Attributietheorie (F. Heider)
| Wat is de attributietheorie. |
(C) 2011 Hein Pragt
Een belangrijke eigenschap van de mens is dat hij dingen kan uitleggen. Ouders zijn daar soms ware meester in omdat kinderen
maar blijven vragen waarom dit en waarom dat. Het lijkt er sterk op dat de mens graag een verklaring zoekt of wil geven voor
dingen, en zoekt hoe men zaken kan beïnvloeden. Bijna iedereen heeft wel eens een moment het eigen gedrag of dat van anderen
proberen te verklaren en een poging gedaan om verbanden te zien tussen gedrag en de oorzaken van het gedrag. Vaak willen we
namelijk graag een reden vinden voor het eigen gedrag of dat van een ander want dat maakt de wereld meer geordend en dus meer
voorspelbaar. Dit onderdeel van de sociale psychologie heet de attributietheorie en de Oostenrijkse Amerikaan Fritz Heider
was hiervan in 1958 een belangrijke grondlegger. De theorie gaat over de wijze waarop mensen het gedrag van zichzelf en van
anderen verklaren in termen van oorzaak en gevolg en hoe dit van invloed is op hun eigen motivatie. Deze theorie verdeelt de
wijze waarop mensen attribueren (oorzaken toekennen aan iets) in twee typen, namelijk interne en externe attributie.
Externe attributie. (Ik kon er niets aan doen)
We spreken van externe attributie als men de oorzaken zoekt buiten de invloedssfeer van de betrokkene.
Een goed voorbeeld is iemand die zakt voor een examen en aangeeft dat dit komt doordat het te warm was in
het lokaal en er teveel lawaai was van buiten waardoor hij of zij zich niet kon concentreren. De meeste
mensen hebben de neiging om bij vervelende gebeurtenissen de oorzaak extern (buiten zichzelf) te zoeken,
zoals de schuld leggen bij het openbaar vervoer als men te laat komt (men had ook een trein eerder kunnen
nemen), of zakken voor een test omdat de cursusleider zo slecht les gaf. Sommige mensen leggen de
verantwoordelijk buiten zichzelf door bijvoorbeeld aan te geven dat de duivel de oorzaak was, maar ook
kinderen geven vaak aan dat een ander de oorzaak was van een gebeurtenis. Ook bij het verbreken van relaties
ligt de oorzaak vaak buiten de persoon zelf en dus bij de ex partner. De meeste mensen hebben de
neiging om te attribueren op een wijze die prettig en positief is voor het eigen zelfbeeld.
Interne attributie. (Dit is mijn prestatie)
We spreken van interne attributie als men de oorzaken zoekt binnen de invloedssfeer van de betrokkene. Dan is de verklaring
die iemand geeft voor het zakken voor het examen dat hij of zij niet slim genoeg is of omdat men niet voldoende gestudeerd heeft.
Nog een voorbeeld van interne attributie is een sporter die het zeer goed doet en als redenen van het succes veel trainen, gezonde
voeding en goede nachtrust aangeeft. Aangezien dit allemaal dingen zijn die binnen de invloedsfeer van deze sporter liggen spreken
we van interne attributie.
De meeste mensen hebben ook de neiging om bij leuke en positieve gebeurtenissen de oorzaak intern (dus bij zichzelf) te zoeken
en zichzelf zo op de borst te kloppen. U bent geslaagd voor dat examen of die test omdat u slim bent of heel erg goed uw best
gedaan heeft.
Het gedrag van de ander.
Bij het verklaren het gedrag van een ander hebben veel mensen de neiging dat gedrag te wijten aan
factoren die binnen de andere persoon liggen, zoals een bepaalde persoonlijkheid, (zelfs een
persoonlijkheidsstoornis) of karaktertrekken. Het lijkt er zelf op dat men dit vol probeert te
houden zelfs als er duidelijk bewijs is dat de omgeving een grotere rol speelde. Onderzoek heeft
uitgewezen dat mensen vaak vrij snel attribueren bij gedrag van anderen en vaak daar ook weer
conclusies aan verbinden over de persoonlijkheid van de ander. Tegenwoordig lijkt het af en toe
dat men zelfs een persoonlijkheidsstoornis toekent aan mensen die bepaald gedrag vertonen op basis
van bepaalde gedragingen die ook een duidelijk andere oorzaak kunnen hebben. De ander is een narcist,
een borderliner of een egoïst waardoor de oorzaak afgewenteld kan worden op een ander en men zelf een
onschuldig slachtoffer is en alles dus buiten de eigen invloedsfeer valt.
Attributie fouten!
Attributie kan dus ook problematische vormen aannemen als vervelende gebeurtenissen meestal intern
in plaats van extern geattribueerd worden en prettige gebeurtenissen meestal extern in plaats van intern.
We spreken dan van fundamentele attributiefouten waarmee de neiging bedoeld wordt om gedrag van anderen
te wijten aan de persoonlijkheid of het karakter van die ander waarbij de factoren die buiten de
invloedssfeer van een persoon liggen worden onderschat, terwijl factoren die binnen de invloedssfeer
van een persoon liggen worden overschat. De psycholoog Ross introduceerde in 1977 voor deze cognitieve
fout de term 'fundamental attribution error' of ‘fundamentele attributiefout’. Ook bestaat er de
'self serving bias' wat een ander soort attributiefout is waarbij men overdreven zichzelf het succes
toewijst en al het falen aan factoren buiten zichzelf of de schuld altijd bij anderen legt.
| Boeken over attributie en sociale psychologie |
Waarom is de eerste indruk zo belangrijk en waarom nemen mensen zo makkelijk gedragingen en meningen van
anderen over? Hoe kunnen we deze sociale beïnvloeding verminderen en waarom voelen we ons aangetrokken tot
sommige mensen en niet tot andere? Dat zijn slechts enkele van de vele onderwerpen die in dit boek aan
bod komen. Ze hebben alle betrekking op de sociale psychologie, het wetenschapsdomein dat onderzoekt
hoe mensen zich in hun gedrag, hun gedachten en gevoelens laten beïnvloeden door anderen en hoe ze
die anderen ook zelf beïnvloeden. In deze inleiding laten vier psychologen en een sociaal pedagoge de
lezer kennismaken met het vakgebied van de sociale psychologie. Het boek werd in de eerste plaats
geschreven voor hogeschoolstudenten, maar is door de vlotte schrijfstijl ook toegankelijk voor de
geinteresseerde leek. Na een woord vooraf, waarin we kennismaken met verschillende soorten wetenschappelijk
onderzoek, wordt een algemeen beeld geschetst van de sociale psychologie. Vervolgens wordt ingegaan op
uiteenlopende onderwerpen als de sociale waarneming, de constructie van het zelfbeeld, de groepsperceptie,
attitudes, sociale normen, macht en onmacht, agressie en conflict etc. De theoretische inzichten worden
steeds verduidelijkt met verwijzingen naar onderzoeken en voorbeelden uit het dagelijkse leven. Een
aantal hoofdstukken start bovendien met gerichte vragen.
Wanneer men meer wil weten over sociale psychologie, wordt men doorgaans geconfronteerd met uitgebreide inleidingen vol citaten
en verwijzingen. Deze "Kleine sociale psychologie" is anders opgezet en nodigt uit tot lezen door de populaire stijl met veel
illustratieve voorbeelden. Het biedt de lezer een raamwerk van kennis die aansluit bij zijn eigen belevingswereld en die hem
helpt zijn ervaringen in een breder perspectief te plaatsen. Dit maakt het boek geschikt voor al die opleidingen waar een inleiding in
de sociale psychologie op het programma staat, waar gebruik wordt gemaakt van sociaal psychologische begrippen en waar men wil aansluiten
bij de ervaringen van de studenten, zoals middelbare opleidingen sociaal pedagogisch werk, arbeidstherapie,
activiteitenbegeleiding, personeelsbeleid, verpleegkunde en verzorgende beroepen.
De sociale psychologie, ook wel gedragsleer genoemd, is een vakgebied dat zich lastig laat afbakenen.
Zeer veel thema's vallen eronder en de visies daarop van sociaal-psychologen lopen sterk uiteen. In dit
boek wordt dan ook niet geprobeerd een enge omschrijving van het begrip 'sociale psychologie' te geven,
maar passeert een aantal feiten en ideeën over het gedrag van individuen in groepen de revue. Eerst ligt
de nadruk op het individu, daarna op hoe het individu in de wereld staat, anderen waarneemt en met hen
omgaat. Vervolgens komt het gedrag in en van groepen aan de orde. Tenslotte laat het boek zien dat
sociaal-psychologische inzichten steeds vaker worden toegepast, op allerlei gebied, bijvoorbeeld in
de gezondheidszorg, in de sport, in instellingen en in organisaties.
Last update: 20-04-2013
|