Alleen wonen in Nederland
(C) 2001 Hein Pragt (Gebaseerd op onderzoek CBS).
Het CBS voorspelt in 2025 drie miljoen alleenstaanden. Nu kent Nederland 2,3 miljoen
mensen die bewust of noodgedwongen alleen wonen. Die grote toename is vooral toe te
schrijven aan de grotere zelfstandigheid van het individu, vooral van vrouwen. Die onafhankelijkheid,
ook op financieel vlak, heeft ook gevolgen voor de houdbaarheidsdatum van relaties, omdat men een partner
of een relatie niet meer nodig heeft voor het levensonderhoud. Hierdoor gaan mensen vaak ook hogere
eisen stellen aan hun relatie, waardoor relaties helaas vaak sneller verbroken worden.
De meeste alleenstaanden waren vroeger echt eenzaam, tegenwoordig is alleen wonen vaak een
bewuste keuze en spreekt men van "happy singles". Ook blijven veel mensen die een relatie hebben
op zichzelf wonen in de vorm van een latrelatie, vaak omdat ze onafhankelijk willen zijn. Een goede
term hiervoor is parttime singles. Alleen wonen is natuurlijk niet altijd een bewuste keuze, het
komt ook vaak voor dat alleenstaanden zich wel eenzaam voelen, vooral na het verlies of het
vertrek van hun partner.

Onder jongeren is er ook een sterke groei van alleen wonen, dit komt vooral door de individualisering.
Na het ouderlijk huis ga je eerst een tijdje alleen wonen, om te studeren of omdat je zelfstandig
wilt zijn. Na misschien een aantal min of meer losse relaties bouw je een vaste band met iemand op,
met wie je dan evetueel gaat samenwonen of trouwen. Na een echtscheiding gaat een aantal mensen vaak
heel snel weer een nieuwe relatie aan waarmee ze dan weer gaan samenwonen of trouwen. Een groot
aantal mensen blijft echter na een echtscheiding bewust of soms ongewild alleen wonen.
Een paar merkwaardige details zijn:
- Gescheiden vrouwen hertrouwen minder vaak dan gescheiden mannen.
- Het percentage alleenstaanden is het hoogst onder hoogopgeleiden.
- Ook is het aantal alleenstaanden onder de niet werkende mannen tweemaal zo hoog als dat
van werkende mannen. Mogelijk zijn deze mannen minder aantrekkelijk als partner (en kostwinner)
dan mannen met een baan. Dit zou echter een beetje in strijd zijn met de grotere onafhankelijkheid van vrouwen.
Momenteel bestaat één op de drie huishoudens uit slechts één persoon, hetgeen bijvoorbeeld grote
invloed op de woningmarkt heeft. Ongeacht leeftijd vindt ongeveer een derde van alle alleenstaanden
dat alleen wonen meer voor- dan nadelen heeft. Bijna de helft geeft de voorkeur aan samenwonen
en de rest heeft geen duidelijke mening. De voorkeur om wel of niet samen te wonen is wel sterke
afhankelijk van leeftijd. Zo geeft meer dan 90 procent van de alleenwonende twintigers aan dat
ze wel willen samenwonen, maar is dat bij alleenwonende veertigers gedaald naar 40 procent. Soms
hebben negatieve ervaringen hier mee te maken, of is men na langere tijd zo gewend geraakt aan de
eigen leefstijl dat men er tegen op ziet om hun woning weer te delen.
Last update: 18-04-2013
|