Moeilijke kinderen?
(C) 2010 Hein Pragt
Als vader van 5 bijzondere kinderen heb ik ondertussen ruime ervaring met het praten
over “probleemkinderen”. Ik heb mij altijd ingezet (samen met mijn partners) om te
strijden voor het feit dat onze kinderen anders mogen zijn en geen label opgeplakt krijgen.
Het lijkt er op dat tegenwoordig elk kind al vanaf de peuterspeelzaal en basisschool geanalyseerd
wordt en men bijna zoekt naar een indicatie van een aantal medisch-psychische problemen
zoals add, adhd, dyslexie en allerlei neurologische aandoeningen in het autistisch
spectrum, pdd-nos, hooggevoelig / hoogsensitief, hoogbegaafdheid, Syndroom van
Asperger enz. Het lijkt wel of elk gedrag dat maar enigszins afwijkt van de norm
en een kind dat te rustig of juist onrustig en druk, een probleemgeval is. Het
kind is niet sociaal genoeg, verstoort de orde in de klas, vraagt veel aandacht en
dat hebben we liever niet in onze overvolle klassen.
In Trouw las ik dat hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns schreef over de problematisering
van de jeugd. Maar liefst 14% van alle kinderen volgt speciaal onderwijs, woont in een
pleeggezin of een tehuis, of krijgt begeleiding van de jeugdzorg of de geestelijke
gezondheidszorg. Ook blijkt dat 9% van deze jongeren onterecht tot hulpverleners
is veroordeeld en slechts 5% van alle kinderen die gespecialiseerde zorg ook echt
nodig heeft.
Kinderen moeten weer opgevoed worden in plaats van behandeld!
Het begint er steeds meer op te lijken dat we onze jeugd aan het problematiseren en medicaliseren
zijn. Steeds vaker krijgen jongeren een stempel adhd of autisme opgedrukt en krijgen ze medicatie om
ze te laten functioneren binnen een klas. Het aantal kinderen dat op een speciale school zit is
explosief gestegen. Het lijkt ondertussen wel een “probleem industrie” te worden waarbij het ook
om veel geld gaat (8 miljard). Het lijkt er op dat er veel kinderen met een “rugzakje” (wettelijke
uitkering) de financiële tekorten in het onderwijs moeten opvangen en de indruk kan gewekt worden
dat scholen dit als alternatieve inkomstenbron gaan zien en er dus baat bij hebben zoveel mogelijk
kinderen van een (geautoriseerd) label te voorzien. De sector die deze onderzoeken doet en de
behandelingen uitvoert is ondertussen ook al een commercieel succes geworden, de gemiddelde
wachttijden voor zelfs een intake lopen op tot meer dan een half jaar en de kosten van een
onderzoek loopt in de duizend euro. Hier wil de school met alle plezier aan bijdragen (als
ook de ziektekosten verzekering een deel op zich neemt) want bij een "goede" indicatie kan
dit de school zeker 6000 euro (rugzak) per jaar opleveren.Dit is iets om zeer goed te overdenken
wanneer men uw kind van een label wil voorzien.
De mooiste kunstwerken en de beste uitvindingen zijn bedacht
door mensen die heel eigenwijs anders durfden te zijn.
(Hein Pragt)
Het blad Elsevier (2009) heeft grootscheeps onderzoek gedaan naar de jeugd van tegenwoordig onder
directeuren van speciale scholen, hoogleraren en indicatiecommissies. De beangstigende conclusie is
dat Nederland wereldwijd koploper is in probleemkinderen. Van de 3,5 miljoen kinderen tot 17 jaar
krijgen 300 duizend professionele hulp wegens opvoed- en opgroeiproblemen. Tegenwoordig worden "lastige"
kinderen al op 4-jarige leeftijd psychiatrisch onderzocht en gaat er enorm veel geld om in deze "probleem
industrie". Het artikel is zeer duidelijk en zeer goed onderbouwd met statistieken en bedragen. Niet voor niets
geeft de ontwikkelingspsycholoog J. Bijstra aan dat probleemgedrag veel minder objectief is vast te stellen dan
de indicatiecriteria suggereren.
Is de Nederlandse jeugd echt knettergek?
Zes jaar en dan al bij de psychiater, steeds meer jonge kinderen krijgen een psychiatrisch etiket op geplakt en komen er
niet meer vanaf. Wat vroeger een lastig kind heette, is nu een ADHD’er of autist. Meer dan enig ander Europees land stopt
Nederland deze kinderen weg op scholen voor abnormalen. Dat speciaal onderwijs is vaak een glijbaan naar een levenslange
uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Waarom verklaren wij onze jeugd massaal gek?
In elke schoolklas had je er vroeger wel één: het lastige jongetje dat slecht mee kon komen en zich druk en soms vreemd
gedroeg. Als je ruzie met hem kreeg kon je in de pauze klappen verwachten. Een 'apart kind' heette zo'n jongetje dan, de
leerkrachten gaven hem extra aandacht en met een beetje geluk maakte zo'n jongen gewoon de LTS af en schopte het tot
timmerman of lasser. Tegenwoordig worden 'lastige’ kinderen al op zesjarige leeftijd psychiatrisch onderzocht, waarna
ze, als er een tekortkoming in hun ontwikkeling wordt geconstateerd, een etiket krijgen opgeplakt. Meestal hebben ze
ADHD een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) of een andere gedragsafwijking. Ze komen met zo'n diagnose in aanmerking voor
speciaal onderwijs of extra begeleiding (het zogeheten ‘rugzakje') op school of thuis door de geestelijke gezondheidszorg
(GGZ). Steeds meer deskundigen vragen zich af hoe verstandig dit 'selecteren' van jonge kinderen is. Staan ze niet te
snel klaar met een diagnose? Die kinderen beseffen immers heel goed dat er, als ze een etiket krijgen opgeplakt, iets
met hen aan de hand is, dat zij ‘anders' zijn. De kans bestaat dat psychiatrische etiketten schade aanrichten: Jongeren
met beperkingen krijgen te maken met zeer veel indicatiestellingen. Deze continue bevestiging van de stoornis zal geen
positief effect hebben op het zelfbeeld van de jongeren concludeert onderzoekinstituut TN0.
Krijgt een kind een stempel of indicatie, dan begint veelal een probleemcarrière, die te vaak eindigt in een levenslange
uitkering voor arbeidsongeschiktheid. Een kind dat speciaal onderwijs volgt, heeft een kans van 55 procent in de Wajong te
belanden, de uitkering voor arbeidsongeschikte jongeren die al even explosief groeit. Slechts een miniem percentage vindt
ooit een normale baan. Wordt de jeugd in Nederland niet te snel voor gek verklaard? De cijfers zijn verontrustend: het
aantal probleemkinderen groeit explosief. Waar je ook kijkt, bij de psychiatrische hulp, bij de jeugdzorg of op speciale
scholen, overal is de groei schrikbarend. In twaalf jaar tijd verdubbelde het aantal kinderen op speciale scholen én het
aantal kinderen dat hulp krijgt van Bureau Jeugdzorg. Eén op de zeven kinderen krijgt in zijn of haar leven te maken met
jeugdzorg. Steeds meer kinderen krijgen de diagnose 'licht autistisch`. Een snel groeiend deel van de jeugd redt het
kennelijk niet zonder hulp, althans, dat vinden ouders, leerkrachten en zorgverleners. Die kinderen staan onder behandeling
van psychologen en psychiaters, zitten op speciale scholen, krijgen gezinshulp of gebruiken medicijnen. Alleen al in 2004
steeg het aantal kinderen dat medicijnen inneemt tegen ADHD met 25 procent.
Lees hier het volledige artikel dat in Elsevier verscheen!
(c) 2012 Hein Pragt
Gisteren zag ik op Nieuwsuur een zeer interesante documentaire over het gebruik van Ritalin bij zeer jonge kinderen. De cijfers
deden mij schrikken, in 2010 slikten ruim 800 kleuters in Ritalin en dat aantal lijkt inmiddels te zijn opgelopen tot ruim duizend.
Volgens de bijsluiter van de fabrikant (Novartis) mag Ritalin alleen worden voorgeschreven aan kinderen boven de 6 jaar en is er nooit
enig onderzoek gedaan naar het effect op kleuters en daarom is het middel in Nederland dan ook voor kleuters niet geregistreerd. Helaas
geven we dus kleuters zware medicijnen die notabene onder de opiumwet vallen en waarvan de effecten op langere termijn dubieus zijn omdat
ze druk zijn en voor extra werkdruk voor de docent en school zorgen.
Op dit moment wordt Ritalin aan 150.000 mensen voorgeschreven, vooral aan kleuters en jongeren. Elke maand komen er bijna 20.000 kinderen
bij. Dit is een zeer zorgelijke situatie waarbij steeds meer kinderen op jonge leeftijd al afhankelijk gemaakt worden van medicatie. Ook viel
hier ook weer de relatie met het zogenaamde rugzakje op, een kind met de diagnose ADHD krijgt meestal zo'n rugzakje en daardoor wordt het
aantrekkelijk om de diagnose te stellen en ook om dit zo jong mogelijk al te doen. Gelukkig gaat de minister aan deze misstand een einde
maken, wel zal het vrijgekomen geld standaard naar de basisscholen moeten gaan want deze hebben het geld hard nodig om goed onderwijs te
kunnen blijven geven, ook als er wat kinderen met leer en gedragsproblemen in de klas zitten.
In het programma hoorden we ook ouders van kleuters bij wie de Ritalin een erg slechte uitwerking had en agressie en verdriet veroorzaakte
en hoorden we hoe ouders door scholen onder druk gezet worden om het kind te laten testen, aan de medicatie te krijgen en een rugzakje aan
te vragen. Een van de ouders vertelde zelfs dat de school gedreigd had dat het kind niet meer welkom was op die school als het niet aan de
medicatie ging. Alternatieven (die buiten de rugzakregeling vallen) worden meestal niet eens besproken, laat staan serieus genomen als
ouders dit voorstellen.
Omdat de gevolgen op langere termijn nog niet zo bekend zijn en zeker niet als het gaat om zeer jonge kinderen waarvan de hersenen nog
volop in ontwikkeling zijn, vraag ik me af hoe een school (of docent) zich kan verantwoorden om aan te dringen een kind zulke zware medicijnen
toe te laten dienen waarvan de schade op langere termijn zeer ernstig kan uitpakken. Waar ligt hier het belang van het kind? Ook werd in het
programma duidelijk dat de macht van de farmaceutische industrie erg ver gaat en dat er miljarden euro's aan belangen op het spel staan.
November 2011
Een naar mijn mening goede bijzaak van de bezuinigingen is dat men ook weer een kritisch gaat nadenken over de medicalisering van de jeugd.
De nu meer gangbare stelling is dat jongeren en hun ouders beter moeten leren omgaan met gedragsproblemen en tegenvallende prestaties. Men wil
deze taak nu uitbesteden aan het wijdvertakte net van centra voor jeugd en gezin die gezinnen hierbij moet gaan helpen. Volgens CDA-staatssecretaris
Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid is de laatste jaren de jeugd geproblematiseerd, elk probleem moest gediagnosticeerd met
een etiket: adhd, pdd-nos, dyscalculie, tot hypersensitiviteit aan toe. Als zo'n etiket is geplakt wordt door de overheid hulp aangeboden. Daar
moeten we van af, we moeten ontproblematiseren. Die etiketjes moeten er weer af. 9 November 2011 stond er een een zeer duidelijk artikel in
de Volkskrant over dit onderwerp.
Lees hier het artikel uit de Volkskrant:
Artikel Volkskrant - Kabinet wil medicalisering van de jeugd halt toeroepen
Lees hier de pdf versie van het artikel.
juni 2012
Kinderpsychiaters en kinderartsen onderzoeken of het wel terecht is dat steeds meer drukke kinderen medicijnen krijgen
voor de hyperactiviteitstoornis ADHD. Dat zei tenminste de staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid)
woensdag in de Tweede Kamer, ze verwacht de evaluatie van de beroepsgroep in de zomer. De Tweede Kamer maakt zich grote
zorgen over de toenemende medicalisering van kinderen in de jeugdzorg. Vijf jaar geleden kreeg 1 op de 60 kinderen die met
jeugdzorg te maken krijgen ADHD medicijnen, maar in 2010 was dat al gestegen tot 1 op de 26 kinderen. Dat is dus 4 procent
van het aantal kinderen, zowel in de leeftijd van 6 tot 10 jaar als van 10 tot 16 jaar, aldus de cijfers die de
staatssecretaris gaf. Veldhuijzen van Zanten maakt zich grote zorgen over de effecten van de medicijnen op de lange termijn
bij nog groeiende hersenen. Ook wordt gekeken naar het effect en het gebruik van bijvoorbeeld ritalin in het buitenland,
waar volgens de staatssecretaris ook steeds meer naar deze pillen wordt gegrepen. (Bron: ANP)
In 2003 is de wet op de Leerling Gebonden Financiering in werking getreden ook wel het
rugzakje genoemd. Een rugzakje is dus een andere naam voor leerlinggebonden financiering en
is bedoeld voor kinderen die in het onderwijs extra ondersteuning kunnen gebruiken. Deze
geldelijke bijdrage kan op twee manieren ingezet worden door u, als ouders. U kunt ervoor
kiezen deze te gebruiken om uw kind te plaatsen op een speciale school, maar u kunt de
bijdrage ook besteden aan ambulante begeleiding. Uw kind blijft dan onderwijs volgen op
de eigen school, maar krijgt extra ondersteuning. Dit kan in de vorm van individuele
begeleiding van het kind, aanschaf van extra materiaal of begeleiding van de leerkracht.
De extra financiële vergoeding gaat dan naar de desbetreffende school en naar het Regionaal
Expertisecentrum, het REC, voor ambulante begeleiding. Kiest u voor een speciale school,
dan gaat de extra financiering naar de school waarop uw kind geplaatst wordt. Voor een
leerling met meervoudige handicap bedraagt de rugzak 16.000 euro, de reguliere school
krijgt hiervan 10.000 euro op haar giro, het REC 6.000 euro. Voor een gemiddelde
gedragsstoornis zijn de bedragen wat lager.
link: www.50tien-oudersenrugzak.nl
Maart 2012
Het zolgenaamde rugzakje in het onderwijs afschaffen is moedig besluit, maar vergeet de ouders niet. Staatssecretaris Dijksma schaft het rugzakje
in het onderwijs af. Reden: van de 2 miljard die we hebben voor begeleiding van kinderen in het reguliere onderwijs blijft teveel in de bureaucratie
hangen, het aantal rugzakjes is verdriedubbeld in 5 jaar tijd en tóch (of desondanks) stijgt het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs
met 25%. Een paar maanden geleden was de documentaire "Een klasse apart" te zien over de Kingma-school in Amsterdam, een school voor speciaal
onderwijs. Je ziet een wereld die veel mensen niet kennen,
kinderen met enorme gedrags- en leerproblemen, maar je ziet vooral het oneindige geduld en doorzettingsvermogen van de echte helden van het
onderwijs: de docenten en de directeur van een school aan de achterkant van de kenniseconomie.
Het speciaal onderwijs (of varianten daarop): daar gaat het natuurlijk over als je in de krant stukjes over rugzakjes, netwerken, zorgplicht,
REC's, indicatiestellingen en wat al niet meer aantreft. Ik heb er als wethouder onderwijs veel mee te maken. Het is een enorm ingewikkelde wereld;
veel ouders begrijpen er nauwelijks iets van, maar ook bestuurlijk is het hartstikke ingewikkeld. De verschillen tussen scholen zijn groot: veel
reguliere scholen hebben niet de kennis en middelen in huis om zorgleerlingen (al dan niet met een rugzakje) op te vangen. Sommige scholen proberen
er het beste van te maken, maar er zijn ook scholen die kinderen te snel doorverwijzen.
Lees meer op: pvda.nl/nieuws/nieuws/Rugzakje.html
(c) 2011 Hein Pragt
Nu medicatie steeds meer ter discussie staat en veel ouders toch proberen de oplossing van gedragsproblemen op een meer natuurlijke wijze op te
lossen, is er steeds meer studie naar de invloed van voeding op gedragsproblemen. Bij kinderen van alle leeftijden kan onderzocht worden of de
voeding mogelijk de oorzaak is van de gedragsproblemen. ADHD (druk gedrag) en ODD (opstandig gedrag), driftig of agressief gedrag kan een relatie
hebben met voeding.
Ervaren ouders hebben het bewijs misschien niet nodig, maar kinderen worden inderdaad drukker van toevoegingen in snoep en frisdrank. "Bijna
alle kinderen (hyperactief of niet) blijken gevoelig voor kunstmatige kleurstoffen en bepaalde conserveermiddelen," vertelt de Britse
kinderallergoloog John Warner. Al vijfentwintig jaar wordt naar de relatie gezocht, met wisselende uitkomsten. De nieuwe studie is groter
dan voorgaande studies, en neemt als eerste ook gewone kinderen mee. Warner zag in zijn onderzoek geen engeltjes die van een toverbal ineens
over rooie gingen: "Het was meer dat alle kinderen een klein beetje drukker werden. Toch is het belangwekkend. Als je de scores omrekent, dan
zorgt zo'n toename dat twee keer zoveel kinderen doorschieten in hun drukte, en de grens overschrijden waarboven het gedrag problematisch is.
In een omgeving zonder toevoegingen zouden twee keer zo weinig kinderen echt nadeel ondervinden van hun hyperactiviteit."
Link: hersenstorm.antenna.nl/Voeding
Op deze site vindt u informatie over onderzoek naar de invloed van voeding op ADHD en op andere gedragsproblemen
bij kinderen. U kunt uw kind voor dit onderzoek (het Pelsser-Voeding en Gedrag (PVG)-onderzoek) aanmelden. Dit reguliere onderzoek wordt
uitsluitend uitgevoerd door het ADHD Research Centrum, met vestigingen in Eindhoven en in Rotterdam. Het onderzoek verloopt volgens een
strikt protocol, het PVG-protocol. Dit protocol is wetenschappelijk getoetst en is zeer effectief gebleken.
link: www.pelsser.nl/
December 2011
Volgens de Belgische apotheker Fernand Haesbrouck van het Psychiatrisch Centrum St. Amandus in Beernem moeten artsen kinderen met
adhd geen Ritalin en Concerta voorschrijven. Hij voert een kruistocht tegen adhd-medicijnen en onlangs verscheen
zijn boek "ADHD-medicatie, medische megablunder" in Nederland. Per jaar krijgen duizenden adhd-kinderen Ritalin en Concerta voorgeschreven,
de actieve stof hiervan is methylfenidaat, dat scheikundig gezien een amfetamineachtig product is. Bij langdurig gebruik kan het kinderen
psychotisch maken. Veel kinderen die tenminste anderhalf jaar Ritalin gebruiken, slikken daarnaast ook antipsychotica. Medici denken dat
hun psychotische klachten een symptoom zijn van de aandoening adhd wat grote onzin is want het is puur een bijwerking van de medicijnen.
Over de werkingsmechanisme van de stof methylfenidaat is weinig bekend, de heilzame effecten zijn evidence based en veel mensen verbazen
zich over de paradoxale werking van Ritalin en Concerta. Hoewel het oppeppers zijn, worden adhd-kinderen er juist rustig van. De verklaring
is dat ze de aanmaak van adrenaline verhogen, de kinderen worden echter niet kalmer, het verscherpt alleen hun focus. Ze lijken dus meer
handelbaar en presteren beter, maar hun hoofd rammelt als nooit tevoren.
Lees meer over dit onderwerp op:
www.psy.nl
www.wijwordenwakker.org
Ongeveer één op de vijf kinderen op de basisschool heeft voor korte of langere tijd extra
zorg en begeleiding nodig. Ze hebben bijvoorbeeld moeite met leren of hebben gedragsproblemen.
Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen met ADHD, dyslexie of bepaalde vormen van autisme. Maar ook
hoogbegaafde leerlingen vragen specifieke aandacht. Doel van het project 'Weer samen naar
school' (WSNS) is dat kinderen de benodigde zorg en begeleiding zo veel mogelijk op de
basisschool krijgen.
Basisscholen werken hiervoor samen in een samenwerkingsverband, als blijkt dat het op
de basisschool toch niet goed lukt, gaan kinderen naar een speciale school voor basisonderwijs.
Dit is bij voorkeur tijdelijk. Het WSNS-beleid is bedoeld voor alle basisschoolleerlingen
inclusief de leerlingen die speciale zorg en begeleiding nodig hebben. Lichamelijk,
zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met ernstige
gedrags- of psychiatrische stoornissen zijn géén doelgroep van WSNS. Deze leerlingen
kunnen naar een school voor speciaal onderwijs of met een leerlinggebonden financiering
(het rugzakje) naar de reguliere basisschool.
link: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(C) 2010 Hein Pragt
Wanneer u te maken krijgt met een gesprek over uw kind vallen vaak veel vaktermen waarmee men u overdondert
en veel mensen krijgen dan ook het gevoel dat het hun allemaal boven de pet gaat en dat de specialist (of
leerkracht) het wel allemaal weet. Vaak laten ouders zich overdonderen en stemmen in met een onderzoek omdat
de school aangeeft dat het in het belang van het kind is. Dit is een vorm van emotionele manipulatie omdat
elke ouder natuurlijk het beste voor het kind wil, maar het is maar de vraag of het in de praktijk echt het
beste voor het kind is. Het is belangrijk om uzelf als ouder ook in te lezen in de materie en te zorgen dat
u mee kunt praten en voor uzelf kunt beslissen of iets inderdaad in het belang van uw kind is! Mijn advies
is dan ook om zeer kritisch te blijven en zelf eerst eens informatie in te winnen of een tweede mening te
vragen en niet zomaar alles voor zoete koek aan te nemen.
De regering is momenteel aan het onderzoeken waarom er ineens een explosieve stijging is
voor allerlei gedragsstoornissen bij kinderen, maar snapt
nog niet dat dit door de subsidiering (sinds 2004) ontstaat is. Vergelijkbaar is de WAO regeling die
Nederland kende en de overheid die pas te laat doorhad dat het enorme aantal arbeidsongeschikten in
Nederland waarschijnlijk veroorzaakt werd door een zeer ruime overheidsregeling.
Om een aantal stoornissen en termen duidelijk te maken, staat hier een beknopt overzicht met links naar
sites wanneer u zich verder wil verdiepen in een onderwerp. Ik ben zelf een ouder met ervaring maar geen
psycholoog, ik heb een poging gedaan om de vaak wetenschappelijke teksten zo helde mogelijk weer te geven.
Wat is autisme?
Autisme is een aangeboren stoornis die zich kenmerkt door een afwijkende sociaal-emotionele
ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Een kind met
autisme (of een autisme verwante stoornis) ervaart de wereld totaal anders, autisme wordt ook wel
een informatieverwerkingsstoornis genoemd. De informatie (de waarneming) komt niet als een geheel,
maar in losse delen binnen, en moet eerst als een soort puzzel in elkaar worden gezet. Een kind met
autisme moet dus eerst alle losse delen samen tot een logisch beeld en het duurt dus langer voor
een kind begrijpt wat er in de omgeving gebeurt. Ook kan het kind moeilijk onderscheid maken tussen
de vele prikkels die het uit zijn omgeving opvangt waardoor het zich dus ook moeilijker kan concentreren.
Kinderen met autisme hebben moeite met het herkennen van dingen en begrijpen vaak niet wat er gebeuren
gaat of wat van ze verwacht wordt. Ook begrijpen ze de woorden, gebaren en gezichtsuitdrukkingen van andere
kinderen minder waardoor ze last krijgen van stress en angst wat weer agressie of teruggetrokkenheid tot
gevolg kan hebben. Vanwege de moeilijk te stellen diagnose rondom autisme en autisme verwante stoornissen
is het met zekerheid pas op latere leeftijd vast te stellen en aangezien sommige van de signalen tevens
bij een normale ontwikkeling van het kind horen moet u zich niet direct zorgen maken bij het herkennen
van enkele kenmerken.
Bij kinderen van 0 - 2 jaar:
- Ontbreken van oogcontact;
- Niet anticiperen op het opgepakt worden;
- Ontbreken van lachen naar de ouders;
- Niet opzoeken van anderen om troost of affectie;
- Niet met ongenoegen reageren op het vertrek van de ouders;
- Het niet zwaaien naar ouders, ontbreken van begroetingen.
Kinderen boven de 2 jaar:
- Weinig initiatief nemen in het aangaan van contact;
- Niet graag spelen met andere kinderen;
- Obsessief bezig zijn met bepaalde handelingen en/of speelgoed;
- Niet of vertraagd op gang komen van de taalontwikkeling;
- Het letterlijk nemen van wat gezegd is;
- Het zinloos en letterlijk herhalen van eerder gehoorde woorden en zinnen;
- Constant op en neer wiegen;
- Fladderen met handen en/of armen;
- Moeite hebben met het houden van fysieke afstand naar anderen;
- Nauwelijks reageren op pijnprikkels of het roepen van zijn naam;
- Overgevoelig reageren op geluiden.
link: wikipedia.org/wiki/Autisme
Syndroom van Asperger
Autisme kent zeer veel varianten en bovendien zijn er vormen van autisme die niet vroeg te herkennen zijn
zoals het syndroom van Asperger. Het gaat hier vaak om kinderen die meer dan gemiddeld intelligent zijn,
problemen hebben in het contact met anderen, afwijkend en eenzijdig gedrag vertonen, en vaak een andere
of verstoorde taalontwikkeling hebben. Deze kinderen zijn in de babytijd vaak niet echt anders pas als ze
naar school gaan treden de problemen op. Omdat ze vaak goed met taal zijn en heel intelligent is het soms
moeilijk om te begrijpen wat er aan de hand is.
Kinderen met het syndroom van Asperger vinden het moeilijk om sociale situaties goed te begrijpen en
hierdoor hebben ze vaak ook weinig tot geen vriendjes en zijn vaak erg op zichzelf. Ze kunnen moeilijk
praten met andere kinderen, omdat ze vaak op een volwassen manier praten. Ze hebben niet veel verschillende
interesses en zijn vaak erg gefixeerd op één bepaalde bezigheid waar ze urenlang mee bezig kunnen zijn.
Kinderen met Asperger kunnen ook niet goed tegen veranderingen en raken snel van slag als dingen niet
gaan zoals ze verwachten en willen graag dat alles hetzelfde blijft. Ze zijn lichamelijk onhandig en
bewegen vaak traag en houterig en ook de fijne motoriek (hand-oogcoördinatie) kan niet zo goed zijn
waardoor ze moeite hebben met schrijven. Ook hebben ze vaak een minder expressieve gelaatsuitdrukkingen
en een wat monotone stem.
Dit zijn enkele kenmerken op een rij:
- Het kind spreekt niet of nauwelijks, of heeft een vreemde spraak;
- Het kind herhaalt klanken of doet ze na;
- Het kind verwijst naar zichzelf als 'jij', 'zij' (of 'hij'), dit is normaal gedrag tot een jaar of 3;
- Het kind heeft een opvallend woordgebruik (niet passend bij de leeftijd of de situatie);
- Het kind is niet in staat om echt een gesprek te voeren, spreekt niet vloeiend in alle situaties, of kan alleen over een zelf gekozen onderwerp goed praten;
- Het kind kan niet goed met andere kinderen samen spelen;
- Het kind lijkt niet te begrijpen wat de normen in de klas zijn;
- Het kind geeft openlijk kritiek op de leraar;
- Het kind wil niet meedoen met groepsspelletjes;
- Het kind is snel van slag door sociale of andere gebeurtenissen;
- Het kind heeft een onevenwichtige verhouding met volwassenen (te intens, of juist moeite om een relatie aan te gaan);
- Het kind vertoont heftige reacties op inbreuk van de persoonlijke ruimte, verzet zich heftig tegen aansporingen (zoals opschieten).
link: wikipedia.org/wiki/Asperger
Wat is PDD-NOS?
PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor
stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen een overkoepelende naam voor
stoornissen waartoe ook het autisme behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken
heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd. Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen sociaal
begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam, waardoor ze vaak onzeker en angstig zijn. Hierdoor houden
zij zich graag vast aan bekende regels en patronen die zelfs erg dwangmatig kunnen zijn. De oorzaak van
PDD-NOS is nog niet echt duidelijk, men denkt wel dat erfelijkheid een grote rol speelt en het komt voor
in veel varianten van sociaal een beetje onhandig tot puur autisme.
Kenmerken van PDD-NOS:
- Onhandig en angstig gedrag in sociale situaties;
- Weinig begrip en gebruik van nonverbale signalen;
- Niet of nauwelijks leren van sociale ervaringen;
- Een eenzame, gesloten indruk te maken;
- Zich angstig te tonen voor veranderingen;
- Heel erg vasthouden aan bepaalde routines;
- Zich koppig en driftig te uiten;
- Een eenzijdige belangstelling tonen;
- Dwangmatige gedragspatronen te ontwikkelen;
- Overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels;
- Of weinig gevoeligheid voor geluiden, beelden, temperaturen of aanrakingen;
- Trage taalontwikkeling;
- Eigenaardig ouwelijk taalgebruik;
- Taal vaak te letterlijk nemen;
- Een onhandige, stijve motoriek;
link: wikipedia.org/wiki/PDD-NOS
Wat is ADHD?
ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder (in het Nederlands: aandachts- en
concentratiestoornis met hyperactiviteit). Kinderen met ADHD hebben moeite om hun aandacht blijvend op
een taak te richten (concentratie) en moeite om zich niet door allerlei prikkels uit de omgeving te
laten afleiden. Ook doen ze vaak al dingen voordat ze denken en kunnen ze de gevolgen van hun eigen
gedrag niet goed overzien. Kinderen met ADHD zijn voortdurend in beweging, zijn vaak snel opgewonden
en gefrustreerd en voelen vaak een grote onrust van binnen. Het verwarrende kan zijn dat ze zich soms
wel goed kunnen concentreren op sterke prikkels zoals spannende films of computerspelletjes. Ook is
het zo dat de kenmerken van ADHD kunnen voorkomen bij andere stoornissen en druk, impulsief en
ongeconcentreerd gedrag komt ook in min of meerdere mate voor bij alle kinderen, een beetje druk is
soms een beetje lastig maar dus niet gelijk aan ADHD.
Kenmerken van ADHD zijn:
- Snel zijn afgeleid;
- Moeilijk kunnen blijven zitten;
- Veel wiebelen, draaien en friemelen;
- Moeilijk op hun beurt kunnen wachten;
- Antwoord geven voordat de vraag is gesteld;
- Moeilijk instructies kunnen volgen;
- Moeilijk blijvend de aandacht kunnen richten;
- Van de ene activiteit naar het andere hollen;
- Overdreven veel praten en anderen in de rede vallen;
- Niet luisteren naar wat anderen zeggen;
- Veel kwijtraken en vaak dingen verliezen;
- Zichzelf vaak in gevaarlijke situaties storten.
wikipedia.org/wiki/Adhd
Alternatieve behandelingen ADHD.
Omdat de bij ADHD voorgeschreven medicijnen zoals Ritalin, Concerta, Equasym XL en Medikinet serieuze bijwerkingen hebben, die van invloed kunnen
zijn op de ontwikkeling van het opgroeiende kind, zijn er inmiddels veel alternatieve therapieën op internet te vinden voor het behandelen van ADHD.
Echter, net als bij behandeling met medicatie geldt ook hiervoor dat er weinig wetenschappelijk bewijs voor handen is voor de effectiviteit van deze
behandelingen. Of de onderzoeksgroepen waren te klein, of niet specifiek genoeg waardoor uitspraken over de betrouwbaarheid van de behandeling niet
bewezen geacht worden. In het algemeen wordt wel gesteld dat de alternatieve behandelingen zeker een goede belofte vormen voor de toekomst. Het blijft
dan ook uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de ouders, om de juiste behandeling te vinden die aansluit bij de individuele behoefte van hun kind.
Op deze site kunt u informatie vinden over gedragstherapie, ADHD Neurofeedback, EEG Biofeedback of Hersengolf therapie, het Fewfood dieet en het
Feingold dieet, vetzuursupplementen zoals visolie, homeopathische middelen en megavitamines, antioxidanten, ijzersupplementen of sporenelementen.
Link: www.leerwiki.nl/Alternatieve_behandelingen_ADHD
Wat is ADD?
Zoals de afkorting al aangeeft is ADD ongeveer hetzelfde als ADHD maar dan zonder het hyperactieve deel.
Deze kinderen worden niet snel opgemerkt omdat ze geen druk gedrag vertonen, ze vertonen juist eerder passief
gedrag. Ze kunnen zich niet echt concentreren op één onderwerp, dit is onmacht, het is geen kwestie van wel
of niet willen. Verveling slaat snel toe, de hersenen gaan bewust op zoek gaan naar iets dat leuker,
spannender of interessanter is. Kinderen met ADD hebben vaak weinig vrienden, zijn erg gevoelig, trekken
zich vaak terug en zijn zeer chaotisch. Zij kunnen slecht tegen onrecht en voelen zich regelmatig eenzaam
en onbegrepen. Wel hebben ze vaak een opvallend doorzettingsvermogen en leren ze vaak vaardigheden om hun
gedrag te verbergen. Ze zijn vaak heel creatief en fantasierijk en hebben een bijzonder inlevingsvermogen.
ADD kinderen hebben meer moeite bij planmatige taken zoals bij het rekenen dan ADHD kinderen.
Kenmerken van ADD zijn:
- Gevoelig en emotioneel;
- Last van stemmingswisselingen;
- Chaotisch, ongestructeerd en vaak slordig;
- Ontwijken vaak grote groepen en trekt zich graag terug;
- Kan ergens helemaal in opgaan, bijvoorbeeld in een bepaalde interesse;
- Kan zich moeilijk concentreren op een opdracht en is ook snel afgeleid;
- Kan slecht aanwijzingen opvolgen;
- Heeft moeite met luisteren en stilzitten;
- Is moeilijk te motiveren;
- Is creatief en probleemoplossend ingesteld;
- Is erg onzeker over zichzelf en is daarnaast erg perfectionistisch;
- Lijkt veel te dagdromen;
- Het kind probeert altijd ver vooruit te denken;
- Situaties overkomen iemand met ADD vaak;
- Dingen die moeten gebeuren, worden uitgesteld tot het laatste moment.
wikipedia.org/wiki/ADD
Wat is Ritalin?
Ritalin is een medicijn dat wordt voorgeschreven bij slaapzucht en ADHD en het heeft een stimulerende
werking op het centrale zenuwstelsel en verhoogt hun vermogen tot concentratie. Dit lijkt tegenstrijdig
maar hierdoor worden overactieve mensen minder snel afgeleid waardoor ze rustiger worden. De werkzame
stof in Ritalin is methylfenidaat. Methylfenidaat is sinds 1954 internationaal op de markt.
Het valt onder de Opiumwet en de farmacologische eigenschappen lijken op die van de cocaïne. Ritalin heeft
een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel en verhoogt het vermogen tot concentratie waardoor
kinderen minder snel afgeleid en rustiger worden. Bij mensen die geen ADHD hebben heeft Ritalin een
vergelijkbare werking als cocaïne. Ook bij Ritalin kan al snel gewenning of psychische afhankelijkheid
optreden. Ritalin mag alleen op doktersvoorschrift gebruikt worden en ingenomen worden volgens de
voorgeschreven dosis.
Het is dus geen onschuldig medicijn en daarom is er strenge controle op het gebruik van dit medicijn
en moet bijvoorbeeld bij een buitenlandse reis ook een vrijwaring meegenomen worden omdat het vrijwel overal
onder de opium wet valt.
De verleiding om kinderen die wat drukker zijn of slechte schoolresultaten hebben ook te behandelen
met medicijnen is vaak erg groot de laatste jaren steeg het aantal gebruikers van ADHD-medicijnen ook
explosief. De Nederlandse Gezondheidsraad heeft geadviseerd dat Ritalin alleen door psychiaters mag
worden voorgeschreven.
wikipedia.org/wiki/Ritalin
(c) 2011 Hein Pragt
De term verbaal-performaal-kloof (of Een disharmonisch ontwikkelingsprofiel) is ontstaan als een gevolg van de meetmethode die bij de
WISC III gehanteerd wordt. Men meet er enerzijds het verbale IQ mee, en anderzijds het performale IQ. Het verbale IQ is een meting van alles
wat betrekking heeft op woordenschat, taalgevoel, redeneringsvermogen, enz., Rekensommen worden in de vorm van (verbale) redactiesommen aangeboden,
maar rekenen in het algemeen telt niet mee in de waarde van het Verbale IQ. Het performale IQ is een meting van hoe je praktisch omgaat met je kennis.
Hoe los je bijvoorbeeld een praktisch probleem op. Motorische vaardigheden spelen hierbij een rol, maar evengoed een aantal inzichten, zoals bijvoorbeeld
het ruimtelijk inzicht. Dit onderdeel is meer praktisch handelend dan kennis gerelateerd: figuren leggen, onvolledige tekeningen, blokpatronen, plaatjes
in een logische volgorde leggen, etc. Op een non-verbale, handelende manier maak je zichtbaar wat je kunt. Een disharmonisch ontwikkelingsprofiel
betekent een verschil in verbale prestaties tegenover performale prestaties of andersom.
De term verbaal-performaal kloof verwijst naar een gemeten verschil in de prestaties op de onderdelen van de WISC III die tot het verbale en
performale IQ worden gerekend. Wanneer dit verschil 15 punten of meer is, is er in statistisch opzicht sprake van een significant verschil.
Lees meer op:
Link: www.pharosnl.nl/?v-p-kloof
De jufrouw zei: “Wat ben jij snel klaar met verven, zet er nog maar een paar kleurtjes bij.” want ze zag het
meisje al 5 minuten niets meer doen. De andere kinderen waren nog bezig met strepen zetten, de smeerbaarheid van
verf ontdekken, met de kwast door andere kleuren gaan, verf op de vingers krijgen, ze waren en dat was de bedoeling
aan het verkennen hoe verf voelt aan je vingers, op een kwast, op papier en hoe je kleuren kunt veranderen. Het
meisje had nog schone vingers, ze wist al hoe verf voelde en dat wilde ze niet weer voelen. Ze had de opdracht
van de juf uitgevoerd en de kleuren geplaatst op een voor haar evenwichtige manier. “Daar zie ik papier, daar
zit nog geen verf.” zei de juf aanmoedigend. Mismoedig pakte ze de kwast en plakte twee klodders verf op de
aangewezen plaatsen en..........toen was het haar schilderij niet meer.
Dit boek is een richtlijn voor mensen die als partner van een ADHD-patient voorlichting en informatie wensen
om hierdoor beter te kunnen omgaan met hun man of vrouw. ADHD is ook bij volwassen mensen een veel voorkomend
probleem (een op de 150). En de verschijnselen van deze afwijking kunnen op den duur het samenleven in gezin
of relatie ontwrichten. De auteurs bieden in dit beknopte voorlichtingsboek een beeld van de afwijking ADHD.
Vervolgens gaan ze in op de verstoorde communicatie die heel vaak tussen partners voorkomt. Er wordt gezocht
naar evenwicht en naar ordening en structuur van bijvoorbeeld de huishouding en de taken die je daar aantreft.
Er wordt ook een manier van omgaan met de klachten uitgewerkt in de zogenoemde TUBA-werkwijze, een richting
die je kunt inslaan om veranderingen aan te brengen. Het boek geeft een ruim overzicht van relevante literatuur;
er is ook een lijst van belangrijke adressen en websites toegevoegd. Een uitstekend voorlichtingsboek dat vooral
bestemd is voor hen die partner zijn van een ADHD-man of -vrouw. Het stimuleert de zelfhulp, bemoedigt de partner
om het uit en vol te houden en is handzaam in het gebruik als het gaat om vaste lijnen in omgang en communicatie
aan te brengen.
Het boek geeft een duidelijke totaalvisie op de ADHD-stoornis (ADHD: Attention-Deficit Hyperactivity Disorder).
Het behandelt het onderwerp in vier delen. Allereerst de nieuwste inzichten binnen de theorievorming en aandacht
voor de invloed van ADHD-kinderen op het gezinsleven. Vervolgens het leiding nemen als ouder bij de diagnosestelling
en tien belangrijke principes voor het opvoeden. In dit deel ook apart aandacht voor de zelfhandhaving van de ouders,
met zeer zinvolle tips. Als derde het leren leven met ADHD, thuis en op school. Hierin volledige en duidelijk
omschreven beschrijvingen van methoden ter behandeling van ADHD in alle ontwikkelingsfasen. Het laatste deel
behandelt de medicatie bij ADHD. Door de concrete voorbeelden en ervaringsgevens met betrekking tot de
begeleiding van kinderen en ouders is het boek zeer boeiend en leesbaar, ondanks de moeilijke materie.
Geschikt voor opleidingsinstituten, praktijkwerkers en ouders. Achterin het boek is een literatuurlijst
aanwezig.
In dit boek staan kinderen met de diagnose PDDNOS centraal. Dit zijn kinderen met problemen in de ontwikkeling van sociaal begrip en sociaal gedrag. Ze hebben daarnaast ook symptomen die kinderen met ADHD ook hebben. Daarom komt ADHD ook regelmatig in dit boek ter sprake. Het boek is in twee duidelijk gescheiden delen ingedeeld. In het eerste worden de problemen van deze kinderen beschreven en in het tweede worden opvoedingsadviezen gegeven. Er is een duidelijke hoofdstukindeling. Het taalgebruik is niet altijd even gemakkelijk. Het boek is geschikt als ondersteuning bij de opvoeding van deze kinderen. De auteurs zijn allen werkzaam bij de poliklinische hulpverlening van de universiteit van Groningen en zijn gespecialiseerd op dit terrein. Het boek bevat een
literatuurlijst en adressen van ouder- en patientenverenigingen.
Aan het eind van een eeuw die volgens idealisten de 'eeuw van het kind' had moeten worden, heerst er
op het terrein van opvoeding, onderwijs en jeugdzorg een crisisstemming. Het aantal kinderen en jongeren
met zogenaamde gedragsstoornissen of psychosociale problematiek neemt hand over hand toe. Worden kinderen
inderdaad 'moeilijker'? Of maken wij - ouders, pedagogen, de hele volwassen maatschappij - het kinderen
steeds moeilijker? Henning Köhler kiest de kant van het kind. Geen kind wil als een probleemgeval worden
gezien. In feite zoekt een kind bondgenoten, mensen die in hem geloven, die zijn moeilijkheden erkennen,
maar ook weten dat daar een unieke kracht achter zit. Moeilijke kinderen bestaan niet is tegelijkertijd
een intelligente analyse en een warm pleidooi voor bondgenootschap in de opvoeding. Daarnaast staat het
boek vol met aanwijzingen hoe je je kind of pupil met andere ogen kunt leren zien en hoe je een nieuwe
toon kunt vinden in de dagelijkse omgang.
Dit Handboek PDD-NOS heeft zijn ontstaan te danken als antwoord op een vraag: Mijn zoon heeft de
diagnose PDD-NOS gekregen, maar wat betekent dat nu precies voor mijn zoon, mijzelf en mijn gezin?
Deze zo eenvoudig lijkende vraag leidde tot een persoonlijke zoektocht naar de oorzaken en gevolgen
van PDD-NOS. Het bleek dat er grote behoefte was aan gedegen informatie. PDD-NOS wordt de laatste
tijd steeds vaker bij kinderen gediagnosticeerd en ouders die meer wilden weten stuitten op hetzelfde
probleem als wijzelf. Er was een teveel aan onbegrijpelijke informatie en een tekort aan begrijpelijke
informatie.
Ruim vijftig jaar geleden beschreef de Oostenrijkse kinderarts Asperger voor het eerst dit syndroom,
waarbij mensen worden getypeerd die een gebrek aan inlevingsvermogen hebben, heel moeilijk vriendschappen
kunnen aangaan, eenzijdige gesprekken voeren, een enorme toewijding voor een specifieke interesse hebben
en motorisch onhandig zijn. De auteur, Engels psycholoog, heeft zijn ruim twintigjarige ervaring met
deze kinderen en volwassenen beschreven in een goed leesbaar boek voor ervaren lezers. Na
diagnosebeschrijving en sociaal gedrag beschrijft hij achtereenvolgens taal, preoccupaties,
motorische onhandigheid, cognitieve vaardigheden en overgevoeligheid voor zintuiglijke
waarnemingen. Prettig daarbij is dat hij elk hoofdstuk afsluit met een aantal conclusies en
reminders. Een uitvoerige Engelstalige literatuurlijst completeert dit boek dat door talrijke
praktijkvoorbeelden ongetwijfeld herkenbaar is voor de meer deskundige lezer.
In dit boekje wordt onderscheid gemaakt tussen de ADD-stoornis (Attention Deficit Disorder) en
die van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). Beide stoornissen worden met elkaar
verwisseld of op een hoop gegooid; dat dit onjuist is, wordt hier concreet gemaakt. Het zijn
stoornissen van neurologische oorsprong, niet psychisch; een baby heeft al ADHD/ADD bij zijn
geboorte. Een verstoring in de balans van de neurotransmitters is aangetoond. Een ADHD-kind is
overactief, een ADD-kind is dromerig. Mensen met ADD hebben last van aandachtstekort, problemen
met concentratie, geen tijdsbesef, moeite met overzicht, letten te veel op details of juist niet,
zijn vergeetachtig, enz. Mensen met ADHD praten tegen en niet met de ander, hebben moeite met
luisteren, kunnen niet stil zitten, zijn rusteloos, enz. Zo zijn er nog meer verschillen, die
in dit boekje helder uitgewerkt worden. Het grootste deel van de inhoud gaat verder over ADD.
De ADD'er kan zijn stoornis aardig verhullen en heeft zelfs extra gaven ontwikkeld zoals de
eigen ratio, innovatief zijn om problemen op te lossen, hooggevoelig zijn, onder stress kalm
blijven, autodidactisch vermogen, enz.
07 - Kinderen - Zogenaamd moeilijke kinderen
Last update: 04-05-2013
|