Landschapfotografie.
Pagina menu
Inhoud opgave
(C) 2004 Hein Pragt
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
Mooie beekjes, golvende weiden, imposante bergketens, tropische eilanden of de veluwe, de
natuur is een geweldig onderwerp om te fotograferen. Maar het resultaat is vaak niet dat wat
u in gedachte had en vaak is het resultaat gelijk aan de eerste de beste ansichtkaart. Met een
paar eenvoudige trucjes en een beetje nadenken kunt u schitterende landschapsfoto's maken.
Een mooie foto is voor 80% een kwestie van goed kijken en 20% van techniek. Er zijn veel
boeken die u leren de techniek van het fotograferen onder de knie te krijgen de rest hangt
van de creativiteit van de fotograaf af.
|
Compositie.
Probeer in de foto lijnen op te nemen die de blik naar of langs het onderwerp leiden. Deze lijnen
kunnen bestaan uit wegen of paden, een rij bomen, een sloot of rivier, een stoeprand of een brug.
Probeer niet te veel op één foto te krijgen, hoe meer u op een foto probeert te krijgen, hoe
kleiner alles erop staat. Kies iets bijzonders uit het landschap en kruip daar zo dicht mogelijk
bovenop. Probeer ook een of meerdere objecten dichtbij op de foto te krijgen, bijvoorbeeld een
wegwijzer of een boomtak. Zo krijgt u wat meer dieptewerking in de foto.
Let goed op wat er bijzonder is aan de omgeving, wat maakt dit uitzicht anders dan alle andere
probeer juist het karakteristieke van de omgeving op de foto te zetten.
|
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
Licht.
Een van onderdelen van goede fotografie is de lichtval, vooral schaduwen zorgen voor extra
contrast in het landschap. Het beste tijdstip om een landschap te fotograferen is dan ook 's
ochtends vroeg of 's avond voor zonsondergang. De natuur heeft dan de mooiste lichtval.
Horizon.
Op veel landschapsfoto's is de horizon zichtbaar, over of deze nu precies recht moet zijn
of juist schuin verschillen de meningen. Maak een duidelijke keuze recht of schuin maar niet
iets er tussen in. Een horizon die niet iets scheef loopt is erg storend. Ook zetten mensen de
horizon vaak precies in het midden, dus evenveel lucht als land. Soms is die keuze goed maar
meestal is een verhouding van 1/3 op 2/3 mooier. Het maakt dan niet uit of de lucht of het
land 2/3 groot is. Dit is helemaal afhankelijk van de scène.
Camera-instellingen.
Gebruik voor landschappen een kleine diafragmaopeningen zodat zowel de voorgrond tot de achtergrond
scherp blijft. Kies als het even kan altijd de laagste gevoeligheid, hierdoor worden de kleuren helderder
en worden de foto's minder korrelig. (Zie ook: Spelen met scherptediepte.)
|
De natuur is ook een heel geduldig model dat meestal ook beschikbaar is. Als we even gaan wandelen of ergens
naar toe gaan, neem ik meestal de camera mee. Ook ga ik wel eens op een zondag ochtend vroeg op pad met de camera
om een paar mooie opname's te maken waneeer de zon net opkomt. Hier zijn nog enkele voorbeelden.
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
 Foto: © 2005 Hein Pragt
|
Last update: 21-06-2006
|