Hein Pragt Heinpragt.com
© Hein Pragt ( Hyves , Facebook , Linkedin  )

  Taalfoutje melden! 
Meer site van Hein Pragt zijn, www.alleenwonen.nl voor alleenstaande ouders, www.eroses.eu over de liefde, www.pragt.info over techniek en www.kidsvannu.nl voor kinderen van alle leeftijden.
 
 

Emancipatie

verschil mannen en vrouwen De term emancipatie staat voor het streven naar gelijke rechten, zelfstandigheid en eerlijke maatschappelijke verhoudingen. Emancipatie betekent dat groepen mensen dezelfde rechten krijgen als andere groepen mensen, emancipatie van vrouwen betekent dat de vrouwen dezelfde rechten als mannen hebben Helaas is het nog steeds zo dat vrouwen gemiddeld 7% minder verdienen dan mannelijke werknemers met het zelfde soort werk en ervaringen. Ook in Nederland hebben we in de praktijk nog wel een weg te gaan, maar bij wet is het wel goed geregeld. In Nederland mag men geen onderscheid maken op grond van geslacht, dat staat beschreven in het Burgerlijk Wetboek en is verder nog uitgebreid geregeld in de Wet Gelijke Behandeling van mannen en vrouwen.



Blogs van Hein Pragt.

Dit heeft niets meer met emancipatie te maken!

(C) 2010 Hein Pragt (Blog)

Vandaag loop ik me weer op te winden om iets wat ik gelezen heb, mensen die ik meemaak en die ik in het verleden heb meegemaakt. Ik ben heel ge-emancipeert en dat is misschien raar om te zeggen als man maar ik geloof echt in een gelijkwaardige rol voor mannen en vrouwen en ik heb een heilig geloof in de zorgtaken eerlijk delen. Het artikel dat me vanmorgen in het verkeerde keelgat schoot was een artikel van een dame die propagandeerde dat vrouwen niet thuis voor de kinderen moesten zorgen omdat dit zonde van de opleiding was, slecht voor de carrière en dat ze als ze na een paar jaar weer fulltime wilden werken ze een achterstand hadden die ze op kon breken. Tot dan ging het nog wel, maar toen begon ze te verkondigen dat kinderen 5 dagen per week bij de opvang hebben helemaal niet erg was en dat “iedereen wel een pleister kon plakken” en dat het zonde was dat daar het hoogopgeleid potentieel aan besteed werd. Toen kwam er bijna stoom uit mijn oren, als ik hoor dat zorgtaken gedegradeerd worden tot pleisters plakken dan onderschat deze dame de rol van verzorger en opvoeder schromelijk.

Ik denk dat verzorgen en opvoeden een zeer belangrijke en verantwoordelijk taak is en ik kan me dan ook zeer ergeren aan moderne carrière yuppen die hier zo neerbuigend over doen. Bah. Dan een kind 5 dagen per week op de opvang dumpen, zitten leuren als het een keer een dag ziek is, ruzie maken wie er een dag vrij neemt als het kind ziek is of een dag niet naar school of de opvang kan, ik heb het allemaal gezien hoor. Vrouwen en mannen die 's morgenvroeg op het schoolplein ongeveer iedereen aanklampen om hun kinderen mee te nemen want ze hebben een belangrijke vergadering en de oppas is ziek. Het maakt ze niet uit met wie het kind meegaat als zij maar kunnen werken. Dit is bijna kindermishandeling in mijn ogen.

Dan ze zogenaamde kwaliteitstijd, het argument om het schuldgevoel iets te verzachten, ja de hele dag heb je geen tijd voor je kind en als het 's avonds moe is dan mag het een uurtje aandacht als het die ouders uitkomt, niet als het kind het nodig heeft, want dan zijn ze er niet. Als het kind verdrietig uit school komt moet het maar een paar uur wachten tot papa of mama even tijd heeft. En in dat uur moet het ook gezellig zijn en is er geen tijd om op te voeden of een keer straf te geven want dat zou het kwaliteits uurtje bederven.

Opvoeden en verzorgen kost iets meer dan een uurtje per dag, en als je dat er niet voor over hebt moet je niet aan kinderen beginnen. Soms denk ik dat die mensen die kinderen hebben voor de sier om er mee te pronken als het hun zelf uitkomt maar dat ze het verzorgen en opvoeden liever overlaten aan betaalde krachten. Dan zijn er die stellen die beiden voor hun carrière 5 dagen in de week werken en als ze op vakantie gaan de kinderen bij opa en oma dumpen want ze hebben een jaar lang hard gewerkt en hebben dus een rustige vakantie verdiend. Ik erger me rot aan mensen met deze instelling en ik zie het echt als een vorm van kindermishandeling, en daar blijf ik bij. Als je geen verantwoordelijkheid voor kinderen wilt nemen en iets in je leven wilt inleveren voor je eigen vlees en bloed dan moet je niet aan kinderen beginnen, Punt.

Wat dan wel? We moeten in Nederland gewoon zorgen dat zorgtaken en werk beter te combineren zijn, zorg voor meer deeltijd werk, zorg dat meer werk thuis mogelijk is. Zorg er voor dat in het bedrijfsleven er meer waardering komt voor mensen die werk en zorg combineren en dat je niet als een paria word bekeken als je om ouderschapsverlof komt vragen. Ik ben van mening dat als je kinderen krijgt dat je dan beiden een deel van de zorgtaken en het huishouden op je neemt en dat je beiden een paar uur werken kunt inleveren. Financieel zou je daar al rekening mee kunnen houden en met twee deeltijdbanen kun je nog prima luxe leven. Daar zou men zich op moeten richten, niet iedereen weer met twee fulltime banen en de kinderen in de opvang of bij een oppas.

Een beetje opvang is niet erg, maar kinderen hebben aandacht en zorg van hun ouders nodig, en dat is met geld niet te koop. Laten we eens meer aandacht besteden aan echte emancipatie in plaats van egoïstisch en zelfzuchtig carrière gedrag waarbij we gewoon iedereen aanpraten dat je 40 uur moet werken om nog enigszins een carrière te hebben en dat je jezelf niet schuldig hoeft te voelen als je kinderen verwaarloosd en dat voor je kinderen zorgen dom werk is. Dit heeft niets meer met emancipatie te maken. Ik denk dat vooral het neerkijken op zorg voor de kinderen me het meeste stoort. Bah!


Ouderschapsverlof

(C) 2010 Hein Pragt

Een regeling waar zowel de vader als de moeder gebruik van kan maken om een gedeelte van de zorg van het kind (of de kinderen) op zich te kunnen nemen is het ouderschapsverlof. Wanneer u werkzaam bent als ambtenaar is dit bijvoorbeeld zelfs goedkoper dan het kinderdagverblijf of de naschoolse opvang. U kunt een beperkte tijd minder gaan werken, zonder dat u gedeeltelijk ontslag hoeft te nemen, uw dienstverband blijft dus gewoon bestaan en na afloop van het verlof kunt u uw werk weer helemaal oppakken. Ouderschapsverlof is meestal een vorm van onbetaald verlof maar veel bedrijven hebben een aangepaste regeling waarbij u een gedeelte van het salaris blijft behouden. U heeft recht op ouderschapsverlof als u een kind verzorgt dat jonger is dan acht jaar, dit kan ook een adoptie-, pleeg- of stiefkind zijn. Beide ouders kunnen ouderschapsverlof opnemen, ook na elkaar. Ouderschapsverlof is een wettelijk recht, uw werkgever mag het verlof niet weigeren, wel is een voorwaarde dat u minimaal een jaar in dienst moet zijn. Wanneer u kinderen heeft onder de acht jaar, kunt u het verlof aanvragen om zo meer tijd aan uw kinderen te kunnen besteden. Per kind mag u eenmaal ouderschapsverlof aanvragen. Als u van werkgever wisselt, kunt u niet nog eens voor hetzelfde kind ouderschapsverlof opnemen. Had u nog wat over bij de oude werkgever, dan mag u bij de nieuwe werkgever wel de rest opnemen.

Per kind heeft u recht op 26 maal uw wekelijkse werktijd als ouderschapsverlof, in de wet staat een standaardregeling voor het opnemen van het verlof: u mag een jaar lang de helft van uw werktijd werken. Werkt u bijvoorbeeld 32 uur per week, dan kunt u een jaar lang 16 uur per week gaan werken. Maar met toestemming van uw werkgever kunt u het ouderschapsverlof ook flexibel opnemen. U kunt dan het aantal uren dat geldt voor een jaar over een kortere of langere periode verdelen. Zes maanden volledig verlof bijvoorbeeld. Uw werkgever mag een verzoek om flexibele opname van het ouderschapsverlof alleen weigeren als dit grote problemen voor de bedrijfsvoering mee zou brengen. In de cao kan een uitgebreidere (gunstigere) regeling staan dan die van de wet.

U moet het ouderschapsverlof minstens twee maanden voor de datum van te voren aanvragen dit kan meestal via een formulier dat u bij de afdeling personeelszaken van uw werkgever kunt krijgen. Hierin geeft u aak aan hoe u het wilt opnemen (hoeveel uur per week, op welke dagen en hoe lang in totaal). Uw werkgever mag een verzoek om ouderschapsverlof niet weigeren. Hij mag hooguit om een andere verdeling van het verlof vragen. Maar u hebt altijd recht op opname van het verlof volgens de standaardregeling (gedurende 52 weken de helft van uw werktijd werken).


De Wet Gelijke Behandeling van mannen en vrouwen

Wet van 1 maart 1980, houdende aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen)

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Nederlandse wetgeving aan te passen met het oog op de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1
In deze wet wordt onder onderscheid tussen mannen en vrouwen verstaan direct en indirect onderscheid tussen mannen en vrouwen. Onder direct onderscheid wordt mede verstaan, onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap. Onder indirect onderscheid wordt verstaan onderscheid op grond van andere hoedanigheden dan het geslacht, bijvoorbeeld echtelijke staat of gezinsomstandigheden, dat onderscheid op grond van geslacht tot gevolg heeft.

Artikel 1a
1. Het in deze wet neergelegde verbod van direct onderscheid houdt mede in een verbod op intimidatie en een verbod op seksuele intimidatie.
2. Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met het geslacht van een persoon verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
3. Onder seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.
4. Het is niet toegelaten een persoon te benadelen wegens de omstandigheid dat deze het in het tweede en derde lid bedoelde gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat.
5. De artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, en 5, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op het verbod van intimidatie en seksuele intimidatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 1b
1.In de openbare dienst mag het bevoegd gezag geen onderscheid maken bij de aanstelling tot ambtenaar of indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, in de arbeidsvoorwaarden, bij de arbeidsomstandigheden, bij het verstrekken van onderricht, bij de bevordering en bij de beëindiging van het dienstverband.
2.Tot de openbare dienst, bedoeld in het eerste lid, worden gerekend alle instellingen, diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen beheerd.
3.Van het in het eerste lid bepaalde mag worden afgeweken in de gevallen waarin het de bescherming van de vrouw betreft, met name in verband met zwangerschap en moederschap.
4.Het bevoegd gezag mag het dienstverband van degene die krachtens aanstelling of arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is in de openbare dienst niet beëindigen of betrokkene niet anderszins benadelen wegens de omstandigheid dat deze in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het in het eerste lid bepaalde of terzake bijstand heeft verleend.
5.De beëindiging van de arbeidsovereenkomst van degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is in openbare dienst door het bevoegd gezag in strijd met deze wet, is vernietigbaar. Artikel 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
6.Elk beding dat strijdig is met het in het eerste lid bepaalde is nietig.

Artikel 1c
Ingeval een natuurlijke persoon, rechtspersoon of bevoegd gezag een ander onder zijn gezag arbeid laat verrichten, anders dan krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of ambtelijke aanstelling, zijn de artikelen 646 en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2
1. Het is niet toegelaten onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de voorwaarden voor de toegang tot en de mogelijkheden tot uitoefening van en ontplooiing binnen het vrije beroep, alsmede wat betreft regelingen tussen beroepsgenoten inzake sociale zekerheid niet zijnde pensioenvoorzieningen als bedoeld in artikel 12a.
2. Indien een regeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op ziekte of arbeidsongeschiktheid mag daarin geen uitzondering worden gemaakt voor zwangerschap en bevalling, onverminderd de bevoegdheid bepalingen op te nemen ter voorkoming en oneigenlijk gebruik.
3. Elke bepaling van een regeling als bedoeld in het eerste lid, die in strijd is met het in het eerste of tweede lid bepaalde is nietig.

Artikel 3
1. Het is niet toegelaten bij de aanbieding van een betrekking of bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen of bij arbeidsbemiddeling.
2. Van het in het eerste lid bepaalde mag worden afgeweken in die gevallen waarin ingevolge deze of enige andere wet bij het aanbieden van een betrekking onderscheid tussen mannen en vrouwen mag worden gemaakt en, in geval het gaat om het openlijk aanbieden van een betrekking, de grond voor dat onderscheid daarbij uitdrukkelijk wordt vermeld.
3. Het aanbieden van een betrekking, bedoeld in het eerste lid geschiedt wat betreft tekst en vormgeving zodanig, dat duidelijk blijkt, dat zowel mannen als vrouwen in aanmerking komen.
4. Indien voor de aangeboden betrekking een functiebenaming wordt gebruikt, wordt of zowel de mannelijke als de vrouwelijke vorm gebruikt, of uitdrukkelijk vermeld, dat zowel vrouwen als mannen in aanmerking komen.
5. Wanneer iemand ter zake van een aanbieding in strijd met het in deze wet bepaalde uit onrechtmatige daad jegens een ander aansprakelijk is, kan de rechter hem op vordering van die ander ook veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze.

Artikel 4
1. De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding of cursus voor bijscholing of omscholing onder welke benaming dan ook in stand houdt, dan wel de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een examen verband houdend met de hiervoor bedoelde opleidingen of cursussen afneemt, mag bij de toelating tot en de behandeling binnen de opleiding, dan wel bij het afnemen van het examen, geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen noch ten aanzien van de criteria noch ten aanzien van de niveaus.
2. Van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde mag, behoudens voor wat betreft het afnemen van het examen en mits voor leerlingen van beide geslachten gelijkwaardige voorzieningen aanwezig zijn, worden afgeweken indien de eigen aard van een instelling voor bijzonder onderwijs zich tegen het in dat lid bepaalde verzet.
3. Iedere bepaling die strijdig is met het in het eerste lid bepaalde, is nietig.

Artikel 4a
1.Het is niet toegelaten onderscheid te maken bij het lidmaatschap van of de betrokkenheid bij een werknemers- of werkgeversorganisatie of een vereniging van beroepsgenoten, alsmede bij de voordelen die uit dat lidmaatschap of uit die betrokkenheid voortvloeien. 2.Iedere bepaling die in strijd is met het eerste lid is nietig.

Artikel 5
1. Van het in de artikelen 1a, 2, 3 en 4, 12b en 12c bepaalde mag worden afgeweken indien het gemaakte onderscheid beoogt vrouwen in een bevoorrechte positie te plaatsen teneinde feitelijke ongelijkheden op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot het beoogde doel.
2. Voor zover het betreft de toegang tot beroepsactiviteiten of de hiervoor noodzakelijke opleidingen mag van de artikelen 1b, 2, 3 en 4 worden afgeweken indien het gemaakte onderscheid is gebaseerd op een kenmerk dat verband houdt met het geslacht en dat kenmerk wegens de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste is, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig aan dat doel is.
3.Als beroepsactiviteiten en hiervoor noodzakelijke opleidingen waarvoor vanwege hun aard of de voorwaarden voor de uitoefening ervan het geslacht bepalend kan zijn, worden slechts beschouwd die welke behoren tot respectievelijk opleiden voor geestelijke ambten dan wel beroepsactiviteiten die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.

Artikel 6
Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid, indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Artikel 6a
Indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen dat niet in strijd met deze wet is gehandeld.

Artikel 7
1. Bij de toepassing van artikel 646 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt voor de vergelijking van de in dat artikel bedoelde arbeidsvoorwaarden met betrekking tot het loon uitgegaan van het loon dat in de onderneming waar de werknemer in wiens belang de loonvergelijking wordt gemaakt werkzaam is, door een werknemer voor de andere kunnen voor arbeid van gelijke waarde dan wel, bij gebreke daarvan, voor arbeid van nagenoeg gelijke waarde pleegt te worden ontvangen.
2. Onder loon als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd ter zake van diens arbeid.

Artikel 8
Voor de toepassing van artikel 7 wordt arbeid gewaardeerd volgens een deugdelijk stelsel van functiewaardering, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het stelsel dat gebruikelijk is in de onderneming waarin de belanghebbende werknemer werkzaam is. Bij gebreke van een zodanig stelsel wordt de arbeid, gelet op de beschikbare gegevens naar billijkheid gewaardeerd.

Artikel 9
1. Voor de toepassing van artikel 7 wordt het loon van de belanghebbende werknemer geacht gelijk te zijn aan het loon dat een werknemer van de andere kunnen voor arbeid van gelijke waarde pleegt te ontvangen, indien het is berekend op grondslag van gelijkwaardige maatstaven.
2. Voor de toepassing van artikel 7 worden andere dan geldelijke loonbestanddelen in aanmerking genomen naar de waarde, welke daaraan in het economisch verkeer worden toegekend.
3. In geval van arbeidsduur is overeengekomen, welke korter is dan die welke in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen, wordt het loon dat naar tijdsduur wordt berekend, naar evenredigheid verminderd.

Artikel 10
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld omtrent het in de artikelen 7, 8 en 9 bepaalde.

Artikel 11
Vervallen (verjaringstermijn daardoor van 2 naar 5 jaar).

Artikel 12
Bij de toepassing van de artikelen 1a en 1b van deze wet is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12a
Voor de toepassing van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder pensioenvoorziening: een pensioenvoorziening ten behoeve van een of meer personen, uitsluitend in verband met hun werkzaamheden in een onderneming, bedrijfstak, tak van beroep of openbare dienst, in aanvulling op een wettelijk stelsel van sociale zekerheid en, ingeval van een voorziening ten behoeve van een persoon, anders dan door die persoon zelf tot stand gebracht.

Artikel 12b
1. Het is ook aan anderen dan de werkgever bedoeld in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het bevoegd gezag bedoeld in artikel 1a niet toegestaan onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen wat betreft de bepaling van de kring van personen voor wie een pensioenvoorziening tot stand wordt gebracht, wat betreft de bepaling van de inhoud van een pensioenvoorziening of wat betreft de wijze van uitvoering daarvan.
2. Bepalingen krachtens welke de verwerving van pensioenaanspraken wordt onderbroken gedurende de periode van zwangerschap- en bevallingsverlof op grond van een wettelijke bepaling of overeenkomst worden voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgelijkwetboek, artikel 1a en het eerste lid beschouwd als strijdig met het verbod van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Artikel 12c
1. Indien het pensioen niet wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de werkgever ten behoeve van de aan diens onderneming verbonden persoon dan wel van de tot de betrokken tak van beroep behorende persoon, blijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 1a en 12b buiten beschouwing, voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
2. Indien het pensioen wordt berekend of mede wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de werkgever ten behoeve van de aan diens onderneming verbonden persoon blijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 1a en 12b buiten beschouwing en wordt:
a. of de omvang van dat pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken;
b. of die geldelijke bijdrage zodanig vastgesteld dat naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling, de omvang van de pensioenen voor mannen en vrouwen gelijk wordt getrokken.
3. Indien het pensioen niet wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de tot de betrokken tak van beroep behorende persoon blijft de omvang van de geldelijke bijdrage voor de toepassing van artikel 12b buiten beschouwing voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
4. Indien het pensioen wordt berekend of mede wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de tot de betrokken beroepsgroep behorende persoon wordt de omvang van dat pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tweede en vijfde lid.

Artikel 12d
In afwijking van artikel 12b zijn toegestaan bepalingen die betrekking hebben op bescherming van de vrouw met name in verband met zwangerschap en moederschap.

Artikel 12e
Iedere bepaling die strijdig is met het verbod van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen bedoeld in artikel 12b is nietig.

Artikel 12f
Het bepaalde in artikel 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing bij beeindiging van de dienstbetrekking door de werkgever wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in artikel 12b.

Artikelen 13 t/m 20 zijn vervallen of niet opgenomen.

Artikel 21
1.Met het toezicht op de naleving van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaren. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan ten behoeve van dit toezicht een onderzoek doen instellen door die ambtenaren. Voorzover het de openbare dienst betreft kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzoeken een onderzoek als bedoeld in de tweede volzin te doen instellen. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
2.. Indien uit een onderzoek blijkt dat een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of in deze wet doet Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hiervan mededeling aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of het bevoegde gezag dat het onderscheid heeft gemaakt of maakt, en, indien het een onderscheid als bedoeld in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 1b of artikel 1c van deze wet betreft, aan de betrokken ondernemingsraad of het daarmee vergelijkbare medezeggenschapsorgaan, alsmede aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel.
De mededeling aan de betrokken ondernemingsraad of het daarmee vergelijkbare medezeggenschapsorgaan, alsmede aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel bevat geen gegevens waaruit de identiteit van de in het onderzoek betrokken personen ten nadele van wie het onderscheid is of wordt gemaakt kan worden afgeleid.

Artikel 22
Vervallen

Artikel 23
De voordracht tot wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, en de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10 wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Artikel 24
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
2. Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lech, 1 maart 1980
Juliana

De Minister van Justitie,
J. de Ruiter

De Minister van Sociale Zaken,
Albeda

De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
A. Pals

De Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk,
J. G. Kraaijeveld-Wouters

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. Wiegel

Uitgegeven de dertiende maart 1980

De Minister van Justitie,
J. de Ruiter





Last update: 14-04-2010


Disclaimer.

Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot de informatie die, in welke vorm dan ook, via zijn site wordt aangeboden. Het opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming, goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend.
Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internet Site rust auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen met: (email: copyright@heinpragt.com)

Webdesign: © Hein Pragt
Fotografie: © Hein Pragt
Auteur: © Hein Pragt (Veenendaal - Utrecht - Nederland)

Privacy beleid

Wij maken gebruik van externe advertentiebedrijven om advertenties weer te geven wanneer u onze website bezoekt. Deze bedrijven gebruiken mogelijk informatie (niet uw naam, adres, e-mailadres of telefoonnummer) over uw bezoek aan deze of aan andere websites om advertenties weer te geven over goederen en services waarin u wellicht geïnteresseerd bent. Als u hierover meer informatie wenst of als u wilt voorkomen dat deze bedrijven deze informatie gebruiken, klikt u op deze link.