;
- Het kind kan niet goed met andere kinderen samen spelen;
- Het kind lijkt niet te begrijpen wat de normen in de klas zijn;
- Het kind geeft openlijk kritiek op de leraar;
- Het kind wil niet meedoen met groepsspelletjes;
- Het kind is snel van slag door sociale of andere gebeurtenissen;
- Het kind heeft een onevenwichtige verhouding met volwassenen (te intens, of juist moeite om een relatie aan te gaan);
- Het kind vertoont heftige reacties op inbreuk van de persoonlijke ruimte, verzet zich heftig tegen aansporingen (zoals opschieten).
link: wikipedia.org/wiki/Asperger
Wat is PDD-NOS?
PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor
stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen een overkoepelende naam voor
stoornissen waartoe ook het autisme behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken
heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd. Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen sociaal
begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam, waardoor ze vaak onzeker en angstig zijn. Hierdoor houden
zij zich graag vast aan bekende regels en patronen die zelfs erg dwangmatig kunnen zijn. De oorzaak van
PDD-NOS is nog niet echt duidelijk, men denkt wel dat erfelijkheid een grote rol speelt en het komt voor
in veel varianten van sociaal een beetje onhandig tot puur autisme.
Kenmerken van PDD-NOS:
- Onhandig en angstig gedrag in sociale situaties;
- Weinig begrip en gebruik van nonverbale signalen;
- Niet of nauwelijks leren van sociale ervaringen;
- Een eenzame, gesloten indruk te maken;
- Zich angstig te tonen voor veranderingen;
- Heel erg vasthouden aan bepaalde routines;
- Zich koppig en driftig te uiten;
- Een eenzijdige belangstelling tonen;
- Dwangmatige gedragspatronen te ontwikkelen;
- Overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels;
- Of weinig gevoeligheid voor geluiden, beelden, temperaturen of aanrakingen;
- Trage taalontwikkeling;
- Eigenaardig ouwelijk taalgebruik;
- Taal vaak te letterlijk nemen;
- Een onhandige, stijve motoriek;
link: wikipedia.org/wiki/PDD-NOS
Wat is ADHD?
ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder (in het Nederlands: aandachts- en
concentratiestoornis met hyperactiviteit). Kinderen met ADHD hebben moeite om hun aandacht blijvend op
een taak te richten (concentratie) en moeite om zich niet door allerlei prikkels uit de omgeving te
laten afleiden. Ook doen ze vaak al dingen voordat ze denken en kunnen ze de gevolgen van hun eigen
gedrag niet goed overzien. Kinderen met ADHD zijn voortdurend in beweging, zijn vaak snel opgewonden
en gefrustreerd en voelen vaak een grote onrust van binnen. Het verwarrende kan zijn dat ze zich soms
wel goed kunnen concentreren op sterke prikkels zoals spannende films of computerspelletjes. Ook is
het zo dat de kenmerken van ADHD kunnen voorkomen bij andere stoornissen en druk, impulsief en
ongeconcentreerd gedrag komt ook in min of meerdere mate voor bij alle kinderen, een beetje druk is
soms een beetje lastig maar dus niet gelijk aan ADHD.
Kenmerken van ADHD zijn:
- Snel zijn afgeleid;
- Moeilijk kunnen blijven zitten;
- Veel wiebelen, draaien en friemelen;
- Moeilijk op hun beurt kunnen wachten;
- Antwoord geven voordat de vraag is gesteld;
- Moeilijk instructies kunnen volgen;
- Moeilijk blijvend de aandacht kunnen richten;
- Van de ene activiteit naar het andere hollen;
- Overdreven veel praten en anderen in de rede vallen;
- Niet luisteren naar wat anderen zeggen;
- Veel kwijtraken en vaak dingen verliezen;
- Zichzelf vaak in gevaarlijke situaties storten.
wikipedia.org/wiki/Adhd
Wat is ADD?
Zoals de afkorting al aangeeft is ADD ongeveer hetzelfde als ADHD maar dan zonder het hyperactieve deel.
Deze kinderen worden niet snel opgemerkt omdat ze geen druk gedrag vertonen, ze vertonen juist eerder passief
gedrag. Ze kunnen zich niet echt concentreren op één onderwerp, dit is onmacht, het is geen kwestie van wel
of niet willen. Verveling slaat snel toe, de hersenen gaan bewust op zoek gaan naar iets dat leuker,
spannender of interessanter is. Kinderen met ADD hebben vaak weinig vrienden, zijn erg gevoelig, trekken
zich vaak terug en zijn zeer chaotisch. Zij kunnen slecht tegen onrecht en voelen zich regelmatig eenzaam
en onbegrepen. Wel hebben ze vaak een opvallend doorzettingsvermogen en leren ze vaak vaardigheden om hun
gedrag te verbergen. Ze zijn vaak heel creatief en fantasierijk en hebben een bijzonder inlevingsvermogen.
ADD kinderen hebben meer moeite bij planmatige taken zoals bij het rekenen dan ADHD kinderen.
Kenmerken van ADD zijn:
- Gevoelig en emotioneel;
- Last van stemmingswisselingen;
- Chaotisch, ongestructeerd en vaak slordig;
- Ontwijken vaak grote groepen en trekt zich graag terug;
- Kan ergens helemaal in opgaan, bijvoorbeeld in een bepaalde interesse;
- Kan zich moeilijk concentreren op een opdracht en is ook snel afgeleid;
- Kan slecht aanwijzingen opvolgen;
- Heeft moeite met luisteren en stilzitten;
- Is moeilijk te motiveren;
- Is creatief en probleemoplossend ingesteld;
- Is erg onzeker over zichzelf en is daarnaast erg perfectionistisch;
- Lijkt veel te dagdromen;
- Het kind probeert altijd ver vooruit te denken;
- Situaties overkomen iemand met ADD vaak;
- Dingen die moeten gebeuren, worden uitgesteld tot het laatste moment.
wikipedia.org/wiki/ADD
Wat is Ritalin?
Ritalin is een medicijn dat wordt voorgeschreven bij slaapzucht en ADHD en het heeft een stimulerende
werking op het centrale zenuwstelsel en verhoogt hun vermogen tot concentratie. Dit lijkt tegenstrijdig
maar hierdoor worden overactieve mensen minder snel afgeleid waardoor ze rustiger worden. De werkzame
stof in Ritalin is methylfenidaat. Methylfenidaat is sinds 1954 internationaal op de markt.
Het valt onder de Opiumwet en de farmacologische eigenschappen lijken op die van de cocaïne. Ritalin heeft
een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel en verhoogt het vermogen tot concentratie waardoor
kinderen minder snel afgeleid en rustiger worden. Bij mensen die geen ADHD hebben heeft Ritalin een
vergelijkbare werking als cocaïne. Ook bij Ritalin kan al snel gewenning of psychische afhankelijkheid
optreden. Ritalin mag alleen op doktersvoorschrift gebruikt worden en ingenomen worden volgens de
voorgeschreven dosis.
Het is dus geen onschuldig medicijn en daarom is er strenge controle op het gebruik van dit medicijn
en moet bijvoorbeeld bij een buitenlandse reis ook een vrijwaring meegenomen worden omdat het vrijwel overal
onder de opium wet valt.
De verleiding om kinderen die wat drukker zijn of slechte schoolresultaten hebben ook te behandelen
met medicijnen is vaak erg groot de laatste jaren steeg het aantal gebruikers van ADHD-medicijnen ook
explosief. De Nederlandse Gezondheidsraad heeft geadviseerd dat Ritalin alleen door psychiaters mag
worden voorgeschreven.
wikipedia.org/wiki/Ritalin
De jufrouw zei: “Wat ben jij snel klaar met verven, zet er nog maar een paar kleurtjes bij.” want ze zag het
meisje al 5 minuten niets meer doen. De andere kinderen waren nog bezig met strepen zetten, de smeerbaarheid van
verf ontdekken, met de kwast door andere kleuren gaan, verf op de vingers krijgen, ze waren en dat was de bedoeling
aan het verkennen hoe verf voelt aan je vingers, op een kwast, op papier en hoe je kleuren kunt veranderen. Het
meisje had nog schone vingers, ze wist al hoe verf voelde en dat wilde ze niet weer voelen. Ze had de opdracht
van de juf uitgevoerd en de kleuren geplaatst op een voor haar evenwichtige manier. “Daar zie ik papier, daar
zit nog geen verf.” zei de juf aanmoedigend. Mismoedig pakte ze de kwast en plakte twee klodders verf op de
aangewezen plaatsen en..........toen was het haar schilderij niet meer.
Dit boek is een richtlijn voor mensen die als partner van een ADHD-patient voorlichting en informatie wensen
om hierdoor beter te kunnen omgaan met hun man of vrouw. ADHD is ook bij volwassen mensen een veel voorkomend
probleem (een op de 150). En de verschijnselen van deze afwijking kunnen op den duur het samenleven in gezin
of relatie ontwrichten. De auteurs bieden in dit beknopte voorlichtingsboek een beeld van de afwijking ADHD.
Vervolgens gaan ze in op de verstoorde communicatie die heel vaak tussen partners voorkomt. Er wordt gezocht
naar evenwicht en naar ordening en structuur van bijvoorbeeld de huishouding en de taken die je daar aantreft.
Er wordt ook een manier van omgaan met de klachten uitgewerkt in de zogenoemde TUBA-werkwijze, een richting
die je kunt inslaan om veranderingen aan te brengen. Het boek geeft een ruim overzicht van relevante literatuur;
er is ook een lijst van belangrijke adressen en websites toegevoegd. Een uitstekend voorlichtingsboek dat vooral
bestemd is voor hen die partner zijn van een ADHD-man of -vrouw. Het stimuleert de zelfhulp, bemoedigt de partner
om het uit en vol te houden en is handzaam in het gebruik als het gaat om vaste lijnen in omgang en communicatie
aan te brengen.
Het boek geeft een duidelijke totaalvisie op de ADHD-stoornis (ADHD: Attention-Deficit Hyperactivity Disorder).
Het behandelt het onderwerp in vier delen. Allereerst de nieuwste inzichten binnen de theorievorming en aandacht
voor de invloed van ADHD-kinderen op het gezinsleven. Vervolgens het leiding nemen als ouder bij de diagnosestelling
en tien belangrijke principes voor het opvoeden. In dit deel ook apart aandacht voor de zelfhandhaving van de ouders,
met zeer zinvolle tips. Als derde het leren leven met ADHD, thuis en op school. Hierin volledige en duidelijk
omschreven beschrijvingen van methoden ter behandeling van ADHD in alle ontwikkelingsfasen. Het laatste deel
behandelt de medicatie bij ADHD. Door de concrete voorbeelden en ervaringsgevens met betrekking tot de
begeleiding van kinderen en ouders is het boek zeer boeiend en leesbaar, ondanks de moeilijke materie.
Geschikt voor opleidingsinstituten, praktijkwerkers en ouders. Achterin het boek is een literatuurlijst
aanwezig.
In dit boek staan kinderen met de diagnose PDDNOS centraal. Dit zijn kinderen met problemen in de ontwikkeling van sociaal begrip en sociaal gedrag. Ze hebben daarnaast ook symptomen die kinderen met ADHD ook hebben. Daarom komt ADHD ook regelmatig in dit boek ter sprake. Het boek is in twee duidelijk gescheiden delen ingedeeld. In het eerste worden de problemen van deze kinderen beschreven en in het tweede worden opvoedingsadviezen gegeven. Er is een duidelijke hoofdstukindeling. Het taalgebruik is niet altijd even gemakkelijk. Het boek is geschikt als ondersteuning bij de opvoeding van deze kinderen. De auteurs zijn allen werkzaam bij de poliklinische hulpverlening van de universiteit van Groningen en zijn gespecialiseerd op dit terrein. Het boek bevat een
literatuurlijst en adressen van ouder- en patientenverenigingen.
Aan het eind van een eeuw die volgens idealisten de 'eeuw van het kind' had moeten worden, heerst er
op het terrein van opvoeding, onderwijs en jeugdzorg een crisisstemming. Het aantal kinderen en jongeren
met zogenaamde gedragsstoornissen of psychosociale problematiek neemt hand over hand toe. Worden kinderen
inderdaad 'moeilijker'? Of maken wij - ouders, pedagogen, de hele volwassen maatschappij - het kinderen
steeds moeilijker? Henning Köhler kiest de kant van het kind. Geen kind wil als een probleemgeval worden
gezien. In feite zoekt een kind bondgenoten, mensen die in hem geloven, die zijn moeilijkheden erkennen,
maar ook weten dat daar een unieke kracht achter zit. Moeilijke kinderen bestaan niet is tegelijkertijd
een intelligente analyse en een warm pleidooi voor bondgenootschap in de opvoeding. Daarnaast staat het
boek vol met aanwijzingen hoe je je kind of pupil met andere ogen kunt leren zien en hoe je een nieuwe
toon kunt vinden in de dagelijkse omgang.
Dit Handboek PDD-NOS heeft zijn ontstaan te danken als antwoord op een vraag: Mijn zoon heeft de
diagnose PDD-NOS gekregen, maar wat betekent dat nu precies voor mijn zoon, mijzelf en mijn gezin?
Deze zo eenvoudig lijkende vraag leidde tot een persoonlijke zoektocht naar de oorzaken en gevolgen
van PDD-NOS. Het bleek dat er grote behoefte was aan gedegen informatie. PDD-NOS wordt de laatste
tijd steeds vaker bij kinderen gediagnosticeerd en ouders die meer wilden weten stuitten op hetzelfde
probleem als wijzelf. Er was een teveel aan onbegrijpelijke informatie en een tekort aan begrijpelijke
informatie.
Ruim vijftig jaar geleden beschreef de Oostenrijkse kinderarts Asperger voor het eerst dit syndroom,
waarbij mensen worden getypeerd die een gebrek aan inlevingsvermogen hebben, heel moeilijk vriendschappen
kunnen aangaan, eenzijdige gesprekken voeren, een enorme toewijding voor een specifieke interesse hebben
en motorisch onhandig zijn. De auteur, Engels psycholoog, heeft zijn ruim twintigjarige ervaring met
deze kinderen en volwassenen beschreven in een goed leesbaar boek voor ervaren lezers. Na
diagnosebeschrijving en sociaal gedrag beschrijft hij achtereenvolgens taal, preoccupaties,
motorische onhandigheid, cognitieve vaardigheden en overgevoeligheid voor zintuiglijke
waarnemingen. Prettig daarbij is dat hij elk hoofdstuk afsluit met een aantal conclusies en
reminders. Een uitvoerige Engelstalige literatuurlijst completeert dit boek dat door talrijke
praktijkvoorbeelden ongetwijfeld herkenbaar is voor de meer deskundige lezer.
In dit boekje wordt onderscheid gemaakt tussen de ADD-stoornis (Attention Deficit Disorder) en
die van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). Beide stoornissen worden met elkaar
verwisseld of op een hoop gegooid; dat dit onjuist is, wordt hier concreet gemaakt. Het zijn
stoornissen van neurologische oorsprong, niet psychisch; een baby heeft al ADHD/ADD bij zijn
geboorte. Een verstoring in de balans van de neurotransmitters is aangetoond. Een ADHD-kind is
overactief, een ADD-kind is dromerig. Mensen met ADD hebben last van aandachtstekort, problemen
met concentratie, geen tijdsbesef, moeite met overzicht, letten te veel op details of juist niet,
zijn vergeetachtig, enz. Mensen met ADHD praten tegen en niet met de ander, hebben moeite met
luisteren, kunnen niet stil zitten, zijn rusteloos, enz. Zo zijn er nog meer verschillen, die
in dit boekje helder uitgewerkt worden. Het grootste deel van de inhoud gaat verder over ADD.
De ADD'er kan zijn stoornis aardig verhullen en heeft zelfs extra gaven ontwikkeld zoals de
eigen ratio, innovatief zijn om problemen op te lossen, hooggevoelig zijn, onder stress kalm
blijven, autodidactisch vermogen, enz.
Last update: 10-02-2010
Disclaimer.
Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg
samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot
de informatie die, in welke vorm dan ook, via zijn site wordt aangeboden. Het
opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke
bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming,
goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden
ontleend. Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internet Site rust
auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend
toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen
over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen
met: (email: copyright@heinpragt.com)
Webdesign: © Hein Pragt
Fotografie: © Hein Pragt
Auteur: © Hein Pragt (Veenendaal - Utrecht - Nederland)
Privacy beleid
Wij maken gebruik van externe advertentiebedrijven om advertenties weer te geven wanneer u onze website
bezoekt. Deze bedrijven gebruiken mogelijk informatie (niet uw naam, adres, e-mailadres of telefoonnummer)
over uw bezoek aan deze of aan andere websites om advertenties weer te geven over goederen en services
waarin u wellicht geïnteresseerd bent. Als u hierover meer informatie wenst of als u wilt voorkomen dat
deze bedrijven deze informatie gebruiken, klikt u op
deze link.
|