Hein Pragt Heinpragt.com    © Hein Pragt ( Facebook ,  )
Taalfoutje melden 
Volg op Facebook 
 

Moeilijke kinderen? Of kinderen die anders zijn?

kind Als vader van 5 bijzondere kinderen heb ik ondertussen ruime ervaring met het praten over "probleemkinderen". Ik heb mij altijd ingezet (samen met mijn partners) om te strijden voor het feit dat onze kinderen anders mogen zijn en geen label opgeplakt krijgen. Het lijkt er op dat tegenwoordig elk kind al vanaf de peuterspeelzaal en basisschool geanalyseerd wordt en men bijna zoekt naar een indicatie van een aantal medisch-psychische problemen zoals add, adhd, dyslexie en allerlei neurologische aandoeningen in het autistisch spectrum, pdd-nos, hooggevoelig / hoogsensitief, hoogbegaafdheid, Syndroom van Asperger enz. Het lijkt wel of elk gedrag dat maar enigszins afwijkt van de norm en een kind dat te rustig of juist onrustig en druk, een probleemgeval is. Het kind is niet sociaal genoeg, verstoort de orde in de klas, vraagt veel aandacht en dat hebben we liever niet in onze overvolle klassen.

In Trouw las ik dat hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns schreef over de problematisering van de jeugd. Maar liefst 14% van alle kinderen volgt speciaal onderwijs, woont in een pleeggezin of een tehuis, of krijgt begeleiding van de jeugdzorg of de geestelijke gezondheidszorg. Ook blijkt dat 9% van deze jongeren onterecht tot hulpverleners is veroordeeld en slechts 5% van alle kinderen die gespecialiseerde zorg ook echt nodig heeft.

Kinderen moeten weer opgevoed worden in plaats van behandeld!

Het begint er steeds meer op te lijken dat we onze jeugd aan het problematiseren en medicaliseren zijn. Steeds vaker krijgen jongeren een stempel adhd of autisme opgedrukt en krijgen ze medicatie om ze te laten functioneren binnen een klas. Het aantal kinderen dat op een speciale school zit is explosief gestegen. Het lijkt ondertussen wel een "probleem industrie" te worden waarbij het ook om veel geld gaat (8 miljard). Het lijkt er op dat er veel kinderen met een "rugzakje" (wettelijke uitkering) de financiële tekorten in het onderwijs moeten opvangen en de indruk kan gewekt worden dat scholen dit als alternatieve inkomstenbron gaan zien en er dus baat bij hebben zoveel mogelijk kinderen van een (geautoriseerd) label te voorzien. De sector die deze onderzoeken doet en de behandelingen uitvoert is ondertussen ook al een commercieel succes geworden, de gemiddelde wachttijden voor zelfs een intake lopen op tot meer dan een half jaar en de kosten van een onderzoek loopt in de duizend euro. Hier wil de school met alle plezier aan bijdragen (als ook de ziektekosten verzekering een deel op zich neemt) want bij een "goede" indicatie kan dit de school zeker 6000 euro (rugzak) per jaar opleveren.Dit is iets om zeer goed te overdenken wanneer men uw kind van een label wil voorzien.

De mooiste kunstwerken en de beste uitvindingen zijn bedacht
door mensen die heel eigenwijs anders durfden te zijn.
(Hein Pragt)

Is de Nederlandse jeugd echt knettergek?


Het blad Elsevier (2009) heeft grootscheeps onderzoek gedaan naar de jeugd van tegenwoordig onder directeuren van speciale scholen, hoogleraren en indicatiecommissies. De beangstigende conclusie is dat Nederland wereldwijd koploper is in probleemkinderen. Van de 3,5 miljoen kinderen tot 17 jaar krijgen 300 duizend professionele hulp wegens opvoed- en opgroeiproblemen. Tegenwoordig worden "lastige" kinderen al op 4-jarige leeftijd psychiatrisch onderzocht en gaat er enorm veel geld om in deze "probleem industrie". Het artikel is zeer duidelijk en zeer goed onderbouwd met statistieken en bedragen. Niet voor niets geeft de ontwikkelingspsycholoog J. Bijstra aan dat probleemgedrag veel minder objectief is vast te stellen dan de indicatiecriteria suggereren.

Is de Nederlandse jeugd echt knettergek?
Zes jaar en dan al bij de psychiater, steeds meer jonge kinderen krijgen een psychiatrisch etiket op geplakt en komen er niet meer vanaf. Wat vroeger een lastig kind heette, is nu een ADHD’er of autist. Meer dan enig ander Europees land stopt Nederland deze kinderen weg op scholen voor abnormalen. Dat speciaal onderwijs is vaak een glijbaan naar een levenslange uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Waarom verklaren wij onze jeugd massaal gek?

In elke schoolklas had je er vroeger wel één: het lastige jongetje dat slecht mee kon komen en zich druk en soms vreemd gedroeg. Als je ruzie met hem kreeg kon je in de pauze klappen verwachten. Een 'apart kind' heette zo'n jongetje dan, de leerkrachten gaven hem extra aandacht en met een beetje geluk maakte zo'n jongen gewoon de LTS af en schopte het tot timmerman of lasser. Tegenwoordig worden 'lastige’ kinderen al op zesjarige leeftijd psychiatrisch onderzocht, waarna ze, als er een tekortkoming in hun ontwikkeling wordt geconstateerd, een etiket krijgen opgeplakt. Meestal hebben ze ADHD een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) of een andere gedragsafwijking. Ze komen met zo'n diagnose in aanmerking voor speciaal onderwijs of extra begeleiding (het zogeheten ‘rugzakje') op school of thuis door de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Steeds meer deskundigen vragen zich af hoe verstandig dit 'selecteren' van jonge kinderen is. Staan ze niet te snel klaar met een diagnose? Die kinderen beseffen immers heel goed dat er, als ze een etiket krijgen opgeplakt, iets met hen aan de hand is, dat zij ‘anders' zijn. De kans bestaat dat psychiatrische etiketten schade aanrichten: Jongeren met beperkingen krijgen te maken met zeer veel indicatiestellingen. Deze continue bevestiging van de stoornis zal geen positief effect hebben op het zelfbeeld van de jongeren concludeert onderzoekinstituut TN0.

Krijgt een kind een stempel of indicatie, dan begint veelal een probleemcarrière, die te vaak eindigt in een levenslange uitkering voor arbeidsongeschiktheid. Een kind dat speciaal onderwijs volgt, heeft een kans van 55 procent in de Wajong te belanden, de uitkering voor arbeidsongeschikte jongeren die al even explosief groeit. Slechts een miniem percentage vindt ooit een normale baan. Wordt de jeugd in Nederland niet te snel voor gek verklaard? De cijfers zijn verontrustend: het aantal probleemkinderen groeit explosief. Waar je ook kijkt, bij de psychiatrische hulp, bij de jeugdzorg of op speciale scholen, overal is de groei schrikbarend. In twaalf jaar tijd verdubbelde het aantal kinderen op speciale scholen én het aantal kinderen dat hulp krijgt van Bureau Jeugdzorg. Eén op de zeven kinderen krijgt in zijn of haar leven te maken met jeugdzorg. Steeds meer kinderen krijgen de diagnose 'licht autistisch`. Een snel groeiend deel van de jeugd redt het kennelijk niet zonder hulp, althans, dat vinden ouders, leerkrachten en zorgverleners. Die kinderen staan onder behandeling van psychologen en psychiaters, zitten op speciale scholen, krijgen gezinshulp of gebruiken medicijnen. Alleen al in 2004 steeg het aantal kinderen dat medicijnen inneemt tegen ADHD met 25 procent.

Lees hier het volledige artikel dat in Elsevier verscheen!


Medicalisering van zeer jonge kinderen.

(c) 2012

Gisteren zag ik op Nieuwsuur een zeer interesante documentaire over het gebruik van Ritalin bij zeer jonge kinderen. De cijfers deden mij schrikken, in 2010 slikten ruim 800 kleuters in Ritalin en dat aantal lijkt inmiddels te zijn opgelopen tot ruim duizend. Volgens de bijsluiter van de fabrikant (Novartis) mag Ritalin alleen worden voorgeschreven aan kinderen boven de 6 jaar en is er nooit enig onderzoek gedaan naar het effect op kleuters en daarom is het middel in Nederland dan ook voor kleuters niet geregistreerd. Helaas geven we dus kleuters zware medicijnen die notabene onder de opiumwet vallen en waarvan de effecten op langere termijn dubieus zijn omdat ze druk zijn en voor extra werkdruk voor de docent en school zorgen.

Op dit moment wordt Ritalin aan 150.000 mensen voorgeschreven, vooral aan kleuters en jongeren. Elke maand komen er bijna 20.000 kinderen bij. Dit is een zeer zorgelijke situatie waarbij steeds meer kinderen op jonge leeftijd al afhankelijk gemaakt worden van medicatie. Ook viel hier ook weer de relatie met het zogenaamde rugzakje op, een kind met de diagnose ADHD krijgt meestal zo'n rugzakje en daardoor wordt het aantrekkelijk om de diagnose te stellen en ook om dit zo jong mogelijk al te doen. Gelukkig gaat de minister aan deze misstand een einde maken, wel zal het vrijgekomen geld standaard naar de basisscholen moeten gaan want deze hebben het geld hard nodig om goed onderwijs te kunnen blijven geven, ook als er wat kinderen met leer en gedragsproblemen in de klas zitten.

In het programma hoorden we ook ouders van kleuters bij wie de Ritalin een erg slechte uitwerking had en agressie en verdriet veroorzaakte en hoorden we hoe ouders door scholen onder druk gezet worden om het kind te laten testen, aan de medicatie te krijgen en een rugzakje aan te vragen. Een van de ouders vertelde zelfs dat de school gedreigd had dat het kind niet meer welkom was op die school als het niet aan de medicatie ging. Alternatieven (die buiten de rugzakregeling vallen) worden meestal niet eens besproken, laat staan serieus genomen als ouders dit voorstellen.

Omdat de gevolgen op langere termijn nog niet zo bekend zijn en zeker niet als het gaat om zeer jonge kinderen waarvan de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn, vraag ik me af hoe een school (of docent) zich kan verantwoorden om aan te dringen een kind zulke zware medicijnen toe te laten dienen waarvan de schade op langere termijn zeer ernstig kan uitpakken. Waar ligt hier het belang van het kind? Ook werd in het programma duidelijk dat de macht van de farmaceutische industrie erg ver gaat en dat er miljarden euro's aan belangen op het spel staan.


Kabinet wil medicalisering van de jeugd halt toeroepen.

November 2011

Een naar mijn mening goede bijzaak van de bezuinigingen is dat men ook weer een kritisch gaat nadenken over de medicalisering van de jeugd. De nu meer gangbare stelling is dat jongeren en hun ouders beter moeten leren omgaan met gedragsproblemen en tegenvallende prestaties. Men wil deze taak nu uitbesteden aan het wijdvertakte net van centra voor jeugd en gezin die gezinnen hierbij moet gaan helpen. Volgens CDA-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid is de laatste jaren de jeugd geproblematiseerd, elk probleem moest gediagnosticeerd met een etiket: adhd, pdd-nos, dyscalculie, tot hypersensitiviteit aan toe. Als zo'n etiket is geplakt wordt door de overheid hulp aangeboden. Daar moeten we van af, we moeten ontproblematiseren. Die etiketjes moeten er weer af. 9 November 2011 stond er een een zeer duidelijk artikel in de Volkskrant over dit onderwerp.

Lees hier het artikel uit de Volkskrant:

Artikel Volkskrant - Kabinet wil medicalisering van de jeugd halt toeroepen

Lees hier de pdf versie van het artikel.


Sterk stijgende ADHD medicatie in jeugdzorg onder de loep.

juni 2012

Kinderpsychiaters en kinderartsen onderzoeken of het wel terecht is dat steeds meer drukke kinderen medicijnen krijgen voor de hyperactiviteitstoornis ADHD. Dat zei tenminste de staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid) woensdag in de Tweede Kamer, ze verwacht de evaluatie van de beroepsgroep in de zomer. De Tweede Kamer maakt zich grote zorgen over de toenemende medicalisering van kinderen in de jeugdzorg. Vijf jaar geleden kreeg 1 op de 60 kinderen die met jeugdzorg te maken krijgen ADHD medicijnen, maar in 2010 was dat al gestegen tot 1 op de 26 kinderen. Dat is dus 4 procent van het aantal kinderen, zowel in de leeftijd van 6 tot 10 jaar als van 10 tot 16 jaar, aldus de cijfers die de staatssecretaris gaf. Veldhuijzen van Zanten maakt zich grote zorgen over de effecten van de medicijnen op de lange termijn bij nog groeiende hersenen. Ook wordt gekeken naar het effect en het gebruik van bijvoorbeeld ritalin in het buitenland, waar volgens de staatssecretaris ook steeds meer naar deze pillen wordt gegrepen. (Bron: ANP)


Wat is een rugzakje?


Leerling Gebonden Financiering In 2003 is de wet op de Leerling Gebonden Financiering in werking getreden ook wel het rugzakje genoemd. Een rugzakje is dus een andere naam voor leerlinggebonden financiering en is bedoeld voor kinderen die in het onderwijs extra ondersteuning kunnen gebruiken. Deze geldelijke bijdrage kan op twee manieren ingezet worden door u, als ouders. U kunt ervoor kiezen deze te gebruiken om uw kind te plaatsen op een speciale school, maar u kunt de bijdrage ook besteden aan ambulante begeleiding. Uw kind blijft dan onderwijs volgen op de eigen school, maar krijgt extra ondersteuning. Dit kan in de vorm van individuele begeleiding van het kind, aanschaf van extra materiaal of begeleiding van de leerkracht. De extra financiële vergoeding gaat dan naar de desbetreffende school en naar het Regionaal Expertisecentrum, het REC, voor ambulante begeleiding. Kiest u voor een speciale school, dan gaat de extra financiering naar de school waarop uw kind geplaatst wordt. Voor een leerling met meervoudige handicap bedraagt de rugzak 16.000 euro, de reguliere school krijgt hiervan 10.000 euro op haar giro, het REC 6.000 euro. Voor een gemiddelde gedragsstoornis zijn de bedragen wat lager.


Rugzakje in het onderwijs afschaffen.

Maart 2012

Het zolgenaamde rugzakje in het onderwijs afschaffen is moedig besluit, maar vergeet de ouders niet. Staatssecretaris Dijksma schaft het rugzakje in het onderwijs af. Reden: van de 2 miljard die we hebben voor begeleiding van kinderen in het reguliere onderwijs blijft teveel in de bureaucratie hangen, het aantal rugzakjes is verdriedubbeld in 5 jaar tijd en tóch (of desondanks) stijgt het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs met 25%. Een paar maanden geleden was de documentaire "Een klasse apart" te zien over de Kingma-school in Amsterdam, een school voor speciaal onderwijs. Je ziet een wereld die veel mensen niet kennen, kinderen met enorme gedrags- en leerproblemen, maar je ziet vooral het oneindige geduld en doorzettingsvermogen van de echte helden van het onderwijs: de docenten en de directeur van een school aan de achterkant van de kenniseconomie.

Het speciaal onderwijs (of varianten daarop): daar gaat het natuurlijk over als je in de krant stukjes over rugzakjes, netwerken, zorgplicht, REC's, indicatiestellingen en wat al niet meer aantreft. Ik heb er als wethouder onderwijs veel mee te maken. Het is een enorm ingewikkelde wereld; veel ouders begrijpen er nauwelijks iets van, maar ook bestuurlijk is het hartstikke ingewikkeld. De verschillen tussen scholen zijn groot: veel reguliere scholen hebben niet de kennis en middelen in huis om zorgleerlingen (al dan niet met een rugzakje) op te vangen. Sommige scholen proberen er het beste van te maken, maar er zijn ook scholen die kinderen te snel doorverwijzen.


Invloed van voeding op gedragsproblemen.

(c) 2011

Nu medicatie steeds meer ter discussie staat en veel ouders toch proberen de oplossing van gedragsproblemen op een meer natuurlijke wijze op te lossen, is er steeds meer studie naar de invloed van voeding op gedragsproblemen. Bij kinderen van alle leeftijden kan onderzocht worden of de voeding mogelijk de oorzaak is van de gedragsproblemen. ADHD (druk gedrag) en ODD (opstandig gedrag), driftig of agressief gedrag kan een relatie hebben met voeding.

Ervaren ouders hebben het bewijs misschien niet nodig, maar kinderen worden inderdaad drukker van toevoegingen in snoep en frisdrank. "Bijna alle kinderen (hyperactief of niet) blijken gevoelig voor kunstmatige kleurstoffen en bepaalde conserveermiddelen," vertelt de Britse kinderallergoloog John Warner. Al vijfentwintig jaar wordt naar de relatie gezocht, met wisselende uitkomsten. De nieuwe studie is groter dan voorgaande studies, en neemt als eerste ook gewone kinderen mee. Warner zag in zijn onderzoek geen engeltjes die van een toverbal ineens over rooie gingen: "Het was meer dat alle kinderen een klein beetje drukker werden. Toch is het belangwekkend. Als je de scores omrekent, dan zorgt zo'n toename dat twee keer zoveel kinderen doorschieten in hun drukte, en de grens overschrijden waarboven het gedrag problematisch is. In een omgeving zonder toevoegingen zouden twee keer zo weinig kinderen echt nadeel ondervinden van hun hyperactiviteit."

Op deze site vindt u informatie over onderzoek naar de invloed van voeding op ADHD en op andere gedragsproblemen bij kinderen. U kunt uw kind voor dit onderzoek (het Pelsser-Voeding en Gedrag (PVG)-onderzoek) aanmelden. Dit reguliere onderzoek wordt uitsluitend uitgevoerd door het ADHD Research Centrum, met vestigingen in Eindhoven en in Rotterdam. Het onderzoek verloopt volgens een strikt protocol, het PVG-protocol. Dit protocol is wetenschappelijk getoetst en is zeer effectief gebleken.

link: www.pelsser.nl/

Ritalin kan kinderen psychotisch maken.

December 2011

Volgens de Belgische apotheker Fernand Haesbrouck van het Psychiatrisch Centrum St. Amandus in Beernem moeten artsen kinderen met adhd geen Ritalin en Concerta voorschrijven. Hij voert een kruistocht tegen adhd-medicijnen en onlangs verscheen zijn boek "ADHD-medicatie, medische megablunder" in Nederland. Per jaar krijgen duizenden adhd-kinderen Ritalin en Concerta voorgeschreven, de actieve stof hiervan is methylfenidaat, dat scheikundig gezien een amfetamineachtig product is. Bij langdurig gebruik kan het kinderen psychotisch maken. Veel kinderen die tenminste anderhalf jaar Ritalin gebruiken, slikken daarnaast ook antipsychotica. Medici denken dat hun psychotische klachten een symptoom zijn van de aandoening adhd wat grote onzin is want het is puur een bijwerking van de medicijnen.

Over de werkingsmechanisme van de stof methylfenidaat is weinig bekend, de heilzame effecten zijn evidence based en veel mensen verbazen zich over de paradoxale werking van Ritalin en Concerta. Hoewel het oppeppers zijn, worden adhd-kinderen er juist rustig van. De verklaring is dat ze de aanmaak van adrenaline verhogen, de kinderen worden echter niet kalmer, het verscherpt alleen hun focus. Ze lijken dus meer handelbaar en presteren beter, maar hun hoofd rammelt als nooit tevoren.

Lees meer over dit onderwerp op:

www.wijwordenwakker.org


Weer Samen Naar School


Ongeveer één op de vijf kinderen op de basisschool heeft voor korte of langere tijd extra zorg en begeleiding nodig. Ze hebben bijvoorbeeld moeite met leren of hebben gedragsproblemen. Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen met ADHD, dyslexie of bepaalde vormen van autisme. Maar ook hoogbegaafde leerlingen vragen specifieke aandacht. Doel van het project 'Weer samen naar school' (WSNS) is dat kinderen de benodigde zorg en begeleiding zo veel mogelijk op de basisschool krijgen.

Basisscholen werken hiervoor samen in een samenwerkingsverband, als blijkt dat het op de basisschool toch niet goed lukt, gaan kinderen naar een speciale school voor basisonderwijs. Dit is bij voorkeur tijdelijk. Het WSNS-beleid is bedoeld voor alle basisschoolleerlingen inclusief de leerlingen die speciale zorg en begeleiding nodig hebben. Lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met ernstige gedrags- of psychiatrische stoornissen zijn géén doelgroep van WSNS. Deze leerlingen kunnen naar een school voor speciaal onderwijs of met een leerlinggebonden financiering (het rugzakje) naar de reguliere basisschool.

link: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap




Wat zijn gedragstoornissen en wat zijn de kenmerken

(C) 2010

kind en gedragstoornissen Wanneer u te maken krijgt met een gesprek over uw kind vallen vaak veel vaktermen waarmee men u overdondert en veel mensen krijgen dan ook het gevoel dat het hun allemaal boven de pet gaat en dat de specialist (of leerkracht) het wel allemaal weet. Vaak laten ouders zich overdonderen en stemmen in met een onderzoek omdat de school aangeeft dat het in het belang van het kind is. Dit is een vorm van emotionele manipulatie omdat elke ouder natuurlijk het beste voor het kind wil, maar het is maar de vraag of het in de praktijk echt het beste voor het kind is. Het is belangrijk om uzelf als ouder ook in te lezen in de materie en te zorgen dat u mee kunt praten en voor uzelf kunt beslissen of iets inderdaad in het belang van uw kind is! Mijn advies is dan ook om zeer kritisch te blijven en zelf eerst eens informatie in te winnen of een tweede mening te vragen en niet zomaar alles voor zoete koek aan te nemen.

De regering is momenteel aan het onderzoeken waarom er ineens een explosieve stijging is voor allerlei gedragsstoornissen bij kinderen, maar snapt nog niet dat dit door de subsidiering (sinds 2004) ontstaat is. Vergelijkbaar is de WAO regeling die Nederland kende en de overheid die pas te laat doorhad dat het enorme aantal arbeidsongeschikten in Nederland waarschijnlijk veroorzaakt werd door een zeer ruime overheidsregeling.

Om een aantal stoornissen en termen duidelijk te maken, staat hier een beknopt overzicht met links naar sites wanneer u zich verder wil verdiepen in een onderwerp. Ik ben zelf een ouder met ervaring maar geen psycholoog, ik heb een poging gedaan om de vaak wetenschappelijke teksten zo helde mogelijk weer te geven.


Wat is autisme?

Autisme is een aangeboren stoornis die zich kenmerkt door een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Een kind met autisme (of een autisme verwante stoornis) ervaart de wereld totaal anders, autisme wordt ook wel een informatieverwerkingsstoornis genoemd. De informatie (de waarneming) komt niet als een geheel, maar in losse delen binnen, en moet eerst als een soort puzzel in elkaar worden gezet. Een kind met autisme moet dus eerst alle losse delen samen tot een logisch beeld en het duurt dus langer voor een kind begrijpt wat er in de omgeving gebeurt. Ook kan het kind moeilijk onderscheid maken tussen de vele prikkels die het uit zijn omgeving opvangt waardoor het zich dus ook moeilijker kan concentreren.

Kinderen met autisme hebben moeite met het herkennen van dingen en begrijpen vaak niet wat er gebeuren gaat of wat van ze verwacht wordt. Ook begrijpen ze de woorden, gebaren en gezichtsuitdrukkingen van andere kinderen minder waardoor ze last krijgen van stress en angst wat weer agressie of teruggetrokkenheid tot gevolg kan hebben. Vanwege de moeilijk te stellen diagnose rondom autisme en autisme verwante stoornissen is het met zekerheid pas op latere leeftijd vast te stellen en aangezien sommige van de signalen tevens bij een normale ontwikkeling van het kind horen moet u zich niet direct zorgen maken bij het herkennen van enkele kenmerken.

Bij kinderen van 0 - 2 jaar:

  • Ontbreken van oogcontact;
  • Niet anticiperen op het opgepakt worden;
  • Ontbreken van lachen naar de ouders;
  • Niet opzoeken van anderen om troost of affectie;
  • Niet met ongenoegen reageren op het vertrek van de ouders;
  • Het niet zwaaien naar ouders, ontbreken van begroetingen.

Kinderen boven de 2 jaar:

  • Weinig initiatief nemen in het aangaan van contact;
  • Niet graag spelen met andere kinderen;
  • Obsessief bezig zijn met bepaalde handelingen en/of speelgoed;
  • Niet of vertraagd op gang komen van de taalontwikkeling;
  • Het letterlijk nemen van wat gezegd is;
  • Het zinloos en letterlijk herhalen van eerder gehoorde woorden en zinnen;
  • Constant op en neer wiegen;
  • Fladderen met handen en/of armen;
  • Moeite hebben met het houden van fysieke afstand naar anderen;
  • Nauwelijks reageren op pijnprikkels of het roepen van zijn naam;
  • Overgevoelig reageren op geluiden.

link: wikipedia.org/wiki/Autisme


Syndroom van Asperger

Autisme kent zeer veel varianten en bovendien zijn er vormen van autisme die niet vroeg te herkennen zijn zoals het syndroom van Asperger. Het gaat hier vaak om kinderen die meer dan gemiddeld intelligent zijn, problemen hebben in het contact met anderen, afwijkend en eenzijdig gedrag vertonen, en vaak een andere of verstoorde taalontwikkeling hebben. Deze kinderen zijn in de babytijd vaak niet echt anders pas als ze naar school gaan treden de problemen op. Omdat ze vaak goed met taal zijn en heel intelligent is het soms moeilijk om te begrijpen wat er aan de hand is.

Kinderen met het syndroom van Asperger vinden het moeilijk om sociale situaties goed te begrijpen en hierdoor hebben ze vaak ook weinig tot geen vriendjes en zijn vaak erg op zichzelf. Ze kunnen moeilijk praten met andere kinderen, omdat ze vaak op een volwassen manier praten. Ze hebben niet veel verschillende interesses en zijn vaak erg gefixeerd op één bepaalde bezigheid waar ze urenlang mee bezig kunnen zijn. Kinderen met Asperger kunnen ook niet goed tegen veranderingen en raken snel van slag als dingen niet gaan zoals ze verwachten en willen graag dat alles hetzelfde blijft. Ze zijn lichamelijk onhandig en bewegen vaak traag en houterig en ook de fijne motoriek (hand-oogcoördinatie) kan niet zo goed zijn waardoor ze moeite hebben met schrijven. Ook hebben ze vaak een minder expressieve gelaatsuitdrukkingen en een wat monotone stem.

Dit zijn enkele kenmerken op een rij:

  • Het kind spreekt niet of nauwelijks, of heeft een vreemde spraak;
  • Het kind herhaalt klanken of doet ze na;
  • Het kind verwijst naar zichzelf als 'jij', 'zij' (of 'hij'), dit is normaal gedrag tot een jaar of 3;
  • Het kind heeft een opvallend woordgebruik (niet passend bij de leeftijd of de situatie);
  • Het kind is niet in staat om echt een gesprek te voeren, spreekt niet vloeiend in alle situaties, of kan alleen over een zelf gekozen onderwerp goed praten;
  • Het kind kan niet goed met andere kinderen samen spelen;
  • Het kind lijkt niet te begrijpen wat de normen in de klas zijn;
  • Het kind geeft openlijk kritiek op de leraar;
  • Het kind wil niet meedoen met groepsspelletjes;
  • Het kind is snel van slag door sociale of andere gebeurtenissen;
  • Het kind heeft een onevenwichtige verhouding met volwassenen (te intens, of juist moeite om een relatie aan te gaan);
  • Het kind vertoont heftige reacties op inbreuk van de persoonlijke ruimte, verzet zich heftig tegen aansporingen (zoals opschieten).

link: wikipedia.org/wiki/Asperger


Wat is PDD-NOS?

PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen een overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd. Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen sociaal begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam, waardoor ze vaak onzeker en angstig zijn. Hierdoor houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen die zelfs erg dwangmatig kunnen zijn. De oorzaak van PDD-NOS is nog niet echt duidelijk, men denkt wel dat erfelijkheid een grote rol speelt en het komt voor in veel varianten van sociaal een beetje onhandig tot puur autisme.

Kenmerken van PDD-NOS:

  • Onhandig en angstig gedrag in sociale situaties;
  • Weinig begrip en gebruik van nonverbale signalen;
  • Niet of nauwelijks leren van sociale ervaringen;
  • Een eenzame, gesloten indruk te maken;
  • Zich angstig te tonen voor veranderingen;
  • Heel erg vasthouden aan bepaalde routines;
  • Zich koppig en driftig te uiten;
  • Een eenzijdige belangstelling tonen;
  • Dwangmatige gedragspatronen te ontwikkelen;
  • Overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels;
  • Of weinig gevoeligheid voor geluiden, beelden, temperaturen of aanrakingen;
  • Trage taalontwikkeling;
  • Eigenaardig ouwelijk taalgebruik;
  • Taal vaak te letterlijk nemen;
  • Een onhandige, stijve motoriek;

link: wikipedia.org/wiki/PDD-NOS


Wat is ADHD?

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder (in het Nederlands: aandachts- en concentratiestoornis met hyperactiviteit). Kinderen met ADHD hebben moeite om hun aandacht blijvend op een taak te richten (concentratie) en moeite om zich niet door allerlei prikkels uit de omgeving te laten afleiden. Ook doen ze vaak al dingen voordat ze denken en kunnen ze de gevolgen van hun eigen gedrag niet goed overzien. Kinderen met ADHD zijn voortdurend in beweging, zijn vaak snel opgewonden en gefrustreerd en voelen vaak een grote onrust van binnen. Het verwarrende kan zijn dat ze zich soms wel goed kunnen concentreren op sterke prikkels zoals spannende films of computerspelletjes. Ook is het zo dat de kenmerken van ADHD kunnen voorkomen bij andere stoornissen en druk, impulsief en ongeconcentreerd gedrag komt ook in min of meerdere mate voor bij alle kinderen, een beetje druk is soms een beetje lastig maar dus niet gelijk aan ADHD.

Kenmerken van ADHD zijn:

  • Snel zijn afgeleid;
  • Moeilijk kunnen blijven zitten;
  • Veel wiebelen, draaien en friemelen;
  • Moeilijk op hun beurt kunnen wachten;
  • Antwoord geven voordat de vraag is gesteld;
  • Moeilijk instructies kunnen volgen;
  • Moeilijk blijvend de aandacht kunnen richten;
  • Van de ene activiteit naar het andere hollen;
  • Overdreven veel praten en anderen in de rede vallen;
  • Niet luisteren naar wat anderen zeggen;
  • Veel kwijtraken en vaak dingen verliezen;
  • Zichzelf vaak in gevaarlijke situaties storten.

wikipedia.org/wiki/Adhd

Alternatieve behandelingen ADHD.

Omdat de bij ADHD voorgeschreven medicijnen zoals Ritalin, Concerta, Equasym XL en Medikinet serieuze bijwerkingen hebben, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het opgroeiende kind, zijn er inmiddels veel alternatieve therapieën op internet te vinden voor het behandelen van ADHD. Echter, net als bij behandeling met medicatie geldt ook hiervoor dat er weinig wetenschappelijk bewijs voor handen is voor de effectiviteit van deze behandelingen. Of de onderzoeksgroepen waren te klein, of niet specifiek genoeg waardoor uitspraken over de betrouwbaarheid van de behandeling niet bewezen geacht worden. In het algemeen wordt wel gesteld dat de alternatieve behandelingen zeker een goede belofte vormen voor de toekomst. Het blijft dan ook uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de ouders, om de juiste behandeling te vinden die aansluit bij de individuele behoefte van hun kind.

Op deze site kunt u informatie vinden over gedragstherapie, ADHD Neurofeedback, EEG Biofeedback of Hersengolf therapie, het Fewfood dieet en het Feingold dieet, vetzuursupplementen zoals visolie, homeopathische middelen en megavitamines, antioxidanten, ijzersupplementen of sporenelementen.

Link: www.leerwiki.nl/Alternatieve_behandelingen_ADHD



Wat is ADD?

Zoals de afkorting al aangeeft is ADD ongeveer hetzelfde als ADHD maar dan zonder het hyperactieve deel. Deze kinderen worden niet snel opgemerkt omdat ze geen druk gedrag vertonen, ze vertonen juist eerder passief gedrag. Ze kunnen zich niet echt concentreren op één onderwerp, dit is onmacht, het is geen kwestie van wel of niet willen. Verveling slaat snel toe, de hersenen gaan bewust op zoek gaan naar iets dat leuker, spannender of interessanter is. Kinderen met ADD hebben vaak weinig vrienden, zijn erg gevoelig, trekken zich vaak terug en zijn zeer chaotisch. Zij kunnen slecht tegen onrecht en voelen zich regelmatig eenzaam en onbegrepen. Wel hebben ze vaak een opvallend doorzettingsvermogen en leren ze vaak vaardigheden om hun gedrag te verbergen. Ze zijn vaak heel creatief en fantasierijk en hebben een bijzonder inlevingsvermogen. ADD kinderen hebben meer moeite bij planmatige taken zoals bij het rekenen dan ADHD kinderen.

Kenmerken van ADD zijn:

  • Gevoelig en emotioneel;
  • Last van stemmingswisselingen;
  • Chaotisch, ongestructeerd en vaak slordig;
  • Ontwijken vaak grote groepen en trekt zich graag terug;
  • Kan ergens helemaal in opgaan, bijvoorbeeld in een bepaalde interesse;
  • Kan zich moeilijk concentreren op een opdracht en is ook snel afgeleid;
  • Kan slecht aanwijzingen opvolgen;
  • Heeft moeite met luisteren en stilzitten;
  • Is moeilijk te motiveren;
  • Is creatief en probleemoplossend ingesteld;
  • Is erg onzeker over zichzelf en is daarnaast erg perfectionistisch;
  • Lijkt veel te dagdromen;
  • Het kind probeert altijd ver vooruit te denken;
  • Situaties overkomen iemand met ADD vaak;
  • Dingen die moeten gebeuren, worden uitgesteld tot het laatste moment.

wikipedia.org/wiki/ADD


Wat is Ritalin?

Ritalin is een medicijn dat wordt voorgeschreven bij slaapzucht en ADHD en het heeft een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel en verhoogt hun vermogen tot concentratie. Dit lijkt tegenstrijdig maar hierdoor worden overactieve mensen minder snel afgeleid waardoor ze rustiger worden. De werkzame stof in Ritalin is methylfenidaat. Methylfenidaat is sinds 1954 internationaal op de markt.

Het valt onder de Opiumwet en de farmacologische eigenschappen lijken op die van de cocaïne. Ritalin heeft een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel en verhoogt het vermogen tot concentratie waardoor kinderen minder snel afgeleid en rustiger worden. Bij mensen die geen ADHD hebben heeft Ritalin een vergelijkbare werking als cocaïne. Ook bij Ritalin kan al snel gewenning of psychische afhankelijkheid optreden. Ritalin mag alleen op doktersvoorschrift gebruikt worden en ingenomen worden volgens de voorgeschreven dosis.

Het is dus geen onschuldig medicijn en daarom is er strenge controle op het gebruik van dit medicijn en moet bijvoorbeeld bij een buitenlandse reis ook een vrijwaring meegenomen worden omdat het vrijwel overal onder de opium wet valt.

De verleiding om kinderen die wat drukker zijn of slechte schoolresultaten hebben ook te behandelen met medicijnen is vaak erg groot de laatste jaren steeg het aantal gebruikers van ADHD-medicijnen ook explosief. De Nederlandse Gezondheidsraad heeft geadviseerd dat Ritalin alleen door psychiaters mag worden voorgeschreven.

wikipedia.org/wiki/Ritalin


Een disharmonisch ontwikkelingsprofiel.

(c) 2011 Hein Pragt

De term verbaal-performaal-kloof (of Een disharmonisch ontwikkelingsprofiel) is ontstaan als een gevolg van de meetmethode die bij de WISC III gehanteerd wordt. Men meet er enerzijds het verbale IQ mee, en anderzijds het performale IQ. Het verbale IQ is een meting van alles wat betrekking heeft op woordenschat, taalgevoel, redeneringsvermogen, enz., Rekensommen worden in de vorm van (verbale) redactiesommen aangeboden, maar rekenen in het algemeen telt niet mee in de waarde van het Verbale IQ. Het performale IQ is een meting van hoe je praktisch omgaat met je kennis. Hoe los je bijvoorbeeld een praktisch probleem op. Motorische vaardigheden spelen hierbij een rol, maar evengoed een aantal inzichten, zoals bijvoorbeeld het ruimtelijk inzicht. Dit onderdeel is meer praktisch handelend dan kennis gerelateerd: figuren leggen, onvolledige tekeningen, blokpatronen, plaatjes in een logische volgorde leggen, etc. Op een non-verbale, handelende manier maak je zichtbaar wat je kunt. Een disharmonisch ontwikkelingsprofiel betekent een verschil in verbale prestaties tegenover performale prestaties of andersom.

De term verbaal-performaal kloof verwijst naar een gemeten verschil in de prestaties op de onderdelen van de WISC III die tot het verbale en performale IQ worden gerekend. Wanneer dit verschil 15 punten of meer is, is er in statistisch opzicht sprake van een significant verschil.

Lees meer op:

Link: www.pharosnl.nl/?v-p-kloof



Om even over na te denken


De jufrouw zei: "Wat ben jij snel klaar met verven, zet er nog maar een paar kleurtjes bij." want ze zag het meisje al 5 minuten niets meer doen. De andere kinderen waren nog bezig met strepen zetten, de smeerbaarheid van verf ontdekken, met de kwast door andere kleuren gaan, verf op de vingers krijgen, ze waren en dat was de bedoeling aan het verkennen hoe verf voelt aan je vingers, op een kwast, op papier en hoe je kleuren kunt veranderen. Het meisje had nog schone vingers, ze wist al hoe verf voelde en dat wilde ze niet weer voelen. Ze had de opdracht van de juf uitgevoerd en de kleuren geplaatst op een voor haar evenwichtige manier. "Daar zie ik papier, daar zit nog geen verf." zei de juf aanmoedigend. Mismoedig pakte ze de kwast en plakte twee klodders verf op de aangewezen plaatsen en..........toen was het haar schilderij niet meer.


Handige en nuttige boeken over kinderen en stoornissen


Dit boek is een richtlijn voor mensen die als partner van een ADHD-patient voorlichting en informatie wensen om hierdoor beter te kunnen omgaan met hun man of vrouw. ADHD is ook bij volwassen mensen een veel voorkomend probleem (een op de 150). En de verschijnselen van deze afwijking kunnen op den duur het samenleven in gezin of relatie ontwrichten. De auteurs bieden in dit beknopte voorlichtingsboek een beeld van de afwijking ADHD. Vervolgens gaan ze in op de verstoorde communicatie die heel vaak tussen partners voorkomt. Er wordt gezocht naar evenwicht en naar ordening en structuur van bijvoorbeeld de huishouding en de taken die je daar aantreft. Er wordt ook een manier van omgaan met de klachten uitgewerkt in de zogenoemde TUBA-werkwijze, een richting die je kunt inslaan om veranderingen aan te brengen. Het boek geeft een ruim overzicht van relevante literatuur; er is ook een lijst van belangrijke adressen en websites toegevoegd. Een uitstekend voorlichtingsboek dat vooral bestemd is voor hen die partner zijn van een ADHD-man of -vrouw. Het stimuleert de zelfhulp, bemoedigt de partner om het uit en vol te houden en is handzaam in het gebruik als het gaat om vaste lijnen in omgang en communicatie aan te brengen.


Het boek geeft een duidelijke totaalvisie op de ADHD-stoornis (ADHD: Attention-Deficit Hyperactivity Disorder). Het behandelt het onderwerp in vier delen. Allereerst de nieuwste inzichten binnen de theorievorming en aandacht voor de invloed van ADHD-kinderen op het gezinsleven. Vervolgens het leiding nemen als ouder bij de diagnosestelling en tien belangrijke principes voor het opvoeden. In dit deel ook apart aandacht voor de zelfhandhaving van de ouders, met zeer zinvolle tips. Als derde het leren leven met ADHD, thuis en op school. Hierin volledige en duidelijk omschreven beschrijvingen van methoden ter behandeling van ADHD in alle ontwikkelingsfasen. Het laatste deel behandelt de medicatie bij ADHD. Door de concrete voorbeelden en ervaringsgevens met betrekking tot de begeleiding van kinderen en ouders is het boek zeer boeiend en leesbaar, ondanks de moeilijke materie. Geschikt voor opleidingsinstituten, praktijkwerkers en ouders. Achterin het boek is een literatuurlijst aanwezig.


In dit boek staan kinderen met de diagnose PDDNOS centraal. Dit zijn kinderen met problemen in de ontwikkeling van sociaal begrip en sociaal gedrag. Ze hebben daarnaast ook symptomen die kinderen met ADHD ook hebben. Daarom komt ADHD ook regelmatig in dit boek ter sprake. Het boek is in twee duidelijk gescheiden delen ingedeeld. In het eerste worden de problemen van deze kinderen beschreven en in het tweede worden opvoedingsadviezen gegeven. Er is een duidelijke hoofdstukindeling. Het taalgebruik is niet altijd even gemakkelijk. Het boek is geschikt als ondersteuning bij de opvoeding van deze kinderen. De auteurs zijn allen werkzaam bij de poliklinische hulpverlening van de universiteit van Groningen en zijn gespecialiseerd op dit terrein. Het boek bevat een literatuurlijst en adressen van ouder- en patientenverenigingen.


Aan het eind van een eeuw die volgens idealisten de 'eeuw van het kind' had moeten worden, heerst er op het terrein van opvoeding, onderwijs en jeugdzorg een crisisstemming. Het aantal kinderen en jongeren met zogenaamde gedragsstoornissen of psychosociale problematiek neemt hand over hand toe. Worden kinderen inderdaad 'moeilijker'? Of maken wij - ouders, pedagogen, de hele volwassen maatschappij - het kinderen steeds moeilijker? Henning Köhler kiest de kant van het kind. Geen kind wil als een probleemgeval worden gezien. In feite zoekt een kind bondgenoten, mensen die in hem geloven, die zijn moeilijkheden erkennen, maar ook weten dat daar een unieke kracht achter zit. Moeilijke kinderen bestaan niet is tegelijkertijd een intelligente analyse en een warm pleidooi voor bondgenootschap in de opvoeding. Daarnaast staat het boek vol met aanwijzingen hoe je je kind of pupil met andere ogen kunt leren zien en hoe je een nieuwe toon kunt vinden in de dagelijkse omgang.


Dit Handboek PDD-NOS heeft zijn ontstaan te danken als antwoord op een vraag: Mijn zoon heeft de diagnose PDD-NOS gekregen, maar wat betekent dat nu precies voor mijn zoon, mijzelf en mijn gezin? Deze zo eenvoudig lijkende vraag leidde tot een persoonlijke zoektocht naar de oorzaken en gevolgen van PDD-NOS. Het bleek dat er grote behoefte was aan gedegen informatie. PDD-NOS wordt de laatste tijd steeds vaker bij kinderen gediagnosticeerd en ouders die meer wilden weten stuitten op hetzelfde probleem als wijzelf. Er was een teveel aan onbegrijpelijke informatie en een tekort aan begrijpelijke informatie.


Ruim vijftig jaar geleden beschreef de Oostenrijkse kinderarts Asperger voor het eerst dit syndroom, waarbij mensen worden getypeerd die een gebrek aan inlevingsvermogen hebben, heel moeilijk vriendschappen kunnen aangaan, eenzijdige gesprekken voeren, een enorme toewijding voor een specifieke interesse hebben en motorisch onhandig zijn. De auteur, Engels psycholoog, heeft zijn ruim twintigjarige ervaring met deze kinderen en volwassenen beschreven in een goed leesbaar boek voor ervaren lezers. Na diagnosebeschrijving en sociaal gedrag beschrijft hij achtereenvolgens taal, preoccupaties, motorische onhandigheid, cognitieve vaardigheden en overgevoeligheid voor zintuiglijke waarnemingen. Prettig daarbij is dat hij elk hoofdstuk afsluit met een aantal conclusies en reminders. Een uitvoerige Engelstalige literatuurlijst completeert dit boek dat door talrijke praktijkvoorbeelden ongetwijfeld herkenbaar is voor de meer deskundige lezer.


In dit boekje wordt onderscheid gemaakt tussen de ADD-stoornis (Attention Deficit Disorder) en die van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). Beide stoornissen worden met elkaar verwisseld of op een hoop gegooid; dat dit onjuist is, wordt hier concreet gemaakt. Het zijn stoornissen van neurologische oorsprong, niet psychisch; een baby heeft al ADHD/ADD bij zijn geboorte. Een verstoring in de balans van de neurotransmitters is aangetoond. Een ADHD-kind is overactief, een ADD-kind is dromerig. Mensen met ADD hebben last van aandachtstekort, problemen met concentratie, geen tijdsbesef, moeite met overzicht, letten te veel op details of juist niet, zijn vergeetachtig, enz. Mensen met ADHD praten tegen en niet met de ander, hebben moeite met luisteren, kunnen niet stil zitten, zijn rusteloos, enz. Zo zijn er nog meer verschillen, die in dit boekje helder uitgewerkt worden. Het grootste deel van de inhoud gaat verder over ADD. De ADD'er kan zijn stoornis aardig verhullen en heeft zelfs extra gaven ontwikkeld zoals de eigen ratio, innovatief zijn om problemen op te lossen, hooggevoelig zijn, onder stress kalm blijven, autodidactisch vermogen, enz.


Vragen en reacties m.b.t. dit onderwerp

Hier kunt u de vragen over dit onderwerp lezen van andere bezoekers van deze site en eventueel een antwoord of reactie plaatsen. Om de volledige vraag te lezen en alle reeds gegeven reacties kunt u op de vraag klikken! U kunt alleen de vraag en reacties lezen, u hoeft niet te reageren!

07 - Kinderen  -  Zogenaamd moeilijke kinderen
Vraag of reactieReactiesDatum en tijd
v/P kloof en dan?(0 )2014-02-11 09:22:00
Mijn zoon van 9 valt sinds groep 3 al op. Kregen dat terug van school, nso en sport. Kenmerken: -Druk, wiebelig - tics - slechte concentratie. - Ziet niet wanneer hij te ver gaat of wanneer hij te dichtbij komt bij personen. daar had hij sociaal wel last van. Gaat nu veel beter - Daarnaast heeft hij moeite met routinetaken (doortrekken wc, lamp uit doen). Veel meer dan andere kinderen. Hij zegt vaak "oh,ja" omdat hij het vergeet. - impulsief (heeft al iets aangeraakt of gepakt voordat hij het in de gaten heeft) - houdt niet van veranderingen. Moet alles plannen of uitdenken zodat hij precies weet hoe het er uit gaat zien. Sommige punten kunnen ook gewoon zijn voor kinderen / jongens. Dat besef ik. Het gaat steeds beter, ook sociaal gezien. Maar de klas raakt ook aan hem gewend. Beweeglijk is hij nog steeds is de klas, concentratie blijft een probleem. Daarnaast heeft hij een slechte Cito-score. Al het leeswerk (4 vd 5 onderdelen scoort hij onder de maat), rekenen heeft hij een A+. Hij heeft ...
Ervaring met het rugzakje?(1 )2011-10-12 17:00:00
Zijn er ouders van kinderen die gebruik maken van de rugzak regeling op basis van gedragsstoornissen en wat zijn jullie ervringen? Wat doet de school met het geld en hebben jullie de indruk dat het ook echt beter is voor het kind?
Ervaring met het opgeplakt krijgen van een label?(6 )2010-02-14 11:13:00
Zijn er meer mensen die ervaring hebben met het opgeplakt krijgen van een label op hun kinderen? Ik heb de indruk dat het tegenwoordig erg snel gaat en dat een kind dat maar enigzinds afwijkt van de "standaard" wat dat dan ook is, snel een label krijgt en eventueel extra begeleiding om het maar aan te passen aan het systeem. Ik zou graag ervaringen van andere ouders horen.
Dromer laten doubleren??(5 )2010-02-13 23:19:00
Hoi Hoi. Ik heb een ontzettende lieve zoon. Echt een schatje, maar een ontzettende dromer in de klas. Nu willen ze hem laten doubleren omdat jij zo dromerig is en zo jong overkomt. Alleen met rekenen heeft hij iets moeite. Ik heb het met mijn zoon besproken en hij vind het helemaal niets. Waarom? Weg bij mijn vriendjes, etc. Zelf denk ik dat blijven zitten geen optie is. Want ook volgend jaar zal hij gaan dromen het zit in zijn karakter. Zelf was ik vroeger ook een dromer en mijn ouders hebben mij wel (met beste bedoelingen) laten zitten. Heeft het geholpen? Nee! Ook toen bleef ik in de onderlaag van de klas. Ook had iik het gevoel dat ik gefaald had en werd ik dus onzekerder. Kortom wie heeft ervaring met dromers en doubleren. Wel of niet doen? en waarom?


Last update: 04-05-2013



 

Disclaimer.

Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot de informatie die, in welke vorm dan ook, via zijn site wordt aangeboden. Het opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming, goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend. Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internetsite rust auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen met: (email: mail@heinpragt.com)