Denken over denken pagina.
Verandering voorkom je niet door je ertegen te verzetten.
Onze hersenen zijn ongetwijfeld de belangrijkste organen van ons lichaam. Ons bewustzijn, persoonlijkheid, gevoelens en al onze gedragingen
ontstaan immers in onze hersenen. Onze hersenen worden als we geboren worden niet kant en klaar afgeleverd zoals bij veel lagere diersoorten.
Dit komt omdat de hoeveelheid informatie die nodig zou zijn om deze hersenstructuur volledig te beschrijven veel te groot is om in onze genen
(erfelijk materiaal) vast te leggen. De mens heeft na zijn geboorte een set basisvaardigheden (aanleg) maar moet daarna nog veel vaardigheden
(ervaring) leren. Hiervoor is in onze hersenen dan ook enorm veel capaciteit beschikbaar. Een heel groot verschil tussen een computer geheugen
en het menselijk geheugen is dat de computer alles exacte opslaat en de menselijke hersenen nogal last hebben van verstoringen en ruis. Maar omdat
in de menselijke hersenen zoveel capaciteit beschikbaar is kunnen we ons een enorme verspilling van opslag veroorloven waardoor we dit gebrek goed
kunnen compenseren.
In het eerste deel van deze pagina ga ik globaal in op de fysieke werking van de hersenen. De daarop volgende artikelen gaan niet zozeer over
de fysieke werking van de hersenen maar geven een idee hoe onze hersenen zouden kunnen werken als we ze als een soort black box zouden bekijken.
Als we kijken naar de invoer en de uitvoer van onze hersenen kunnen we een soort model maken van de processen die zich binnen onze hersenen
afspelen, zonder op de fysieke eigenschappen in te gaan.
(C) 2003 Hein Pragt
De hersenen van de mens zijn heel complex en ondanks veel onderzoek weten we nog niet echt veel over de werking
van de complexe processen die zich hierin afspelen. We weten ongeveer hoe het centraal zenuwstelsel anatomisch in
elkaar zit. Onze hersenen zijn tot indrukwekkende zaken in staat, niet alleen kunnen we relatief ingewikkelde
problemen oplossing we zijn ook in staat steeds weer nieuwe dingen te leren en ze bijna tachtig jaar te onthouden.
De rest van de cellen van ons lichaam zijn in deze tijd al een aantal keer vernieuwd.
De hersenen van een mens bestaan uit ongeveer 50 miljard zenuwcellen of neuronen. Elke cel staat in verbinding
met honderden tot duizenden andere cellen. Deze zenuwcellen kunnen de werking van andere zenuwcellen beinvloeden
door via hun uitlopers zeer korte elektrische pulsjes van 0,1 Volt te verzenden en door chemische stoffen
(neurotransmitters) af te geven.
Alle geestelijke processen berusten op het activeren van bepaalde neuronen, die met elkaar in verbinding staan.
De elektrische pulsjes worden opgewekt door eiwitkanalen in de celmembraan van de zenuwcel en kunnen zich met
een snelheid van 100 meter per seconde over zenuwvezels verplaatsen. Op de plaats waar de ene zenuwcel contact
maakt met de volgende, wordt het elektrisch signaal door een chemische verbinding aan de volgende cel doorgegeven.
De koppelingsplaats tussen twee cellen wordt de synaps genoemd. Een hersencel bestaat uit een cellichaam met
een kern en twee soorten uitlopers.
Relatief korte uitlopers waarlangs de signalen binnenkomen: de dendrieten, en een lange uitloper, waarvan het
uiteinde vertakkingen vertoont, het axon. De cel pikt via de dendrieten signalen op van vorige cellen, en geeft
ze via het axon door naar de volgende. Samen vormen deze cellen een zeer complex neuraal netwerk.
Via onze zintuigen komen signalen de hersenen binnen (beelden via de ogen, geluid via de oren enz). De hersenen
geven signalen terug aan de spieren door middel van elektriche pulsjes of klieren door het het afgeven van stoffen.
Fysieke verschillen in de hersenen van man en vrouw.
(C) 2003 Hein Pragt
Mannen hebben gemiddeld 16 procent meer hersencellen dan vrouwen maar bij vrouwen is het limbisch systeem
(het centrum van de emoties in onze hersenen) weer veel groter dan bij mannen. Ook is de hersenbalk
(corpus callosum) tussen de twee hersenhelften bij vrouwen groter, waardoor deze twee helften beter kunnen
samenwerken. Mannen gebruiken de beide helften van hun hersenen meestal voor specifieke doelen terwijl bij
vrouwen de twee helften meestal samenwerken.
Er zijn onderzoeken die aantonen dat de verschillen in de bouw van hersenen van mannen en vrouwen worden
veroorzaakt door geslachtshormonen in de eerste fase van het leven. De verschillen in de ontwikkeling van de
hersenen zijn al op jonge leeftijd aan te tonen. Jongetjes van 4 jaar oud zijn bijvoorbeeld beter dan meisjes
van dezelfde leeftijd in ruimtelijke oriëntatie terwijl meisjes van deze leeftijd weer beter zijn in het
onthouden van woordenreeksen.
Mannen en vrouwen scoren over het algemeen even goed op een algemene IQ test. Maar wel is gebleken dat mannen
en vrouwen op sommige deelonderwerpen afhankelijk van hun geslacht beter of minder scoren. Het is dus niet waar
dat één van de beide geslachten slimmer zou zijn dan de ander.
De oorzaak ligt in de oertijd.
Aangezien er in de oertijd een verdeling van taken tussen de mannen en vrouwen bestond, kunnen we aannemen dat
hieruit niet alleen een fysieke maar ook een psychische specialisatie ontstaan is De mannelijke jagers
specialiseerden zich in langdurige achtervolgingen en leerden zich te kunnen concentreren op lange termijn
doelen. Ze leerden om zich met één enkel probleem bezig te houden en bijzaken te negeren. Ook moesten ze hun
ruimtelijke oriëntatie verbeteren voor het rondtrekken voor de jacht en het inschatten van de afstand van een
speer of pijl. De vrouw moest in de oertijd vooral aan verschillende dingen tegelijk kunnen denken en alles
gelijktijdig kunnen organiseren. Ze moesten de groep in de gaten houden en op alle mogelijke gevaren van buitenaf
letten. De specialisatie van vrouwen was dus sociale organisatie en communicatie. De evolutie gaf de mensen
die het best voor deze taken geschikt waren de meeste overlevingskans, waardoor deze voor nageslacht kon zorgen
die deze erfelijke verschillen in de hersenen ook hadden. Er ontstond dus een verschillende specialisatie in
de hersenen van mannen en vrouwen.
De verschillen tussen hersenen van mannen en vrouwen op een rijtje:
- Vrouwen kunnen zich beter emotioneel uitdrukken (zowel mondeling als schriftelijk) omdat hun hersenhelften beter samenwerken en hun limbisch systeem groter is.
- Vrouwen ruiken beter dan mannen, omdat dit vermogen in het limbisch systeem ligt.
- Vrouwen zijn beter met woorden en kunnen reeksen onsamenhangende woorden beter onthouden.
- Vrouwen zijn beter in het gebruik van een routebeschrijving waar veel herkenbare punten op staan omdat ze hun goede visuele geheugen hiervoor gebruiken, mannen kunnen door hun goede ruimtelijke inzicht beter kaarten lezen.
- Vrouwen zijn in staat om meerdere taken tegelijk uit te voeren omdat hun hersenhelften beter samenwerken.
- Vrouwen zijn beter in het herkennen van gezichten.
- Vrouwen kunnen sneller zien of twee afbeeldingen hetzelfde zijn.
- Vrouwen hebben meestal een betere fijne motoriek.
- Vrouwen gebruiken hun hersenen efficienter dan mannen, mannen compenseren dit met grotere hersenen.
- Vrouwen hebben een breder blikveld terwijl mannen een verder blikveld hebben, ook kunnen mannen zich beter op één doel concentreren.
- Vrouwen kunnen beter onsamenhangende informatie opslaan terwijl mannen beter zijn in het opslaan van geordende informatie.
- Mannen zijn minder gevoelig voor depressies omdat ze zich minder bewust van hun emoties zijn.
- Mannen hebben een beter ruimtelijk inzicht en kunnen objecten beter visualiseren.
- Mannen kunnen beter complexe technische problemen oplossen.
- Mannen zijn bij problemen meer op actie gericht terwijl vrouwen meer op communicatie gericht zijn.
- Mannen hebben meer verbindingen tussen de hersencellen dan vrouwen waardoor de informatie overdracht tussen de cellen sneller verloopt waardoor ze beter complexere problemen kunnen oplossen.
(C) 2003 Hein Pragt
Om een goed beeld te krijgen hoe onze hersenen gegevens opslaan kunnen we een model gebruiken. Dit model heeft
niets met de werkelijkheid te maken maar geeft wel een beeld van de processen die zich afspelen bij de opslag in
onze hersenen. Omdat het geheugen oppervlag in de hersenen (het netwerk van neuronen) een grillig patroon is
zullen de gegevens die opgeslagen worden vervormd worden door het geheugen oppervlak. Door middel van het volgende
voorbeeld wil ik dit proberen duidelijk te maken.
In een zandbak maken we een bergje van zand, dit is het geheugen oppervlak van ons model. We nemen een emmer
water en laten een bepaalde hoeveelheid water op de top van het bergje stromen. Onmiddellijk zal ons opvallen
dat het water via een grillig patroon naar beneden stroomt en daarbij bepaalde kanalen maakt in het zand.
Sommige kanalen zijn echter breed en diep, sommige kanalen zijn smal en ondiep. Op deze wijze is er dus een
patroon gevormd in het zand. Dit patroon is de geheugen indruk van de gebeurtenis die het emmertje water tot
gevolg had. Als we voor de tweede keer water op dit zandbergje laten stromen zal er iets bijzonders gebeuren.
Het water zal voor een groot gedeelte door de al bestaande kanaaltjes weglopen en maar een paar nieuwe kanaaltjes
veroorzaken. De bestaande kanaaltjes zullen door de tweede hoeveelheid water alleen maar dieper worden dus elke
keer als we opnieuw water op het bergje laten stromen zal het eerst opgeslagen patroon dieper worden en een
aantal kleine nieuwe kanaaltjes ontstaan. Bij iedere nieuwe opslag zal het bestaande patroon dus verstrekt
worden en een paar kleinen nieuwe details nieuw toegevoegd worden.
Als we hetzelfde doen met een tweede bergje zand zal het grillige patroon heel anders zijn. Het oppervlak zal
dus een heel ander patroon vertonen, hoewel de gebeurtenis (een emmertje water) hetzelfde was. Zo zal ook bij
elk individueel mens het patroon dat ontstaat in de hersenen anders zijn omdat het netwerk van neuronen bij
ieder mens anders is ontstaan. Het geheugen oppervlak heeft dus grote invloed op de wijze waarop het patroon
opgeslagen gaat worden. De bijbehorende indruk zal bij elk mens de gebeurtenis die het patroon deed veroorzaken
terugroepen maar de indruk is voor elk individu anders opgeslagen.
De opslag van een patroon zal dus ook nooit exact zijn, omdat het geheugen oppervlak het patroon zal vervormen.
Maar omdat we een enorme overcapaciteit hebben in onze hersenen zullen meerdere varianten van dezelfde
gebeurtenis ook meerdere patronen laten ontstaan of meerdere details toevoegen aan het bestaande patroon
waardoor herkenning steeds eenvoudiger zal worden. Als we een patroon als een vierkant herkennen maakt het
niet uit hoe groot of klein het is, welke kleur het heeft en of de randen groot of klein zijn. De mens zal na
veel vierkanten herkent te hebben steeds beter in staat zijn om het patroon te herkennen. Dit is natuurlijk
een eenvoudig voorbeeld maar het gaat ook op voor complexere patronen.
Natuurlijke denken.
(C) 2003 Hein Pragt
Dit zouden we ook het rauwe, eenvoudige of primitieve denken kunnen noemen. Natuurlijk denken
lijkt veel op het denken in extremen, cliche's en vooroordelen. Een waarneming heeft een vooraf
bepaald gevolg. Het is denken in zeer rechte korte lijnen van oorzaak naar gevolg. Ook is het erg
gevoelig voor herhalingen, iets lijkt meer juist als het meerdere keren gebeurt.
Het natuurlijke denken is ook vatbaar voor dominantie in waarnemingen, een felle kleur maakt
iets bijvoorbeeld meer belangrijk, en het mist ook het gevoel voor proportie. Als één Duitser
toevallig dronken en vervelend is, zal het natuurlijke denken vaak tot de conclusie komen dat alle
Duitsers dronkenlappen zijn. Wanneer één puber rebels is, zijn alle pubers rebels. Als bepaalde
patronen zich gevormd hebben in het natuurlijk denken is het moeilijk deze nog te veranderen,
aangezien het gedachten patroon enkel datgene volgt wat benadrukt wordt.
Er is weinig ruimte voor vaagheid of twijfel in het natuurlijk denken omdat een kleine
dominantie van een opgeslagen patroon onmiddellijk de aandacht daarheen zal sturen. Ook sluit het
gebrek aan gevoel voor proportie het herkennen van alternatieven uit, als eenmaal een patroon
herkend is heeft het de volledig aandacht. Het natuurlijke denken maakt meer gebruik van extremen
en uitersten omdat deze patronen zich gemakkelijker vestigen dan gemiddelde patronen.
Kort samengevat kunnen we stellen dat het natuurlijke denken de natuurlijke manier is waarop het
geheugenoppervlak zich van nature gedraagt. Het is onmiddellijk en direct maar is ook geneigd tot
aanzienlijke vergissingen.
Logisch denken.
Het logische denken is een verbetering van het natuurlijke denken omdat het selectief een aantal
banen van het natuurlijk denken blokkeert. Het logische denken blokkeert sommige banen van het
natuurlijk denken door middel van een nee conditie, waardoor de stroom langs andere banen verder
gaat. Logica kan men voorstellen door het gelijk zijn of niet gelijk zijn. Vaak is het eenvoudiger
om de niet gelijk conditie te herkennen dan de complexere gelijk conditie omdat de eerste kleine
ongelijkheid onmiddellijk een nee tot gevolg heeft.
Niet gelijk aan kan ook staan voor fout, of een verkeerde combinatie, hiervoor worden tegenstrijdige
patronen op het geheugenoppervlak gebruikt. Deze patronen ontstaan door eerdere ervaringen die
gevoelens of emoties gekoppeld hebben aan bepaalde patronen. Deze emoties kunnen zowel fysieke
gevoelens als pijn maar ook emotionele gevoelens als angst of verdriet zijn. Ook kunnen een groot
aantal patronen gevormd zijn door beloning of bestraffing. Het logische denken is dus één stap
verder dan het natuurlijke denken omdat het natuurlijke denken controleert en corrigeert door
middel van nee condities.
Het natuurlijke denken geeft een aantal rechtlijnige reacties op een bepaalde gebeurtenis, het
logische denken blokkeert een aantal van deze reacties en selecteert zo de beste reactie. We zouden
kunnen stellen dat het natuurlijk denken onze eerste impulsieve gedachten zijn en het logische
denken hier corrigerend werkt waardoor we gebruik maken van eerder opgeslagen patronen om dezelfde
fouten niet meer te maken. Het logische denken kan de aandacht dus af leiden naar minder voor de
hand liggende patronen.
Logische denken is een grote verbetering ten opzichte van het natuurlijke denken maar kent nog
steeds veel beperkingen. Het te vroeg blokkeren van banen door het te snel toekennen van een nee
kan ook banen blokkeren die uiteindelijk nuttig hadden kunnen zijn. Logische denken beperkt
het natuurlijke denken en zorgt er voor dat weinig gebruikte patronen in staat om gebruikt te
worden. Bij succes zullen deze patronen dan ook sterker worden in het natuurlijke denken.
Wiskundig denken.
Wiskundig denken is het denken volgens een vooraf bepaald patroon of formule. Dit vooraf bepaald
patroon is te vergelijken met een recept. Men voert de instructies van het recept uit op de
ingrediënten waardoor een van tevoren bepaald doel, namelijk het gerecht bereikt zal worden.
Het recept kan in dit geval gezien worden als een soort van wiskundige formule. Sommige formules
bestaan uit gedetailleerde instructies, maar soms is het handiger om algemene regels te hebben
die in verschillende combinaties toegepast kunnen worden.
Een ander woord voor deze formules of recepten is algoritmen. Een algoritme is een vast patroon
dat niet is afgeleid uit de aangeboden informatie, het patroon dient alleen om die informatie te
controleren en te ordenen. Een algoritme kan een wiskundige techniek zijn, maar ook een woordpatroon
of elk ander soort vooraf ingesteld patroon.
Binnen wiskundig denken gedraagt de informatie zich volgens de regels van het algoritme en niet
volgens de regels van het geheugenoppervlak. Niet de informatie zelf zal de kanalen aanleggen, de
kanalen worden deze op voorhand gegraven en de informatie moet deze ingestelde kanalen
volgen. Op deze manier kunnen de meeste fouten en beperkingen van het natuurlijk en logisch denken
vermeden worden. Het resultaat hiervan is een zeer doeltreffende methode om informatie te verwerken.
Maar zelfs hier zijn er beperkingen, het volgende voorbeeld geeft dit heel duidelijk weer.
We nemen als voorbeeld het probleem van de twee fietsers, die op dertig kilometer afstand van
elkaar vertrekken en naar elkaar toe rijden en daarbij een snelheid aanhoudend van vijftien kilometer
per uur. Een vlieg vertrekt van de neus van de ene naar de neus van de andere fietser, en dan terug
met een constante snelheid van vijftig kilometer per uur. Als de vlieg op deze manier heen en weer
vliegt tot de fietsers elkaar ontmoeten, hoeveel kilometer zal de vlieg dan afgelegd hebben? Voor
het gemak nemen we aan dat de pauze op de neus van de fietsers geen tijd in beslag zal nemen.
Dit probleem werd gegeven aan een bekende wiskundige, die er een tijdje over nadacht en toen
aangaf dat het probleem opgelost kon worden met behulp van een nogal lastige, wiskundige techniek
om met een afnemende reeks om te gaan. Hij deed er een tijdje over om het probleem uit te werken en
gaf het juiste antwoord.
Een student loste het probleem veel eenvoudiger op. Hij rekende uit dat de fietsers er een
uur over zullen doen om elkaar te ontmoeten. Aangezien de vlieg vijftig kilometer per uur vliegt
zal hij dan vijftig kilometer hebben afgelegd.
Deze oplossing was het gevolg van een andere kijk op het probleem door niet naar de (voor de
hand liggende) afstand, maar naar tijd te kijken. De wiskundige was niet op de eenvoudige oplossing
gekomen omdat hij in staat was het probleem op moeilijke manier uit te werken.
Het hierboven vermelde probleem geeft aan dat ook het wiskundig denken zijn beperkingen heeft.
Lateraal denken.
(C) 2003 Hein Pragt
Als je enige gereedschap een hamer is, ziet elk probleem eruit als een spijker.
De bedoeling van het laterale denken is het ondervangen van de fouten als de beperkingen van het
geheugenoppervlak. Zowel logisch als wiskundig denken kunnen niet volledig de beperkingen van het
geheugenoppervlak ondervangen. Het natuurlijke denken selecteert een baan op basis van
nadruk, het logische denken sluit banen af op basis van het herkennen van verkeerde combinaties en
het wiskundige denken gebruikt de regels van een formule voor selectie. Meestal worden bekende
patronen in onze hersenen alleen verbeterd door informatie die van buitenaf komt zoals nieuwe
ervaringen of bevestiging van ervaringen. Het patroon zal aangevuld of aangepast worden.
Het laterale denken is gebaseerd op het opnieuw ordenen van de bestaande informatie om zodoende
nieuwe informatie te laten ontstaan. Het laterale denken is in staat de vertrouwde patronen aan te
passen zonder invloeden van buitenaf. Het laterale denken is ook denken met veel verspilling,
maar we hebben zoveel onbenutte capaciteit in onze hersenen dat we ons dit in ruime mate kunnen
veroorloven.
Een probleem kent vaak een begin en een eindsituatie en het denkproces is het vinden van een weg
van het begin naar de eindsituatie. Normaal is de mens geneigd om een zo recht mogelijke lijn te
volgen van begin naar einde via beproefde methodes. Als ergens in deze lijn een onmogelijkheid
of een schijnbare onmogelijkheid zit, gooien de meeste mensen onmiddellijk de hele oplossing weg
om een nieuwe te zoeken. Iemand die lateraal denkt gaat verder met de ingeslagen weg met de gedachte
van stel dat het wel mogelijk zou zijn. Dit geeft hem een middel om verder te kijken dan die positie
waar het schijnbaar onmogelijk leek. Dit kan dan leiden tot geheel nieuwe inzichten.
Bedenk eens hoe zou de wereld er uit zien als varkens konden vliegen. Dit is een voorbeeld van
dit soort denken. De meeste mensen zouden denken dat varkens nooit kunnen vliegen en ook niet
fantaseren wat de gevolgen zouden zijn als het wel kon. Iemand die dat wel doet kan tot inzichten
komen die niets met vliegende varkens te maken hebben, maar wel heel nuttig kunnen zijn op een
ander gebied.
Soms kan een probleem niet direct opgelost worden maar wel via een andere weg. Om deze weg te
vinden is het nodig bepaalde vaste patronen te negeren en op een andere wijze naar het probleem te
gaan kijken. In het voorbeeld bij wiskundig denken, wilde de wiskundige het probleem
op een voor hem bekende wijze oplossen. Als hij ook de aandacht van afstand naar tijd had verschoven,
had hij waarschijnlijk ook de veel simpelere oplossing gezien.
Ook kan het soms handig zijn om het probleem vanuit de eindsituatie naar de beginsituatie te
herleiden, of het probleem eens compleet om te draaien. Door middel van fantasie en humor kunnen
nieuwe patronen ontstaan die tot nieuwe inzichten kunnen leiden.
Lateraal denken is soms denken via een zijweg of een omweg, als een omweg onmogelijk lijkt, maar
het wel mogelijk zou zijn tot een goede oplossing zou leiden, is het handig om de aandacht eens te
richten op het mogelijk maken van deze omweg.
Lateraal denken houdt in dat u selectief de beperkingen van alle andere methodes van denken
tijdelijk buiten werking zet. Als een pad niet logisch is kan het toch een perfecte oplossing zijn
als u durft verder te denken voorbij de logische nee situatie.
Lateraal denken maakt de andere vormen van denken niet overbodig, het heeft de andere vormen van
denken nodig om nieuwe patronen te valideren. Als het lateraal denken een nieuw patroon gegenereerd
heeft kan het bijvoorbeeld door positieve ervaringen tot een vorm van natuurlijk denken worden.
Als lateraal denken een ruime hoeveelheid soms onzinnige oplossingen gegenereerd heeft kan het
logisch denken weer een selectie uitvoeren om de beste oplossing te kiezen.
Lateraal denken heeft veel met creativiteit te maken en het vermogen van mensen om zich los te
maken van bestaande ideeën en patronen.
(C) 2003 Hein Pragt
|
Edward de Bono werd geboren in 1933 op Malta. Hij studeerde medicijnen aan de Universiteit van
Malta en promoveerde in psychologie en fysiologie in Oxford. Zijn belangrijkste boek is The Use of
Lateral Thinking. Hij is de goeroe van het creatieve denken en de uitvinder van het begrip lateraal
denken. Hij is als goeroe groot geworden door één enkel idee steeds verder uit te melken, op basis
van lateraal denken schreef hij inmiddels zo'n dertig boeken. Hij zegt van zichzelf: 'Ik ben een
van de weinige mensen in de geschiedenis die een belangrijke invloed heeft gehad op de manier waarop
mensen denken'.
|
|
Uitspraken van Edward de Bono
A person who knows all the answers, has an opinion on everything, has
a certainty backed up by rational argument, has very little possibility
of further progress. Such a person is unlikely to walk away from a discussion
with anything more than a reaffirmation of how right he or she has been
all along
(Edward de Bono)
Creativity involves breaking out of established patterns
in order to look at things in a different way.
(Edward De Bono )
Humor is by far the most significant activity of the human brain.
(Edward De Bono)
The thing that makes a creative person is to be creative and that is all there is to it.
(Edward Albee)
Whatever creativity is, it is in part a solution to a problem.
(Brian Aldiss)
The good ideas are all hammered out in agony by individuals, not spewed out by groups.
(Charles Browder)
Creativity is inventing, experimenting, growing, taking risks, breaking rules, making mistakes, and having fun.
(Mary Lou Cook )
Creative minds have always been known to survive any kind of bad training.
(Anna Freud)
The things we fear most in organizations like fluctuations, disturbances, imbalances are the primary sources of creativity.
(Margaret J. Wheatley)
Anyone can look for fashion in a boutique or history in a museum. The creative explorer looks for history in a hardware store and fashion in an airport.
(Robert Wieder)
If I had no sense of humor, I would long ago have committed suicide.
(Mahatma Gandhi)
Humor is just another defense against the universe.
(Mel Brooks)
(C) 2003 Hein Pragt
Als kind had ik al belangstelling hoe de menselijke hersenen werken. Als jongen van 8 spaarde ik weken om
de eerste elektronische rekenmachine te kunnen kopen, om die eenmaal thuis, tot afgrijzen van mijn ouders
onmiddellijk uit elkaar te halen. Op dertienjarige leeftijd las ik ongeveer alles wat er toen over computers
gepubliceerd werd en dat was toen helaas nog niet erg veel. Toen ik 17 jaar was kocht ik mijn eerste echte
computer (TRS-80) die ik ook onmiddellijk uit elkaar haalde en aanpaste aan mijn eigen wensen. Ik wilde tot
op het laatste bit niveau weten hoe het apparaat werkte en na een jaar wist ik dit.
Vanaf die tijd ging ik me ook bezig houden met kunstmatige intelligentie. Ik schreef een Nederlandse
versie van het kunstmatige intelligentie computerprogramma Eliza dat al een beetje intelligentie na kon
bootsen en een adventure game interpreter voor het verwerken van natuurlijke taal. Al snel ontdekte ik dat de
menselijke hersenen heel anders werken dan een computer geheugen.
In mijn werk kreeg ik gelukkig ook te maken met kunstmatige intelligentie toen ik bij Wolters Kluwer als
software ontwikkelaar meewerkte in het team dat de bestaande opgeslagen uitgaven (meest wetgeving) moest
interpreteren en omzetten naar SGML (structuur) gecodeerde bestanden. We schreven complexe grammatica en
gebruikten patroon herkenning software. Al snel ontwikkelde ik een groot ontzag voor de menselijke hersenen
die voor mij heel ingewikkelde processen toch heel eenvoudig en snel konden uitvoeren terwijl wij telkens
weer ontdekten hoe ambigu (voor meerdere uitleg vatbaar) de gedrukte taal in elkaar zat. Het computer
programma was bijna niet in staat de context te herkennen. Als voorbeeld probeerde ik een programma te maken
dat in de Nederlandse taal enkelvoud naar meervoud kon omzetten. Dit bleek een bijna onmogelijk probleem
voor een computer, terwijl wij mensen dit zonder problemen heel snel kunnen.
Toen ik me ook nog ging interesseren in psychologie was het plaatje compleet. Deze artikelen zijn dan ook
ontstaan vanuit mijn ideeën en overpeinzingen over de menselijke hersenen en de processen die zich hier
in afspelen. Ook ben ik zeer geïnspireerd door het werk van Edward de Bono, de schrijver van het
boek 'denken over denken', wat op deze pagina wel duidelijk merkbaar zal zijn.
09 - Denkwerk - Denkwerk algemeen
Puzzels om lateraal denken te trainen
Om lateraal denken te trainen kunt u proberen situatiepuzzels op te lossen. Dit kan ook een leuk
gezelschap spel zijn waarbij een persoon de puzzel vertelt en de rest van het gezelschap door
middel van het stellen van Ja / Nee vragen de oplossing moet achterhalen. Als er geen ja of nee
antwoord mogelijk is kan het antwoord ook "niet relevant" zijn. Het leert u om door middel van
creatieve vragen de meestal vrij onconventionele oplossing te achterhalen.
Hier onder staan een aantal voorbeelden van deze situatie puzzels.
Op het internet zijn nog veel meer voorbeelden te vinden.
Een man stapt in een taxi en vertelt de chauffeur de bestemming.
Na een korte rit stopt de chauffeur ergens in een afgelegen gebied,
waarna hij een pistool pakt en de klant neerschiet. Hierna dumpt hij
het lijk en rijdt hij terug naar de stad. De chauffeur had geen crimineel
verleden en had de klant nog nooit eerder ontmoet. Ook had hij absoluut
geen interesse in het geld van de klant.
Wat was de reden om deze man te vermoorden?
( OPLOSSING )
Een man gaat samen met zijn zoon een stukje rijden in zijn auto.
Ze raken verwikkeld in een ernstig ongeluk waarbij de man ter plekke
overlijdt. De zwaargewonde zoon wordt naar het ziekenhuis gebracht,
waar de dienstdoende Chirurg een levensreddende operatie moet uitvoeren.
Deze kijkt naar de man op de operatietafel en zegt verschrikt "deze
persoon kan ik niet opereren, het is namelijk mijn zoon."
Hoe is dit mogelijk?
( OPLOSSING )
Twee normaal geklede inbrekers kloppen op de deur van het huis dat
ze willen beroven. Ze wachten tot de hond naar de deur komt en begint
te blaffen, waarna ze via een raam inbreken in het huis. De volwassen
waakhond volgt hen overal, maar bijt ze niet. Ze nemen de buit mee
en vertrekken. Wanneer de eigenaar thuis komt wordt hij begroet door
de hond, waarna hij de hond naar de dierenarts moet brengen. De hond
had een goede opleiding tot waakhond gehad, liep altijd vrij in het
huis, en zou nooit voedsel van iemand anders dan zijn eigen baas aannemen.
Hoe was het mogelijk dat deze twee inbrekers ongestoord konden inbreken?
( OPLOSSING )
Een man duwt zijn auto naar een hotel, als hij daar aankomt beseft
hij dat hij failliet is.
Hoe is dit mogelijk?
( OPLOSSING )
Op een dag ontvangt een man een postpakket. Hij maakt het pakket
open wat niet erg eenvoudig is, omdat de man slechts een arm heeft.
De inhoud blijkt een menselijke arm te zijn en de man lijkt zeer tevreden
te zijn bij deze aanblik. Hij pakt de arm weer zorgvuldig in en verzendt
hij het opnieuw. Ook de tweede man die het pakket ontvangt, onderzoekt
de inhoud en lijkt zeer tevreden te zijn, waarna deze het pakket meeneemt
naar het bos om het daar te begraven. Ook dit is niet zo eenvoudig
omdat ook deze man slechts een arm heeft.
Wat is hier aan de hand?
( OPLOSSING )
Langs de weg staat een auto met waarin op de achterbank een zeer
grote vis ligt. Een stukje verderop staat een telefooncel waarin een
dode man ligt in een plas met bloed. De telefoon hangt van de haak
en de glazen ruiten van de telefooncel zijn gebroken.
Wat is hier gebeurd?
( OPLOSSING )
Een man loopt lusteloos rond in zijn appartement op de 24 ste verdieping
van een flat. Hij voelt zich eenzaam en besluit dat er geen reden
meer is om te blijven leven. Hij besluit zichzelf te doden door uit
het raam te springen. Tijdens zijn val hoort hij een telefoon rinkelen
waarna hij spijt heeft van zijn besluit, maar helaas valt hij dood
te pletter op de straat. Waarom sprong hij uit het raam en waarom
had hij er na het horen van de telefoon spijt van?
( OPLOSSING )
Een man komt een gebouw binnen en vraagt iets te drinken. Na een
korte aarzeling wordt er een pistool op hem gericht. De man schrikt,
maar bedankt de andere persoon en verlaat tevreden het gebouw.
Wat is hier aan de hand?
( OPLOSSING )
Bert en Anneke liggen dood op de vloer van de slaapkamer. Het raam
staat open en op de vloer ligt een bal, een plas water en gebroken
glas.
Wat is er gebeurd?
( OPLOSSING )
Een man gaat elke dag naar zijn werk op de veertiende verdieping
van groot kantoorgebouw. In de ochtend neemt hij de lift naar de zesde
verdieping, waarna hij de rest van verdiepingen de trap neemt. Dit
doet hij echter alleen als er geen andere mensen in de lift staan,
als er wel andere mensen in de lift staan neemt hij de lift tot de
veertiende verdieping. Hij gaat elke avond geheel met de lift naar
de begane grond.
Waarom vertoont deze man dit rare gedrag?
( OPLOSSING )
Jan en zijn vrouw Gerda staan te wachten op de uitrit bij hun huis
op een opening in het drukke verkeer op de straat. Tijdens het wachten
kijkt Gerda op een kaart voor de kortste route en Jan zit te mopperen
op het drukke verkeer. Gerda probeert hem gerust te stellen. Eindelijk
is er een opening in het verkeer en Jan trekt met piepende banden
op. "Pas een beetje op" waarschuwt Gerda. Hierna overleggen ze over
het avondeten. Opeens rijdt Jan in op een stilstaande vuilniswagen
waarna hij met zijn hoofd tegen de ruit knalt. Gerda, die alleen erg
schrikt belt bijna hysterisch het alarmnummer. Maar ondanks dat ze
de stad op haar duimpje kent kan ze niet zeggen waar het ongeluk heeft
plaatsgevonden.
Waarom niet?
( OPLOSSING )
Last update: 02-04-2013
|